Ook in 2019 moeten gemeenten aan de slag met het cliëntervaringsonderzoek Jeugd en Wmo. De uitkomsten van het CEO geven een beeld van de door cliënten ervaren kwaliteit van hulp en ondersteuning vanuit de Wmo2015 en de Jeugdwet.

Cliëntervaringsonderzoek 2019 in het kort

Wmo

  • De modelvragenlijst blijft hetzelfde.
  • De werkwijze blijft hetzelfde.
  • Let op: de aanleverprocedure verloopt in 2019 anders. Klik voor meer informatie op 'cliëntervaringsgegevens aanleveren'.

Jeugd

  • Het cliëntervaringsonderzoek Jeugd blijft in 2019 vormvrij. U kunt voor de modelvragenlijst kiezen, maar ook andere instrumenten gebruiken.
  • Klik voor meer informatie op 'cliëntervaringsgegevens aanleveren'.

Aanleveren van de gegevens CEO 2019

Aanleveren gegevens cliëntervaringsonderzoek Wmo (2019)

Op 12 juli 2019 heeft het ministerie van VWS een brief over het cliëntervaringsonderzoek (CEO) gestuurd naar alle colleges van B&W. Deze brief bevat informatie over de aanleverprocedure van de uitkomsten van het CEO Wmo.

Het ministerie van VWS heeft dit jaar onderzoeks- en adviesbureau Enneüs de opdracht gegeven de gegevens te verzamelen. De deadline (die wettelijk is vastgesteld op 1 juli) is dit jaar verschoven. Gemeenten kunnen de gegevens nu aanleveren in de periode van 1 september tot 31 oktober 2019. Dit doet u via www.aanleveringwmo.nl. Binnenkort verschijnt op die website de handleiding voor het aanleveren van de gegevens.

Bij het aanleveren van de gegevens kunt u aangeven of u het op prijs stelt als uw gegevens opgenomen worden in de database van waarstaatjegemeente.nl.

Meer informatie:

Jeugd

Uitvoering van het onderzoek

Cliëntervaringsonderzoek Wmo

Hieronder vindt u de vragenlijsten en instructies voor de uitvoering van het CEO Wmo. Deze zijn ook geldig voor 2019.

Cliëntervaringsonderzoek Jeugd

Hieronder vindt u de modelvragenlijsten en overige informatie voor de uitvoering van het CEO Jeugd. Deze zijn ook geldig voor 2019.

Landelijke rapportage CEO Jeugd 2017 en 2018

Over de cliëntervaringsonderzoeken jeugd die gemeenten in 2017 en 2018 hebben uitgevoerd, zijn in opdracht van het ministerie van VWS twee landelijke rapportages opgesteld. Evenals voor de landelijke rapportage over 2016, geldt voor deze rapportages dat de representativiteit en de onderlinge vergelijkbaarheid beperkt is. De respons van ouders en met name jongeren is wisselend, maar over de hele linie niet hoog. Daarnaast omvat jeugdhulp een zeer breed spectrum aan vormen van ondersteuning, hulp en zorg. Ook de problematiek waarvoor hulp ingezet wordt varieert enorm. De waarde van een vergelijkend beeld op basis van de uniforme vragenlijsten is daarom relatief beperkt.

Meer informatie

Ervaringen met modelvragenlijst Jeugd (2017)

In het project ‘Modelvragenlijst Cliëntervaring Jongeren en Ouders’ (MCJO) deden tien pilotgemeenten/-regio’s ervaring op met het uitzetten van de modelvragenlijst voor het cliëntervaringsonderzoek. Dit project werd in 2017 afgerond. De ervaringen, resultaten en aanbevelingen van de pilot leest u in het eindrapport Van Meten naar Verbeteren van Stichting Alexander en het NJi (opgesteld in opdracht van de VNG)

Meer informatie

Landelijke rapportage CEO Jeugd 2016

Gemeenten deden in 2016 voor het eerst een cliëntervaringsonderzoek op grond van de Jeugdwet. Op basis van de uitkomsten liet het ministerie van VWS een landelijke rapportage maken. Hieruit blijkt dat de meeste gebruikers van jeugdhulp positieve ervaringen hebben met de ondersteuning door gemeenten. Vanwege de onderlinge vergelijkbaarheid zijn alleen de uitkomsten gebruikt van de 135 gemeenten die de modelvragenlijst hanteerden. De respons van jongeren en ouders was wisselend, maar over de hele linie nog laag. Daarom zijn de uitkomsten beperkt bruikbaar voor de onderlinge vergelijking van gemeenten.
Het algemene beeld was dat een zeer ruime meerderheid positief was over zowel de toegang tot de jeugdhulp als over de hulpverlening zelf. Dit betreft ook kinderbescherming en jeugdreclassering. Vooral over de bejegening door de hulpverleners was een grote meerderheid positief. De belangrijkste verbeterpunten op basis van dit onderzoekwaren de snelheid van de toegang tot jeugdhulp en de samenwerking tussen aanbieders.

Meer informatie