Iedere gemeente heeft langdurig leegstaande gebouwen. Zoals winkelpanden, woningen, bedrijfsgebouwen, kantoren en voormalige agrarische bebouwing. Er zijn allerlei oorzaken: er is geen markt voor een pand, de bestemming is verouderd, de vraagprijs is te hoog, de plek is onaantrekkelijk, of de eigenaar wil niks. Langdurige leegstand kan leiden tot verloedering en verval, onveiligheid en vandalisme, of aantasting van het straatbeeld. Vooral bij agrarische bebouwing komen asbest en crimineel gebruik voor. Als de leefbaarheid van de omgeving achteruit gaat, is er een goede aanleiding voor een actieve rol van de gemeente.

Beleidskaders

Als het wenselijk is om voor leegstand een actieve gemeentelijke aanpak vast te stellen, kan de raad de kaders daarvoor vastleggen. Bijvoorbeeld in een structuurvisie (omgevingsvisie), een nota Aanpak leegstand (kantoren, winkels, agrarische bebouwing), een nota Aanpak verwaarloosde panden, of een Kerkenvisie.

Instrumenten

  • Inventariseer waar leegstand voorkomt. Sommige gemeenten houden een monitor van bijvoorbeeld kantoor- of winkelruimten bij.
     
  • Overleg met de eigenaar is een voor de hand liggende eerste stap van de gemeente. Dan krijg je inzicht in de achtergronden van de leegstand, de plannen van de eigenaar, de stappen die zijn of worden gezet en de belemmeringen die er eventueel zijn.
     
  • Soms ligt de oplossing van leegstand in verandering of verbreding van de bestemming. Denk bijvoorbeeld aan verbreding van de bestemming detailhandel naar gemengde doeleinden. Of het ‘wegbestemmen’ van kantoren of verkleinen van het kernwinkelgebied. Hierover gaat de gemeenteraad. Ook is een tijdelijke afwijking van het bestemmingsplan voor maximaal 10 jaar mogelijk. Dit is een bevoegdheid van het college. Onder de naam ruimte-voor-ruimte, rood-voor-rood of rood-voor-groen zijn er provinciale regelingen waardoor in ruil voor sloop van leegstaande agrarische bebouwing woningen mogen worden gebouwd. Toepassing van dergelijke regelingen is onlosmakelijk verbonden met wijziging van het bestemmingsplan door de gemeenteraad.
     
  • Op basis van de Leegstandwet kan de raad een leegstandverordening vaststellen. De VNG heeft hiervoor een modelverordening gemaakt. Met een verordening kan de gemeente een meldingsplicht voor eigenaren introduceren. De gemeente kan vervolgens na overleg met de eigenaar een nieuwe gebruiker voordragen.
    Inhoud Leegstandverordening
    - Werkingsgebied
    - Plicht tot leegmelding door eigenaar
    - Gemeente houdt leegstandlijst bij
    - Gemeente overlegt na leegmelding met eigenaar
    - Leegstandbeschikking: gebouw wel of niet geschikt voor gebruik
    - Voordracht gebruiker door gemeente
    - Sancties
     
  • De Leegstandwet biedt nog een andere mogelijkheid, namelijk tijdelijke verhuur. Hiervoor is geen verordening nodig. De eigenaar kan de vergunning bij de gemeente aanvragen. De toetsingscriteria staan in de wet.
    Vergunning voor tijdelijke verhuur
    - Gebouw voor groepsbewoning, verzorging/verpleging, logies, administratie, onderwijs
    - Voor verkoop bestemde woning
    - Voor verkoop bestemde huurwoning
    - Voor verhuur bestemde woning in afwachting van afbraak of ingrijpende vernieuwing
     
  • In de begroting geeft de raad de financiële kaders mee. Als het gaat om bestrijding van leegstand zou de raad middelen kunnen uittrekken voor:
    - Aankoop van panden (bijvoorbeeld actieve aanpak van ‘rotte kiezen’). De gemeente koopt panden, knapt ze zelf op of verkoopt ze door met verbeterplicht
    - Gemeentelijke subsidie of lening voor sloop (wordt bijvoorbeeld gebruikt voor leegstaande stallen)
    - Gemeentelijke subsidie of lening voor woningverbetering, transformatie of onderhoud (bijvoorbeeld van gemeentelijke monumenten)
     
  • In sommige provincies is een sloopfonds ingesteld als compensatie van nieuwbouw van woningen. De regeling loopt via de betreffende gemeenten (bijdrage voor ruimtelijke ontwikkelingen). Indien in een krimpgebied woningen worden toegevoegd, wordt de initiatiefnemer gevraagd om woningen te slopen, of een financiële bijdrage aan het fonds te leveren zodat elders in het gebied woningen kunnen worden aangekocht en gesloopt. De basis voor zo’n regeling ligt in de gemeentelijke structuurvisie en een daarbij behorende nota bovenwijkse voorzieningen.
     
  • De gemeente kan in actie komen tegen verpaupering en gevaar voor gezondheid en veiligheid. Basis hiervoor vormen artikel 1a, 1b, 12, 12a en 97 van de Woningwet. Extra mogelijkheden om verpaupering tegen te gaan zijn er in geval van rijksmonumenten en beschermde stads- en dorpsgezichten.

Meer informatie