Natuurlijk. Toezicht en handhaving zijn belangrijk om fraude in het sociaal domein te bestrijden. Maar ze helpen ook bij het voorkómen van problemen, het optimaliseren van de dienstverlening en het verbeteren van de kwaliteit ervan. Ze verdienen de aandacht van bestuurders dan ook in de volle breedte.

Verplaats ik me in de rol van gemeentebestuurder, dan komen er verschillende vragen in me op als het gaat om misstanden in het sociaal domein. Hoe constateren en herstellen we misstanden en fraude? Hoe komen ze eigenlijk tot stand? Waarom duurt het soms zo lang voordat we erachter komen dat er iets niet in de haak is? Hebben we zelf ergens steken laten vallen in onze dienstverlening? En hoe kunnen we dat de volgende keer voorkomen?

Regionale Platforms Fraudebestrijding

Dat ik me verplaats in de rol van bestuurder komt niet uit de lucht vallen. VNG Naleving faciliteert en ondersteunt de negen Regionale Platforms Fraudebestrijding (RPF), die bestaan uit bestuurders van gemeenten en vertegenwoordigers van landelijke ketenpartners. Ik was aanwezig bij de online-voorjaarsbijeenkomsten van de verschillende RPF’s. Bestuurders besluiten hier onder meer welke lokale en regionale interventieprojecten onder de vlag van de Landelijke Stuurgroep Interventieteams integraal zullen worden uitgevoerd. Maar vanuit VNG Naleving inspireren we ook het gesprek over trends en ontwikkelingen in ons domein. We vinden het belangrijk om samen het gesprek aan te gaan, zodat we van elkaar kunnen leren.

Zorgfraude, Participatiewet en gegevensdeling

Onderwerpen die op tafel kwamen waren onder meer zorgfraude, de hardheid van de Participatiewet en gegevensdeling. Bij de aanpak van zorgfraude is de tendens: inzetten op preventie en betere gegevensdeling tussen betrokken partijen. Wat ik in deze gesprekken proefde was dat veel gemeenten staan te popelen om in die aanpak de nodige stappen te zetten. Onze recent gepubliceerde praatplaat biedt daarvoor een goede ingang.

Gaat het over de Participatiewet, dan zie ik hoe de wens om mensen meer op individueel niveau te ondersteunen, op gespannen voet staat met de letter van de wet. Veel bestuurders gaven aan al veel te (willen) doen aan preventie, maatwerk en persoonlijk contact. Dat is nog lastig, omdat je ook oog moet houden voor het risico van rechtsongelijkheid dat maatwerk in zich draagt. De discussie over (de uitvoering van) de wet zal de gemoederen de komende tijd flink bezighouden.

Gegevensdeling blijft binnen alle takken van het sociaal domein een lastig issue. Terwijl de wens om datagericht te werken niet alleen komt vanuit de fraudekant, maar juist ook vanuit preventie en dienstverlening. Om te kunnen zorgen dat mensen die het nodig hebben de juiste (kwaliteit) zorg en/of (financiële) ondersteuning krijgen en mensen die het niet nodig hebben al aan de poort geweigerd worden. Voor veel gemeenten is het niet duidelijk welke gegevens ze nu wel en niet mogen delen. Zowel met externe partijen als binnen gemeenten zelf. Op verschillende fronten vindt een lobby plaats richting het rijk om de mogelijkheden voor gegevensdeling ‘proportioneel’ te verruimen. En al is het op dit moment een heet hangijzer, ook in het jaarlijkse gesprek van de RPF’s met de (nieuwe) bewindspersonen, zullen we dit weer aan de orde brengen.

Uitvoering verder verbeteren

Portretfoto Ingrid Hoogstrate

De Regionale Platforms Fraudebestrijding zagen het levenslicht in 2003. Wat ik merk is dat ‘fraudebestrijding’ de lading al langere tijd niet meer volledig dekt. Dat loopt synchroon met mijn ideeën over toezicht en handhaving: een belangrijke pijler in het stelsel van onze sociale zekerheid, die bijdraagt aan de rechtvaardigheid, effectiviteit én kwaliteit van de dienstverlening.

De gesprekken tijdens de afgelopen platformbijeenkomsten heb ik ervaren als zeer inspirerend. Ik hoop ook dat ze bestuurders hebben geïnspireerd om het gesprek aan te gaan met beleid en uitvoering binnen hun eigen gemeente. Dat ze nieuwe aanknopingspunten hebben om de uitvoering verder te verbeteren. En dat ze zien hoe toezicht en handhaving hierin een onmisbare schakel zijn.

Ingrid Hoogstrate, directeur VNG Naleving