Laatst bijgewerkt: 4 februari 2026

Het TAM-IMRO omgevingsplan is, zoals het woord al zegt, een tijdelijke alternatieve maatregel. Het is onvermijdelijk dat het gebruik van TAM-IMRO een aantal consequenties heeft die afwijken van het beoogde spoor voor het omgevingsplan, namelijk het vastleggen en onderhouden van het omgevingsplan conform STOP. We zetten ze hier op een rij, waarbij we telkens duiden wat de consequentie is en welke nuanceringen relevant zijn. Ook vindt u enkele tips om het effect te beperken. 

De impact van TAM-IMRO op de dienstverlening en de bedrijfsvoering kan meewegen in uw keuze om deze TAM wel of niet in te zetten als onderdeel van uw transitiestrategie (zie ook de Keuzehulp instrumentarium wijzigen omgevingsplan). Kiest u voor het gebruik van TAM-IMRO, verwerk deze keuze dan ook zorgvuldig in uw transitieplan. Besteed daarbij ook aandacht aan de maatregelen die u wilt nemen om het effect op dienstverlening en bedrijfsvoering te beperken. 

Sinds 1 januari 2026 is het niet meer mogelijk om het omgevingsplan te wijzigen met TAM-IMRO. Procedures waarbij vóór 31 december 2025 een ontwerp in een TAM-omgevingsplan ter inzage is gelegd, mogen in TAM-IMRO worden afgerond. Daarom stellen wij deze bijsluiter voorlopig nog beschikbaar. Voor wijzigingsprocedures waarbij het niet gelukt is om vóór 31 december 2025 een ontwerpbesluit ter inzage te leggen, moeten gemeenten werken met STOP/TPOD.

Kijk op vng.nl/einde-tam hoe u het omgevingsplan kunt wijzigen nu dit niet langer kan via TAM-IMRO. En check ook de werkinstructies in de handreiking Gebiedsontwikkeling in STOP/TPOD: zo maakt u gebiedsontwikkelingen mogelijk met STOP/TPOD.