VNG Magazine nummer 10, 12 juni 2020

Auteur: Annemieke Diekman | beeld: Shutterstock

Common Ground komt op stoom. Twee testcases, een catalogus en een routekaart moeten gemeenten helpen hun dataverkeer anders in te richten.

 

common ground

De huidige manier van digitaal gegevens uitwisselen binnen gemeenten verloopt traag, is kostbaar, ondoorzichtig en voldoet eigenlijk niet meer aan de normen van deze tijd. Om die reden is de visie Common Ground ontwikkeld, die gemeenten kan voorzien van een eenvoudigere, snellere en slimmere inrichting van de informatievoorziening. Met Common Ground zijn gemeenten niet alleen een betere dienstverlener, maar voldoen ze aan de privacywetgeving en zijn ze beter in staat om maatschappelijke opgaven uit te voeren. 

Diffuus

Peter Teesink, gemeentesecretaris van Amsterdam en lid van het College van Dienstverleningszaken van de GGU (Gezamenlijke Gemeentelijke Uitvoering), is een warm pleitbezorger van Common Ground. De basisgedachte daarvan is om gegevens vanuit één bron in verschillende ICT-oplossingen te benutten. De manier van databeheer binnen gemeenten is verouderd en voldoet volgens hem niet meer. ‘Als we de gemeente Amsterdam opnieuw moesten inrichten, zouden we dat never nooit niet op de huidige manier doen. Dan zouden wij onze twaalfhonderd data-applicaties hebben ingericht volgens de Common Ground-principes, zoals open source data. Minder aandacht voor data zal er niet komen in de toekomst, die beweging gaat zonder enige twijfel de andere kant op.’
Common Ground verandert volgens Teesink langzaam van een goed idee in een beweging. Een beweging, waarin gemeenten samenwerken met de VNG, ketenpartners, marktpartijen en het Rijk. ‘De tijd van samenwerken en veranderen is aangebroken’, zegt hij. ‘Leveranciers erkennen nu ook dat de gemeentelijke ICT-infrastructuur anders georganiseerd en gemoderniseerd moet worden. Nog geen twee jaar geleden sprak ik een CEO van een grote datasysteembouwer. Die zag toen helemaal niets in Common Ground, terwijl hij het nu zo’n slecht idee nog niet vindt.’
Er is recent een groeipact gesloten, vertelt Teesink, waar ruim zeventig kleine en grote partijen, zoals Centric en PinkRoccade, in deelnemen. Het is volgens hem van groot belang dat er ook dominante spelers bij betrokken zijn. ‘De partijen uit het groeipact hebben de intentie uitgesproken actief betrokken te zijn bij investeringen om bestaande applicaties bij gemeenten Common Ground-proof te maken. Voor gemeenten is het fijn als hun vaste leverancier dat kan faciliteren.’ 

Dit is geen kwestie van moeten maar van willen

Peloton

De zogenaamde koplopers zijn al over de streep. Dat is een kleine groep veelal grote gemeenten die Common Ground heeft omarmd. Nu is het zaak om het peloton, het gros van de resterende gemeenten, ook enthousiast te krijgen. Teesink: ‘Ik wil gemeenten graag aan het denken zetten. Hoe kun je als gemeente op het gebied van databeheer een goede dienstverlener zijn en blijven? Common Ground is geen kwestie van móéten, maar van wíllen: het belang willen inzien van een flexibele en veiligere manier van werken.’
De VNG speelt hierin een coördinerende rol, schept de randvoorwaarden en ontwikkelt testcases om aan de hand van deze concrete voorbeelden gemeenten die nog twijfelen, over de streep te trekken. Momenteel wordt hard gewerkt aan de eerst twee testcases (zie kaders). ‘Als die goed gaan en andere gemeenten zien dat het werkt, creëren we meerwaarde’, zegt Teesink. 

Ik verwacht niet dat alle gemeenten Common Ground meteen zullen omarmen

Routekaart

‘Gemeenteland is echter een veelkoppig monster, dus ik verwacht niet dat alle gemeenten Common Ground meteen zullen omarmen’, vervolgt hij. Naast testcases stelt de VNG een catalogus samen die richting geeft aan wat een gemeente kan kiezen op termijn. In de catalogus kunnen gemeenten hun eigen systemen en applicaties met de bijbehorende einddata van contracten invoeren, waardoor ze lokaal inzicht krijgen op welk moment ze op Common Ground-oplossingen kunnen overstappen. Ook is er binnenkort een Routekaart beschikbaar die een dynamisch overzicht biedt van de oplossingen en componenten die binnen Common Ground worden ontwikkeld.
De transitie zal zeker tien jaar duren, waarbij iedere gemeente haar eigen tempo kan bepalen. ‘Veel gemeenten zien er ook tegenop omdat ze het te groot en ingewikkeld achten.’We hopen daarbij op een vliegwieleffect. Als een groeiende groep de Common Ground-lijn gaat volgen moet je je als gemeente wel afvragen: “Blijven we eigenwijs of gaan we toch mee in die gezamenlijke koers?’

Registratie vakantieverhuur

De hamvraag voor het innovatieteam van de gemeente Amsterdam was hoe ze een open source data-applicatie voor de vakantieregistratie van woningen konden ontwikkelen, die bovendien deelbaar was en persoonsgegevens zou beschermen.  ‘Als grootste probleemeigenaar was het logisch dat Amsterdam hierin het voortouw zou nemen’, vertelt Coen Bergman, lid van het innovatieteam. ‘Wij hebben in Nederland het meest te maken met woningonttrekking voor vakantieverhuur.’
In januari 2021 wordt een landelijke registratieplicht van kracht als onderdeel van de Wet toeristische verhuur van woningen. Voor die tijd moet het registratiesysteem klaar zijn. ‘Wij verwachten dat het gaat lukken’, stelt Bergman. De aanbestedingsfase met technische partijen is net gestart. We willen zo snel mogelijk starten met bouwen.’
Om tot een breed inzetbare applicatie te komen, heeft het Amsterdamse innovatieteam verschillende sessies gehouden, zowel intern als met adviseurs van de G4 en andere gemeenten. ‘Wat is relevant voor hen, welke nuances willen zij aanbrengen, welke veranderingen om aan te sluiten bij hun beleidsdoelen? Dat zijn belangrijke vragen. Gelukkig kwamen we uit op veel gedeelde functionaliteiten.’
Maar met het bouwen ben je er nog niet, de applicatie moet straks ook worden beheerd. Daarvoor klopte Amsterdam aan bij de VNG, met de vraag dit als overkoepelende partij te organiseren voor gemeenten die de applicatie willen implementeren. Bergman: ‘Toen bleek dat de manier waarop wij de applicatie hebben ontwikkeld heel dicht bij de principes van Common Ground ligt. De VNG heeft vervolgens een Common Ground-check erop losgelaten. De feedback die daar uit kwam hebben we nog meegenomen, het ging om kleine nuances en toevoegingen.’
Zo kan de applicatie straks mooi dienen als voorbeeld van Common Ground databeheer. ‘Elke gemeente die beleid voert op vakantieverhuur is vanaf 2021 verplicht een registratiesysteem te hebben. Dan is het fijn als er straks iets goeds ligt. Al zie je als gemeente niet direct de noodzaak, ook op een later tijdstip kun je nog relatief eenvoudig instappen.’

Huishoudboekje

‘Aan de implementatie van het innovatieve Huishoudboekje is een lange weg voorafgegaan’, zegt Wouter Heijnen, vanuit het team Innovatie en Strategie van VNG Realisatie betrokken bij de applicatie, die sinds begin dit jaar draait. ‘Het is nu nog een Utrechtse aangelegenheid, maar vanaf juni haakt Rotterdam aan en meerdere grote gemeenten hebben intussen zeer concreet interesse getoond.’
In het kort geeft het Huishoudboekje kwetsbare burgers met één druk op de knop grip op hun financiën. Zij geven de gemeente toestemming hun inkomsten te ontvangen en hun vaste lasten te betalen via een gemeentelijke bankrekening. Dit leidt tot meer financiële stabiliteit en minder stress. Het Huishoudboekje is niet specifiek bedoeld voor mensen met schulden, maar ook voor mensen met onzekere en variabele inkomsten.
Technisch is het Huishoudboekje volgens Heijnen niet heel complex. Er is in eerste instantie een generieke versie ontwikkeld, die in een volgende stap Common Ground-proof zal worden gemaakt. Daarmee zal de applicatie geschikt zijn om uit te rollen naar andere gemeenten. ‘Bovendien is het Huishoudboekje een aansprekend onderwerp, waar landelijk ook veel aandacht voor is. Er is zowel politieke wil als een breed draagvlak voor het vroegtijdig aanpakken van mensen met geldproblemen om zo erger te voorkomen.’
Maar met het beschikbaar stellen van de code van de applicatie van het Huishoudboekje aan alle gemeenten ben je er volgens Heijnen nog niet. De uitdaging zit in het traject dat daarop volgt. Er moet binnen een gemeente iemand zijn die de applicatie begrijpt en beheert. Die kennis is niet altijd aanwezig, er wordt dan ook geadviseerd hierin samenwerking te zoeken met andere gemeenten of met externe partijen. Zo draagt Utrecht nu kennis over aan Rotterdam en kan die stad straks zonder problemen het Huishoudboekje implementeren en beheren. 

Dit is het vierde en laatste artikel uit de reeks het Fonds GGU. De artikelen zijn ook te lezen op vng.nl/VNGMagazineGGU.