Door Paul van de Lee, beleidsmedewerker Maatschappij bij de gemeente Doetinchem en lid werkgroep Tijdelijk Team Participatie Doetinchem.

Al zeggen we het zelf, de voorbereiding op de Omgevingswet (OW) is in Doetinchem behoorlijk voortvarend opgepakt. Alweer een paar jaar geleden hebben we een brede groep collega’s geronseld om alle aan te pakken onderwerpen onder de loep te nemen. Dat leverde vijf tijdelijke teams op, die zich tot op heden buigen over integraal beleid, regelgeving, gegevensbeheer, omgevingsvisie en participatie.

Op al die gebieden – en meer, denk bijvoorbeeld aan de koppelingen met MER en RES – is ondertussen teveel werk verricht om het hier zelfs maar samen te vatten. Daarom direct naar de parel in de te openen oester van de nieuwe wet; participatie.
 

team participatie doetinchem

Tijdelijk Team Participatie Doetinchem, v.l.n.r. Rob Janssens, Petra Mulder, Bram van de Kamp, Tessa Baars, Paul van der Lee

Ook nog

Om te beginnen; had die term niet in het Haagse gelijk al gesmoord kunnen worden? We hebben al een participatiewet, die gaat over inkomensondersteuning en arbeidstoeleiding. Heeft met de hele OW niets te maken. We hebben we ’s konings ‘participatiemaatschappij’. Wordt ook niet door de OW geregeld. En nu komt er dus nog weer een nieuwe soort participatie bij; die van de OW. Waarvan het de wetgever heeft behaagd er een wettelijke status aan te geven, maar meestal niet verplicht te stellen, nochtans heel belangrijk te vinden, niettemin vormvrij te laten, dus ook geen toetsingskader te bieden. En of de gemeenten dit even motiverend aan de potentieel participerende medemens willen gaan uitleggen.

Hamvraag

Een kolfje naar onze hand! Want minder regels en meer speelruimte, wie wil dat nou niet. En dat motiverend uitleggen konden we gelijk op elkaar gaan oefenen. Want in het ambtelijke werkgroepje dat zich over deze uitdaging is gaan buigen, heeft alleen de ‘trekker’ juridische expertise op ruimtelijk gebied. De anderen zijn een communicatieman, een procesmevrouw, de griffier en een wijkwerker. Die hebben bij wijze van spreken nog nooit een bestemmingsplan van dichtbij gezien. Wat tot op heden een uitstekende kwaliteit blijkt te zijn. In het begin was er verder in heel Nederland toch nauwelijks een expert te vinden die al wist hoe het nou echt precies zat met die OW-participatie. Dus bestaande vakkennis was van relatief belang. En ten tweede moeten we door onze samenstelling het groeiend inzicht steeds delen op een manier die voor iedereen begrijpelijk blijft. Wat een goede basis is gebleken voor verdere communicatie naar ‘buiten’.

Achtergrond

Heel wat documenten over OW-participatie circuleren inmiddels op het internet. Soms zelfs met half-mythische status. ‘Heb je Eindhoven al gelezen?’ ‘Groningen schijnt heel goed bezig te zijn.’ ‘Ik heb Uden opgevraagd!’ Ook werden we trouwe volgers van aandeslagmetdeomgevinsgwet.nl, volgden webinars, lazen de originele wetteksten en moties in de hoop daar wat wijzer van te worden en we sloten ons aan bij VNG-fora. Dat was allemaal heel nuttig. Maar een daverend slotakkoord van definitief inzicht weerklonk tot op heden niet. Alle inspanningen in ons kikkerland om precies te snappen en uit te werken wat de wetgever van ons verwacht, vormden vooral stemmige achtergrondmuziek; veel herkenbaar pogen en zuchten van honderden collega’s in den lande die ook goed bezig zijn en het evenmin echt weten.

Kans!

Omdat vorig jaar in Doetinchem intensieve uitwisseling met deelgebieden is opgezet om elf gebiedsvisies te maken, zaten we in de tweede helft van 2019 al tot aan onze nek in de participatie. De inbreng van de vele deelnemende bewoners en organisaties voor die gebiedsvisies beperkte zich natuurlijk niet alleen tot het ware visionaire niveau waarmee de uiteindelijke Omgevingsvisie zich gaat voeden. Maar al die ‘bijvangst’ verdient het wel om in een ander, aanvullend proces serieus genomen te worden. Die noodzaak voor een aanvullend proces (voor een belangrijk deel op te vangen door het wijkgerichte werken) deed het besef groeien dat participatie i.h.k.v. de OW een geknipte kans biedt om verder te kijken dan de neus der invoeringsvereisten lang is. Iedere gemeente, Doetinchem ook, is immers altijd alert op verbetering van de samenwerking tussen ‘systeem’ en inwoners. Dus waarom niet gelijk in bredere zin dan alleen de OW een slag gemaakt?

Simpel

Onze zoektocht bracht de werkgroep tot drie heldere uitgangspunten. Hoe we participatie ook aan de vork gingen steken, het moest 1. zo simpel mogelijk, 2. zo kort mogelijk, en 3. wat de gemeente van initiatiefnemers verwacht, daar moet ze zichzelf als eerste aan houden. Op basis daarvan schreven we een ‘Handreiking participatie’ van drie kantjes met een samenvattende tekening (‘infographic’!). En een checklist van één A-4tje erbij als hulpmiddel, niet als keurslijf.

En het werkt

Alles is een oefening in deze fase van de OW-zwangerschap. Dus onze handreiking wilden we ook participatief ter wereld laten komen. We maakten een lange lijst van mensen die er misschien wel iets van wilden vinden. Zowel in- als externen, uit het vakgebied van de OW en daarbuiten, zowel verstokte geheimvaktalers als mensen met een fobische afstand tot jargongenot. In twee ronden vroegen we of zij van onze Handreiking chocola konden maken. We kregen tientallen reacties, die we allemaal naar eer en geweten schriftelijk gemotiveerd hebben afgewogen. En we hielden een logboek bij, zoals de wet suggereert.

Verbazend hoe goed dat werkte. Steeds als wij dachten, nou hebben we toch wel alles verbeterd wat er te verbeteren viel, kwam er toch weer iemand met iets waarvan we waarderend constateerden; dat niemand daar nog aan gedacht heeft!

Dus nu denken we: die Handreiking van Doetinchem mag er ondertussen zijn! En als het goed gaat, vindt het bestuur dat ook, zodat we er in 2021 flink mee kunnen oefenen.

Blijvend boeiend

Maar zelfs in Doetinchem is het niet alles goud wat er blinkt. Tot besluit een kleine selectie van verse worstelingetjes.

  1. Is dit genoeg? Geeft onze simpele Handreiking bijvoorbeeld voldoende antwoord op de motie-Nooren, die spreekt van ‘participatiebeleid’? We weten het (nog) niet en hebben het de VNG gevraagd.
  2. Een initiatiefnemer doet zijn best en werkt onze checklist op zijn eigen manier af. Hoe toetsen we dan of dat voldoende is? Gewoon gezond (super)boerenverstand gebruiken? Toch nog weer criteria gaan formuleren? Jurisprudentie afwachten? We hopen het al oefenend volgend jaar meer in de vingers te krijgen.
  3. Wat kost dat participeren een tijd! De mantra dat je dat later inhaalt door minder bezwaarschriften klinkt fijn, en hopelijk blijkt het in ieder geval deels waar. Maar het maakt de inspanning aan de voorkant er zeker niet minder om. En voor professionals is dat betaald werk. Maar als je dat niet bent?
  4. De participatie-euforie die nogal eens uit de systeemwereld opklinkt, is iets heel anders dan blijdschap in de normale-mensen-wereld. Tegenstellingen blijven lastig. De essentie van participatie is elkaar fatsoenlijk blijven behandelen, ook als het lastig wordt. Dat leer je niet van een Handreiking of checklist. Maar hoe wel?

Kortom, leve participatie, want het blijft boeien! En we hebben in ieder geval een handreiking.

Meer informatie:

Paul van der Lee is beleidsmedewerker Maatschappij bij de gemeente Doetinchem en neemt deel aan de werkgroep Tijdelijk Team Participatie Doetinchem.