Continu samen leren noodzakelijk bij een persoonsgerichte aanpak

19 november 2018

In Midden-Nederland (Flevoland, Gooi- en Vechtstreek en Utrecht) is de persoonsgerichte aanpak als één van de vier prioriteiten benoemd in de veiligheidsstrategie 2015-2018. Middels een Taskforce persoonsgerichte aanpak zijn hierin in korte tijd forse stappen voorwaarts gezet. We spraken Myriam Kooij, programmamanager persoonsgerichte aanpak in Midden-Nederland.

Van een incidentele aanpak naar een persoons- en systeemgerichte aanpak

Myriam Kooij: “In het verleden werden mensen die zorgden voor veel overlast en criminaliteit per incident aangepakt. We beseften dat, wilden we duurzame resultaten boeken, we veel meer persoons- en systeemgericht moesten werken. Alleen dan kunnen we echt een verandering in het gedrag van mensen bewerkstelligen én zorgen voor een beter perspectief. Dat doen we via een integrale aanpak met politie, OM, gemeente, maar ook de reclassering, geestelijk gezondheidszorg, welzijnsorganisaties en woningcorporaties. Eigenlijk zitten die denkbare partners die een positief verschil kunnen maken in het leven van die moeilijke mensen nu met elkaar om tafel.”

Alle partners kunnen een casus inbrengen

Myriam Kooij: “Ons uitgangspunt is dat het sociaal wijkteam gezien wordt als de reguliere basisinzet. Op het moment dat het sociaal wijkteam van alles geprobeerd heeft en het moeilijk is om verder te komen, kunnen zij opschalen. Datzelfde geldt voor de basisinzet van de andere partners, bijvoorbeeld politie, reclassering of een woningbouwcorporatie. Opschalen betekent dat elk van deze partijen iemand kan aanmelden voor de persoonsgerichte aanpak.”

Bestuurlijk draagvlak leidde tot een gedragen privacyreglement

Myriam Kooij: “We hebben een bestuurlijke Taskforce waarin vijf burgemeesters zetelen en iemand uit de leiding van politie en OM. In de Taskforce wordt gekeken hoe we ondersteuning het beste kunnen realiseren, waarbij samen optrekken dient te leiden tot resultaten die gemeenten of ketenpartners individueel niet kunnen bereiken. Al snel bleek dat gegevensuitwisseling noodzakelijk was voor het realiseren van een integrale aanpak. We stelden één privacyreglement op voor het hele gebied van onze 39 gemeenten samen met meer dan 100 landelijke, regionale en lokale ketenpartners. Het reglement beschrijft hoe we omgaan met mensen die zorgen voor heel veel overlast en criminaliteit. Het reglement beschrijft een werkwijze en een methodiek en stelt wanneer welke informatie met elkaar gedeeld mag worden. Een van de kernelementen in de aanpak is dat iedere gemeente een door het college van B&W aangewezen ‘PGA-expert’ heeft. De ‘PGA-expert’ vervult een cruciale rol, omdat daar veel informatie samenkomt waaronder – en dat is best wel uniek – bepaalde strafvorderlijke informatie van het OM.”

Belang van goed verwachtingsmanagement

Myriam Kooij: “Het managen van verwachtingen is cruciaal. Alle betrokken organisaties hebben dan ook een A4tje gemaakt waarin staat welk type informatie in welke omstandigheden gedeeld kan worden. Op die manier proberen we aan helder verwachtingsmanagement te doen. Ook dus tussen partners onderling, want we merkten dat straf- en zorgpartners soms van elkaar een te hoge verwachting hadden en dat gaf onbegrip. Dat ondervangen we nu door deze A4tjes, maar ook door casusoverleggen en trainingen. Ook in de toekomst willen we blijven inzetten op het leren van elkaar over wat wel en niet kan en het zoeken naar creatieve oplossingen.”

Succesvolle aanpak brengt ook knelpunten in kaart

Myriam Kooij: “Dat deze aanpak succesvol is kunnen we nog niet helemaal hard maken, maar we zien allerlei voorbeelden van mensen die al jarenlang heel veel problemen gaven en die nu de goede kant op gaan. Dat ligt volgens ons aan de kracht van de coalitie, samen hebben we afspraken gemaakt waar we ons ook aan houden, en aan het consequent werken volgens een vaste methode. We zijn nu een paar jaar verder en door het consequent vasthouden aan de methode, krijgen we ook structurele knelpunten steeds beter in beeld. Huisvesting is vaak een bottleneck bijvoorbeeld, maar we zien ook dat schotten tussen afdelingen binnen een gemeente soms moeilijk te beslechten zijn. Wanneer knelpunten zichtbaar worden schalen we, wanneer dat meerwaarde heeft, op naar de bestuurlijke Taskforce. Zij hebben een aanjaagfunctie en zijn cruciaal om knelpunten te overkomen.”

In de toekomst zorg, sociaal domein én veiligheid nog meer aan elkaar verknopen

Myriam Kooij: “Het besef groeit steeds meer dat zorg, sociaal domein en veiligheid écht samengaan: we hebben elkaar nodig om meters te maken. We zitten er hard over te denken om een soort bredere veiligheidsalliantie op te richten. Een beetje groot woord, maar waar de bestuurlijke Taskforce zich vooral richt op burgemeesters, willen we wethouders en directeuren van instellingen er als bondgenoten nog meer bij betrekken. Mensen met complexe zorgproblemen komen nu nog te vaak in de veiligheidshoek terecht. Het zou mooi zijn als zorg, sociaal domein en veiligheid, en dus burgemeesters en wethouders, nog meer samen optrekken en problemen in een zo vroeg mogelijk stadium aanpakken. Dat leidt niet alleen tot duurzame oplossingen, maar dat leidt ook tot effectievere interventies. Daarnaast willen we tijd blijven maken voor het leren van elkaar. Zo hebben Utrecht en Veenendaal elkaar laatst bijvoorbeeld een geanonimiseerde casus voorgelegd waarmee ze worstelen. De twee gemeenten zaten daar met de belangrijkste ketenpartners uit die casus en beide gemeenten adviseerden elkaar. Dat was een hartstikke mooie sessie en dat hopen we voor veel meer gemeenten te gaan doen.”

Blijven investeren in schakelpunt personen met verward gedrag en gevaarsrisico

Myriam Kooij: “We hebben in onze regio sinds juli, naast onze persoonsgerichte aanpak, een schakelpunt opgericht voor personen met verward gedrag en gevaarsrisico. Dar zijn we heel trots op. Dat is op dit moment één persoon die zich bezighoudt met hele moeilijke plaatsingen van een kleine groep personen die ‘niemand wil’. Dit zijn personen die moeilijk te handhaven zijn in de reguliere GGZ en in klinieken niet te houden zijn want ze zijn een gevaar voor de medepatiënt en voor de medewerkers, maar in de samenleving wil je ze ook niet maar zonder meer hebben. Soms is het verschrikkelijk moeilijk om dat goed te regelen en vallen er gaten tussen verschillende zorgpartijen. Dan is het moeilijk om plekken te vinden en is de vraag: hoe krijgen we dit gefinancierd? Met dat soort vraagstukken is zij aan de slag. In onze drie veiligheidshuizen die we in Midden-Nederland hebben zijn allerlei casusoverleggen waar deze mensen aan de orde komen, maar daar ontbreekt soms echt de expertise en tijd om voor hen echt even goed de passende plek, financiering en warme overdracht uit te zoeken. We hebben het pas sinds juli, maar de eerste resultaten zijn echt bemoedigend. Ook daar willen we in de toekomst op voortbouwen.”

Lessen uit Midden-Nederland

  • Zorg voor een heldere opdracht die ook is vastgelegd, bijvoorbeeld in de veiligheidsstrategie.
  • Zorg voor bestuurlijke dekking, waarbij juist het bestuur dient te stellen dat het bundelen van krachten tussen zorg, sociaal domein en veiligheid cruciaal is om samen tot duurzame oplossingen voor inwoners te komen.
  • Investeer in goed verwachtingsmanagement tussen partners (en blijf daar ook in investeren door actief samen leren).
  • Belang van heldere procesafspraken, inclusief afspraken over welke informatie wanneer in het proces met wie gedeeld kan worden.
  • Besef dat een persoonsgerichte aanpak realiseren een leertraject is, waarin we steeds met elkaar leren en beter worden.
  • In Midden-Nederland hebben we bureau Regionale veiligheidsstrategie (RVS) dat functioneert als aanjaagbureau. Het aanjaagbureau is neutraal en werkt namens alle partners en dat is vaak makkelijker dan wanneer bijvoorbeeld een centrumgemeente het initiatief neemt.