Zondag 15 maart. Vanavond geeft onze premier een persconferentie waarin hij naar verwachting verdere maatregelen afkondigt om de verspreiding van het coronavirus tegen te gaan. De verantwoordelijke departementen sorteren deze middag al voor op de sluiting van scholen en kinderopvangcentra. Bij de VNG krijgen we een telefoontje van het ministerie van SZW. Vanaf dat moment gaat het hard.

Nog diezelfde middag formeren we een interdisciplinair team met vertegenwoordigers van SZW, VNG, GGD en brancheorganisaties. Al snel is duidelijk dat de opvang van kinderen van ouders die werken in cruciale beroepen en vitale sectoren gewoon door moet gaan. Maar niets is gewoon in deze uitzonderlijke situatie. Zo bevinden we ons op het zogeheten GRIP-4-niveau, waarop de veiligheidsregio’s in charge zijn. Zij zijn tenslotte ingesteld op het omgaan met rampen die gemeentegrenzen overstijgen. Bijvoorbeeld als het gaat over een milieuramp of een veiligheidskwestie, of zoals nu over de volksgezondheid. Maar deze crisis is ongekend en treedt op veel gebieden buiten de gebaande paden. Ze ontwricht complete sociale structuren, óók omdat het zo lang kan duren. Gelukkig leren we binnen een aantal dagen hoe we samen om moeten gaan met onderwijs en zorg. 

Dankzij de korte lijnen in ons ‘crisisteam’ kunnen we die zondag nog de eerste informatie plaatsen op de websites van de rijksoverheid en de VNG. Ook sturen we vanuit het team Kinderopvang van VNG Naleving een mail aan alle gemeenten. Daarin maken we duidelijk dat gemeenten verantwoordelijk worden voor de noodopvang van kinderen van ouders met een cruciaal beroep. Daarnaast vragen we ze om ons de gegevens van de gemeentelijke coördinator aan te leveren, om aan te geven om hoeveel plekken het gaat en waar ze tegenaan lopen. Binnen een paar dagen geven bijna alle gemeenten hier gehoor aan. Dat zorgt ervoor dat we ook in gemeenteland korte lijnen hebben én dat we de basisinformatie razendsnel breed kunnen communiceren via de websites en het VNG-forum Kinderopvang

Waar het organiseren van de nieuwe werkelijkheid in de ene gemeente heel soepel verloopt, hebben andere gemeenten logischerwijs wat meer moeite. Al snel druppelen dan ook de eerste vragen binnen. Die hebben in eerste instantie vrijwel allemaal betrekking op de basis: zorgen dat de opvang staat. Wie moet wat doen? Hoe dan? Om welke kinderen gaat het precies? Wat later ontvangen we vragen over bijvoorbeeld de juridische basis en de financiële consequenties.  Je zou kunnen zeggen dat we elke dag een soort hoofdthema hebben. Inmiddels hebben we ruim 450 vragen ontvangen en merendeels beantwoord. Echt een grote prestatie van het verantwoordelijke team. Een vergelijkbare prestatie zie ik momenteel bij de uitdagingen in de opvang van kwetsbare kinderen. 

Ik ben echt onder de indruk van de enorme schakelkracht van gemeenten en overige betrokken partijen. Deze crisis heeft geen precedent; elke dag moeten we schakelen om het spel te spelen terwijl alle regels nog niet vaststaan. En ondanks de vele vragen die iedereen heeft, staan alle betrokkenen in de actiestand. Actie die gericht is op twee zaken: ouders in cruciale beroepen moeten door kunnen werken en kinderen moeten veilig zijn. Wat we gemeenten met name op ons forum steeds meegeven is: wees coulant, denk mee, werk aan praktische oplossingen, en blijf daarbij transparant en zorgvuldig. Trek geen houders van kinderopvang voor, maak het een level playing field. Documenteer daarbij goed wat je met elkaar afspreekt en blijf ook de privacy in het oog houden. Vergeet daarnaast de ouders en kwetsbare kinderen zelf niet. Zorg voor duidelijke communicatie en toegankelijkheid, liefst in de vorm van een naam en een telefoonnummer waar ze met vragen terechtkunnen.

Ingrid Hoogstrate, directeur VNG Naleving