VNG Magazine nummer 2, 7 februari 2020

Auteur: Sanne van der Most | Beeld: Sanne van der Most

Gemeenteambtenaren speelden een belangrijke rol in het verzet tegen de Duitse bezetting. In Lisse en Leusden hielden medewerkers zich bezig met het vervalsen van documenten, met gevaar voor eigen leven.
 

Willem Döll straat

Op dinsdag 15 februari 1944 wordt het gemeentehuis van Lisse brutaal overvallen. De dienstdoende agent wordt hardhandig neergeslagen en medewerkers van het bevolkingsregister kunnen niet voorkomen dat de belagers een groot deel van de persoonsbewijzen en levensmiddelenkaarten meenemen. Doorgestoken kaart, zo blijkt achteraf. De geënsceneerde overval is het werk van moedige ambtenaren die hun eigen leven op het spel zetten om dat van anderen te redden.  

Rustig
Eigenlijk was Lisse tijdens de oorlogsjaren opvallend rustig. In de Keukenhof waren wat Duitse soldaten gestationeerd maar hard gevochten, zoals in het nabijgelegen Hillegom en Haarlemmermeer, werd er niet. Toch was er wel degelijk verzet. Tegenover de protestants-christelijke basisschool De Akker waar Duitse militairen waren gelegerd, werd door drie broers het illegale blad De Oranjekoerier gestencild. Al snel werd ook bekend dat er in Lisse valse persoonsbewijzen te halen waren, vervaardigd door hoofdklerk en medewerker van het bevolkingsregister Willem Döll en gemeentesecretaris Jan de Haan. Ze schrapten de Joodse achtergrond, veranderden opvallende Joodse namen en vervingen foto’s.

Een paar dagen na de overval op het gemeentehuis worden Döll, De Haan en opperwachtmeester van politie Bastiaan Romeijn gearresteerd wegens betrokkenheid.

Nooit bewezen
‘Die betrokkenheid is overigens nooit aangetoond’, vertelt freelance journalist Ed Olivier, die al bijna vijftig jaar in Lisse woont en op verzoek van het 4 mei Comité een boek schreef over de persoonlijke verhalen van mensen met een Lisses oorlogsgraf. Voor Wat toch een tijd dook hij in de archieven en ontdekte maar liefst zestig oorlogsslachtoffers. Onder hen ook de mensen, zoals Döll, die betrokken waren bij de geënsceneerde overval op het gemeentehuis in Lisse. ‘De vervalsing hebben ze uiteindelijk bekend maar betrokkenheid bij de overval is nooit bewezen.’ 

Döll overleed op 18 februari 1945 in concentratiekamp Rathenow bij het Duitse Sachsenhausen. Bas Romeijn op 20 november 1944 in Hamburg-Hammerbrook, een buitenkamp van concentratiekamp Neuengamme. Jan de Haan overleefde zijn internering in Kamp Vught, maar overleed kort na de oorlog, op 9 oktober 1946 in Lisse.

Eerbetoon
‘Ware oorlogshelden dus’, aldus Olivier. ‘Toch hebben ze lang niet allemaal de eer gekregen die ze verdienen. Burgemeester Van Rijckevorsel, die als echte burgemeester in oorlogstijd de verzetsacties meer dan gedoogde, kreeg een laan. De Haan kreeg een straat en Döll moest het al die jaren doen met een klein schildje in de hal van het gemeentehuis bij de afdeling burgerlijke stand. Politieman Bas Romeijn kreeg helemaal niks. Het was een maatschappij van rangen en standen en men vond het blijkbaar niet nodig.’

Vanuit Den Haag kwamen blanco persoonsbewijzen

Sinds kort is dat anders en heeft Lisse er een straat bij. De W.L. Döllstraat in buurtschap De Engel, want ‘Willem’, dat vond hij veel te gewoon, zo vernam Olivier van de nog levende broer van Döll. 

‘Een eerbetoon aan de Lissese verzetsheld. En eindelijk de erkenning die hij verdient. Want het waren absoluut helden. Je moet het maar aandurven om in oorlogstijd bevelen niet op te volgen maar te doen waar je zelf in gelooft. Dat zouden we in deze tijd wat vaker mogen doen. Bij het inrichten van die uitzetcentra voor asielzoekers waren er maar een paar burgemeesters die zeiden: daar doen wij niet aan mee. Wie weet zeggen we over vijftig jaar wel met z’n allen: waarom hebben daar toen niet meer mensen wat tegen gedaan? Dat was toch niet helemaal fris? Er worden over het algemeen veel te weinig vragen gesteld. Dus ik heb wel iets met ambtenaren die dat wél doen.’

Professioneel verzet
Met kamp Amersfoort om de hoek, een SS-kamp en talloze NSB-woningen in de nabije omgeving en de Grebbelinie waar heftig gestreden werd, lag Leusden midden in de brandhaard van de strijd. Tegelijkertijd, of misschien wel juist daardoor, was het de broedplaats voor professioneel georganiseerd actief verzet. Onder meer door gemeenteambtenaar Karel Brouwer die persoonsbewijzen vervalste en zo veel Joden hielp overleven.

‘Karel en Rita Brouwer bezochten op een zomerse avond in augustus 1942 de ouders van Rita, die boven de herensociëteit Concordia in Amersfoort woonden. Het was al donker toen de Joodse overbuurman Hein Cohen in paniek aanbelde. De volgende ochtend moesten ze naar Amsterdam vertrekken, was hun verteld. Karel en Rita besloten meteen te helpen en namen de hele familie – vier volwassen en twee kinderen – nog dezelfde avond mee naar hun huis in het Leusdense Hamersveld. Hij regelde originele persoonsbewijzen, voorzien van hun eigen pasfoto en vingerafdruk maar met verzonnen gegevens. Met deze nieuwe identiteit gingen ze niet langer als Jood door het leven.’ 

Dit is een fragment uit het boek Ondergronds in de Tweede Wereldoorlog van amateurhistoricus José Huurdeman. Vele vluchtelingen volgden en de methode werd steeds professioneler. Brouwer en zijn goede vriend Dolf Hendriks gebruikten persoonsgegevens van kinderen die bijvoorbeeld dertig jaar geleden overleden waren. ‘Een beetje luguber natuurlijk’, zegt Huurdeman. ‘Maar het was een briljant idee en niemand had het in de gaten. Vanuit Den Haag lieten ze blanco persoonsbewijzen komen. Een nieuwe pasfoto erop, een vingerafdruk en klaar was het nieuwe persoonsbewijs.’
De methode die later de ‘lijkjesmethode’ werd genoemd, kreeg zelfs landelijke navolging, zo bleek achteraf. Het vervalsen deed Brouwer op het gemeentehuis, waar hij praktisch naast woonde. Met hulp van collega-ambtenaar Bob van de Heijden en Albert Buining, in die tijd gemeentesecretaris en later burgemeester. Huurdeman: ‘De toenmalige burgemeester Jan Karel de Beaufort gedoogde de vervalsing. Hij wist niet precies wat ze deden maar hij wist wel dát ze iets deden en hij hield het niet tegen.’

‘Je moet het maar durven om in oorlogstijd bevelen niet op te volgen’

Kleinste kwaad
Gerolf Bouwmeester, de huidige burgemeester van Leusden en zelf ook historicus, schreef het voorwoord voor Huurdemans boek.
‘Je moet stevig in je schoenen staan om zoiets te doen’, zegt hij. ‘Zowel de ambtenaren als de burgemeester. Je moet maar durven. Burgemeester in oorlogstijd, zo noemen ze dat. Je zult maar in die positie zitten. In continue strijd met jezelf kiezen voor het kleinste kwaad. Deels meewerken met de bezetter om schijn te voorkomen en aan de andere kant te zorgen dat het verzet kan plaatsvinden. Dat vraagt enorm veel moed en beoordelingsvermogen.’

monument Leusden

Monument
Ter nagedachtenis aan de Leusdense helden is er een monument. Het ruim twee meter hoog bronzen sculptuur genaamd ‘Het Stille Ambtenarenverzet’, een werk van beeldend kunstenaar Renee van Leusden, stond sinds 1994 pal voor de ingang van het gemeentehuis. 

In 2016 is het meeverhuisd naar het nieuwe gerenoveerde ‘Huis van Leusden’ waar het nog beter te zien is; op wat afstand van het bordes, omgeven door een stukje groen met bankjes zodat iedereen het goed kan bekijken en het idee erachter ook echt kan begrijpen. ‘Van alle kanten’, zegt Bouwmeester. ‘Want dat kon vroeger niet. Toen stond het beeld redelijk dicht tegen de muur aan.’ 

Het kunstwerk symboliseert de weg naar de vrijheid. Drie figuren houden de deur op een kier voor de onderduikers zodat zij zicht op de vrijheid houden. ‘Een prachtig symbool’, vindt Bouwmeester. ‘En een mooie manier om te gedenken wat ze voor Leusden gedaan en betekend hebben.’