Het uitgangspunt bij de ondersteuning door gemeenten voor gedupeerde ouders kinderopvangtoeslag vormen de reguliere processen en werkwijzen van de gemeenten binnen de Wmo, de Jeugdwet, de Participatiewet en de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening.

infographic ondersteuning gemeenten gedupeerde ouders kinderopvangtoeslag

Werkzaamheden gemeenten

De ondersteuning van gedupeerden kan van gemeenten de volgende werkzaamheden vragen. De onderstaande beschrijving moet worden gelezen als indicatief en niet voorschrijvend. De opbouw van het ondersteuningsproces aan ouders kan per gemeente verschillen. De lijst met werkzaamheden is opgesteld samen met een aantal gemeenten.

  1. Vinden van gedupeerden
    De gemeenten kunnen op eigen initiatief op zoek gaan naar gedupeerde ouders die mogelijk hulp van de gemeenten willen krijgen. Dit vraagt inzet op communicatie, informatie en advies vanuit de gemeente om outreachend te werk te kunnen gaan. Uitgangspunt bij het in contact komen met gedupeerden is de overdracht vanuit de Belastingdienst. Gemeenten kunnen daarnaast via data- en dossieranalyse plus bevraging van inwoners op spreekuren en tijdens keukentafelgesprekken op zoek gaan naar inwoners die door de kinderopvangtoeslag affaire gedupeerd zijn. De Belastingdienst communiceert regelmatig over het aantal gedupeerden ouders per gemeenten. Er is sprake van grote verschillen tussen gemeenten.
     
  2. Eerste contact met inwoner en vaststellen of wel/geen sprake is van een crisissituatie
    Gemeenten zetten veelal een vast contactpersoon/casemanager per huishouden in. Op basis van de overdracht en/of de interne data- en dossieranalyse en soms een korte wijkanalyse bereidt deze zich voor op het eerste contactmoment. Het kennismakingsgesprek tussen de inwoner en de gemeentelijke contactpersoon vindt plaats, waarbij er in veel gevallen ook een maatschappelijk werker aanwezig is. In het kennismakingsgesprek wordt gestart met de beoordeling of er sprake is van een crisissituatie, zoals een dreigende huisuitzetting, serieuze gezondheidsproblematiek of een ernstige zorg voor jeugd situatie. In het gesprek wordt verkend of er een passend hulpaanbod mogelijk is, in welk geval aan de inwoner een aanbod tot een aantal verdere intakegesprekken wordt gedaan.
     
  3. Intake: eerste inventarisatie problematiek
    In twee tot drie intakegesprekken wordt samen met de inwoner gekeken welke hulpvragen er zijn, welke ondersteuning de gemeente per hulpvraag kan bieden, wat daarbij van de inwoner wordt verwacht en wordt een start gemaakt met het opbouwen van de vertrouwensrelatie met de inwoner. De benodigde gegevens van de inwoner worden verzameld, op basis waarvan vaak al de eerste contouren van een ondersteuningsplan in kaart gebracht worden.
     
  4. Maken plan van aanpak
    Het uiteindelijke met de inwoner afgesproken ondersteuningstraject wordt stap voor stap in een plan van aanpak uitgewerkt. Wanneer er sprake is van een schuldhulptraject, bevat het plan van aanpak uitgewerkt dat er gestart wordt met informatie, advies en begeleiding en er vervolgens stabilisatie, budgetbeheer en schuldbemiddeling plaats kan vinden. Met de inwoners wordt besproken welke ondersteuning deze mag verwachten en deze afspraken worden in een plan van aanpak vastgelegd. In deze fase heeft de gemeentelijke contactpersoon regelmatig contact met de ouder. Zo wordt doorlopend gewerkt aan de vertrouwensband met de inwoner.
     
  5. Uitvoering plan van aanpak en inschakelen andere hulpverlening
    Tijdens de uitvoering van het in het plan van aanpak beschreven ondersteuningstraject, wordt er doorlopend gewerkt aan de vertrouwensband en het contact met de inwoner. Indien de situatie daartoe aanleiding geeft, deelt de gedupeerde ouder persoonsgebonden informatie over de voortgang van zijn/haar dossier bij de Belastingdienst met de casemanager van de gemeente, of kan er een driegesprek plaatsvinden.

Meer informatie hierover kunt u lezen in de Algemene Handreiking.