Raadgever De raad stuurt met de omgevingsvisie

Niet alles kan binnen de beperkte ruimte die wij in Nederland hebben. Economische groei kan ten koste gaan van leefbaarheid, natuur ten koste van bereikbaarheid en omgekeerd. Dit vraagt het maken politieke keuzes. De omgevingsvisie wordt in het kader van de Omgevingswet  het belangrijkste instrument om keuzes vast te leggen over de fysieke leefomgeving. Dat gaat niet alleen over ruimtelijke ordening, maar over de hele fysieke leefomgeving: bouwwerken, infrastructuur, water, bodem, lucht, landschap, natuur, cultureel en werelderfgoed. De gemeenteraad kan ook thema’s zoals duurzaamheid, gezondheid, veiligheid en klimaat bij de visie te betrekken. De omgevingsvisie is kortom breder en meer integraal dan de huidige structuurvisie.

Deze raadgever geeft handvatten hoe de gemeenteraad kan sturen op met de omgevingsvisie.

Lokaal maatwerk voor de lange termijn

De gemeenteraad is verplicht een omgevingsvisie vast te stellen. Alle sectorale plannen (verkeersplan, waterplan, milieuplan enz.) moeten in de visie worden opgenomen. De omgevingsvisie is bindend voor de raad en het college van B&W; alleen met een inhoudelijke onderbouwing kan het gemeentebestuur ervan afwijken. De omgevingsvisie is richtinggevend voor de omgevingsplannen en de -verordeningen van de gemeente.

De gemeenteraad stuurt met de omgevingsvisie op de lange termijn. Het gaat om de ontwikkeling, inrichting, en het behoud van de leefomgeving. De wet gaat uit van het principe ‘decentraal wat kan, centraal wat moet’. Dat geeft gemeenten meer afwegingsruimte voor lokaal maatwerk. De raad moet de vraag beantwoorden: wat is belangrijk in mijn gemeente? Wat voor een gemeente willen wij? De gemeenteraad kan per gebied vaststellen wat de kwaliteit is, welke kwaliteit gewenst is en wat daarvoor moet gebeuren.

Keuzes voor de raad

In de omgevingsvisie is nog meer te kiezen. Wil de raad een globale of juist gedetailleerde visie? Een visie op grote lijnen geeft initiatiefnemers meer vrijheid. Met een meer uitgewerkte visie heeft de gemeenteraad meer grip op gewenste ontwikkelingen. Een omgevingsvisie kan algemeen zijn of juist specifiek. Omdat de fysieke leefomgeving breed kan worden opgevat kunnen ook welzijn, zorg en economie onder een algemene/integrale visie vallen. Aan de andere kant kan het voor de effectiviteit en de overzichtelijkheid belangrijk om af te bakenen. Welke thema’s krijgen een plaats in de integrale visie? En kiest u voor een gebiedsgericht aanpak, of juist een gebiedsoverstijgende of regionale visie samen met andere gemeenten?

De beschikbare middelen, capaciteit en het tijdspad kunnen naast de ambitie bepalend zijn voor de invulling van de omgevingsvisie. Werkt de ambtelijke organisatie al volledig integraal en kunnen thema’s in samenhang worden opgepakt of er is meer voorbereidingstijd voor nodig?

Gesprek met de samenleving

Participatie is voortaan niet beperkt tot het indienen van een zienswijze op de visie. Inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties moeten vanaf het begin worden betrokken. Hoe de gemeente dat organiseert is aan de gemeenteraad die dit vaststelt. Het is daarom van belang na te denken over de speelruimte en de spelregels voor de omgevingsvisie. Wil de raad vanaf de start inhoudelijk sturen (sterke kaderstellende rolopvatting) of is het gesprek juist belangrijker dan de uitkomst (sterke volksvertegenwoordigende opvatting)? Neemt de gemeenteraad zelf het initiatief om het gesprek te voeren of wordt achteraf getoetst of het college van B&W elke inbreng voldoende heeft meegenomen (sterke controlerende rolopvatting)?

Samenwerking en afstemming

Het is verplicht om de omgevingsvisie af te stemmen met inwoners en bedrijven. Maar ook met andere overheden: buurgemeenten, provincie, waterschappen, en regionale uitvoeringsdiensten (omgevingsdienst, veiligheidsregio, GGD/GHOR-regio).

Gemeenten kunnen gezamenlijk een regionale omgevingsvisie maken. Dat kan een voordeel zijn omdat veel zaken, bijvoorbeeld geur en geluid, zich niet houden aan gemeentegrenzen. Afstemming daarover is vereist. Ook het Rijk en de provincie maken omgevingsvisies. Zij zijn verplicht om die met de betrokken gemeenten af te stemmen. De gemeente hoeft de provinciale visie niet te volgen, maar kan ervan afwijken, mits goed onderbouwd. Anderzijds hoeft de gemeentelijke omgevingsvisie niet te worden goedgekeurd door Rijk of provincie. De onderlinge afstemming moet leiden tot betere samenwerking, inzicht in elkaars ambities en plannen en moet voorkomen dat in de afzonderlijke visies tegenstijdige elementen zitten.

Meer informatie