VNG Magazine nummer 3, 21 februari 2020

Auteur: Leo Mudde

Gemeenteraden zouden weg moeten blijven van advies over de uitvoering van de zorg in het sociaal domein en in plaats daarvan juist een politiek debat voeren over de maatschappelijke waarden die richting moeten geven aan het sociaal beleid.

Nu richten raadsleden, als ze praten over het sociaal domein, zich vaak op de uitvoering. Maar, zegt de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB), raadsleden zijn geen professionals, zij zijn politici. Daarom moeten ze prioriteiten stellen. Aan dat politieke debat ontbreekt het veelal.

Met zijn advies Decentrale taak is politieke zaak wil de ROB dat de gemeenteraad zijn sturende rol in het domein gaat oppakken. In 2017 schreef de raad in een eerste onderzoek al dat het politieke debat over de taken in het sociaal domein in gemeenteraden moeilijk van de grond kwam.
Nu constateert de ROB dat de decentralisatie van taken in het sociaal domein, in 2015, een ‘ingrijpende transitie’ is die tijd vraagt. Nog altijd zijn alle hoofdrolspelers in colleges en gemeenteraden zoekende naar hun rol, bevoegdheden en verantwoordelijkheden. Belangrijkste conclusie: de zorgthema’s hebben nog steeds een weinig politiek karakter. Omdat raadsleden een zo goed mogelijke zorg voor iedereen willen, schrikken ze ervoor terug om politieke keuzes te maken. Keuzes hebben immers consequenties voor het leven van kwetsbare inwoners. En als de uitkomst van keuzes in beleid moeilijk te voorspellen is, wordt het allemaal nog lastiger.

Niet makkelijk

Het is ook niet makkelijk voor raadsleden, stelt de ROB. Als een kadernota of beleidsnota als hamerstuk wordt voorgelegd, zonder dat daar een proces aan vooraf is gegaan, worden ze voor het blok gezet. En dan zijn er nog de regionale samenwerkingsverbanden waarin afspraken worden gemaakt, en een nationale overheid die tussen de alledaagse hectiek door nieuwe wetten en regels over de gemeenten uitrolt.
Toch, zegt de ROB, kunnen raadsleden de sturingsruimte die ze wél hebben beter benutten. Maar dat vraagt wel om bewustzijn van hun politieke rol en bevoegdheden. Daarom moet het politieke debat over maatschappelijke waarden volgens de raad het vertrekpunt zijn van sturing geven aan het sociaal beleid.

Ideale kader

Albertine van Vliet-Kuiper, oud-burgemeester en (vertrekkend) ROB-lid, zei het bij de presentatie van het advies zo: ‘Raadsleden moeten kaders stellen, maar kaders mogen niet knellen. Ze zijn ook vaak verwoord in een taal die niets zegt. We zijn erg knap in het opschrijven van woorden waar iedereen iets anders bij kan verzinnen. In het ideale kader staat niet meer dan: wat willen we, tegen welke kosten en binnen welke termijn, en hoe gaan we het controleren?’

De ROB adviseert gemeenteraden zich nadrukkelijker op te stellen als opdrachtgever van het college. Ook zouden zij moeten focussen op de maatschappelijke waarden die zij voor de toekomst belangrijk vinden en die vertalen in maatschappelijke effecten die zij willen bereiken.

Keuzeruimte

Colleges zouden, volgens de ROB, de raden geen enkelvoudige voorstellen moeten voorleggen, maar onderbouwde scenario’s zodat raadsleden meer keuzeruimte hebben. En, zo richt de raad zich tot de colleges: ‘Bedien de gemeenteraad vraaggestuurd en niet aanbodgestuurd. Dat wil zeggen dat u informeert naar de behoefte en de raad niet vanuit uw informatieplicht overlaadt met allerlei stukken.’