Raadgever Omgevingswet: ruimte voor ontwikkeling, waarborgen voor kwaliteit

Iedereen wil een leefomgeving waar het prettig wonen, werken en recreëren is. In een dichtbevolkt land als Nederland zijn er altijd meer wensen dan mogelijkheden, daarom zijn goede regels en afspraken noodzakelijk. Inwoners, ondernemers en overheden ervaren het huidige omgevingsrecht (met meer dan twintig wetten en honderden regelingen) als te complex en versnipperd. Het is vaak niet duidelijk wat per gebied wel en niet mogelijk is en een integrale benadering is haast onmogelijk.

In 2021 treedt een nieuwe wet in werking: de Omgevingswet. De Omgevingswet vervangt bestaande wetten, waaronder de Wet ruimtelijke ordening (Wro), de Wet milieubeheer, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), de Crisis- en herstelwet (Chw) en de Waterwet. De Omgevingswet heeft tot doel om ruimte te bieden aan initiatieven uit de samenleving met behoud van verantwoordelijkheid voor omgevingskwaliteit bij de overheid. De leefomgeving staat dus centraal.

Deze raadgever is bedoeld om u op weg te helpen bij de voorbereiding op de invoering van de Omgevingswet in uw gemeente.

Van nee-tenzij naar ja-mits

De Omgevingswet gaat ervoor zorgen dat gemeenten op een praktische en flexibele manier oplossingen vinden voor maatschappelijke opgaven, zoals demografische krimp, de aanpak van kantorenleegstand en voldoende woningaanbod voor verschillende doelgroepen. Procedures worden  eenvoudiger en sneller en administratieve rompslomp verminderd doordat per vergunning één bevoegd gezag wordt aangewezen. Omdat in principe alles wat decentraal kan ook decentraal geregeld wordt, krijgen gemeenten meer afwegingsruimte voor lokaal maatwerk.

De Omgevingswet zal bovenal een cultuuromslag met zich meebrengen. Vaak worden initiatieven nu nog ontvangen met een afwachtende nee, tenzij-houding. Dat zou moeten veranderen in een welwillende ja, mits-houding. Meer ruimte betekent dat de gemeenteraad keuzes voor de kwaliteiten van een gebied nog beter moet onderbouwen en verschillende belangen en partijen vroegtijdig bij het proces moet betrekken. Kiest u bijvoorbeeld voor een hogere geluidnorm of een lagere geurbelasting in een gebied ? Wat zijn de gevolgen voor burgers en bedrijven in dat gebied? Waarom mag een plan in één bepaald gebied wel en in een ander gebied niet?

De sturende rol van de gemeenteraad

De raad stuurt op hoofdlijnen met de omgevingsvisie  (dat is de opvolger van de huidige structuurvisie) en het omgevingsplan (dat is de opvolger van de huidige bestemmingsplannen). De raad schept randvoorwaarden voor het beheer, gebruik en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving. De uitvoeringsaspecten komen op het bordje van het college van B&W.

De gemeenteraad kan zich nu al voorbereiden op de invoering van de Omgevingswet door alvast zijn ambities te formuleren: wat is belangrijk in onze gemeente? Welke opgaven zijn belangrijk? Wat voor een gemeente willen wij zijn? De gemeenteraad kan vervolgens per gebied vaststellen welke kwaliteit er is, welke kwaliteit wenselijk is en welke stappen kunnen worden gezet om die te realiseren. Zo kunt u bijvoorbeeld kiezen voor welke thema’s en gebieden u gebruik wilt maken van bestuurlijke afwegingsruimte. Daarmee kunt u voor specifieke gebieden meer nadruk leggen op bijvoorbeeld economische groei, duurzaamheid of ruimtelijke diversiteit.

In gesprek gaan

De raad gaat hierover vroegtijdig in gesprek met inwoners, ondernemers en belangenorganisaties. Zij brengen hun kennis en creativiteit in bij de totstandkoming van de omgevingsvisie en het omgevingsplan. Dat vergroot het draagvlak en de kwaliteit. De gemeenteraad kan het besluitvormingsproces zelf inrichten om zo inwonersparticipatie bij planvorming te stimuleren. De raad kan ook samen met gemeenten en andere partners in de regio, zoals provincie en waterschappen, verkennen wat ieders ambitie is en uw visie op samenwerking  bepalen.

Raad in positie

Vergeet in elk geval niet om de geldende structuurvisies, beleidsnoties en verordeningen, die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving te inventariseren. Zijn er hiaten, overlappingen of tegenstrijdigheden? Bij welke projecten of beleidsvorming is nadrukkelijk het gesprek opgezocht met de inwoners en andere betrokkenen en hoe is dat verlopen? Met welke andere gemeenten wordt samengewerkt? Welke aanknopingspunten zijn er voor samenwerking in het kader van de Omgevingsvisie. Veel gemeenten oefenen met pilots, misschien is dat voor u ook een idee. Er is kortom binnen elke gemeente altijd een basis om op voort te bouwen. Zorg in elk geval als gemeenteraad dat u in positie bent, dat u geïnformeerd bent, meedoet en mee-ontwikkelt.