VNG Magazine nummer 1, 24 januari 2020

Auteur: Marten Muskee | Beeld: Bart van Vliet/Programmaraad Regionale Arbeidsmarkt

De tien jaren die de publieke en private sector kregen om 125.000 garantiebanen te creëren (Wet banenafspraak) zijn half om. De totale doelstelling over 2019 (55.000) bleek in juli al gehaald (55.903), maar duidelijk is dat de overheid tot nu toe wat meer moeite heeft om het doel van de 25.000 banen te halen dan de private sector zijn 100.000. VNG Magazine vroeg twee arbeidsmarktregio’s en twee gemeenten ‘die gaan als een speer’ naar het geheim achter hun succes.
 

Garantiebanen

Doel van de overkoepelende Participatiewet is om mensen met een arbeidsbeperking, dus met een grote afstand tot de arbeidsmarkt, zo veel mogelijk bij reguliere werkgevers aan het werk te laten gaan, zowel in de publieke als in de private sector. Koplopergemeenten Westland en Moerdijk en de arbeidsmarktregio West-Brabant zetten specifiek de cliënt centraal, het platte cv telt niet. Groningen kan niet genoeg hameren op het belang van jobcoaches.

Westland werkt met structureel budget  

Gemeenten hebben twee rollen in de bemiddeling van mensen uit de doelgroep van de Participatiewet. Ze werken in 35 arbeidsmarktregio’s samen met het UWV om werknemers bij reguliere werkgevers te plaatsen. Maar als werkgever zijn ze ook zelf aan zet om hun een baan te bieden. Westland scoort bovengemiddeld goed waar het gaat om het plaatsen in de eigen organisatie van werknemers die onder de banenafspraak vallen. Inmiddels zijn al 24 mensen duurzaam geplaatst; het verloop is nul. Het doel van Westland is 37,5 garantiebanen in 2025. Dat is haalbaar, verwacht de gemeente.

Volgens Ilse van Hulzen, HRM-adviseur en aanjager van de banenafspraak in Westland, staat of valt het succes met het vooraf regelen van structureel budget. Daardoor hoeven mensen met een garantiebaan niet te concurreren met de huidige arbeidsmarkt en is er voor de bestaande medewerkers geen bedreiging qua formatie en werkzaamheden. ‘Dat wil je niet, het is niet fair naar deze mensen toe als kwetsbare doelgroep. Daar moet je voorzichtig mee omgaan.’



Sommige mensen hebben dag in, dag uit begeleiding nodig


Daarnaast vormt de kandidaat het uitgangspunt. Er ligt vooraf geen uitgekristalliseerde vacature klaar. Dat vraagt om maatwerk. Door de goede samenwerking met MVO Westland, de organisatie die zich voor en met werkgevers inzet om mensen die aan de zijlijn van de arbeidsmarkt staan aan de slag te laten gaan, krijgt de gemeente kandidaten aangeboden die bij de organisatie passen. Daardoor kan Van Hulzen gericht kandidaten voorstellen aan een team en teamleider. ‘Daarbij kijken we of het via jobcarving mogelijk is een plek te creëren. Voor een teammanager levert dat geen druk op de formatie op, alleen op de begeleiding. Bovendien werken het enthousiasme en plezier waarmee de nieuwe collega’s aan de slag gaan, aanstekelijk op de afdeling.’

Het is belangrijk dat die teammanager en het team gemotiveerd zijn om een kandidaat een kans te geven. Dat vraagt niet alleen om het nodige geduld, maar ook om een persoonlijke buddy uit de eigen organisatie die dagelijks aanspreekbaar is, zegt Van Hulzen. ‘Die doet dat naast zijn gewone werk. Het is belangrijk dat de buddy precies weet waar die aan begint, want het is geen stagiair die je inwerkt. Sommige mensen hebben dag in, dag uit begeleiding nodig.’

Naast een vast budget is een goede ambassadeursgroep in de organisatie van groot belang. Zij kunnen namelijk kansen signaleren, nieuwe ideeën initiëren en laagdrempelig vragen vanuit de organisatie beantwoorden.

Westland onderzoekt verdere mogelijkheden om mensen aan een baan te helpen, zoals het opnemen van social return in aanbestedingseisen. Afgelopen jaar startte de gemeente ook een soort franchiseconstructie met marktpartij Biesieklette, een exploitant van bewaakte fietsenstallingen. De bewuste medewerkers zijn in dienst van de gemeente en die zorgt voor de begeleiding via de buddy en jobcoach. De ondernemer zorgt voor de inwerkperiode en het plannen van het rooster van de medewerkers.

In Moerdijk staat de mens centraal

Ook Moerdijk ging ambitieus van start en hoeft zich niet druk te maken om het quotum. Sterker nog, de doelen haalt de gemeente al door de detachering in groen en schoonmaak. In 2025 moet Moerdijk tien garantiebanen ingevuld hebben. De gemeente legt zichzelf daarbij nog eens een taakstelling op van tien extra plaatsingen via een extra project.

Volgens wethouder Thomas Zwiers (VVD) zet Moerdijk zich al langer in om kwetsbare mensen zonder werk kansen te bieden. College en gemeenteraad hebben de ambitie om meer inwoners via een bepaalde werkwijze aan de slag te krijgen. ‘We geven cliënten geen bezem in de hand met de opdracht om de straten schoon te vegen, maar kijken echt heel goed vanuit de kandidaat zelf. Vervolgens kijken we of we daar werk bij kunnen vinden, werk dat echt gedaan moet worden en een meerwaarde biedt voor de organisatie. Het gaat om betaald werk, de mensen komen gewoon in dienst bij de gemeente. We kijken ook of die werkervaring een springplank kan zijn om vervolgens elders aan de slag te gaan bij werkgevers, andere overheden of partners van de gemeente.’

Om uitgaande van de persoon toch te komen tot een goede maatwerkmatch tussen wat de cliënt kan en waar de organisatie behoefte aan heeft, is Inclusief Moerdijk in het leven geroepen.

Bedrijven zijn naarstig op zoek naar medewerkers 

René van Liesdonk is ingehuurd als aanjager. Hij is als sociaal ondernemer al ruim twintig jaar actief om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt te scholen en te begeleiden naar een baan. Van Liesdonk heeft de kennis en kunde in huis om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt succesvol te plaatsen en door te laten groeien naar een aparte baan.
Dat doet Van Liesdonk samen met de afdeling HR en leidinggevenden op de verschillende afdelingen. Zwiers constateert daarbij leuke resultaten en verrassende matches. ‘De categorie waar wij ons op richten, is niet snel bemiddelbaar. Daar is extra budget voor beschikbaar gesteld. We bieden mensen drie keer een contract. Daarna proberen we ze te laten uitstromen naar een andere baan, zo veel mogelijk buiten onze gemeentelijke organisatie. Als mensen voor onze organisatie nuttig werk verrichten, proberen we ze te behouden.’

De aanjager weet volgens Zwiers hoe het spel werkt om een match te vinden, voor de gemeente is dit allemaal redelijk nieuw. ‘De begeleiding doen we grotendeels zelf vanuit P&O. Als het echt nodig is, maken we gebruik van jobcoaches.’

De gemeente kan veel betekenen voor mensen met een beperking om toch tot bloei te komen. Dat vormt de intrinsieke motivatie voor de wethouder om zich hiervoor in te zetten. ‘Dat vind ik belangrijker dan het behalen van de doelstelling. Onze kracht zit niet het schrijven van dikke plannen. We hebben kort en bondig afgesproken dit met elkaar aan te pakken en zijn gewoon begonnen. Dat was in het begin best lastig, maar uiteindelijk boeken we mooie resultaten.’

West-Brabant richt branchestraten in

Het economisch tij zit mee, er heerst krapte op de arbeidsmarkt in de regio West-Brabant. Met het UWV richt de regio zich op het begeleiden van mensen met een beperking naar een reguliere baan in het bedrijfsleven.

Bedrijven zijn volgens Boaz Adank (VVD), wethouder van centrumgemeente Breda, naarstig op zoek naar medewerkers. Daardoor ontstaat ook ruimte om mensen met een arbeidsbeperking een plek te geven. Er worden zowel kansen gecreëerd binnen de gemeentelijke organisaties als bij het bedrijfsleven. ‘We zijn goed op weg om de quota te halen. Ik weet natuurlijk niet hoe de economie er over twee jaar voorstaat, maar de banen die nu vrijkomen voor de doelgroep schat ik in als duurzaam.’

West-Brabant was de eerste regio die aan de slag ging met Perspectief op Werk, een doe-agenda met daarbij 70 miljoen euro van SZW. De agenda geeft een extra impuls aan het begeleiden van werkzoekenden. Dat zorgt volgens Adank voor succes, maar het is niet het hele verhaal. ‘We hebben de afgelopen twee jaar al diverse acties doorgevoerd, waaronder het écht met werkgevers in gesprek gaan over de mogelijkheden voor mensen die wij op onze lijstjes hebben staan. Ze hoeven vaak maar wat kleine dingen te doen in de ondersteuning om die mensen aan werk te helpen. Dat is heel succesvol geweest.’

Dat succes geldt ook voor de klantgerichte benadering. Daarbij staat niet langer de werkervaring centraal, maar het verhaal achter de cliënt. Adank: ‘We zijn afgestapt van het platte cv, maar maken een plan rond wat de cliënt zou moeten doen om zijn baankansen te vergroten.’

West-Brabant heeft samen met de overheid, werkgevers en onderwijs zogeheten branchestraten ingericht, voor bijvoorbeeld zorg, bouw, horeca en logistiek. Er wordt niet overal op ingezet, alleen op die branches waarbij de kans op een baan het grootst is en waar het onderwijs bij kan aanhaken. ‘Daarin onderscheiden we ons echt van andere arbeidsmarktregio’s,’ zegt de wethouder. ‘Het brengt focus aan, ook voor de inzet van middelen en door de schaalgrootte heb je volume om het onderwijs goed mee te krijgen. Dit laat tot nu toe zeer positieve effecten zien.’  

Investeer in de samenwerking, wees niet elkaars concurrent

Perspectief op Werk is een samenwerkingsverband met de werkgeversorganisaties. In West-Brabant is afgesproken de subsidie in te zetten om nog bestaande barrières weg te ruimen. Er zijn jobcoach-uren beschikbaar, maar bij de moeilijk te plaatsen doelgroep is net iets meer begeleiding nodig. ‘Coaching on the job om mensen net iets langer de tijd te geven om te wennen bij de werkgever. Daar halen we goede resultaten, ik ben dan ook zeer blij met die subsidie.’

De samenwerking tussen gemeenten verloopt goed. Er zijn weleens spanningen, mede doordat de samenwerkende sw-bedrijven aanpakken hebben die kunnen verschillen. ‘We krijgen op geen stukken na genoeg om de organisaties die we hebben in stand te houden, daar moeten de komende jaren moeilijke keuzes in worden gemaakt. Maar we worden steeds beter in de samenwerking om mensen naar regulier aangepast werk te krijgen, waarbij ook werkgevers hun verantwoordelijkheid nemen.’

Groningen en de ruime inzet van jobcoaches

De laatste rapportage die wethouder Carine Bloemhoff (PvdA) van Groningen en voorzitter van de gelijknamige arbeidsmarktregio onder ogen kreeg, was die van augustus 2019. Toen bleken er 3290 afspraakbanen gerealiseerd, 1100 meer dan het streefcijfer voor eind 2019. Het succes geldt zowel voor de werkgevers als de eigen gemeentelijke organisaties. ‘We realiseren het als regio, dat is bijzonder want Groningen is geen streek met een enorme werkgelegenheid.’

Bloemhoff schrijft het succes op het conto van de goede samenwerking tussen de betrokken gemeenten, het UWV en de werkgevers. Verder is gezorgd voor goede voorlichting en voor ondersteuning van de werkgevers om vraag en aanbod bij elkaar te brengen. ‘Dat betekent bijvoorbeeld dat wij helpen bij het organiseren van zogeheten afspraakdiners of -lunches, evenementen waar werkgevers en werkzoekenden elkaar treffen in een wat informelere setting.’

De arbeidsmarktregio heeft daarnaast een speciaal afspraakbanenteam dat permanent zorgt voor focus op de doelgroep. ‘Dit onder het motto: alles wat je aandacht geeft, groeit. Daarmee houden we ook continu focus op de taakstelling, want het team rapporteert drie keer per jaar hoeveel afspraakbanen we gerealiseerd hebben. In het begin is ook een aanjager aangesteld die zelf ondernemer is. Die heeft met succes werkgevers weten te enthousiasmeren’

Maar wat Bloemhoff bovenal aan iedere gemeente vertelt die naar het Groninger succes vraagt, is de ruime inzet van jobcoaches. Dat is een echte succesfactor. ‘We zetten ze in bij 90 procent van de plaatsingen. Dat is veel, maar daardoor zien we wel effect.’

Verder wordt in de arbeidsmarktregio gezorgd voor een sluitende aanpak op jongeren die uit het voortgezet speciaal onderwijs (VSO) en praktijkonderwijs (PrO) komen. Die hebben vaak een extra steuntje in de rug nodig bij de uitstroom uit het onderwijs zodat zij een succesvolle overstap naar een baan kunnen maken. ‘Zodra jongeren 14 jaar zijn, komt een werkcoach naar de school om de leerling voor te bereiden op toekomstig werk. De leerling gaat vrijwel naadloos over van school naar werk, beschut werk, de dagbesteding of toch naar een mbo-opleiding. Een sluitende aanpak waardoor ze niet tussen wal en schip belanden.’

Er is veel samenwerking en commitment op bestuurlijk niveau, dat komt volgens de wethouder door de grote opgave die er ligt. Groningen had traditioneel veel sw-bedrijven en er bestaat een enorme drive om deze doelgroep te helpen. Dat wordt gezien en opgepakt door het bedrijfsleven. ‘We doen het echt samen, ook het aantrekken van bedrijven. Het maakt niet uit of een onderneming zich vestigt in Groningen, Hoogezand-Sappemeer of Winschoten. Het gaat ons om de werkgelegenheid op arbeidsmarktniveau, daarin concurreren we niet met elkaar. Dus investeer in de samenwerking, wees niet elkaars concurrent, kijk samen hoe je verder komt. Samenwerken loont.’