VNG Magazine nummer 6, 2 april 2021

Tekst: Annemieke Diekman | Beeld: Shutterstock

Besluiten over digitale dienstverlening zijn in de gemeenteraad nog net geen hamerstuk. Gebrek aan tijd en kennis en andere prioriteiten zorgen voor onvoldoende verdieping in de materie. terwijl de maatschappelijke en sociale impact groot kan zijn.
 

Digitalisering

Digitalisering is zelden een onderwerp op de agenda van de gemeenteraad. Dat concludeerde het Rathenau Instituut in september vorig jaar al in zijn rapport Raad weten met digitalisering. Voor dat onderzoek was gesproken met zo’n dertig raadsleden, wethouders, griffiers en deskundigen uit diverse gemeenten.

Concrete landelijke richtlijnen op het gebied van digitale dienstverlening ontbreken, concludeert nu ook Emilie Stumphius van bureau Necker van Naem. Samen met collega’s onderzocht zij, in opdracht van de rekenkamer van Dordrecht, de rol van de gemeenteraad bij besluiten rond digitale dienstverlening. Dat leidde afgelopen januari tot het rapport Digi-taal dienstbaar. Ook hierin wordt geconcludeerd dat de gemeenteraad maar een beperkte rol inneemt in het proces van digitale dienstverlening.

Desondanks is het een onderwerp dat meer en meer op de agenda staat. Er zijn landelijke programma’s en meerdere partijen zijn bezig met digitale agenda’s, waaronder de VNG. Haar Digitale Agenda 2020 richt zich op het benutten van de mogelijkheden die de informatiesamenleving biedt. ‘Gemeenten gebruiken deze agenda’s wel als richtlijn, maar de landelijke visiedocumenten bevatten brede ambities en weinig harde kaders’, aldus Stumphius.

Controlerende rol
In Dordrecht is de uitvoering van de dienstverlening ondergebracht bij Dienstverlening Drechtsteden (DD). Dat betekent dat de regie en het opdrachtgeverschap bij de raad liggen. De raad geeft in de praktijk echter beperkt invulling aan deze regierol, zegt Stumphius. In plaats daarvan ligt de strategische rol grotendeels bij DD.

Stumphius: ‘De raad heeft zelf geen overkoepelende visie opgesteld. Dat is opvallend gezien zijn financiële verantwoordelijkheid. Ook wordt slechts beperkt gebruikgemaakt van de mogelijkheid om een controlerende rol te spelen. Er is vanuit de raad hoofdzakelijk aandacht voor de toegankelijkheid van de dienstverlening.’

Dordrecht staat niet op zichzelf. Het gebrek aan inzet bij raadsleden om zich te verdiepen in de maatschappelijke en sociale gevolgen van de gemeentelijke digitale dienstverlening, deed ook Bahreddine Belhaj in de pen klimmen. Belhaj is voorzitter van de Nederlandse raadsledenvereniging NVvR en PvdA-raadslid in Lelystad. Hij riep november vorig jaar alle raadsleden op met digitalisering aan de slag te gaan.

Elke gemeente heeft inwoners die digitaal niet vaardig zijn

Toeslagenaffaire
Op die oproep heeft hij nog weinig reacties gekregen. Wel merkt hij dat er langzamerhand meer bewustwording ontstaat. ‘De toeslagenaffaire heeft ook in de gemeentepolitiek veel ogen geopend. Als het bij de Belastingdienst zo fout heeft kunnen gaan, wat betekent dit dan voor onze systemen? Hoe werken die algoritmes in onze gemeente? Of wat is eigenlijk een algoritme? Dit soort vragen wordt nu wel vaker gesteld.’

Volgens het Rathenau-rapport zijn er drie belangrijke redenen waarom digitalisering zelden een onderwerp is op de agenda van de gemeenteraad. Ten eerste zijn raadsleden zich vaak nog te weinig bewust van de brede sociale en maatschappelijke impact van digitalisering. Daarnaast denken ze dat ze over onvoldoende kennis beschikken en zien ze digitalisering vooral als een uitvoeringskwestie die niet onder hun verantwoordelijkheid valt.

Belhaj onderschrijft dit. ‘Er liggen momenteel zware uitdagingen op het bordje van de gemeenteraad, denk aan de Omgevingswet en de jeugdzorg. Daardoor blijft weinig tijd over om je als raadslid in lastige materie als digitalisering van de dienstverlening te verdiepen. Maar dit is net zo goed een belangrijk dossier. Digitalisering is geen incident en werkt structureel door de maatschappij heen.’

Onderzoekster Stumphius ziet ook dat de werkdruk en de complexiteit van andere dossiers oorzaken zijn voor de beperkte betrokkenheid van de raad bij digitalisering. Raadsleden beschouwen volgens haar rapport, net als in dat van Rathenau, digitale dienstverlening vooral als bedrijfsvoeringsthema. Terwijl digitalisering voor burgers ongewenste neveneffecten kan hebben. ‘Ook ontbreekt vaak de kennis en de wil om zich echt in de materie te verdiepen en meer betrokken te raken. Het is gewoon niet zo spannend.’

Maatschappelijke impact
De onverwachte en ongewenste neveneffecten zouden voor de raad een drijfveer moeten zijn zich meer te bemoeien met digitalisering. Belhaj: ‘Een besluit over cameratoezicht in een uitgangsgebied is eerder politiek gedreven dan dat er bewust wordt nagedacht wat dit voor de privacy van burgers betekent. Veiligheid gaat hier dan boven privacy.’

Of neem het voorbeeld van het Rathenau Instituut over de komst van de slimme lantaarnpaal: die kunnen niet alleen hun straten verlichten – al dan niet afgestemd op de actuele verkeersdrukte – maar ook toezicht houden op de veiligheid in buurten en burgers de mogelijkheid bieden om accu’s op te laden van elektrische auto’s en fietsen. Bewoners in buurten waar zulke lantaarnpalen worden geplaatst, reageren echter niet altijd even enthousiast. Door de vele functionaliteiten heeft de slimme lantaarnpaal namelijk ook impact op het straatbeeld en hun leefomgeving. Het is belangrijk dat een gemeente hier vooraf goed over nadenkt en pas dan besluit welke functionaliteiten wel en niet wenselijk zijn.

De toeslagenaffaire heeft ook in de gemeentepolitiek veel ogen geopend

Over welke waarden leidend zouden moeten zijn bij digitalisering, hebben gemeenten wel al nagedacht. De VNG heeft in 2019 de ‘principes voor de digitale samenleving’ vastgesteld, die als gemeenschappelijk kader gelden voor digitalisering in de publieke ruimte. Dat gaat onder meer over inclusiviteit: de digitale infrastructuur in een gemeente moet voor iedereen beschikbaar, toegankelijk, transparant en veilig zijn.

Dat laatste is heel belangrijk, zegt Stumphius. ‘Grote groepen burgers zullen de digitale dienstverlening in hun gemeente omarmen, maar elke gemeente heeft inwoners die digitaal niet vaardig zijn, of vanwege taal of andere problemen zich digitaal niet kunnen redden. Die mensen moet je in het hele proces van digitalisering niet vergeten en de mogelijkheid van persoonlijk contact blijven bieden. Daar ligt ook een rol voor de gemeenteraad.’

Breed advies aan de raad
Zowel beide onderzoeksrapporten als Belhaj komen met aanbevelingen voor de gemeenteraden. Belhaj, die het vanuit de eigen praktijk bekijkt, pleit voor een aanpak waarbij overkoepelend wordt gekeken naar alle beleidsterreinen. Wat gebeurt daar op het gebied van digitalisering? Wat betekent dit voor de inwoner? En hoe zit het met de privacy? Daaruit zou een kader met normen en waarden moeten worden gedestilleerd dat leidend wordt binnen de gemeente en waar elk digitaliseringsbesluit aan wordt getoetst. Belhaj: ‘Zie het als een doorlopend proces. Je moet er als raad aan blijven werken.’

Om het gebrek aan kennis op te lossen, zou de raad minimaal een keer per jaar met de verantwoordelijk wethouder om de tafel moeten over de inhoud, zegt Stumphius. ‘Welke keuzes worden gemaakt en wat zijn daar de gevolgen van, wat zijn de kosten, wat levert het op, hoe reageert de burger? Stel een standaard vast op basis van eigen ambities en wensen van burgers. Daarnaast moeten raad en wethouder eerder in het proces met elkaar in gesprek en zou een startnotitie samen met de raad opgesteld moeten worden. De raad moet zich daarin actiever opstellen, de regierol meer naar zich toe trekken. Ook is het belangrijk om gebruikers, de inwoners bij de ontwikkeling van nieuwe dienstverlening  te betrekken.’

Nieuw denkraam
Het Rathenau Instituut komt in zijn rapport met een nieuw denkraam voor gemeenteraden. In vijf stappen kan dit hen helpen bewustere keuzes te maken bij digitalisering op alle beleidsterreinen: het vaststellen van de doelen, het in kaart brengen van de mogelijkheden, de manier zoeken om daar sturing aan te geven, de gewenste en ongewenste effecten in het vizier krijgen en als laatste de sturingsmogelijkheden zo inzetten dat de gewenste maatschappelijke effecten maximaal zijn en de ongewenste geminimaliseerd.

Nu is het afwachten of gemeenteraden de handschoen oppakken. Belhaj hoopt dat digitalisering uitgebreider dan voorheen terugkomt als onderwerp in de verkiezingsprogramma’s voor de gemeenteraadsverkiezingen volgend jaar. ‘In Dordrecht is het rapport Digi-taal dienstbaar positief ontvangen door het college’, zegt Stumphius. ‘Maar bij de presentatie van het onderzoek was maar een handjevol raadsleden aanwezig, dat is wel tekenend.’