Leonie Schouten, senior adviseur Ruimtelijke Ontwikkeling bij de gemeente Amstelveen en Aalsmeer

‘Een collega van mij zei laatst tegen mij: “Leonie, wij móeten ons aanmelden voor de praktijkproef Omgevingsplan. Voor je het weet is het 2021.” Hij had natuurlijk gelijk. Toch zat ik er wat tegenaan te hikken. Maar op  1 januari 2021 vanaf nul beginnen is ook geen optie. En ik wil uiteraard graag grip krijgen op die materie. Bovendien zat ik met een heleboel vragen: wat is dat omgevingsplan nou eigenlijk, hoe maak je een opzet, hoe krijg je het in de vingers? Oké…de praktijkproef dus! En zo volgde ik de afgelopen tijd een aantal sessies. Zitten en luisteren? Ho maar; keihard aan de slag met huiswerk en voorbereidingen. Heel nuttig, maar het vreet wel tijd. Ik schat in dat ik naast mijn gewone werk zo’n halve tot een dag per week met de Omgevingswet bezig ben. En eigenlijk is dat nog te weinig. Stiekem ben ik dan ook jaloers op gemeenten die daar echt mensen voor vrij hebben gemaakt!’

‘Tijdens de sessies kiezen we een plangebied binnen onze gemeente en hier maken we een omgevingsplan voor. Wat we in het plan willen zetten is wel duidelijk, maar hoe gaan we dit vormgeven? Hoe stellen we de regels op? We pakken de hulpmiddelen erbij. De VNG heeft ons een handreiking  gegeven waarin de structuur voor de regels van het omgevingsplan zijn opgenomen, het zogenaamde ‘Casco!’ Ik begin bijna te juichen: hoera! Een kant-en-klaar-omgevingsplan! Maar nee… we moeten echt zelf aan de slag. Een kant-en-klaar-omgevingsplan bestaat ook helemaal niet. Elke gemeente kan het namelijk naar eigen inzicht invullen. We moeten het bestemmingsplandenken dus leren loslaten en juist zélf alles gaan vormgeven.’

‘Het casco geeft mij gelukkig meer duidelijkheid over de omgevingswet, de opbouw van het omgevingsplan en wat hier in moet komen te staan. Tip! Kijk vooral naar hoofdstuk 5, want hier komen de regels te staan zoals die ook in een bestemmingsplan staan. Maar toch blijf ik zitten met een vraag: hoe nemen we álle aspecten uit een bestemmingsplan, de verordeningen, de bruidsschat, etc. in dit ene hoofdstuk op? Een geruststellende gedachte: die vraag leeft niet alleen bij mij. Daarom besluiten we samen met de gemeente Velsen,  Bergen op Zoom en Leiden buiten de praktijkproef om, te werken aan een omgevingsplan van een fictief plangebied. Heel goed en leerzaam om zo samen met dat omgevingsplan bezig te zijn. Ik merk dat wij er zo veel meer feeling mee krijgen. Dat advies wil ik ook graag meegeven: ga snel beginnen en ga vooral veel oefenen: maar wel sámen!’

‘Ik ben achteraf blij met het zetje dat mijn collega mij heeft gegeven. Na deze praktijkproef kan ik er niet omheen: een bestemmingsplan is wezenlijk iets anders dan een omgevingsplan. Je moet anders leren denken. Neem zaken als verordeningen, APV, begraafplaatsen, groen, mobiliteit, et cetera; deze zaken zijn nu niet in het bestemmingsplan opgenomen. Straks heb ik echt ál die collega’s nodig om dat omgevingsplan te kunnen invullen; het draait immers om de integrale aanpak. Volgens mij is nog niet iedereen zich daarvan bewust. Daar maak ik me wel een beetje zorgen om. Als ik zelf alles onder de knie heb ga ik misschien wel themalunches organiseren om  collega’s mee te nemen in de verschillende fases. Het omgevingsplan is uiteindelijk toch iets van ons allemaal!’

Zie ook

  • Klik bovenaan de pagina op Bekijk de andere artikelen in dit boek voor meer blogs en interviews.