Veel gestelde vragen wethouders

In verband met de intreding van het integrale rechtspositiebesluit voor politieke ambtsdragers per 1 januari 2019 is de informatie op deze pagina niet meer actueel. We werken deze informatie zo snel mogelijk bij.

Heeft u vragen? Dan kunt u terecht bij het VNG Informatiecentrum.

 

Ontheffing woonplaatsvereiste

Dient een wethouder verplicht te wonen in de gemeente waarin hij of zij is benoemd?
In beginsel dient de wethouder in de gemeente te wonen waar hij of zij wethouder is. De gemeenteraad kan echter voor de duur van een jaar ontheffing verlenen van het vereiste van ingezetenschap. De ontheffing van één jaar kan in bijzondere gevallen door de gemeenteraad bij raadsbesluit, telkens met een periode van maximaal een jaar, worden verlengd.
Wettelijke grondslag: artikel 36a Gemeentewet

 


Nevenfuncties/inkomsten

Hebben ‘demissionaire’ wethouders recht op zowel de wethoudersvergoeding als de raadsvergoeding?
|Nee, de demissionaire wethouders hebben geen aanspraak op de raadsvergoeding. Zij behouden hun wedde totdat de nieuwe wethouders door de (nieuwe) raad worden benoemd.
Wettelijke grondslag: artikel 95 lid 3 Gemeentewet, artikel 4a Rechtspositiebesluit wethouders

In hoeverre zijn wethouders verplicht om nevenfuncties openbaar te maken?
Wethouders zijn verplicht hun nevenfuncties openbaar te maken. Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen ambtsgebonden en niet-ambtsgebonden nevenfuncties.
Wettelijke grondslag: artikel 41b Gemeentewet

Wanneer dient de wethouder inkomsten uit zijn nevenfunctie(s) te verrekenen?
Wanneer de neveninkomsten minder bedragen dan 14% van de jaarbezoldiging vindt geen verrekening plaats. In het geval de inkomsten hoger zijn dan dit percentage dan wordt van het meerdere voor 50% verrekend. De vermindering c.q. korting is maximaal 35% van de jaarbezoldiging. Jaarlijks krijgen wethouders een oproep van het ministerie van Binnenlandse Zaken om hun neveninkomsten op te geven. Wanneer geen opgave door de wethouder wordt gedaan, bedraagt de korting per definitie 35% van de jaarbezoldiging. De verrekening van inkomsten is niet openbaar en vindt plaats middels een verrekeningsapplicatie. U kunt deze vinden op www.verrekeningneveninkomsten.nl/

NB: Voor wethouders die onder het overgangsrecht vallen (in functie zijn op 10 maart 2010 is verrekening van nevenfuncties niet van toepassing.
Wettelijke grondslag: artikel 44 Gemeentewet

Is de wethouder verplicht inkomsten uit zijn nevenfuncties openbaar te maken?
Op grond van artikel 41b Gemeentewet zijn fulltime wethouders verplicht inkomsten uit nevenfuncties openbaar te maken. Openbaarmaking geschiedt door terinzagelegging op het gemeentehuis uiterlijk op 1 april na het kalenderjaar waarin de inkomsten zijn genoten. Een uitzondering op de openbaarmaking van neveninkomsten geldt voor de zogenoemde ‘in deeltijd’ aangestelde wethouders.

Is er sprake van een extra vergoeding voor het waarnemen van de burgemeester door een wethouder?
Bij afwezigheid van de burgemeester wordt vaak waargenomen door een (door het college aangewezen) wethouder. Aan de rechtsposities van beiden verandert er in beginsel niets. Duurt de waarneming langer dan dertig dagen én wordt er waargenomen door een deeltijd wethouder dan wordt zijn of haar bezoldiging opgehoogd naar een voltijdsbezoldiging voor de duur van de waarneming.
Wettelijke grondslag: artikel 77 Gemeentewet, artikel 17 Rechtspositiebesluit burgemeesters.


Verplaatsingskosten

Hebben wethouders recht op een tegemoetkoming in de kosten voor het woon-werkverkeer?
Kosten van woon-werkverkeer kunnen worden vergoed indien dit is bepaald in de gemeentelijke rechtspositieverordening. Is dat het geval dan mag de tegemoetkoming niet hoger zijn dan in de Regeling rechtspositie wethouders vastgesteld. De tegemoetkoming kan dan bestaan uit vergoeding van de werkelijke kosten voor het openbaar vervoer of wanneer een eigen auto wordt gebruikt, een kilometervergoeding van netto €0,15 per km.

De kilometervergoeding is in het rechtspositiebesluit verplicht aangewezen als eindheffingsbestanddeel en kan ondergebracht bij de gerichte vrijstellingen.
Wettelijke grondslag: artikel 3 Regeling Rechtspositie wethouders

Hebben wethouders recht op een tegemoetkoming in de kosten voor dienstreizen?
Kosten voor dienstreizen in en buiten de gemeente kunnen worden vergoed indien dat is bepaald in de gemeentelijke verordening (het betreft een “kan-bepaling”). De tegemoetkoming kan dan bestaan uit vergoeding van de werkelijke kosten voor het openbaar vervoer of wanneer een eigen auto wordt gebruikt, een kilometervergoeding van netto €0,28 per km.

NB: De kilometervergoeding is in het rechtspositiebesluit verplicht aangewezen als eindheffingsbestanddeel en kan ondergebracht bij de gerichte vrijstellingen voor maximaal €0,19 per km.Wettelijke grondslag: artikel 4 Regeling Rechtspositie wethouders


Pensionkosten

Wanneer heeft een wethouder recht op een pensionkostenvergoeding?
De pensionkostenvergoeding hangt samen met de ontheffing van het woonplaatsvereiste. Als de wethouder in zijn ‘oude’ woonplaats blijft wonen c.q. blijft ingeschreven en in de nieuwe gemeente een tijdelijke woonvoorziening heeft, kan de wethouder aanspraak maken op een pensionkostenvoorziening met een maximum van 18% van de bruto bezoldiging en een onkostenvergoeding woon-werkverkeer van €0,15 per km. Beide tegemoetkomingen gelden voor maximaal 3 jaar na benoeming en ieder geval tot de datum waarop de gemeenteraad geen ontheffing meer heeft verleend van het woonplaatsvereiste.
Wettelijke grondslag: artikel 22 Rechtspositiebesluit wethouders, artikel 1 Regeling Rechtspositie wethouders.


Tegemoetkoming dubbele woonlasten

Wanneer heeft een wethouder recht op een tegemoetkoming dubbele woonlasten?
Wethouders die hun een oude woning te koop hebben staan en zich daadwerkelijk hebben ingeschreven in de nieuwe gemeente (BRP) en daardoor geconfronteerd worden met dubbele woonlasten, kunnen op of na 1 februari 2016 ook aanspraak maken op een tegemoetkoming in de dubbele woonlasten. De hoogte van de tegemoetkoming is maximaal 18% van de bezoldiging. Er moet wel sprake zijn van huur, koop of een door de gemeente ter beschikking gestelde woning in de nieuwe gemeente. Er mag voor maximaal drie jaar (na de benoeming) gebruik worden gemaakt van deze regeling.

NB: Voor 1 februari 2016 benoemde wethouders hebben ook recht op de ‘vernieuwde’ tegemoetkoming dubbele woonlasten. De ingangseisen zijn hetzelfde en de tegemoetkoming is voor hen ook maximaal 18% van de bezoldiging voor de resterende duur (uitgaande van de maximaal duur van 3 jaar na de benoemingsdatum).
Wettelijke grondslag: artikel 22 Rechtspositiebesluit wethouders, artikel 2 Regeling Rechtspositie wethouders


Fietsregeling

Kan een wethouder fiscaal gefaciliteerd een inkomstenbron uitruilen voor bijvoorbeeld een fiets (voormalig fietsplan)
Nee, het Rechtspositiebesluit wethouders voorziet niet in de mogelijkheid / grondslag om een fiets aan de wethouder te verstrekken of uit te ruilen via loonbestanddelen.
Wettelijke grondslag: artikel 37 Uitvoeringsregeling Loonbelasting(oud), artikel 31 Wet op de Loonbelasting 1964


Communicatiemiddelen

Hoe zit het met de verstrekking van een mobiele telefoon aan wethouders? En is het mogelijk om in plaats van verstrekking van een telefoon een privé (telefoon)abonnement te vergoeden?
Het Rechtspositiebesluit wethouders maakt het mogelijk dat de wethouder op aanvraag recht heeft op een mobiele telefoon in bruikleen. Het is niet mogelijk om in plaats van verstrekking van een mobiele telefoon in bruikleen het privé (mobiele) telefoonabonnement te vergoeden. Omdat sprake is van bruikleen (er dient ook een bruikleenovereenkomst te worden opgesteld) blijft de mobiele telefoon eigendom van de gemeente.
Wettelijk grondslag: artikel 27a Rechtspositiebesluit wethouders.


Politiek verlof

Wanneer een medewerker van de gemeente wethouder wordt in een andere gemeente moet hij dan ontslag nemen?
Een ambtenaar heeft wettelijk recht om tijdelijk, gedurende de tijd dat hij wethouder is, geheel of gedeeltelijk te worden ontheven van zijn ambt. Dit noemt men politiek verlof. De ambtenaar hoeft dus geen ontslag te nemen.
Wettelijke grondslag; artikel 125c Ambtenarenwet

Hoe zit het met een eventuele terugkeergarantie van een oud-wethouder en tevens medewerker van de gemeente?
De medewerker heeft het recht en de plicht om na het einde van het wethouderschap terug te keren naar de gemeente. Het kan zijn dat hij of zij niet meer kan terugkeren naar zijn of haar ‘oude’ werkzaamheden of functie. De werkgever heeft dan een verplichting om op zoek te gaan naar passend/vervangend werk. Worden er geen passende vervangende werkzaamheden gevonden dan heeft de gemeente de mogelijkheid om tot ontslag over te gaan.
Wettelijke grondslag; artikel 8:9 CAR-UWO

Kan een ambtenaar die wethouder wordt in zijn eigen gemeente ook politiek verlof krijgen?
Nee, wanneer de ambtenaar de wens heeft wethouder te worden in de gemeente waarvoor hij werkt dan dient hij eerst ontslag te nemen. Het is niet toegestaan wethouder en tevens ambtenaar te zijn in dezelfde gemeente.
Wettelijke grondslag: Artikel 125c Ambtenarenwet, artikel 36b lid 1 sub r Gemeentewet en artikel 46 Gemeentewet.


Ontslag

Kan een wethouder onmiddellijk vrijwillig ontslag nemen?
Artikel 43 Gemeentewet regelt dat een wethouder ervoor kan kiezen onmiddellijk zijn ontslag in te dienen. Voorheen gold de standaard dat het ontslag pas een maand later inging, tenzij de raad eerder een opvolger benoemde. Nu kan de wethouder er ook voor kiezen om per direct ontslag te nemen, bijvoorbeeld als de wethouder een motie van wantrouwen ziet aankomen en dit niet wenst af te wachten.
Indien een wethouder op grond van artikel 49 Gemeentewet ontslagen wordt, is er sprake van een gedwongen ontslag door de raad. In dat geval gaat het ontslag ook per direct in.
Wettelijke grondslag: artikel 43 en 49 Gemeentewet.


Appa

Wat zijn de ingangseisen voor een verlengde Appa-uitkering?
De verlengde Appa uitkering is aangepast aan de stijgende AOW-gerechtigde leeftijd. Vanaf 1 januari 2016 is er recht op een verlengde Appa uitkering wanneer de wethouder op het moment van ontslag 5 jaar is verwijderd van de op dat moment geldende AOW-gerechtigde leeftijd en het aantal dienstjaren in een tijdsbestek van 12 jaren tenminste 10 jaren bedraagt. De Appa-uitkering wordt in dat geval verlengd tot het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd.

NB: voor de groep politieke ambtsdragers die voor de inwerkingtreding van de Wet verkorting duur voortgezette Appa uitkering (1 januari 2016) in functie waren gelden de oude ingangseisen, ook bij herbenoeming. Dit is vastgesteld in artikel 163cb Appa.
Wettelijke grondslag; artikel 7a AOW, artikel 132 Appa, artikel 163cb Appa.

Wat mag een wethouder bijverdienen in de Appa?

In het eerste jaar kan tot 20% bovenop de uitkering zonder korting worden bijverdiend en in de daarop volgende jaren 30% van de uitkering. Inkomsten die in ieder geval meegaan voor de eventuele korting zijn de verhoging van oude inkomsten of inkomsten die de wethouder is gaan genieten binnen één jaar voor het aftreden. Ook inkomsten die men is gaan verkrijgen ná aftreden gaan mee in de verrekening, dat geldt ook voor het salaris dat men is gaan ontvangen van een aangehouden werkgever of de raadsvergoeding.
De uitkering en de te verrekenen inkomsten worden bij elkaar opgeteld. Het deel dat boven de 100% van de laatste wedde (bezoldiging, inclusief de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering) uitkomt wordt rechtstreeks op de uitkering in mindering gebracht.
Wettelijke grondslag: artikel 134 Appa.


ABP

Met ingang van 1 januari 2016 zouden politieke ambtsdragers deelnemer worden in de Stichting Pensioenfonds ABP. Hoe is de stand van zaken?
Het kabinet heeft definitieve besluitvorming over de fondsvorming aangehouden door tot nu toe lage dekkingsgraad bij het ABP. Het ministerie van Binnenlandse zaken wil in aanloop naar mogelijke fondsvorming in de toekomst de Appa pensioenregeling zoveel mogelijk harmoniseren met het ABP-pensioenreglement. Zij zal daarvoor nieuwe wetgeving voorbereiden.