Gebouwde omgeving: wijzigingen t.o.v. concept-versie

Een overzicht van de wijzigingen (op hoofdlijnen) in het Klimaatakkoord dat het kabinet op 28 juni jl heeft gepresenteerd, t.o.v. de conceptversie. Voor een volledig overzicht van alle maatregelen kunt u terecht op www.klimaatakkoord.nl

Wijkgerichte aanpak

In het Klimaatakkoord is aan de tekst over de transitievisie warmte toegevoegd dat gemeenten worden verplicht om uiterlijk 31 december 2021 een transitievisie warmte te hebben vastgesteld. In de transitievisie warmte wordt per wijk van de gemeente het tijdspad aangegeven wanneer de ontkoppeling van aardgas gepland is. Voor wijken die voor 2030 aardgasvrij worden, moet de gemeente per wijk aangegeven:

  1. hoeveel woningen en andere gebouwen (uitgedrukt in woningequivalenten) geïsoleerd en/of aardgasvrij worden gemaakt
  2. welke alternatieve betaalbare, betrouwbare en duurzame energie infrastructuren potentieel beschikbaar zijn
  3. welk van die alternatieven de laagste maatschappelijke kosten heeft, bijvoorbeeld op basis van de Leidraad. Bij het ontwikkelen van de Leidraad zal worden bekeken of en zo ja, hoe de maatschappelijke kosten kunnen worden weergegeven per ton vermeden CO2 uitstoot

Toevoeging aan doelstelling 1,5 miljoen gebouwen in 2030

Het totaal van de transitievisies warmte (voor alle gemeenten opgeteld) is gericht op het aardgasvrij maken van 1,5 miljoen gebouwen in de periode 2022 t/m 2030. Daaraan is nu toegevoegd dat een stapsgewijze aanpak (isolatie) naar aardgasvrij ook kan bijdragen aan deze doelstelling, mits in het kader van de wijkgerichte aanpak. Met andere woorden, als in de transitievisie warmte een wijk gepland staat om in 2032 van het aardgas af te gaan, maar een gemeente aannemelijk kan maken dat in 2030 een groot deel van de gebouwen is geïsoleerd , kunnen deze gebouwen ook bijdragen aan de doelstelling van 1,5 miljoen. Hoe dit precies gaat werken, moet nog uitgewerkt worden.

 

Financiering van de transitie voor gebouweigenaren

Aanvullend op de eerdere afspraken is nu de invulling van de belastingschuif en het warmtefonds bekend. Ook zijn met Rijk aanvullende afspraken gemaakt over woonlastenneutraliteit.

Warmtefonds

Er wordt een warmtefonds ingericht voor alle particuliere woningeigenaren en Verenigingen van Eigenaren. Dit fonds heeft mede tot doel om financieringsopties te geven aan mensen die nu op grond van de leennormen moeilijk of geen financiering kunnen krijgen. Het fonds wordt gevuld met publieke en private middelen. Het kabinet stelt hiervoor tot en met 2030 jaarlijks 50 oplopend tot 80 miljoen euro aan (niet revolverende) middelen beschikbaar. Dit fonds kan, aangevuld met private middelen, groeien naar een financieringsportefeuille van meer dan een miljard. De hoogte van de  voorfinanciering via het fonds wordt gemaximeerd op 25.000 euro per woningeigenaar en de looptijd van de financiering op (maximaal) 20 jaar.

Energiebelasting

De energiebelasting wordt aangepast, zodat investeringen in verduurzaming zich sneller terugverdienen. Het kabinet heeft gekozen voor de variant waarin de belasting voor aardgas toeneemt met +4 cent per m3 in 2020 en +1 cent per m3 in de zes jaren daarna. Alle extra middelen die op deze manier worden opgehaald worden teruggegeven via de belastingvermindering en een lager energiebelastingtarief voor elektriciteit. Hiermee zou een lastenverlichting voor huishoudens moeten optreden. Of de  voorgenomen verhoging van de energiebelasting op aardgas voldoende is, word in 2023 geëvalueerd.

Woonlastenneutraliteit

Aanvullend op het Klimaatakkoord hebben het Rijk en de VNG de volgende afspraken gemaakt over de woonlastenneutraliteit. Het Rijk en de VNG spreken onder andere af dat:

  1. In 2019 nader onderzoek start naar de mate, spreiding en clustering van woonlastenneutraliteit bij verschillende woningtypen en warmteoplossingen als input voor de transitievisies warmte van gemeenten
  2. Informatie over de kosten voor de eindgebruiker, naast de informatie over de laagste maatschappelijke kosten, betrokken wordt bij de startanalyse van de leidraad 1.0, en beschikbaar komt ten behoeve van de gemeentelijk afweging welke aardgasvrije wijken aan te wijzen
  3. De VNG betrokken wordt bij de nadere uitwerking van het warmtefonds;
  4. Bij het bepalen van de nadere inhoudelijke vereisten bij de transitievisies warmte gezamenlijk wordt uitgewerkt hoe een stapsgewijze richting aardgasvrij onderdeel kan zijn van de wijkgerichte aanpak, en mee kan tellen voor de monitoring van de doelstelling van 1,5 miljoen woningen en andere gebouwen (in woningequivalenten)

 

Uitvoeringslasten gemeenten

Afgesproken was dat gemeenten extra middelen krijgen voor de periode 2019-2021 en dat de ROB uiterlijk voor 2021 een artikel 2- onderzoek zou doen om inzichtelijk te maken hoeveel extra middelen daarna nodig zijn voor het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving. Aanvullend is nu afgesproken dat dit artikel 2-onderzoek zich niet alleen richt op de extra taken die gemeenten krijgen in de gebouwde omgeving, maar dat deze verbreed wordt naar alle tafels van het Klimaatakkoord.