Onder de Omgevingswet verhuizen veel regels van het Rijk naar gemeenten. Het Rijk zorgt er met het Invoeringsbesluit voor dat deze regels automatisch in het omgevingsplan komen. Dit heet ook wel de 'bruidsschat'. 

Wanneer regels van het Rijk naar gemeenten overgaan moet een voorziening getroffen worden om te voorkomen dat deze regels vervallen voordat de gemeente vergelijkbare of vervangende regels heeft kunnen stellen. Het gaat dus om een tijdelijke oplossing, bedoeld om een rechtsvacuüm te voorkomen.  Deze voorziening wordt de bruidsschat genoemd. 

Wat is de bruidsschat? 

De bruidsschat bestaat uit ongeveer 600 regels uit het huidige Activiteitenbesluit, Bouwbesluit en het Besluit omgevingsrecht (Bor). De regels hebben betrekking op een grote diversiteit aan onderwerpen, zoals horeca, detailhandel, recreatie, lozingen, emissies van geluid, geur en trillingen door bedrijven en bouwen. 

De regels zijn aangepast aan de terminologie van de Omgevingswet. Dit is beleidsneutraal of beleidsarm gedaan: de essentie van de regels is ongewijzigd. Ze voldoen ook nog niet aan álle eisen van de Omgevingswet, waaronder instructieregels van Rijk en provincie. Ook is vanzelfsprekend het lokale maatwerk nog niet vormgegeven. Gemeenten moeten dus met de bruidsschat aan de slag. 

 

De regels worden door het Rijk gedigitaliseerd en ingelezen in het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Het Rijk maakt ook toepasbare regels. Toepasbare regels zijn juridische regels die vertaald zijn naar ‘gewone mensen taal’. Het Rijk stelt hiervoor vragenbomen op, waarmee inwoners door het beantwoorden van vragen kunnen checken of ze vergunningplichtig zijn en zo ja aan welke vereisten hun aanvraag moet voldoen. De zogenaamde indieningsvereisten. 

Voor het checken van de vereisten, worden niet voor alle activiteiten toepasbare regels gemaakt. Alleen voor de topactiviteiten worden toepasbare regels gemaakt, dezelfde werkwijze als voor de Rijksregels. Topactiviteiten zijn de activiteiten in de fysieke leefomgeving die het meest worden uitgevoerd door inwoners en bedrijven. Het Rijk maakt wel voor alle indieningsvereisten toepasbare regels. 

Iedere gemeente krijgt zijn eigen set regels, gekoppeld aan het eigen gemeentelijk gebied. Hiervoor hoeft de gemeente niets te doen. De regels worden per 1 januari 2021 opgenomen in de Landelijke voorziening bekendmaken en beschikbaar stellen (LVBB). Omgevingswetbesluiten komen via deze landelijke voorziening ook in het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). De Ambtsgebieden (contouren van de gemeenten) worden niet meegeleverd bij de omgevingsplannen. De geometrische begrenzingen worden namelijk niet vastgesteld bij Invoeringsbesluit voor het omgevingsplan. Om de ambtsgebieden zichtbaar te krijgen in zowel de LVBB als DSO-LV wordt in opdracht van DSO door het Kadaster een ambtsgebiedenservice ontwikkeld. 

 

De definitieve bekendmaking van de juridische bruidsschatsregels plaats via het Invoeringsbesluit (IB). Tot die tijd is er een versie beschikbaar waarmee gemeenten en hun softwareleveranciers al kunnen proefdraaien. Dergelijke praktijkproeven zullen het Rijk en de VNG tot de inwerkingtreding van de wet ook uitvoeren. Een eerste proef  met één gemeente is al succesvol afgerond. Daarna wordt via een kopieslag met meerdere gemeenten proefgedraaid. Nog enkele maanden later wordt daarbij de definitieve versie van de bruidsschat uit het invoeringsbesluit meegenomen. Weer enkele maanden daarna vindt dan tenslotte een generale repetitie plaats waarbij 355 omgevingsplannen in een proefversie worden uitgebracht. 

 

Vanaf de inwerkingtreding van de wet kunnen gemeenten de bruidsschat regels wijzigen, handhaven of laten vervallen. Binnen de wettelijke kaders van de Omgevingswet kunnen regels dus worden aangepast aan de gemeentelijke situatie en het gemeentelijk beleid. Alle bruidsschatregels moeten voor 2029 op deze wijze zijn behandeld en vragen om een raadsbesluit. Dit geldt ook voor regels die ongewijzigd worden opgenemen in het nieuwe omgevingsplan. De formele voorbereidingsprocedure daarvoor kan starten bij de inwerkintreding van de wet (ter inzage leggen ontwerp).  De voorbereiding zelf kunt u nu al starten. Er zijn daarvoor drie acties die de gemeente kan nemen:  

  • Schrap - waar er geen lokaal probleem is; 

  • Stem af - op de specifieke situatie in het gebied; 

  • Specificeer - als er specifieke wensen voor een gebied zijn.  

Als een gemeente voor 1 januari 2029 niets heeft gedaan met de bruidsschatregels is het de vraag of de gemeente in staat is geweest om de maatschappelijke doelen van de omgevingswet - beschermen en benutten - maximaal te bereiken.  

Daarnaast geldt dat de bruidsschatregels niet komen te vervallen als een gemeente ze niet zelf schrapt. Regels uit lokale verordeningen die opgenomen moeten worden in het omgevingsplan lopen het risico onverbindend te worden verklaard omdat een regel in het omgevingsplan voor een regel in de verordening gaat. Het is dus zaak dat gemeenten voor 2029 alle bruidsschatregels hebben verwerkt tot eigen regels, of hebben laten vervallen.  

Het is niet altijd mogelijk bruidsschat regels ongewijzigd over te nemen in het omgevingsplan. Het kan bijvoorbeeld zo zijn dat een regel niet voldoet aan het Besluit kwaliteit leefomgeving. Of de keuze voor het type regel past niet binnen de eigen visie op het omgevingsplan cq de formulering is niet consistent met de overige formuleringen van regels in omgevingsplan. In dergelijke gevallen zal de gemeente de regel uit de bruidsschat eerst moeten aanpassen alvorens deze over te nemen in het eigen omgevingsplan. 

Het schrijven van milieuregels (als onderdeel van de omgevingsplanregels) is een nieuwe taak voor gemeenten. Ook hierbij staan opgaven en ambitie van de gemeente centraal en is de invulling afhankelijk van knelpunten. Samenwerking met de Omgevingsdienst bij het vormgeven van deze regels is noodzakelijk.