Door André Steen, programmamanager Omgevingswet bij de gemeente Zeist

andre steen zeist

De grote omslag van de Omgevingswet duurt (minimaal) een decennium. In zo’n beweging is het belang van de invoeringsdatum relatief; het uitstel verandert niets wezenlijks. Toen de brief van de minister aan de Kamer naar buiten kwam, mailde ik de wethouder, de ambtelijke opdrachtgever en mijn collega’s van het programmateam. De reacties waren eensgezind: we blijven meters maken.

Zeker, op 1 januari zou de knop omgaan voor het aansluiten op het DSO en de 8-weken termijn voor vergunningaanvragen. Met een Zeister versie van de VNG Roadmap zijn we bezig om dit voor elkaar te krijgen. We zetten de eerste stappen in het werken met toepasbare regels. Het idee was op 1 januari een eerste versie van de omgevingsvisie klaar te hebben. Maar dat zit er niet meer in door de coronacrisis. Het participatietraject voor de omgevingsvisie zou in maart en april plaatsvinden met grote bijeenkomsten voor inwoners en stakeholders. Alles zorgvuldig voorbereid en georganiseerd door mijn collega’s Jorieke en Fons, de trekkers van de omgevingsvisie. Het afgelasten was vanzelfsprekend nodig en onvermijdelijk. Maar ook een flinke teleurstelling. Volgens de oude planning hoefde de omgevingsvisie pas in 2024 in te gaan. De raad wilde er eerder mee aan de slag om te kunnen oefenen met het werken onder de Omgevingswet. Dit illustreert dat bij ons de ambitie leidend is. Het inwerkingtreden van de wettelijke instrumenten is secundair. 

De afgelopen jaren hebben we ervaring opgedaan met co-creatie. Hoe ziet Zeist er over 20 tot 30 jaar uit? Dit samenwerken met inwoners en stakeholders heeft veel opgeleverd. Een klein maar veelzeggend voorbeeld: In een wijk met overlast door jongeren werden in het plantsoen fitnessapparaten geplaatst. Nu komen er nog steeds jongeren, maar ze vervelen zich niet meer. De hinder voor omwonenden is aanzienlijk verminderd. 

De wereld verandert snel: de energietransitie, de woningopgave, mobiliteit etc. Het puzzelen met grote vraagstukken vereist wendbaarheid. De kern van de Omgevingswet is dat je samen met de samenleving zoekt naar de beste oplossingen. Door het samen te doen, kom je tot verrassende of betere oplossingen. Dat vraagt een open houding, de flexibiliteit en wendbaarheid om vanuit verschillende perspectieven te kijken en een afweging te maken. Niet de stapeling van absolute verordeningen en bestemmingsplannen die zo vaak uitmondt in 'computer says no'. De uitdaging is om bij initiatieven alle belangen te horen, en op basis daarvan de keuze te maken die het beste is voor de fysieke leefomgeving. Geen vinklijstjes maar regie op een goed proces. De uitdaging is om die nieuwe rol goed in te richten. En daar willen we voor blijven gaan.

Waar staan we dan nu? Met de roadmap zijn we op koers, samen met de leveranciers van onze systemen. Maar, in de interne werkprocessen moesten we nog veel doen om het digitaal voor elkaar te krijgen. Daar krijgen we extra tijd voor. Participatie op de omgevingsvisie maakt pas op de plaats door de coronapandemie. Het interbestuurlijk samenwerken gaat door volgens plan. Met de provincie, in de regio en met de uitvoeringsorganisaties gaan we verder met de omgevingstafel voor een integrale weging van complexe vergunningaanvragen. Met de omgevingsdienst onderzoeken we hoe we gezamenlijk omgaan met de bruidsschat. Binnen onze eigen gemeente oefenen we met bestemmingsplannen die moeten worden geactualiseerd. Hoe kunnen we dat doen met een verbrede reikwijdte? Met onze toepasbare regels hadden we aanvankelijk ingezet op de toptaken van de VNG. Het uitstel geeft ons ruimte om het werken met vragenbomen voor eenvoudige aanvragen breder op te pakken. Kortom, het kon slechter. Het perspectief verandert niet, de ambitie staat recht overeind en dat halve of hele jaar uitstel geeft kansen voor nog meer kwaliteit.

André Steen, programmamanager Omgevingswet bij de gemeente Zeist

Gemeenten aan het woord over de invoering Omgevingswet