In 2014 schreef Gijsbert Vonk, hoogleraar socialezekerheidsrecht, het artikel ‘Repressieve verzorgingsstaat’. Hij vreesde dat de nadruk op ‘plichten’ de sociale doelstelling van het uitkeringsbeleid zou verdrijven. Zou ‘Verzorgingsstaat op maat’ geen mooie titel zijn voor een volgend artikel?

Ik heb niet de illusie dat repressie binnen de Participatiewet en de andere wetten binnen het sociaal domein ooit niet meer nodig is. Waar het om geld gaat, bevinden zich altijd discutabele personen. Met goede preventie moeten we deze personen en organisaties zo goed mogelijk weren. Maar ik wil het begrip preventie graag verdiepen. Het is niet alleen de rechten en plichten nog eens duidelijk uitleggen. Het gaat erom dat we mensen die wél recht hebben op voorzieningen de júíste ondersteuning bieden én voorkomen dat mensen die al op de bodem zitten erdoorheen zakken. Zo voorzien we de sociale doelstelling van nieuwe energie. Dat kan alleen met maatwerk.

Pressure cooker pgb-fraude

Eind vorig jaar organiseerden we vanuit de VNG met gemeenten en andere ketenpartners de pressure cooker pgb-fraude. In vier dagen legden we de dienstverlening rond pgb-verstrekking onder de loep en bedachten gezamenlijk oplossingen om fraude met pgb’s te voorkomen. Hier bleek al snel dat oneigenlijk gebruik grotendeels is terug te voeren op fouten. Niet op fraude.

Een van de instrumenten om die fouten te voorkomen is een krachtige consulent. Iemand die bij de toegang een goed beeld heeft van de vraag en van de situatie. En die de budgethouder kan helpen om eveneens krachtig te zijn. Een pgb-vaardige cliënt die mondig genoeg is om aan te geven dat zijn eigen zorg of ondersteuning hapert. Voor dit maatwerk is een vertrouwensrelatie tussen consulent en budgethouder een randvoorwaarde. Die geldt ook bij de Participatiewet en de aanstaande Wet inburgering.

In beeld

Gemeenten staan zeker niet stil op dit gebied, maar er valt nog terrein te winnen. Zeker ook binnen de Participatiewet. In de publicatie ‘Sociaal domein op koers?’ van het SCP uit november 2020, staat onder meer dat gemeenten aangeven ongeveer 12,5% van hun cliëntenbestand niet in beeld te hebben.

Persoonlijk contact helpt om fouten en fraude te voorkomen. Het is veel krachtiger om iemand zijn rechten en plichten face-to-face en op zijn eigen niveau uit te leggen. Ook zijn mensen minder geneigd een vast contactpersoon te bedotten dan ‘de overheid’ of het systeem. Bovendien geef je cliënten het gevoel dat ze in beeld zijn en dat ze gezien worden. Dit verkleint de kans dat ze zich gaandeweg laten verleiden tot oneigenlijk gebruik en vergroot tegelijkertijd het (zelf)vertrouwen. Ook voor organisaties gaat dit in grote mate op. Relatiebeheer van zorgaanbieders is daarom een krachtig, preventief instrument.

Gezien

De relatie fungeert als lijm tussen de rechten en plichten, maar kent vooral ook een sociale component. Een zakelijke blik gaat heel goed samen met een vriendelijke en mensgerichte bejegening. Persoonlijk contact en maatwerk moeten ertoe leiden dat een cliënt ervaart dat je hem kent en het beste met hem voor hebt. Allereerst door hem de ondersteuning te bieden die hij nodig heeft. Niet meer en niet minder. Maar bijvoorbeeld ook door de sollicitatieplicht even op te schorten vanwege een penibele schuldensituatie. En maakt diezelfde persoon toch een fout, leg je hem dan een boete op die hij toch niet kan betalen? Los je het binnen de ruimte van de wet anders op? Of kijk je of hij gebaat is bij en recht heeft op andere voorzieningen? Met andere woorden: voorkom je dat hij door de bodem zakt? Dat is echt essentieel voor alle betrokkenen.

Portretfoto Ingrid Hoogstrate

Menselijke maat

Ik verlies de eisen aan capaciteit en het risico voor rechtsongelijkheid bij persoonlijk contact en maatwerk zeker niet uit het oog. Daar moeten we het gesprek de komende tijd echt over voeren. Toch geloof ik in deze weg. Ik vergelijk het weleens met de opvoeding van een kind. Dat geef je niet alles wat het wil, maar wel wat het nodig heeft. Verder mag hij of zij de wereld met de nodige ondersteuning zelf ontdekken. Gaat het fout, dan stuur je zodanig bij dat het kind ervan leert. Het ene kind zal baat hebben bij een goed gesprek, het andere bij straf. Maar met echt, persoonlijk contact, bewijzen we uiteindelijk iederéén een dienst!

- Ingrid Hoogstrate, directeur VNG Naleving