Vanaf 2019 heeft de VNG gewerkt aan het project ‘Gemeentelijke staalkaarten voor het omgevingsplan’. De staalkaarten bevatten (juridische) regels die als voorbeeld en inspiratie voor een gemeente kunnen dienen. De onderwerpgerichte staalkaarten geven weer hoe een specifiek onderwerp (bijvoorbeeld een gebied of een thema) geregeld kan worden in het omgevingsplan. Een staalkaart dient enerzijds ter inspiratie en anderzijds als een representatief voorbeeldmodel van een omgevingsplan. De onderwerpgerichte staalkaarten zijn steeds gereflecteerd door de Reflectieraad: een commissie van de onafhankelijke experts.

LET OP: de onderwerpgerichte staalkaarten zijn verwerkt in de geïntegreerde versie van de staalkaarten. Deze staalkaarten zijn verouderd en zullen niet meer geactualiseerd worden.

In de geïntegreerde versie van de staalkaarten zijn de voorbeeldregels uit de onderwerpgerichte staalkaarten (deel II van iedere staalkaart) in samenhang te raadplegen. U kunt de onderwerpgerichte staalkaarten op deze pagina raadplegen maar u moet er wel rekening mee houden dat deze verouderd zijn. Zo is in de onderwerpgerichte het oude casco uit 2020 nog toegepast terwijl in de geïntegreerde versie van de staalkaarten het nieuwe casco is toegepast. Daarnaast zijn de voorbeeldregels uit de onderwerpgerichte staalkaarten niet een-op-een overgenomen in de geïntegreerde versie van de staalkaarten maar zijn deze aangepast naar aanleiding van nieuwe inzichten.

Echter zijn er ook een aantal zaken die u wel terugvindt in de onderwerpgerichte staalkaarten maar niet in de geïntegreerde versie van de staalkaarten. Zo vindt u in iedere onderwerpgerichte staalkaart de ontwerpkeuzes (deel I) terug. Deze ontwerpkeuzes zijn als 'gegeven' beschouwd voor de geïntegreerde versie van de staalkaarten. Daarnaast zijn er in de onderwerpgerichte staalkaarten soms verschillende varianten uitgewerkt hoe u iets kunt regelen in het omgevingsplan. In de geïntegreerde versie van de staalkaarten zijn deze in verschillende varianten niet opgenomen en is een voorkeursvariant gekozen.

Dit document reikt een structuur aan voor de regels van het omgevingsplan. Doel hiervan is gemeen­ten te ondersteunen bij het maken van een omgevingsplan en de opgave hiertoe zichtbaarder, han­teerbaarder en vooral doenbaar te maken. Het illustreert de verschillende type regels die een omge­vingsplan kan bevatten en op welke plaats deze kunnen worden opgenomen.

Let op: dit is een verouderd casco. Het nieuwe casco is te raadplegen in de geïntegreerde versie van alle staalkaarten.

De staalkaart ‘integratie verordeningen in het omgevingsplan, deel l’ bouwt voort op de structuur van het casco uit 2020. In deze staalkaart zijn voor vier activiteiten regels vanuit de model-APV in de structuur van het casco gezet. Het gaat hierbij om de activiteiten objecten op de weg, uitritten, parkeer-excessen en kappen. Voor elke activiteit zijn er verschillende varianten uitgewerkt, om te laten zien op welke verschillende manieren activiteiten in een omgevingsplan kunnen worden geregeld. In de toelichting wordt beschreven welke basiskeuzes de gemeenten moet maken bij het regulieren van activiteiten en worden de gevolgen van de verschillende varianten uitgelegd. Voor deze staalkaart is ook gewerkt met de ‘ontwerpvragen’

De staalkaart is ook gedigitaliseerd (annotaties en toepasbare regels) en beschikbaar in het Omgevingsloket.

Voorbeeld

Voor de regels voor het maken van uitritten is bijvoorbeeld een variant met algemene regels (zoals breedte van de uitrit) gecombineerd met een verplichte melding en een variant mét een vergunningplicht opgenomen. De gemeente kan bijvoorbeeld aan de hand van het type gebied (veel of weinig verkeer) een variant opnemen in het omgevingsplan. Waarschijnlijk is er niet één variant die naadloos aansluit op het beleid en het grondgebied van een hele gemeente. Daarbij is de locatie leidend. Er zullen als gevolg van gebiedskenmerken en/of ambities verschillende combinaties van varianten ontstaan in de omgevingsplannen van gemeenten.

In de staalkaart verordeningen in het omgevingsplan deel II worden delen van de model-APV omgezet in voorbeeldregels voor het omgevingsplan. De regels betreffen de activiteiten opbreken en graven, het aanleggen van kabels en leidingen, standplaatsen innemen en het maken van reclame.

Deze activiteiten zijn de zogenaamde ‘topactiviteiten’. Dit zijn activiteiten uit lokale verordeningen die op basis van het huidig recht het meeste worden aangevraagd bij gemeenten. Voor deze activiteiten worden met deze staalkaarten voorbeeldregels voor het omgevingsplan nieuwe stijl gemaakt. De voorbeeldregels kunnen worden gebruikt wanneer de regels uit de lokale verordeningen over deze onderwerpen worden opgenomen in het omgevingsplan. 

Deze staalkaart is ook gedigitaliseerd (annotaties en toepasbare regels) en beschikbaar in het Omgevingsloket.

Lees voor gebruik van deze staalkaart ook de introductie in de Staalkaart integratie van vier verordeningen, deel l. Ook adviseren wij het Handboek voor de planopsteller en de Ontwerpvragen te raadplegen.

Deze staalkaart geeft voorbeeldregels over het gebiedstype ‘bestaande woonwijk’, die in het omgevingsplan kunnen worden opgenomen.  De bestaande woonwijk is een wijk waar iedere gemeente er wel één of meer van heeft. Het is een wijk waar geen grote ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden, maar waar wel een aantal vraagstukken op het gebied van de fysieke leefomgeving spelen. De staalkaart geeft inzicht in hoe de systematiek van het omgevingsplan kan werken als ruimtelijke regels én een ander type regels, zoals in dit geval milieuregels, in het omgevingsplan worden geïntegreerd.

Deel I van deze staalkaart bevat een Handleiding voor de planopsteller, deze Handleiding is in mei 2020 tot stand gekomen en geeft algemene aanbevelingen voor het opstellen van een omgevingsplan, met gebruikmaking van de ontwerpvragen voor het omgevingsplan.

Voorbeeld

Een van de voorbeeldregels uit de staalkaart geeft aan dat het bouwen van een dakkapel vergunningvrij mag, mits deze aan een aantal voorwaarden voldoet. Dit voorbeeld illustreert de nieuwe (en extra) mogelijkheden die de Omgevingswet biedt om bouwactiviteiten te reguleren. Onder de Omgevingswet wordt onderscheid gemaakt tussen de technische en de ruimtelijke bouwactiviteit. Regels over de ruimtelijke bouwactiviteit worden in het omgevingsplan opgenomen. Het staat de gemeente daarbij vrij om bouwactiviteiten toe te staan onder het stellen van algemene regels of door een vergunningplicht op te nemen. 

Deze staalkaart geeft voorbeeldregels over het gebiedstype ‘bedrijventerrein’, die in het omgevingsplan kunnen worden opgenomen. Daarbij is uitgegaan van een bedrijventerrein zonder verplichte geluidproductieplafonds, met hoofdzakelijk productie- en handelsbedrijven, met daarnaast een aantal andere activiteiten zoals bijvoorbeeld een bouwmarkt, sportschool of zelfstandig kantoorgebouw. Het is een type bedrijfsterrein dat in Nederland veelvuldig voorkomt en waar opgaven op het gebied van de fysieke leefomgeving aan de orde kunnen zijn. De staalkaart geeft inzicht in hoe de systematiek van het omgevingsplan kan werken als ruimtelijke regels én een ander type regel, zoals in dit geval milieuregels, in het omgevingsplan worden geïntegreerd.

Deel I van deze staalkaart gaat in op de ontwerpvragen voor het omgevingsplan die voor deze staalkaart zijn doorlopen. Deel II bevat de regels zelf en deel III bevat een algemene en artikelsgewijze toelichting op de regels

Voorbeeld

De staalkaart bevat onder meer een drietal sets voorbeeldregels voor de inpassing van bedrijfsactiviteiten op basis van beschikbare gebruiksruimte voor geluid en geur. Ook op die manier kan invulling worden gegeven aan de integratie van milieu en ruimte in het omgevingsplan. Deze sets voorbeeldregels bieden alternatieven voor inwaartse zonering op basis van milieucategorieën en een Staat van Bedrijfsactiviteiten.

Deze staalkaart geeft voorbeeldregels voor het gebiedstype Buitengebied. Het buitengebied heeft tal van functies. Naast agrarische activiteiten wordt er gewoond en gecreëerd en bevinden er zich vaak natuurgebieden. Deze staalkaart gaat niet in op al deze functies van het buitengebied, maar bevat een selectie van onderwerpen en activiteiten die bij wijze van voorbeeld zijn uitgewerkt. Daarbij richt de uitwerking zich op 2 gebiedstypen binnen het buitengebied: het agrarisch kerngebied en een natuur- en waterbergingsgebied.

Deel I van deze staalkaart gaat in op de ontwerpvragen voor het omgevingsplan die voor deze staalkaart zijn doorlopen. Deel II bevat de regels zelf en deel III bevat een algemene en artikelsgewijze toelichting op de regels.

Voorbeeld

Voorbeelden van onderwerpen en activiteiten die in deze staalkaart worden uitgewerkt zijn:

  • Grondgebonden agrarische activiteiten: veehouderij (houden van landbouwhuisdieren) en akkerbouwbedrijf (telen van gewassen in de open lucht). In het bijzonder wordt aandacht besteed aan de integratie van ruimtelijke regels (die voorheen in bestemmingsplan waren opgenomen) en milieuregels (die voorheen in het Activiteitenbesluit en/of gemeentelijke geurverordening waren opgenomen). De wisselwerking tussen omgevingsplan en Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) krijgt daarbij ruime aandacht, inclusief de afbakeningsvraagstukken die daarbij spelen.
  • Ruimte-voor-ruimte: er is een voorbeeldregeling opgenomen voor het omzetten van een (voormalig) agrarisch perceel naar een of meerdere woonpercelen. Anders dan onder het huidige recht is het niet per se nodig om hiervoor het omgevingsplan te wijzigen, maar kan dit via het instrument van de vergunning (omgevingsplanactiviteit). Op welke wijze dit kan is uitgewerkt.

Deze staalkaart geeft voorbeeldregels voor het thema Energietransitie en wijkt daarmee af van de andere staalkaarten die gaan over een gebiedstype (zoals “Bestaande woonwijk” en “Buitengebied”). De regels zijn dus niet geordend aan de hand van de verschillende gebiedstypen (woonwijk, bedrijventerrein, buitengebied, etc.) die in het omgevingsplan worden gebruikt, nu deze gebiedstypen niet leidend zijn voor de energietransitie. De fasering in de tijd hangt af van andere factoren dan het type gebied, en het kan goed zijn dat in de transitie gebieden of wijken worden opgepakt die in verschillende gebiedstypen liggen of juist slechts een deel van een gebiedstype omvatten. Door de energietransitie als thema te benaderen, hoeft de gebieds- of wijkgerichte aanpak zich niet aan de gebiedstypologie te houden. Het gaat erom dat de juiste mix van thema’s/prioriteiten per deelgebied of wijk wordt ingezet.

Deel I van deze staalkaart gaat in op de ontwerpvragen voor het omgevingsplan die voor deze staalkaart zijn doorlopen. Deel II bevat de regels zelf en deel III bevat een algemene en artikelsgewijze toelichting op de regels.

LET OP: de voorbeeldregels van de staalkaart Energietransitie gebouwde omgeving zijn niet opgenomen in de geïntegreerde versie van de staalkaarten.

Voorbeeld

Voorbeelden van onderwerpen en activiteiten die in deze staalkaart worden uitgewerkt zijn:

  • Omgevingswaarden duurzame energievoorziening
  • Regels over bouwwerken
  • Energie- en warmtevoorziening
  • Regels over de energietransitie met gebruikmaken van de specifieke zorgplicht, maatwerkvoorschriften etc., waaronder thematische regelingen over activiteiten zoals kabels en leidingen, duurzaam gebruik daken, energiewinning op daken
  • Energiewinning op onbenutte terreinen.

De Staalkaart Transformatiegebied laat zien hoe het omgevingsplan kan worden ingezet om een gebiedsontwikkeling (in dit geval een woningbouwlocatie) te faciliteren, Dit gebied, dat overwegend gebruikt wordt voor maatschappelijke functies (zoals sportvelden en volkstuinen), ondergaat een transformatie naar een ruim opgezette woonwijk. Er wordt onder andere ingegaan op milieueffectrapportage bij het omgevingsplan, gefaseerde ontwikkeling en het afwijken van grenswaarden voor geluid en geur van het Bkl. De voorbeeldregels van deze staalkaart zijn direct opgenomen in de geïntegreerde versie van de staalkaarten. Op deze pagina vindt u alleen deel I (het ontwerp) van de staalkaart.