Veel gestelde vragen wethouders

Ontheffing woonplaatsvereiste

Dient een wethouder verplicht te wonen in de gemeente waarin hij of zij is benoemd?

In beginsel dient de wethouder in de gemeente te wonen waar hij of zij wethouder is. De gemeenteraad kan echter voor de duur van een jaar ontheffing verlenen van het vereiste van ingezetenschap. De ontheffing van één jaar kan in bijzondere gevallen door de gemeenteraad bij raadsbesluit, telkens met een periode van maximaal een jaar, worden verlengd.

Nb: Lid 2 van artikel 36a van de Gemeentewet wordt naar alle waarschijnlijkheid dit kalenderjaar gewijzigd. Het artikel komt dan te luiden: ‘De raad kan ontheffing verlenen van het vereiste voor ingezetenschap’. De zinsnede ‘voor de duur van een jaar’ wordt geschrapt. Deze wijziging is nog niet van kracht. Het voorstel ligt bij de Eerste Kamer.
Het uitgangspunt dat wethouders wonen in de gemeente waar zij werken blijft van toepassing. De wijziging houdt in dat de gemeenteraad gelijk de duur van de ontheffing kan bepalen en niet jaarlijks (verplicht) hoeft te verlengen.

Wettelijke grondslag: artikel 36a Gemeentewet


Nevenfuncties/inkomsten

Hebben ‘demissionaire’ wethouders recht op zowel de wethoudersvergoeding als de raadsvergoeding?
Nee, de demissionaire wethouders hebben geen aanspraak op de raadsvergoeding. Zij behouden hun wedde totdat de nieuwe wethouders door de (nieuwe) raad worden benoemd.
Wettelijke grondslag: artikel 95, lid 3 Gemeentewet, artikel 3.2.1, lid 9 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.

In hoeverre zijn wethouders verplicht om nevenfuncties openbaar te maken?
Wethouders zijn verplicht hun nevenfuncties openbaar te maken. Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen ambtsgebonden en niet-ambtsgebonden nevenfuncties.
Wettelijke grondslag: artikel 41b Gemeentewet

Wanneer dient de wethouder inkomsten uit zijn nevenfunctie(s) te verrekenen?
Wanneer de neveninkomsten minder bedragen dan 14% van de jaarbezoldiging vindt geen verrekening plaats. In het geval de inkomsten hoger zijn dan dit percentage dan wordt van het meerdere voor 50% verrekend. De vermindering c.q. korting is maximaal 35% van de jaarbezoldiging. Jaarlijks krijgen wethouders een oproep van het ministerie van Binnenlandse Zaken om hun neveninkomsten op te geven. Wanneer geen opgave door de wethouder wordt gedaan, bedraagt de korting per definitie 35% van de jaarbezoldiging. De verrekening van inkomsten is niet openbaar en vindt plaats middels een verrekeningsapplicatie. U kunt deze vinden op www.verrekeningneveninkomsten.nl/

NB: Voor wethouders die onder het overgangsrecht vallen (in functie zijn op 10 maart 2010 is verrekening van nevenfuncties niet van toepassing.
Wettelijke grondslag: artikel 44 Gemeentewet, Artikel 291 Gemeentewet, artikel 3.2.3 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.  

Is de wethouder verplicht inkomsten uit zijn nevenfuncties openbaar te maken?
Op grond van artikel 41b Gemeentewet zijn fulltime wethouders verplicht inkomsten uit nevenfuncties openbaar te maken. Openbaarmaking geschiedt door terinzagelegging op het gemeentehuis uiterlijk op 1 april na het kalenderjaar waarin de inkomsten zijn genoten. Een uitzondering op de openbaarmaking van neveninkomsten geldt voor de zogenoemde ‘in deeltijd’ aangestelde wethouders.

Is er sprake van een extra vergoeding voor het waarnemen van de burgemeester door een wethouder?
Bij afwezigheid van de burgemeester wordt vaak waargenomen door een (door het college aangewezen) wethouder. Aan de rechtsposities van beiden verandert er in beginsel niets. Duurt de waarneming langer dan dertig dagen dan wordt zijn of haar bezoldiging opgehoogd tot het niveau van de burgemeester voor de duur van de waarneming.
Wettelijke grondslag: artikel 77 Gemeentewet, artikel 3.2.2 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.


Verplaatsingskosten

Hebben wethouders recht op een tegemoetkoming in de kosten voor het woon-werkverkeer?
Ja, wethouders hebben ten laste van de gemeente aanspraak op de vergoeding van woon-werkverkeer. Voor wat betreft de vergoeding bij gebruik van een eigen auto is aansluiting gezocht bij de fiscale regels. Op dit moment mag maximaal €0,19 per kilometer fiscaal onbelast worden vergoed. Bij gebruik van een eigen auto worden ook eventuele veer- en tolkosten vergoed. Er is geen grondslag om de parkeerkosten te vergoeden bij woon-werkverkeer.
De kosten voor het gebruik van het openbaar worden volledig vergoed.

NB: wethouders die voor 01-01-2019 in functie zijn mogen eenmalig kiezen voor het oude reiskostenregime
Wettelijke grondslag: artikel 3.2.9 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, artikel 3.6 Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers

Hebben wethouders recht op een tegemoetkoming in de kosten voor dienstreizen?
De reis- en verblijfkosten voor reizen, gemaakt voor de uitoefening van het ambt komen ten laste van de gemeente. Bij gebruik van een eigen auto worden zowel de parkeerkosten als veer- en tolkosten vergoed. De maximale kilometervergoeding bedraagt €0,19.
De kosten voor het gebruik van het openbaar vervoer worden volledig vergoed.

NB: wethouders die voor 01-01-2019 in functie zijn mogen eenmalig kiezen voor het oude reiskostenregime
Wettelijke grondslag: artikel 3.2.9 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, artikel 3.6 Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers


Pensionkosten

Wanneer heeft een wethouder recht op een pensionkostenvergoeding?
De pensionkostenvergoeding hangt samen met de ontheffing van het woonplaatsvereiste. Als de wethouder in zijn ‘oude’ woonplaats blijft wonen c.q. blijft ingeschreven en in de nieuwe gemeente een tijdelijke woonvoorziening heeft, kan de wethouder aanspraak maken op vergoeding van de kosten voor tijdelijke huisvesting in bijvoorbeeld een hotel, Bed & Breakfast of tijdelijk gehuurd appartement. Daarnaast kunnen de reiskosten naar de woning worden vergoed waar de wethouder ten tijde van de benoeming woonde.
Wettelijke grondslag: artikel 3.2.7, lid 2 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers


Tegemoetkoming dubbele woonlasten

Wanneer heeft een wethouder recht op een tegemoetkoming dubbele woonlasten?
Wethouders die hun een oude woning te koop hebben staan en zich daadwerkelijk hebben ingeschreven in de nieuwe gemeente (BRP) en daardoor geconfronteerd worden met dubbele woonlasten, kunnen  aanspraak maken op een tegemoetkoming in de dubbele woonlasten. De hoogte van de tegemoetkoming is maximaal 18% van de bezoldiging. Er moet wel sprake zijn van huur, koop of een door de gemeente ter beschikking gestelde woning in de nieuwe gemeente. Er mag voor maximaal drie jaar (na de benoeming) gebruik worden gemaakt van deze regeling.
Wettelijke grondslag: artikel 3.2.7, lid 3 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers


Fietsregeling

Kan een wethouder fiscaal gefaciliteerd een inkomstenbron uitruilen voor bijvoorbeeld een fiets (voormalig fietsplan)
Nee, het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers voorziet niet in de mogelijkheid / grondslag om een fiets aan de wethouder te verstrekken of uit te ruilen via loonbestanddelen.
Wettelijke grondslag: artikel 37 Uitvoeringsregeling Loonbelasting(oud), artikel 31 Wet op de Loonbelasting 1964


Communicatiemiddelen

Hoe zit het met de verstrekking van een mobiele telefoon aan wethouders? En is het mogelijk om een geldelijke vergoeding te verstrekken voor een mobiele telefoon in plaats van de terbeschikkingstelling?
Het college van burgemeester en wethouders stelt ten laste van de gemeente aan wethouder voor de duur van de uitoefening van de functie informatie- en communicatievoorzieningen ter beschikking. Indien er wordt besloten dat de mobiele telefoon noodzakelijk is voor het vervullen van het werk kan een mobiele telefoon ten laste van de gemeente ter beschikking worden gesteld. Er is geen juridische grondslag om een vergoeding voor de aanschaf van ICT-middelen te verstrekken, tenzij gebruik wordt gemaakt van de overgangsregeling.
Wettelijk grondslag: 3.3.2 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers


Politiek verlof

Wanneer een medewerker van de gemeente wethouder wordt in een andere gemeente moet hij dan ontslag nemen?
Een ambtenaar heeft wettelijk recht om tijdelijk, gedurende de tijd dat hij wethouder is, geheel of gedeeltelijk te worden ontheven van zijn ambt. Dit noemt men politiek verlof. De ambtenaar hoeft dus geen ontslag te nemen.
Wettelijke grondslag: artikel 125c Ambtenarenwet

Hoe zit het met een eventuele terugkeergarantie van een oud-wethouder en tevens medewerker van de gemeente?
De medewerker heeft het recht en de plicht om na het einde van het wethouderschap terug te keren naar de gemeente. Het kan zijn dat hij of zij niet meer kan terugkeren naar zijn of haar ‘oude’ werkzaamheden of functie. De werkgever heeft dan een verplichting om op zoek te gaan naar passend/vervangend werk. Worden er geen passende vervangende werkzaamheden gevonden dan heeft de gemeente de mogelijkheid om tot ontslag over te gaan.
Wettelijke grondslag: artikel 8:9 CAR-UWO

Kan een ambtenaar die wethouder wordt in zijn eigen gemeente ook politiek verlof krijgen?
Nee, wanneer de ambtenaar de wens heeft wethouder te worden in de gemeente waarvoor hij werkt dan dient hij eerst ontslag te nemen. Het is niet toegestaan wethouder en tevens ambtenaar te zijn in dezelfde gemeente.
Wettelijke grondslag: Artikel 125c Ambtenarenwet, artikel 36b, lid 1sub r Gemeentewet en artikel 46 Gemeentewet.


Ontslag

Kan een wethouder onmiddellijk vrijwillig ontslag nemen?
Artikel 43 Gemeentewet regelt dat een wethouder ervoor kan kiezen onmiddellijk zijn ontslag in te dienen. Voorheen gold de standaard dat het ontslag pas een maand later inging, tenzij de raad eerder een opvolger benoemde. Nu kan de wethouder er ook voor kiezen om per direct ontslag te nemen, bijvoorbeeld als de wethouder een motie van wantrouwen ziet aankomen en dit niet wenst af te wachten. Indien een wethouder op grond van artikel 49 Gemeentewet ontslagen wordt, is er sprake van een gedwongen ontslag door de raad. In dat geval gaat het ontslag ook per direct in.
Wettelijke grondslag: artikel 43 en 49 Gemeentewet.


Appa

Wat zijn de ingangseisen voor een verlengde Appa-uitkering?
De verlengde Appa uitkering is aangepast aan de stijgende AOW-gerechtigde leeftijd. Vanaf 1 januari 2016 is er recht op een verlengde Appa uitkering wanneer de wethouder op het moment van ontslag 5 jaar is verwijderd van de op dat moment geldende AOW-gerechtigde leeftijd en het aantal dienstjaren in een tijdsbestek van 12 jaren tenminste 10 jaren bedraagt. De Appa-uitkering wordt in dat geval verlengd tot het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd.

NB: voor de groep politieke ambtsdragers die voor de inwerkingtreding van de Wet verkorting duur voortgezette Appa uitkering (1 januari 2016) in functie waren gelden de oude ingangseisen, ook bij herbenoeming. Dit is vastgesteld in artikel 163cb Appa.
Wettelijke grondslag; artikel 7a AOW, artikel 132 Appa, artikel 163cb Appa.

Wat mag een wethouder bijverdienen in de Appa?
In het eerste jaar kan tot 20% bovenop de uitkering zonder korting worden bijverdiend en in de daarop volgende jaren 30% van de uitkering. Inkomsten die in ieder geval meegaan voor de eventuele korting zijn de verhoging van oude inkomsten of inkomsten die de wethouder is gaan genieten binnen één jaar voor het aftreden. Ook inkomsten die men is gaan verkrijgen ná aftreden gaan mee in de verrekening, dat geldt ook voor het salaris dat men is gaan ontvangen van een aangehouden werkgever of de raadsvergoeding.

De uitkering en de te verrekenen inkomsten worden bij elkaar opgeteld. Het deel dat boven de 100% van de laatste wedde (bezoldiging, inclusief de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering) uitkomt wordt rechtstreeks op de uitkering in mindering gebracht.
Wettelijke grondslag: artikel 134 Appa.