Onderzoek en monitoring zijn cruciaal om te bepalen wat de juiste acties zijn om huiselijk geweld en kindermishandeling (HGKM) echt te stoppen. Zowel in het onderzoek naar de effectiviteit in de aanpak van HGKM bij multi-probleem gezinnen als in de meerjarige impactmonitor met het CBS dashboard, zien we positieve resultaten van de gezamenlijke inspanningen van de afgelopen jaren. Onderzoek helpt om samen met partners en regio’s de goede prioriteiten te stellen en nog eerder en vaker het geweld te signaleren en te stoppen.

Het Verwey-Jonker Instituut gaat in opdracht van ZonMw een derde cohortstudie uitvoeren naar de resultaten van de effectiviteit van de aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling. Het is niet eenvoudig om veiligheid en herstel te brengen in gezinnen waar huiselijk geweld speelt, bleek uit twee eerdere cohortstudies. De grote complexiteit van huiselijk geweld en kindermishandeling vraagt om een programmatische en systemische aanpak. In deze derde cohortstudie onderzoekt men daarom opnieuw wat werkt om het geweld te stoppen. Gedurende een jaar volgt men een groep volwassenen en gezinnen die in een bepaalde periode gemeld zijn bij Veilig Thuis. Onderzoek wordt gedaan, kort na de melding en een jaar later. Begin 2023 is er een publicatie.

Uit de eerste cohortstudie (2009-2013) werd al duidelijk dat het stoppen van geweld geen vanzelfsprekende zaak is. Beleidsmakers in de vier grote steden wilden door dit onderzoek te weten komen wat het resultaat was van de nieuwe integrale aanpak huiselijk geweld in deze steden. Het partnergeweld bleek anderhalf jaar na melding in geen van de gezinnen daadwerkelijk te zijn gestopt.

Op de goede weg

Uit de tweede cohortstudie bleek dat we op de goede weg zijn als het gaat om de aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling. Partnergeweld en kindermishandeling in gezinnen neemt duidelijk af als zij gemeld zijn bij Veilig Thuis. In ongeveer drie op de tien gezinnen lukte het om het geweld te stoppen. Toch was er na anderhalf jaar hulp in meer dan de helft van de gezinnen nog steeds sprake van ernstig of veelvuldig geweld, wat zware gevolgen heeft voor de slachtoffers op korte en lange termijn.

Wat werkt?

Er wordt zowel landelijk als regionaal hard gewerkt aan het verbeteren van de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling. In deze derde cohortstudie onderzoekt men daarom opnieuw wat werkt om het geweld te stoppen. Gedurende een jaar volgen we een groep volwassenen en gezinnen die in een bepaalde periode gemeld zijn bij Veilig Thuis vanwege zorgen over huiselijk geweld en/of kindermishandeling. Hoe gaat het na de melding? Lukt het om het geweld te stoppen en krijgen ze daarbij hulp en ondersteuning? Wat werkt op regionaal en op landelijk niveau?

Men neemt opnieuw vragenlijsten af over geweld, welzijn en hulp bij volwassenen en kinderen, slachtoffers en plegers. Dit doet men kort na de melding en een jaar later. Zo ziet men in hoeverre geweld is gestopt, het welzijn is verbeterd en welke hulp daaraan kan bijdragen. De intentie van het ministerie van VWS en J&V is dat dit onderzoek elke twee jaar herhaald wordt in de helft van de Veilig Thuis regio’s, zodat elke VT-regio elke vier jaar beleidsinformatie krijgt. Zo wordt op landelijk en op regionaal niveau duidelijk of de gedane investeringen werken en hoe we de aanpak kunnen verbeteren om geweld steeds eerder en sneller te kunnen stoppen.

Het onderzoek dat het Verwey-Jonker Instituut in november 2020 afrondde naar de effectiviteit van de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling laat zien dat de resultaten bemoedigend zijn, maar dat het een kwestie is van een lange adem.

Tweeërlei uitleg

De lange adem die nodig is niet alleen van toepassing op de noodzaak om langere tijd bij een gezin betrokken te blijven, maar heeft ook betrekking op de lange tijd die nodig is om te investeren in een effectieve aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling. Dat geldt zowel op landelijk als regionaal en gemeentelijk niveau. Alle ketenpartners uit het zorg- en veiligheidsdomein hebben hier hun bijdrage te leveren in nauwe samenwerking met en goed afgestemd op elkaar.

Werkzame elementen

Het programma Geweld hoort nergens thuis (GHNT) vroeg aan het Verwey-Jonker Instituut (VJI) om de werkende elementen die uit het Cohort-onderzoek naar voren kwamen op een rijtje te zetten in een verkorte beleidsnotitie van het onderzoeksrapport. Verwey-Jonker toetste die uitkomsten aan de prioriteiten en de resultaten, van het programma GHNT over de afgelopen drie jaar. De conclusie is dat de prioritaire thema’s waar het programma GHNT op heeft ingezet en die ze heeft ondersteund met handreikingen, hulpmiddelen en kaders in lijn liggen met de beproefde werkzame bestanddelen die uit het onderzoeksrapport naar voren zijn gekomen.

Prioriteiten GHNT

Integrale sturing, het werken vanuit de visie gefaseerde ketenzorg, het versterken van de lokale (wijk-)teams en de MDA++ aanpak zijn helpende basiselementen om huiselijk geweld en kindermishandeling met duurzaam effect aan te pakken. Uit het onderzoek blijkt dat er daardoor waardevolle resultaten zijn geboekt in de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling. In een periode van anderhalf jaar is het geweld in de gevolgde gezinnen duidelijk afgenomen. Dit is een aanzienlijke verbetering ten opzichte van de resultaten van een vergelijkbaar onderzoek in de vier grote steden van zes jaar eerder, waaruit bleek dat in geen van de gezinnen het geweld was afgenomen. Tegelijkertijd constateren de onderzoekers dat in meer dan de helft van de gevolgde gezinnen nog steeds sprake is van ernstig of veelvuldig geweld. Dit laat zien hoe belangrijk het is om blijvend in te zetten op het versterken van de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling.

Oproep

Daarom in deze verkorte beleidsversie van het onderzoeksrapport een dringende oproep aan zowel de landelijke als regionale en gemeentelijke bestuurders en uitvoeringsorganisaties om werk te blijven maken van het eerder en beter in beeld krijgen van huiselijk geweld en kindermishandeling, het te stoppen en structureel op te lossen.

icoon online talkshow

In opdracht van de 4 grootste gemeenten (G4), de R9, het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en de Augeo Foundation, volgde het Verwey-Jonker Instituut (VJI) van 2009 tot 2018 gezinnen waar huiselijk geweld en kindermishandeling speelt. Doel was na te gaan of huiselijk geweld en kindermishandeling echt stopt. Maar ook om antwoord te krijgen op een aantal achterliggende vragen. Zoals over de risico- en beschermfactoren, de rol van ouders/opvoeders en die van professionals. Maar vooral over wat er nodig is om het geweld voor altijd te stoppen.  

Op 12 november 2020 gaan we in een interactieve online talkshow met minidocumentaires dieper in op belangrijke conclusies van dit onderzoek en wat deze betekenen voor toekomstig beleid. Landelijke en regionale deskundigen, ervaringsdeskundigen, bestuurders en onderzoekers bespreken wat werkt, wat we kunnen leren en wat ons te doen staat. De G4, R9, het Ministerie van VWS, het programma Geweld hoort nergens thuis, de Augeo Foundation, VJI, en de VNG nodigen u van harte uit deze talkshow, die u vanuit huis of kantoor kunt volgen.

De talkshow is tevens het startsignaal voor verdere verdieping en concretisering van de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling in uw eigen regio/gemeente of organisatie. Want alleen met elkaar kunnen we huiselijk geweld en kindermishandeling stoppen.

Video boodschap

Luister naar de video boodschap van Staatssecretaris Blokhuis n.a.v. het VJI onderzoeksrapport Kan huiselijk geweld en kindermishandeling echt stoppen?

  

De bestaande kennis over de aanpak van kindermishandeling en huiselijk geweld wordt gebundeld, geanalyseerd en toepasbaar gemaakt om te delen met gemeenten, organisaties en regionale projectleiders en professionals. Vervolgens wordt bepaald welk type onderzoek gewenst is. De opdracht is tweeledig:

  1. Kennissynthese, bestaande kennis over de aanpak van kindermishandeling en huiselijk geweld bundelen, analyseren, toepasbaar maken om te delen met gemeenten, organisaties en regionale professionals
  2. Ontwikkelen, inrichten en uitvoeren impactmonitor, er wordt een impactmonitor ontwikkeld waarmee wordt gemeten of er een wezenlijk verschil wordt gemaakt met de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling in de levens van mensen die het raakt.

De impactmonitor heeft betrekking op slachtoffer, dader en hun sociale netwerk en bestaat uit indicatoren waarmee de (maatschappelijke) impact van de inzet van de betrokken organisaties, professionals en overheden wordt gemonitord en onderzocht.

De uitgebreide toelichting en informatie over de opzet van de monitor aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling lees je in dit rapport.

De samenstelling van de onderzoekscommissie:

Samen met de derde voortgangsrapportage is de eerste editie van de Impactmonitor beschikbaar gekomen. De monitor blijft ook na afloop van het programma GHNT van kracht.

Het CBS heeft op 30 juni een nieuw interactief dashboard ‘Beleidsinformatie Veilig Thuis’ gepubliceerd met landelijke en regionale cijfers over kindermishandeling en huiselijk geweld op basis van dataleveringen van de Veilig Thuis-organisaties, zie https://dashboards.cbs.nl/v3/regionaaldashboardveiligthuis/.

Het nieuwe dashboard is tot stand gekomen in overleg met het ministerie van VWS, het ministerie van JenV, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en het Landelijk Netwerk Veilig Thuis (LNVT). Aan de verbinding met de Geweld hoort nergens thuis Impactmonitor HGKM die ook door het CBS wordt bijgehouden wordt gewerkt. 

Elk halfjaar leveren de Veilig Thuis-organisaties gegevens aan het CBS over de afgegeven adviezen, de ontvangen meldingen en de daaruit voortvloeiende activiteiten bij Veilig Thuis, zoals triage, onderzoek, overdracht en monitoring. Veilig Thuis-organisaties leveren daarbij informatie mee over onder andere:

  • de aard en duur van het geweld
  • het type adviesvrager of melder
  • het triagebesluit
  • de veiligheidsbeoordeling
  • het soort organisatie waaraan is overgedragen

Tot op heden publiceerde het CBS de uitkomsten in een aantal tabellen in de online databank StatLine (https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/navigatieScherm/thema?themaNr=84862).

Om deze uitkomsten toegankelijker te maken voor een grotere doelgroep zijn de uitkomsten van StatLine gevisualiseerd in een dashboard met een groot aantal interactieve landkaarten en grafieken. In één oogopslag is zo bijvoorbeeld te zien in welke regio of gemeente het aandeel meldingen van een acuut onveilig situatie hoog of juist laag is. Of in welke gemeente het aantal overdrachten aan de geestelijke gezondheidszorg fors is gestegen in de afgelopen jaren. Ook kan de situatie in een gemeente vergeleken worden met de situatie in de gehele Veilig Thuis-regio en met heel Nederland. 

CBS, VWS, JenV, VNG en LVNT dragen met dit dashboard bij aan het stimuleren van goede gesprekken over wat er opvalt in deze uitkomsten. Door in gesprek te gaan over deze uitkomsten kunnen professionals (VT-medewerkers en ketenpartners) en beleidsmakers zicht krijgen op de oorzaak van verschillen tussen regio’s en van ontwikkelingen in de tijd. Dit stimuleert het gezamenlijke leerproces in een datagedreven beleidscyclus, waarin naast cijfers uiteraard ook ruimte moet zijn en blijven voor de eigen ervaringen van directbetrokkenen en professionals.