Deze wegwijzer hoort bij actie 4 uit lijst met minimale acties. Bij de inwerkingtreding van de wet is het bevoegde gezag (en/of haar uitvoeringsorganisatie) in staat om aanvragen voor omgevingsvergunningen te beoordelen volgens de eisen van de Omgevingswet.  

Deze eis maakt als nummer 5.3 deel uit van de interbestuurlijke minimumlijst.  

De Omgevingswet brengt nieuwe juridische begrippen en kaders voor vergunningverlening. Er zijn twee grote wijzigingen in de systematiek. In de milieuregelgeving wordt het begrip ‘inrichting’ losgelaten en daar komt het begrip ‘activiteit’ voor in de plaats. Bij een aanvraag moet beoordeeld worden welke activiteiten en bijbehorende regels in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) van toepassing zijn.  

De tweede grote wijziging is het loskoppelen van de technische bouwactiviteit (Rijksregels in het Besluit bouwwerken leefomgeving) van de ruimtelijke bouwactiviteit (gemeentelijke regels in de bruidsschat). Daarnaast komen er nieuwe rekenregels en normen voor geluid en verschuiven er bodemtaken van provincies naar gemeenten. Bij gemeenten en uitvoeringsdiensten ligt een forse opgave om voor de inwerkingtreding van de wet kennis en expertise op te bouwen over deze inhoudelijke wijzigingen.  

Urgentie  

  • Het is van belang dat professionals inhoudelijk en juridisch opgeleid zijn in de Omgevingswet en weten hoe de beoordeling verandert, om te voorkomen dat de gemeente kwetsbaar is bij gerechtelijke procedures. 
  • Onderschat de inhoudelijke wijzigingen niet. Als uw gemeente niet is voorbereid kan ze haar wettelijke taak niet uitvoeren. 
  • Het is van belang om vroegtijdig kennis te nemen van de wijzigingen om te voorkomen dat er tijdens de overgangsfase onduidelijkheid heerst. 

Aandachtspunten   

Inhoud 

  • Deze eis houdt verband met de minimumeisen over vergunningverlening (eis 2 en 3), de Wkb (eis 7) en het kunnen uitvoeren van gedecentraliseerde bodemtaken (eis 21).  
  • Zorg voor een helder beeld van welke aanvragen op welk moment moeten worden getoetst aan welke regels (bij zowel vergunningverlening als handhaving), want er zijn gerelateerde wetten die (nog) niet overgaan in de Omgevingswet. Ook kunnen regels verhuizen als gevolg van de stelselwijziging (van regeling-niveau naar AMvB of bruidsschat). Lokale verordeningen gaan stapsgewijs op in het nieuwe omgevingsplan, geheel of deels. Soms gelden de lokale aanvraagvereisten, soms zijn deze opgenomen in de bruidsschat, etc.  
  • Het gaat hier alleen over het beoordelen van vergunningen, maar u moet daarnaast ook rekening houden met meldingen en informatie die ingediend worden. Deze moet u ook kunnen beoordelen en verwerken. Als randvoorwaarde hiervoor geldt, dat het zaaksysteem goed wordt ingericht, om zo integraal overzicht te behouden over samenhangende aanvragen, meldingen en informatie. Dit is nodig omdat de onlosmakelijke samenhang is losgelaten en de vergunningen, meldingen en informatieplichten los van elkaar ingediend worden.  
  • Veel meer vergunningaanvragen dan nu zullen onder de procedure van acht weken vallen. Deze procedure gaat ook gelden voor de buitenplanse- en milieubelastende activiteiten. 
  • Het beoordelen van (complexe) aanvragen vereist (regionale) samenwerking tussen instanties (waaronder de Omgevingsdienst). Het is de aanbeveling om dat vooraf te organiseren. Hou hiervoor rekening met een periode van een half jaar. 
  • Er zijn twee aspecten waar professionals rekening mee moeten houden bij de beoordeling: 
    • De regels die gelden voor een aanvraag. 
    • De beoordelingsregels die van toepassing zijn (zie Besluit Kwaliteit Leefomgeving). 

Acties 

  • Begrijp de hiërarchie in de nieuwe rijksregels, provinciale regels en gemeentelijke regels. 
  • U moet tot een goede beoordeling kunnen komen in een integraal besluit. Hiervoor is onder andere van belang dat u: 
    • Kennis en expertise opbouwt; 
    • Belangen op verschillende thema’s afweegt; 
    • Organiseert dat de informatie in samenhang wordt beoordeeld. 
  • Zorg bij de beoordeling dat u helder heeft of er advies en/of instemming voor de aanvraag is vereist. 
  • Leidt professionals op, zodat zij een helder beeld hebben van hoe de nieuwe kaders en beoordelingsregels werken. 
  • Krijg inzicht in: 
    • Wie welke activiteit vergunt: 
      • Verschillende activiteiten, verschillende bevoegde instanties; hoe weten we dat van elkaar? 
      • Welke kennis en expertise is bij/van welke organisatie nodig? 
    • Welke taken verschuiven: 
      • Er komen (provinciale) bodemtaken naar de gemeenten. 
      • Op basis van de Wkb verschuift de bouwtechnische toets voor gevolgklasse 1 (de minder risicovolle bouwwerken) naar een private toets. 
      • Wie heeft welke mandaten nodig? 
    • Welke regels er gelden voor bepaalde activiteiten: 
      • Welke nieuwe rekenregels en normen voor geluid​ zijn er? 
      • Welke aanvragen worden op welk moment getoetst aan welke regels? 
      • Actualiseer standaardbrieven en sjablonen. 
  • Toezicht en handhaving moeten nog meer betrokken worden bij vergunningverlening, omdat de onlosmakkelijke samenhang is losgelaten en er per activiteit aanvragen en meldingen gedaan kunnen worden. 
  • Het DSO-LV biedt een voorziening om samen te werken met ketenpartners. Dit vraagt om afstemming en voorbereiding. De aanbeveling is om op tijd te gaan oefenen met ketenpartners. 
  • Aanvragen kunnen als ‘aanvraag Omgevingsoverleg’ worden ingediend, de opvolger van het vooroverleg of het werken met de omgevingstafel. Het is belangrijk dat u hiervoor de processen inregelt.  

Handige producten en diensten   

Vindt u niet wat u zoekt? Kijk voor meer producten en diensten eens in de Catalogus Omgevingswet voor gemeenten.   

Contact