VNG Magazine nummer 1, 20 januari 2023

Tekst: Rutger van den Dikkenberg | Beeld: Shutterstock

De VNG is er duidelijk over: gemeenten moeten een stap naar voren zetten. Het is de kern van de Verenigingsstrategie voor 2030. Algemeen directeur Leonard Geluk van de VNG laat zich daarbij leiden door de Amerikaanse schrijver Stephen Covey. ‘Hij roept op tot proactiviteit.’
 

Interview Leonard Geluk

Wees proactief en begin met het einde voor ogen. Het zijn de eerste twee van zeven eigenschappen van een goede overheid, die VNG-directeur Leonard Geluk de afgelopen periode in een reeks columns in VNG Magazine uiteenzette. Die reeks leidde tot een essay dat in december werd gepubliceerd. Het is ook de basis van de Verenigingsstrategie waar de VNG aan werkt voor de jaren tot 2030. In juni, op de ledenvergadering in Groningen, krijgen de gemeenten die voorgelegd. 

Geluks columnreeks was gebaseerd op de bestseller De zeven eigenschappen van effectief leiderschap van Stephen Covey. ‘Dat is voor mij een belangrijke bron van inspiratie’, zegt de VNG-directeur zelf over het boek dat jarenlang elke zomervakantie opnieuw in de koffer ging. Met de Bijbel en Ons feilbare denken van de Israëlische psycholoog Daniel Kahneman is De zeven eigenschappen één van de drie belangrijke boeken die Geluk hebben gevormd. 'Covey daagt je steeds weer uit’, zegt hij. ‘Maak ik nog de goede keuzes? Zijn manier van denken over normen en waarden, de omgang met relaties zijn belangrijk. Ik kwam gaandeweg tot het beeld dat die vragen niet alleen relevant zijn voor mensen, maar óók voor de overheid.’

Van dag tot dag
De VNG is soms erg van dag tot dag bezig, ziet hij. De problemen en de cri­ses van nu zijn er groot genoeg voor: corona, asiel, stikstof, de gevolgen van de oorlog in Oekraïne. ‘Zelf ben ik reflectief van aard, steeds op zoek naar het grotere verhaal. Wat voor overheid willen we zijn? Het rijk daagt ons daar te weinig toe uit, dus moeten we het zelf doen.’
Covey is daarbij een belangrijke leidraad. ‘Hij roept op tot proactiviteit’, zegt Geluk. ‘Neem je verantwoordelijkheid en zet een stap naar voren op basis van een gedeelde agenda. Dat is precies wat we in de Verenigingsstrategie doen.’ 

Collegialiteit
Wat maakt een overheid een góéde overheid? Geluk: ‘Dat is veelkleurig. Betrouwbaarheid, samenwerking en realisme zijn belangrijke pijlers. We zien nu dat het beleid zo ontzettend versnipperd en verkokerd is, dat we niet als één overheid kunnen werken.’

Dat komt grotendeels door de manier waarop het rijk werkt. Waar colleges van burgemeester en wethouders collegiaal werken, is het rijk ‘in zijn aard niet collegiaal’. Geluk: ‘Ministers zijn primair gericht op het eigen ministerie. De minister voor Stikstof staat tegenover die voor Wonen, of die van Landbouw. Maar we bouwen uiteindelijk voor de inwoners. Als je een gedeelde agenda hebt, die gaat over landbouw én over stikstof, dan heb je collectief een ander verhaal dan wanneer iedereen vanuit zijn eigen koker naar een dossier kijkt. We hebben dus niet alleen een langetermijnverhaal nodig; een meer collegiale manier van besturen bij het rijk zou het vertrouwen ook kunnen versterken.’

Medeondertekenen
Gemeenten voelen de gevolgen van het gebrek aan collegialiteit binnen het kabinet, ziet Geluk. ‘Dit komt allemaal bij gemeenten bij elkaar. De ambities van de verschillende ministers hebben allemaal effect op onze schaarse middelen of op onze schaarse ruimte. Maar als je alleen maar losse claims of wetten hebt, dan botst dat op een gegeven moment. Er is een principe nodig om die schaarste te verdelen.’

Medeondertekenen is een mogelijkheid tot veto

Versnippering helpt dan niet, zegt hij, net zomin als dat het kabinet niet verder vooruit lijkt te kijken dan de volgende verkiezingen, om de opvolgers niet dwars te zitten. Dat leidt ertoe dat er incidenteel steeds geld is voor tal van taken. ‘Er zijn heel veel potjes’, zegt Geluk. ‘En het zijn vaak heel goede initiatieven. Maar om uiteindelijk solide te werk kunnen gaan, is een structurele aanpak nodig.’ Het is daarom des te belangrijker dat de minister van Binnenlandse Zaken wetsvoorstellen die decentrale overheden aangaan, gaat medeondertekenen. De VNG pleit daar al langer voor en deed in aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen in 2021 een voorstel tot een Wet decentraal bestuur waarin de regierol van de minister van BZK werd benadrukt. ‘Medeondertekenen is een mogelijkheid tot veto’, weet Geluk. ‘Dat geeft Binnenlandse Zaken de macht om voorstellen van andere ministeries te stoppen.’

Leiderschap
Afgelopen september publiceerde de VNG de discussienota die uiteindelijk moet leiden tot de nieuwe Verenigingsstrategie, en tot een belangrijke bijdrage van gemeenten aan die goede overheid. De ambities zijn groot. Gemeenten moeten in staat worden gesteld om leiderschap te tonen, zowel individueel als collectief. De VNG doet zeven voorstellen die het mogelijk moeten maken om daadwerkelijk de stap naar voren te zetten, waarbij de VNG zich ontwikkelt als ‘knooppunt van netwerken’, en waarbij gemeenten zich ontwikkelen van 342 afzonderlijke identiteiten tot één sterke bestuurslaag, die nauw samenwerkt en waarbij de onderdelen van elkaar kunnen leren.

Gemeenten hebben ervaren dat het rijk steeds vaker top-down werkt

Dat is hard nodig, zegt Geluk. Als overheid die het dichtst bij inwoners en bedrijven staat, zijn gemeenten in staat om daadwerkelijk te zien wat er leeft en nodig is. ‘De gemeente kent de leefwereld van onze inwoners, en we zien de effecten van alle crises op de bestaanszekerheid,’ weet de VNG-directeur. ‘Wij willen als collectief van gemeenten de stappen zetten om die bestaanszekerheid te kunnen bieden. Niet door te volgen wat het rijk doet, maar door dat soms om te draaien: dít is voor onze inwoners van belang, wij zetten deze stap en vragen het rijk vervolgens om ons daarin te ondersteunen met bijvoorbeeld financiering of een wetswijziging. Dat zou mijn ideale VNG zijn. Zo geven we invulling aan de proactiviteit die Covey bepleit.’

Op orde
Gemeenten zijn de afgelopen jaren druk bezig geweest met het incorporeren van de decentralisaties. Met name die van 2015 – jeugdzorg, werk en inkomen en zorg aan langdurig zieken en ouderen – hadden forse impact op de lokale overheid. ‘Dat heeft gemeenten heel veel energie gekost’, zegt Geluk. ‘En gemeenten hebben ervaren dat het rijk steeds vaker top-down werkt. Maar dat is niet altijd de juiste manier.’ 

Acht jaar na de invoering van de decentralisaties hebben gemeenten de situatie grotendeels op orde, zegt Geluk – op de hervormingsagenda jeugdzorg na. En dus kunnen ze verder kijken. De ‘stap naar voren’ betekent niet dat de VNG de deur nu openzet voor nieuwe decentralisaties, maar wel tot een betere samenwerking als één overheid.
Het rijk werkt nu dus vooral top-down. Er zijn onderwerpen waarbij dat nodig is. ‘Maar bij andere thema’s willen we graag van beneden naar boven werken. Bestaanszekerheid is zo’n onderwerp. Dat vraagstuk is anders in Spangen dan in de Eemsdelta of in de Betuwe. Datzelfde geldt voor wonen: de woonopgave verschilt per regio.’

Schouder aan schouder
Geluk en plaatsvervangend VNG-directeur Pieter Jeroense reizen met de conceptvisie het land door om bij de provinciale VNG-afdelingen input op te halen. ‘Er wordt heel positief gereageerd op de het concept. Bestuurders willen echt schouder aan schouder samenwerken.’

Toch zijn er vragen. Dát er een stap naar voren gezet moet worden, wordt lokaal breed gedeeld. De vraag is wel: hoe eenvoudig is het om 342 gemeenten overeenstemming te laten bereiken over hoe die stap eruit zou moeten zien als een concrete casus zich voordoet? En, niet onbelangrijk: wat betekent het voor de rol en positie van de gemeenteraad als gemeenten intensiever gaan samenwerken? Bij gemeenschappelijke regelingen is dat nu vaak al een zorgpunt. 

Regio
Een andere vraag: welke rol speelt de VNG in de regio? Gemeenten werken samen in regionale samenwerkingsverbanden, en in netwerken als de G4, G40, P10 en M50. ‘Dat is een spannend onderwerp,’ zegt Geluk. ‘Moeten we ons daar als VNG mee bezighouden? Daar wordt heel verschillend op gereageerd. Een deel van de gemeenten zou het heel goed vinden als wij dat platform bieden. Andere regelen het zelf wel.’

Dit soort onderwerpen wordt de komende maanden uitgewerkt en voorgelegd aan het VNG-bestuur. Dat zal dan een concreet voorstel doen aan de leden. Op de algemene ledenvergadering in juni in Groningen moeten de leden er uiteindelijk een knoop over door­hakken.
 

Verenigingsstrategie 2030

Lees meer over de totstandkoming van de Verenigingsstrategie 2030, een terugblik op de bijeenkomsten in het land en de voortgang op deze pagina. Hier zijn ook zes essays te vinden van denkers die hebben gereflecteerd op de omkeringsgedachte en de denklijn van gemeenten die ‘een stap naar voren doen’ en wat dat met zich meebrengt.