Door Bart de Vreugd

Wat moet ik begroten voor de Omgevingswet? Wat moeten we aan kosten opnemen? Elke financieel adviseur bij een gemeente staat voor deze vragen. Ik kreeg de opdracht om het uit te zoeken voor de Werkorganisatie HLTsamen van Hillegom, Lisse en Teylingen. Het resultaat is een model dat inzicht geeft in de kasstroom en hoe die zich verhoudt tot de begroting. Het model helpt ook bij het gesprek over financiële keuzes. Het is ook voor andere gemeenten te gebruiken.

HLTsamen Bart de Vreugd

De eerste stap – toen ik in 2019 bij HLTsamen begon – was het invullen van het Financieel Dialoogmodel van de VNG. Dit is een set van ongeveer dertig vragen om in beeld te brengen wat de kosten en baten voor verschillende afdelingen zijn. Maar, dit leverde niet helemaal op wat we nodig hadden omdat het programma bij ons anders is georganiseerd. We werken – zoals meer gemeenten – langs drie lijnen: Omgevingswet & instrumenten, anders werken, en het Digitaal Stelsel Omgevingswet. Ik wilde inzicht krijgen in de kostenposten voor de verschillende lijnen voor de komende tien jaar. De vragen rubriceerde ik opnieuw, zodanig dat ze gekoppeld zijn aan de programmalijnen. Het is mooi dat het Financieel Dialoogmodel vrij open is; zo kon ik de aannames en afgeleiden uit dit model gebruiken voor mijn versie. In overleg met Paul Huigens die het Financieel Dialoog Model ontwikkelde voor de VNG.

Op basis van de nieuwe rubricering gingen we in gesprek met de verschillende afdelingen. Hoe gaan ze anders werken? Wat gaat het kosten en wat levert het op? Welke kosten zijn incidenteel, welke structureel? Wanneer gaan de kosten in en hoe lang lopen ze door? We combineerden de informatie die bekend was in het programma Omgevingswet met diepgravende gesprekken met de afdelingen in de lijn. Zo konden we alle vragen in het dialoogmodel lokaal valideren en aanvullen. De output voorzagen we van labels, zoals incidenteel en structureel. Kosten die deels incidenteel en deels structureel zijn, splitsten we. Dit leverde een kasstroomprognose op voor de komende tien jaar. In de laag daarboven staat wat er feitelijk in de (meer jaren)begroting is opgenomen. Op basis van deze informatie maakt het model een visuele analyse van de kosten en de dekking. De uitkomst is dat het programma in de huidige opzet over onvoldoende dekking beschikt.

Daarin staan we niet alleen. De VNG concludeert ook dat gemeenten - in de eerste jaren na de invoering van de Omgevingswet - nog forse nadelige effecten zullen ondervinden. Voor alle gemeenten samen in de orde grootte van € 100 miljoen per jaar. De tegenvallers zitten in verschillende factoren. Het rijk stelde bijvoorbeeld dat het wegvallen van de actualisatie van bestemmingsplannen een financieel voordeel zou opleveren. Maar, de zeer actieve beleidscyclus die we ervoor in de plaats krijgen, kost feitelijk méér. Meer algemene regels in plaats van vergunningen, vereisen meer intensieve handhaving. Bovendien vallen de kosten van de ICT veelal hoger uit dan verwacht. Dit stelt de gemeentebesturen voor flinke hoofdbrekens, het onze niet uitgezonderd.

Het meer uitgewerkte kostenmodel van de Werkorganisatie HLTsamen is ook toepasbaar in andere gemeenten. Het bouwt voort op het VNG Financieel Dialoog Model en de Werkwijze Structurele Effecten. Het maakt concreter wat de kostenposten zijn, het faciliteert het gesprek in de lijnorganisatie, het berekent kosten, het geeft uiteindelijk een beeld van de kastroom in de komende tien jaar en het kan worden bijgesteld als inzichten veranderen. 

Bart de Vreugd is strategisch Beleidsadviseur Financiën Werkorganisatie HLTsamen

Interesse? Neem contact op

Het VNG-programma Omgevingswet zoekt gemeenten die in dit model geïnteresseerd zijn. Wilt u meedenken over het ontwikkelen van een versie van dit model voor alle gemeenten? Wilt u het model gebruiken? Stuur dan een mail naar Paul.Huigens@vng.nl

Gemeenten aan het woord over de invoering Omgevingswet