Als het niet zinnig is, dan stoppen we ermee

2 juli 2019

Het Veiligheidshuis Noord-Holland Noord maakt onderdeel uit van de veiligheidsregio en ontwikkelt zich in snel tempo. We spraken met manager Anton Wildoer, sinds 2014 hoofd van het Veiligheidshuis Noord-Holland Noord en eerder aan de slag als groepschef bij de politie Noord-Holland Noord en Ketenregisseur van het Veiligheidshuis West-Friesland.

We vinden elkaar op de inhoud

Wildoer: “Het Veiligheidshuis Noord-Holland Noord is het resultaat van een fusie tussen de Veiligheidshuizen regio Alkmaar, West-Friesland en Den Helder. De fusie in 2014 was voor ons nieuwe start. Vanaf dat moment was het veiligheidshuis op dezelfde schaal georganiseerd als de veiligheidsregio. Vervolgens is gekeken naar een passende constructie: het veiligheidshuis als eigenstandige stichting, als onderdeel van de GGD, als losse gemeenschappelijke regeling, beleggen van de taak bij een centrumgemeente of onderbrengen bij de veiligheidsregio. Uiteindelijk leek het onderbrengen bij de veiligheidsregio het meest passend, dus het veiligheidshuis maakt sinds 1 januari 2014 onderdeel uit van de Veiligheidsregio Noord-Holland Noord. De veiligheidsregio had reeds een adviescommissie jeugd en sociale veiligheid. Deze commissie werd tevens onze inhoudelijke stuurgroep, ook met oog op het vermijden van extra overleggen tussen bestuurders. De ketenregiegroep als voorbereidingsgroep voor de stuurgroep is gestopt, aangezien zij dit overleg onvoldoende effectief vonden voor iedereen. Mijn uitgangspunt is dan ook: we vinden elkaar op de inhoud en als iets niet zinnig is, dan stoppen we ermee.”

Wij nodigen partners uit, zij beslissen of ze wel of niet aansluiten

Wildoer: “Het Veiligheidshuis Noord-Holland Noord heeft dependances in Alkmaar, Den Helder en West-Friesland. Overleg over een casus vindt plaats op de plek waar de casus zich ook afspeelt. Mijn uitgangspunt is dat we alle relevante partners uitnodigen bij een casusoverleg. Het is aan de partners – denk aan het OM en Veilig Thuis – om te bepalen of ze wel of juist niet op komen dagen. Als het echt nodig is, en ze zien de urgentie, dan komen ze vanzelf. En als ze niet komen, dan is het ook prima. We proberen het dan op te lossen middels aanleveren van informatie of een conference call. Het is niet aan ons om daartussen te gaan zitten. Je moet ook oog hebben voor de werkdruk en beperkte capaciteit bij andere organisaties. Het heeft ook te maken met de geografische afstand in de regio voor de niet lokaal gebonden partijen.

De casuïstiek leert ons dat je problemen meestal oplost door het bieden van passende zorg en ondersteuning en niet vanuit veiligheid (straf), maar soms helpt  straf als stok  achter de deur. Het OM en andere justitiële partijen  zijn daarom belangrijk partners om mee te nemen in de besluitvorming.”

Hier ben ik ondernemer, onze sales moeten goed zijn

Wildoer: “Toen ik aan de slag was als groepschef bij de politie was ik ambtenaar. Als hoofd van het Veiligheidshuis Noord-Holland Noord ben ik ondernemer, zo voelt het in ieder geval. Het heeft te maken met de ruimte die je krijgt en kunt nemen. Het Veiligheidshuis heeft geen wettelijke basis, dus onze sales moeten goed zijn. Om dat te realiseren moet je meer marktgericht denken. Dat vind ik echt leuk en als ik ruimte zie, dan pak ik die ruimte ook.  Bij aanvang van “nieuwe” taken die we gegund krijgen  gaan we het gewoon doen, zonder vooraf alles dicht te timmeren Als iedereen tevreden is moet er ook financiële dekking komen. Vanzelfsprekend moet je wel zorgen dat gemeenten het Veiligheidshuis zien zitten. Als je dat niet hebt, wordt je ook niets gegund. Dus: zorg dat je je netwerk, ISO certificering (en risicomanagement), klanttevredenheid, interne kwaliteitsaudit en interne rendementsanalyse op orde hebt. Dit biedt ook nog eens handvatten voor bijsturing en verandering.”

Het veiligheidshuis is wel een instituut

Wildoer: “Godfried van Gestel, manager van het Zorg- en Veiligheidshuis Brabant Zuidoost stelde eerder dat het veiligheidshuis geen instituut is. Ik zie dit anders: dat is het wel. In de kern is het Veiligheidshuis niets meer dan het samenstel van alle organisaties die eraan deelnemen, maar op het moment dat je mensen in dienst hebt wordt je een instituut. (een instituut is een organisatie met een bepaalde taak) Dat kun je een ‘netwerkorganisatie’ noemen, maar het is wel een bedrijf. En als je dat niet zo ziet, dan kan je ook je sales niet waarmaken, het is in ieder geval niet “top of mind”.”

Elke dag beter worden

Wildoer: “Als partners ergens iets van vinden, kan je het bijstellen. Daarom doen we ook tweejaarlijks een klanttevredenheidsonderzoek. Zo werd eerder bijvoorbeeld door gemeenten aangegeven dat het onduidelijk was wat de taken en rollen zijn van alle partners. Als hoofd begeleid ik zelf ook casuïstiek overleggen en ik moet eerlijk bekennen: je vergeet soms gewoon toe te lichten wat eenieders rol aan tafel is. Ook werd aangegeven dat niet altijd de casusregie werd toegewezen. Mede dankzij de input uit het klanttevredenheidsonderzoek beschrijven we nu in elk casusoverleg de aanleiding, het doel, de aanpak, de casusregisseur en de vervolgafspraken. Daarnaast wordt duidelijk gemaakt dat dit werkaantekeningen zijn en dus niet bedoeld zijn voor dossiervorming. Op dit moment zijn we aan de slag met het maken van een folder: wat kan je verwachten van een casusoverleg, welke afspraken gelden ten aanzien van privacy, wat zijn eenieders rol, taken en verantwoordelijkheden et cetera.”

Het verleden is belangrijk, anders vergeet je de toekomst

Wildoer: “Ik ben erg van het verleden, want anders vergeet je de toekomst. Onze focus als veiligheidshuis is meervoudige complexe problematiek. We hebben geen vaste thema’s benoemd en kijken per gemeente wat nodig is voor elk van de onderwerpen (denk aan mensenhandel, radicalisering, huiselijk geweld, loverboy/pooierboy problematiek …). En uiteindelijk wil een gemeente, terecht, gewoon weten: ‘wat doe je voor mij?’. Daarom ontvangt elke gemeente een uitdraai van de activiteiten die voor de desbetreffende gemeente zijn uitgevoerd. Verder zijn we aan de slag met de persoonsgerichte aanpak, waarbij we als criteria hanteren dat er sprake moet zijn van een probleem op het snijvlak van zorg en veiligheid én dat er sprake moet zijn van een maatschappelijke impact: iemand moet last hebben van deze persoon. We begonnen deze aanpak in één gemeente en rollen deze aanpak nu uit naar alle gemeenten.”

Altijd ‘lokaal, tenzij’

Wildoer: “Als de gemeente zegt ‘blijf van deze casus af’, dan blijf je ervan af. We gaan ervan uit dat lokaal opgepakt wordt wat kan en als om onze inzet wordt gevraagd, dan zijn we er. Gemeenten en ketenpartners zijn tevreden over onze inzet en vragen ons om in de toekomst meer inzet te plegen op zorg en veiligheid. Vanuit die ambitie willen we verder bouwen aan het realiseren van een kennis- en expertisecentrum op het vlak van zorg en veiligheid. Ons team heeft tussen de oren zitten dat we als veiligheidshuis bestaan bij de gratie van de partijen. Als zij het vertrouwen in ons verliezen, dan zijn wij ook klaar en dat uitgangspunt is de basis om écht vraaggestuurd te kunnen werken.”

Belangrijkste lessen:

  • Als veiligheidshuis bestaan we bij de gratie van andere partijen. Steeds blijven bouwen aan vertrouwen in elkaar is van groot belang.
  • Ga aan de slag met die thema’s en organisaties waar ‘energie in zit’.
  • Blijf altijd kritisch op jezelf en de eigen werkprocessen: doen we de goede dingen en doen we ze goed?