Regio’s ondervinden in hun werk aan de regionale energiestrategieën (RES’en) de gevolgen van de maatregelen tegen verspreiding van het coronavirus. Veel regio’s werken zo goed mogelijk door aan de concept-RES. Tegelijkertijd staat het democratische en participatieve proces in verschillende regio’s onder druk.

In overleg besloten de opdrachtgevers van het nationaal programma RES (BZK, EZK, VNG, IPO en Unie van Waterschappen), samen met de voorzitters van het Voortgangsoverleg Klimaatakkoord en de uitvoeringstafels Elektriciteit en Gebouwde Omgeving, dat een verruiming van het tijdschema voor het opleveren van de RES nodig is.

Impact besluit

Het nationaal programma RES (NP RES) werkt samen met haar opdrachtgevers de impact van dit besluit uit. Zowel voor de appreciatie (analyse door Planbureau voor de Leefomgeving en advies van NP RES), de samenhang met de Omgevingswet, participatie, vergunningverlening en investeringszekerheid. Maar ook voor de verdeelsystematiek. Vanuit een integraal perspectief wordt gekeken naar de effecten.

Aangepaste planning

  • Op 1 juni 2020 leveren de voorzitters van de 30 regio’s hun (voorlopige) concept-RES in bij het NP RES. Hierna volgt een tussentijdse kwalitatieve analyse door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). NP RES en de regio’s gebruiken die om via het delen van kennis en het leren van elkaar de RES’en te verbeteren.
  • De planning voor het aanleveren van de bestuurlijk vastgestelde concept-RES wordt verruimd van 1 juni naar 1 oktober 2020.
  • Op 1 oktober start PBL de analyse zoals die eerder beoogd was op 1 juni. De PBL-analyse komt op 1 februari 2021 beschikbaar, samen met het advies van het nationaal programma RES.
  • Het toepassen van de verdeelsystematiek – indien nodig - verschuift naar 1 februari 2021.
  • De planning voor het opleveren van de RES 1.0 wordt verruimd van 1 maart 2021 naar 
    1 juli 2021. 

Eerder inleveren

De 30 RES’en hebben allemaal hun eigen aanpak, werkwijze en planning. Het besluit tot verruiming van de planning biedt de regio’s de mogelijkheid om door te gaan op de eigen koers: eerder inleveren is dus ook prima. Door verder te werken aan de concept RES of RES 1.0 komen we sámen verder op weg naar 2030. Uitgangspunt is dat de doelen zoals opgenomen in het Klimaatakkoord niet vertraagd raken.

Concept-RES

De voorzitters van de 30 regio’s die hun (voorlopige) concept-RES inleveren, geven aan welk besluitvormingstraject, volgens welke planning, nog beoogd is. Als er rond 1 juni vragen zijn over de status van de stukken, dan communiceert NP RES helder wanneer een (voorlopige) concept-RES nog geen enkele status heeft. NP RES plaatst alleen door de regio zelf openbaar gemaakte stukken op de website van NP RES. Daarbij is duidelijk aangegeven welke status die hebben.

Kwalitatieve analyse van PBL

De tussentijdse kwalitatieve analyse van het PBL is gericht op het versterken van kennisdeling en het van elkaar leren op weg naar de concept-RES of RES 1.0. Ook geeft de analyse inzicht in de belemmeringen. Landelijk kan alvast onderzocht worden of en hoe die opgelost kunnen worden. De analyses van het PBL zijn gefocust op de bovenregionale en nationale aspecten, dus niet afzonderlijk per regio. NP RES zal de uitkomsten uit de analyse in gesprek brengen met regio’s. Ook vormt het de basis voor het bestuurlijke gesprek tussen de regio’s onderling in de zomer (peer to peer).

Waardering

Alle bij het NP RES betrokken partijen spreken hun waardering uit voor de regio’s dat zij ondanks de gevolgen van het coronavirus voortgang boeken in het RES-proces. Er zijn regio’s die nu al een (voorlopige) concept-RES gereed hebben. Sommige regio’s zullen in staat zijn een bestuurlijk vastgestelde concept-RES in te leveren op 1 juni of voor de zomer. We willen deze regio’s stimuleren vooral door te gaan met de RES 1.0 en daarbij volksvertegenwoordigers en samenleving intensief te betrekken. Zij kunnen andere regio’s laten profiteren van hun kennis en inzichten door deze actief te delen.

Ondersteuning NP RES

NP RES blijft de regio’s maximaal ondersteunen. De ondersteuning vanuit NP RES is en blijft gericht op alle 30 RES’en. Denk aan ondersteuning in de afstemming met volksvertegenwoordigers, het proces van ruimtelijke inpassing, keuzes met betrekking tot systeemefficiëntie, samenhang met de Transitievisie Warmte (TVW), de vertaalslag naar de uitvoering etcetera. De komende weken vinden diverse online-bijeenkomsten plaats en komen kennisproducten en ondersteuningsinstrumenten beschikbaar. Voor geïnteresseerde regio’s zijn er deze maand twee online klankbordgroepen ‘van concept naar 1.0’. Ook de bestuurlijke bijeenkomst van 20 april gaat online door. Daar kunnen bestuurders hun ervaringen en uitdagingen delen die het werken aan de RES biedt, zeker in deze tijd.


Achtergrond: afspraken Klimaatakkoord

In het Klimaatakkoord is afgesproken dat onder coördinatie van het NP RES een appreciatie van de RES’en zal worden uitgevoerd. Dat hield in dat elke regio op 1 juni 2020 zijn concept-RES zou aanbieden aan het NP RES. Waarna PBL de concept-RES’en zou doorrekenen. Zowel kwantitatief (tellen de concept-RES’en op tot het nationale doel van 35 TWh). Als kwalitatief: een waardering op de afwegingskaders maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak, efficiëntie van het energiesysteem en ruimtelijke inpassing.

Op basis daarvan zou NP RES in de zomer gesprekken voeren in de regio’s, gericht op het leren van de concept-RES. Daarnaast zouden de regio’s onderling hun RES’en vergelijken, met aandacht voor een evenwichtige verdeling van de opgave tussen de regio’s. De PBL analyse zou in oktober openbaar worden samen met het advies van NP RES.

Omdat afspraken in het Klimaatakkoord onderling samenhangen, is over de verschuivingen in het tijdschema overleg gevoerd met zowel BZK, EZK, VNG, IPO en Unie van Waterschappen, als met de voorzitters van het Voortgangsoverleg Klimaatakkoord en de uitvoeringstafels Elektriciteit en Gebouwde Omgeving. De komende periode werken NP RES, EZK, BZK, VNG, IPO en Unie van Waterschappen de impact van het nieuwe tijdschema uit.