Laatst bijgewerkt: 19 september 2025

Iedereen wil een leefomgeving waar het prettig wonen, werken en recreëren is. In een dichtbevolkt land als Nederland is de ruimte om alle wensen in te passen echter beperkt. Daarom zijn goede regels en afspraken noodzakelijk. Kiest uw gemeente bijvoorbeeld voor een hogere geluidnorm of een lagere geurbelasting in een gebied? Wat zijn de gevolgen voor inwoners en ondernemers? Waarom mag een plan hier wel en daar niet? Deze raadgever is bedoeld om u op weg te helpen bij de verdere implementatie van de Omgevingswet in uw gemeente.

Een integrale benadering

De Omgevingswet heeft als onder andere als doel om het omgevingsrecht meer integraal te benaderen. Sinds 1 januari 2024 vervangt de wet eerdere wetten, waaronder de Wet ruimtelijke ordening (Wro), de Wet milieubeheer, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), de Crisis- en herstelwet (Chw) en de Waterwet. De Omgevingswet heeft ook tot doel om ruimte te bieden aan initiatieven uit de samenleving met behoud van de omgevingskwaliteit. De leefomgeving staat dus centraal.

De sturende rol van de gemeenteraad

De gemeenteraad is nadrukkelijker belast met de hoofdlijnen van beleid en het monitoren van de resultaten, het college van B en W krijgt meer bevoegdheden bij de uitvoering en toepassing van het beleid. Met de omgevingsvisie (opvolger van de structuurvisie) en het omgevingsplan (opvolger van de bestemmingsplannen) legt de raad de doelen vast en stuurt hij op de realisatie hiervan. Over initiatieven en plannen die passen binnen het omgevingsplan, maar waarvoor een vergunning is vereist, geeft het college van B en W eenvoudig en snel uitsluitsel. 

In essentie is de rolverdeling sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet onveranderd. Met het bestaand raadsinstrumentarium (het indienen van amendementen, moties, schriftelijke of mondelinge vragen, interpellatie, recht van onderzoek en initiatief en de actieve informatieplicht van het college van B en W) houdt de gemeenteraad gedurende het beleids- en besluitvormingsproces vinger aan de pols en stuurt hij op de gewenste doelen.

De gemeenteraad acteert op verschillende manieren binnen de Omgevingswet. De manier waarop verschilt per gemeente. Veel raden hebben hun ambities al vastgelegd: Wat is belangrijk in onze gemeente? Welke opgaven zijn er? Wat voor een gemeente willen wij zijn? Of de gemeente is aan de slag gegaan met het bedenken welke huidige kwaliteitskenmerken er gelden per gebied, welke kwaliteit wenselijk is en welke stappen kunnen worden gezet om die te realiseren. 

Raden hoefden hiermee niet per 1 januari 2024 klaar te zijn. Het zal nog een fikse periode duren voordat elke gemeente volledig Omgevingswet-proof werkt. Weet wel dat de Omgevingswet harde deadlines stelt. Zo moet er per 1 januari 2027 een omgevingsvisie liggen die voldoet aan de kaders die de wet stelt. En op 1 januari 2032 moet iedere gemeente een omgevingsplan hebben die aan datzelfde uitgangspunt voldoet.

Van nee-tenzij naar ja-mits

De Omgevingswet zorgt ervoor dat gemeenten op een praktische en flexibele manier oplossingen kunnen faciliteren voor maatschappelijke opgaven, zoals demografische krimp, de aanpak van kantorenleegstand en de energietransitie. Procedures worden, nadat de implementatie is voltooid, eenvoudiger en sneller, onder meer met behulp van digitalisering en minder administratieve rompslomp bij de vergunningverlening.

Uitgangspunt in de  Omgevingswet is dat alles wat decentraal kan, in principe ook decentraal geregeld wordt. Dit zou gemeenten meer afwegingsruimte voor lokaal maatwerk geven. Overigens zien we dat het rijk ook regie wil nemen op een aantal grote thema’s, via diverse ruimtelijke programma's en de mogelijkheid van instructieregels. Regionale samenwerking door decentrale overheden is daarmee inmiddels een belangrijke voorwaarde voor de effectiviteit van lokaal maatwerk.

De Omgevingswet brengt een cultuuromslag met zich mee. Initiatieven ontvangen we niet meer met een afwachtende ‘nee, tenzij’-houding. Met een welwillende ‘ja, mits’-houding is er meer mogelijk. Meer ruimte betekent dat de gemeenteraad keuzes voor de kwaliteiten van een gebied nog beter moet onderbouwen en verschillende belangen en partijen vroegtijdig bij het proces moet betrekken.

In gesprek gaan

Participatie is een belangrijke pijler onder de Omgevingswet. Gemeenten moeten daarvoor participatiebeleid formuleren en uitvoeren (onder meer vanwege de motiveringsplicht bij het maken van de omgevingsvisie en het omgevingsplan). Voor initiatiefnemers geldt ook een inspanningsverplichting om belanghebbenden te betrekken bij het realiseren van hun plan of vergunning.

De raad is verantwoordelijk voor het vaststellen van dit participatiebeleid, het stimuleren en het monitoren van de participatie. Daarvoor moet de raad vroegtijdig in gesprek gaan met inwoners, ondernemers, belangenorganisaties en andere overheden. Zij brengen hun kennis en creativiteit in bij de totstandkoming van de omgevingsvisie en het omgevingsplan. Dat vergroot niet alleen het draagvlak, maar ook de kwaliteit van plannen. Overigens is die participatie vormvrij.

Tips voor de raad

  • Begin met de geldende structuurvisies, beleidsnoties en verordeningen, die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. Zijn er hiaten, overlappingen of tegenstrijdigheden? Waar liggen de kansen om lokale opgaven voortvarend op te pakken? Bij welke projecten of beleidsvorming is nadrukkelijk het gesprek opgezocht met de inwoners en andere betrokkenen en hoe is dat verlopen? Welke aanknopingspunten zijn er voor samenwerking in het kader van de omgevingsvisie?
  • Veel gemeenten oefenen met pilots, misschien is dat voor u ook een idee. Er is binnen elke gemeente altijd een basis om op voort te bouwen.
  • Zorg als raadslid dat u in positie bent, dat u geïnformeerd bent, meedoet en mee-ontwikkelt. Maak een eigen agenda en kies acties waar u het eerst mee aan de slag kunt gaan.

Meer informatie