Door Martijn Groenestein, programma manager Omgevingswet van Best, Veldhoven en Waalre

Daar is het dan, dacht ik toen ik de brief van de minister las. Het uitstel van de ingangsdatum van de Omgevingswet hing al een tijdje boven de markt. Wat nu? Het grote gevaar van uitstel is dat mensen denken: oké nou kan ik de teugels laten vieren. Voor je het weet is de urgentie naar de knoppen. Na een avondje rusteloos kauwen, sloot ik me de volgende ochtend op in m’n werkkamer om een tijdlijn te maken. Waar staan we? Wat moet er nog gebeuren?

In Best, Veldhoven en Waalre doen we het invoeren van de Omgevingswet gezamenlijk. We werken met het welbekende minimumlijstje van de VNG. Daarnaast zijn we bezig met de omgevingsvisie, in de drie gemeenten met hetzelfde proces en met één adviseur voor de inhoud. We delen ook de basis-werkprocessen voor de vergunningverlening en voor het wijzigen van het omgevingsplan. Verder zijn - net als overal - de afdelingen I&A volop aan de gang met het aanschaffen en inregelen van software voor het aansluiten op het DSO.

Het uitstel is aanleiding voor reflectie. Waar zitten de bottlenecks in de bestaande planning? Wat zijn de effecten als we een half jaar uitstel hebben? Wat als het een jaar wordt? Weliswaar zijn we hard aan de gang, maar de voet moet op het gaspedaal blijven. Volgens de oude planning was de deadline al kritisch. We hadden dan maar één of anderhalve maand voor het installeren van de software voor het DSO, het overzetten van allerlei gegevens en dossiers, het opleiden van mensen en het testen. Dat was krap. Dat geldt ook voor het inrichten van de processen. Je wilt dat de dienstverlening op peil is, en niet zeggen tegen een burger: wacht nog maar even op je vergunning, want het systeem werkt nog niet. Daarnaast hebben we de extra tijd hard nodig om het anders werken in te richten. Wat betekent de Omgevingswet strategisch voor de organisatie? Die slag is nog niet gemaakt en het wordt stilaan tijd om erover na te denken. Kortom, het uitstel is voor ons een opluchting, het haalt de druk een beetje van de ketel. Tegelijk is er alle reden om voluit door te gaan.

Met die boodschap presenteerde ik de nieuwe planning en tijdlijn in het managersoverleg van de drie gemeenten, onze ambtelijke opdrachtgever. En ook bij de mensen die vanaf het begin betrokken zijn bij het programma; zij steken hun nek uit en maken zich vrij om de schouders eronder te zetten. Allemaal zijn ze blij met wat extra lucht, maar ze onderschrijven ook dat we de teugels strak moeten houden. Ook de vraag wat het betekent voor de kadernota’s die nu worden opgesteld, is vlot beantwoord. Geen uitstel, geen verschuivingen. In de tijdlijn was het grootste werk gepland vóór 2023. Aan de bulk van het werk verandert feitelijk niets. Een programma heeft drie à vier jaar de tijd en daarna komt het in het reguliere werk.

Een week later is er een kwartiertje ingepland voor een toelichting in het managementoverleg van de gemeente Best. Online raken we in gesprek over hoe de Omgevingswet de rol van de overheid verandert, wat het betekent voor hoe we werken en wat een grote omslag het is. De secretaris zegt dat de situatie van nu haar doet denken aan de decentralisaties in het sociaal domein. Met stoom en kokend water is toen alles ingeregeld, maar de werkelijke verandering stagneerde. Het is uiteindelijk vijf kwartier later als we vaststellen dat de lessen van de decentralisaties ons bij de Omgevingswet een voorsprong geven. De extra tijd is hard nodig om de transitie vorm te geven. Zo hebben we ons bezonnen op het uitstel. Het pakt uit als een impuls die de eensgezindheid opnieuw bezegelt. Alsof iedereen met nieuwe energie zijn taken oppakt. Meters maken!

Martijn Groenestein is programmamanager Omgevingswet van Best, Veldhoven en Waalre.