De VNG ontwikkelt staalkaarten voor het omgevingsplan, waaronder een voorbeeldstructuur. Het casco laat de structuur van het omgevingsplan zien. De staalkaarten bevatten (juridische) regels die als voorbeeld en inspiratie voor een gemeente kunnen dienen. Het geheel geeft inzicht in de nieuwe mogelijkheden die de systematiek van de Omgevingswet biedt.

Een staalkaart geeft een representatief deel (gebied of thema) van het omgevingsplan weer, binnen de daarvoor geldende wettelijke eisen op grond van de Omgevingswet. Een staalkaart dient enerzijds ter inspiratie en anderzijds als een representatief voorbeeldmodel van een omgevingsplan. Het zijn dus géén modelverordeningen, maar ze laten wel mogelijkheden zien hoe zaken in het omgevingsplan geregeld kunnen worden. Het is uiteindelijk aan de raad om te bepalen wat de doelstellingen zijn van het omgevingsplan en hoe zij het gemeentelijk beleid omzet in het omgevingsplan.

Het casco is een voorbeeldstructuur voor de juridische regels in het omgevingsplan. Deze structuur laat zien op welke wijze een omgevingsplan kan worden opgebouwd. Het gaat als het ware om het casco van een huis, waarvan de kamers moeten worden ingericht. De structuur voor het omgevingsplan kan door elke gemeente worden gevuld met de specifieke regels voor de opgaven van die gemeente. 

De staalkaart ‘integratie verordeningen in het omgevingsplan, deel l’ bouwt voort op de structuur van het casco. In deze staalkaart zijn voor vier activiteiten regels vanuit de model-APV in de structuur van het casco gezet. Het gaat hierbij om de activiteiten objecten op de weg, uitritten, parkeer-excessen en kappen. Voor elke activiteit zijn er verschillende varianten uitgewerkt, om te laten zien op welke verschillende manieren activiteiten in een omgevingsplan kunnen worden geregeld. In de toelichting wordt beschreven welke basiskeuzes de gemeenten moet maken bij het regulieren van activiteiten en worden de gevolgen van de verschillende varianten uitgelegd. Voor deze staalkaart is ook gewerkt met de ‘ontwerpvragen’.

Voorbeeld

Voor de regels voor het maken van uitritten is bijvoorbeeld een variant met algemene regels (zoals breedte van de uitrit) gecombineerd met een verplichte melding en een variant mét een vergunningplicht opgenomen. De gemeente kan bijvoorbeeld aan de hand van het type gebied (veel of weinig verkeer) een variant opnemen in het omgevingsplan. Waarschijnlijk is er niet één variant die naadloos aansluit op het beleid en het grondgebied van een hele gemeente. Daarbij is de locatie leidend. Er zullen als gevolg van gebiedskenmerken en/of ambities verschillende combinaties van varianten ontstaan in de omgevingsplannen van gemeenten.

In de staalkaart verordeningen in het omgevingsplan deel II worden delen van de model-APV omgezet in voorbeeldregels voor het omgevingsplan. De regels betreffen de activiteiten opbreken en graven, het aanleggen van kabels en leidingen, standplaatsen innemen en het maken van reclame.

Deze activiteiten zijn de zogenaamde ‘topactiviteiten’. Dit zijn activiteiten uit lokale verordeningen die op basis van het huidig recht het meeste worden aangevraagd bij gemeenten. Voor deze activiteiten worden met deze staalkaarten voorbeeldregels voor het omgevingsplan nieuwe stijl gemaakt. De voorbeeldregels kunnen worden gebruikt wanneer de regels uit de lokale verordeningen over deze onderwerpen worden opgenomen in het omgevingsplan. 

Deze staalkaart Verordeningen in het omgevingsplan deel ll, dient te worden gelezen in samenhang met de Introductie in de Staalkaart integratie van vier verordeningen, deel l. Ook adviseren wij de Handleiding voor de planopsteller, het Casco en de Ontwerpvragen te raadplegen.

Deze staalkaart geeft voorbeeldregels over het gebiedstype ‘bestaande woonwijk’, die in het omgevingsplan kunnen worden opgenomen.  De bestaande woonwijk is een wijk waar iedere gemeente er wel één of meer van heeft. Het is een wijk waar geen grote ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden, maar waar wel een aantal vraagstukken op het gebied van de fysieke leefomgeving spelen. De staalkaart geeft inzicht in hoe de systematiek van het omgevingsplan kan werken als ruimtelijke regels én een ander type regels, zoals in dit geval milieuregels, in het omgevingsplan worden geïntegreerd.

Deel I van deze staalkaart bevat een Handleiding voor de planopsteller, deze Handleiding is in mei 2020 tot stand gekomen en geeft algemene aanbevelingen voor het opstellen van een omgevingsplan, met gebruikmaking van de ontwerpvragen voor het omgevingsplan.

Voorbeeld

Een van de voorbeeldregels uit de staalkaart geeft aan dat het bouwen van een dakkapel vergunningvrij mag, mits deze aan een aantal voorwaarden voldoet. Dit voorbeeld illustreert de nieuwe (en extra) mogelijkheden die de Omgevingswet biedt om bouwactiviteiten te reguleren. Onder de Omgevingswet wordt onderscheid gemaakt tussen de technische en de ruimtelijke bouwactiviteit. Regels over de ruimtelijke bouwactiviteit worden in het omgevingsplan opgenomen. Het staat de gemeente daarbij vrij om bouwactiviteiten toe te staan onder het stellen van algemene regels of door een vergunningplicht op te nemen. 

Het casco en de staalkaarten van de VNG zijn tot stand gekomen in het project ‘Gemeentelijke staalkaarten voor het omgevingsplan’. De VNG werkt hierin samen met gemeenten en het interbestuurlijke programma Aan de Slag en directie Eenvoudig Beter van het Ministerie van BZK en de overige koepels en overheidsorganisaties. Het programma Aan de Slag in de Omgevingswet heeft in 2017 en 2018 vier staalkaarten ontwikkeld, onder  de naam “Handvatten voor het omgevingsplan”. De gemeentelijke staalkaarten zijn een doorontwikkelen van dat project. Op elk deelproduct is gereageerd en gereflecteerd door de Reflectieraad: een commissie van onafhankelijke experts. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met staalkaarten@vng.nl.