VNG Magazine nummer 9, 21 mei 2021

Tekst: Leo Mudde | Beeld: Shutterstock

De vraag speelt overal: Hoe creëer je draagvlak voor het nemen van ingrijpende energiemaatregelen? In ieder geval niet door de focus te leggen op financieel voordeel, maar juist ook op het sociale aspect.
 

Zonnepanelen op dak

Gemeenteraden leggen de laatste hand aan hun regionale energiestrategieën, waarin ze aangeven hoe ze in de toekomst in een duurzame energievoorziening voor hun inwoners en bedrijven willen voorzien. Er lijkt massaal te worden ingezet op zonne-energie. Inwoners worden gestimuleerd panelen aan te schaffen, daken van bedrijven en overheidsgebouwen worden volgelegd en er worden locaties gereserveerd voor zonneparken. Met een wijde boog wordt om windenergie, onmisbaar voor het behalen van de nationale (en Europese) klimaatdoelen, heen gelopen. 

Groene energie is prima, maar liever geen windmolen naast de deur, kopte Trouw begin deze maand boven een artikel over verzet van bewoners van het Amsterdamse stadsdeel IJburg tegen de komst van windturbines. GroenLinks-wethouder Marieke van Doorninck noemde het verzet ‘logisch’: ‘Het draagvlak voor energietransitie is hoog, maar het wordt minder als de plannen concreter worden en letterlijk dichtbij komen. Windturbines in je leefomgeving zijn ingrijpend.’

Worsteling

Het is de worsteling van veel bestuurders van GroenLinks, de partij die milieu en klimaat centraal in haar programma heeft staan. In Weesp stapte wethouder Maarten Miner op nadat zijn eigen partij in de raad het initiatief nam een streep te halen door een zoeklocatie voor de plaatsing van windturbines, omdat er geen draagvlak voor zou zijn. In Utrecht doet wethouder Lot van Hooijdonk verwoede pogingen om draagvlak te creëren voor het ‘van het gas halen’ van woningen. 
En in Helmond verzuchtte GroenLinks-raadslid Désirée Meulenbroek: ‘Ik kan als raadslid niet bij iedere verandering eisen dat er samen met inwoners plannen worden gemaakt, of dat er een referendum of enquête wordt georganiseerd. Dat zou bakken met geld kosten. Alleen al één brief versturen aan alle Helmonders kost tachtigduizend euro. Uiteraard willen wij een eerlijk en transparant proces. Maar we willen ook dat er zo veel mogelijk geld beschikbaar is om problemen op te lossen en zaken goed te regelen. Wat is wijsheid?’

Lokale initiatieven zorgen voor draagvlak en betrokkenheid

Lokaal eigendom

Draagvlak creëren, hoe doe je dat, en hoever ga je? Fleur Goedkoop promoveerde onlangs aan de Rijksuniversiteit Groningen op haar onderzoek naar het betrekken van inwoners bij lokale energie-initiatieven. Wil je draagvlak organiseren, stimuleer dan projecten die door bewoners zelf worden opgezet of sluit aan bij bestaande initiatieven, is haar boodschap aan gemeenten. 
In het Klimaatakkoord staat dat wordt gestreefd naar 50 procent ‘lokaal eigendom’. Dat houdt in dat grootschalige wind- en zonneprojecten op land worden ontwikkeld door een lokale partij, zoals een energiecoöperatie, en een externe (commerciële) ontwikkelaar. Honderd procent lokaal eigendom kan natuurlijk ook.
De toename in lokale energie-initiatieven, opgezet door bewoners in eigen beheer, vormde de aanleiding voor het onderzoek van Goedkoop. ‘Steeds meer bewoners zijn zich gaan organiseren, niet alleen in Nederland maar in heel Europa ontstaan veel lokale energie-initiatieven. Het idee is dat die kunnen zorgen voor draagvlak en meer betrokkenheid van inwoners. Maar dat is niet vanzelfsprekend.’

Interessant

Goedkoop constateerde dat de lokale initiatieven niet alleen worden gedragen door bewoners die begaan zijn met het milieu, maar ook door bewoners die hun motivatie ontlenen aan de gemeenschap waartoe ze behoren, uit de sociale contacten of omdat ze zich sterk verbonden voelen met de gemeenschap. Bewoners bleken ook eerder geneigd te zijn aan een lokaal energieproject mee te doen als ze de initiatiefnemers persoonlijk kenden. ‘En dat is interessant, dat betekent dat je langs die sociale kant ook mensen kunt betrekken die niet primair in milieu of klimaat zijn geïnteresseerd, en hiermee de betrokkenheid bij de energietransitie kunt vergroten.’ 
Bewoners zijn dus eerder geneigd aan een lokaal energieproject mee te doen als ze de initiatiefnemers persoonlijk kennen, of sterk verbonden zijn met de gemeenschap. Dat lijkt een impliciet advies aan wethouders met een duurzaamheidsopdracht in hun portefeuille: investeer in de persoonlijke contacten met bewoners van het dorp, de wijk of de buurt. Goedkoop: ‘Ik heb niet per se gekeken naar de rol van de gemeente, maar vertrouwen binnen de relatie tussen initiatiefnemers en de gemeente lijkt wel een rol te spelen.’

Sociaal netwerk

Wat gemeenten in elk geval kunnen doen, is het ondersteunen van lokale initiatieven door bijvoorbeeld expertise beschikbaar te stellen of te zorgen voor extra geld, zegt Goedkoop. ‘Dat geeft initiatiefnemers van lokale projecten de ruimte om leden te werven en daarmee het draagvlak te vergroten. Bij het opzetten van een energiecoöperatie komt veel kijken, het helpt als de gemeente hen daarbij steunt. Ik heb voor mijn onderzoek in de dorpen en wijken het echte sociale netwerk in kaart gebracht: in welke groepen zijn de initiatiefnemers van een energieproject meer of juist minder vertegenwoordigd? Zo’n onderzoek zouden mensen zelf ook kunnen laten doen, maar dat kost tijd en geld, daar kan een gemeente aan bijdragen.’

Er zijn opvallende parallellen met het onderhoud van het openbaar groen. Vaak wordt daarover gemopperd en omdat de gemeente ‘het niet goed doet’, gaan buurtbewoners zelf maar schoffelen. Dat zie je ook bij het opzetten van lokale energie-initiatieven. Vaak ligt daar onvrede over hoe de overheid of het bedrijfsleven functioneert aan ten grondslag, zegt Goedkoop. ‘Dat is natuurlijk wel een spanningsveld. Aan de ene kant is er wantrouwen of onvrede, aan de andere kant is samenwerking belangrijk. Om succesvol te zijn, moeten wel de juiste condities worden gecreëerd.’

Het is een hardnekkige misvatting dat financiële motieven leidend zijn

Misvatting

Wat gemeenten zeker níet moeten doen om het draagvlak voor energiemaatregelen te vergroten, is proberen inwoners enkel te verleiden met bespiegelingen over wat het ze financieel oplevert. ‘Het is een hardnekkige misvatting dat financiële motieven voor mensen leidend zijn. Uit mijn onderzoek, en dat van anderen, blijkt dat milieu- en sociale motieven ook belangrijk zijn. Daar zouden beleidsmakers zich meer op kunnen richten. De focus ligt nu te veel op het financiële aspect en te weinig op het sociale aspect en het persoonlijk contact.’
Goedkoop bekeek in Engeland hoe daar de samenwerking verloopt tussen lokale initiatieven en bedrijven. Dat ging over grote projecten, zoals windparken, opgezet in gedeeld eigendom. Het idee is dat het nimby-effect minder optreedt wanneer gemeenschappen meer zeggenschap hebben en de opbrengsten voor een deel terugvloeien naar de lokale samenleving. 

Kansen

Marktpartijen zien hierdoor ook wel kansen liggen, zag Goedkoop. In Engeland bleken zij echter eerder geneigd actief samen te werken met een bestaande lokale organisatie. ‘Dat brengt tegelijk het risico met zich mee dat andere gemeenschappen achterblijven. Daar kan de gemeente een rol in spelen door van tevoren in dat soort gebieden activiteiten te stimuleren.’
Als bewoners beter georganiseerd zijn, kunnen ze ook meer op gelijke voet onderhandelen met marktpartijen, is Goedkoops ervaring met de Engelse situatie. ‘Hoewel beide kanten het idee van gedeeld eigendom steunden, hadden ze vaak andere verwachtingen. Bedrijven twijfelden: is een lokaal initiatief wel representatief en kan het de middelen opbrengen? En bewonersinitiatieven zagen bedrijven bijvoorbeeld vooral voor de winst komen.’
Gedeeld eigendom, waar het Klimaatakkoord naar streeft, is veelbelovend om betrokkenheid te vergroten, maar dat blijkt in de praktijk nog niet zo simpel. Goedkoop: ‘Als partijen elkaar in een vroeg stadium weten te vinden en er tijd en ruimte is voor dialoog, dan kunnen kansen ontstaan.’

Wie is...

 

Fleur Goedkoop

Fleur Goedkoop doet aan de Erasmus Universiteit Rotterdam onderzoek naar warmtetransitie. In april 2021 promoveerde zij bij de Rijksuniversiteit Groningen op een onderzoek naar betrokkenheid van burgers bij de energietransitie.