Onderwerpen

  • Vergoeding
  • Samenloop raadsvergoeding met uitkering
  • Fiscale aspecten
  • Bijzondere situaties
  • Overmaken raadsvergoeding
  • Einde van de raadsvergoeding
  • Pensioen en uitkering bij overlijden en invaliditeit

Het raadslidmaatschap wordt gezien als een nevenfunctie naast een andere baan. Daarom spreekt men over 'vergoeding voor de werkzaamheden'.


Vergoeding

Een raadslid ontvangt de raadsvergoeding met ingang van de dag van de beëdiging. De hoogte van vergoeding (bruto maandbedrag) is gekoppeld aan de grootte van de gemeente en is onderverdeeld in negen grootteklassen.

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties bepaalt jaarlijks per 1 januari de onkostenvergoeding vast. Elk jaar wordt de onkostenvergoeding aangepast aan de consumentenprijsindex (CPI). Gemeenten worden hierover medio december per circulaire geïnformeerd.


Afwijkingsmogelijkheid raadsvergoeding

Het uitgangspunt van de raadsvergoeding voor een raadslid is de maximale vergoeding. Bij verordening kan de gemeenteraad bepalen dat de raadsvergoeding binnen een bandbreedte van 20% wordt toegekend berekend naar het aantal gehouden vergaderingen. In dat geval wordt een vastgelegd percentage van de raadsvergoeding uitbetaald als presentiegeld. 

Het is dus niet mogelijk aan raadsleden die bijna nooit verschijnen in commissie- en/of raadsvergaderingen helemaal geen vergoeding toe te kennen.


Overgang naar andere gemeenteklasse

Wanneer een gemeente door stijging van het aantal inwoners in een hogere gemeenteklasse terecht komt, dan wordt de bezoldiging daaraan aangepast. Dat gebeurt met terugwerkende kracht wanneer het nieuwe inwoneraantal voor de tweede keer per 1 januari door het CBS officieel is vastgesteld.

Wanneer een gemeente in inwonertal daalt, heeft dat voor de zittende raadsleden geen gevolg. Raadsleden die daarna worden benoemd, ontvangen wel de lagere bezoldiging. De zittende raadsleden ontvangen de nieuwe bezoldiging wanneer zij na de verkiezingen worden herbenoemd.

Indien een gemeente grenscorrectie of herindeling heeft ondergaan of er is sprake van een nieuwe gemeente, vindt overgang van de bezoldiging naar een hogere of lagere klasse plaats met ingang van de datum van de grenscorrectie of de wijziging van de gemeentelijke herindeling. Het uitgangspunt is dat de raadsleden de nieuwe bezoldiging krijgen wanneer het nieuwe inwoneraantal door het CBS officieel is vastgesteld.


Meer informatie

Wet- en regelgeving via wetten.nl/zoeken

  • Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers (artikel 3.1.1., 3.3 en 3.4)

Wanneer een raadslid een uitkering ontvangt in verband met gehele of gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid, kan op verzoek van het raadslid de raadsvergoeding worden verlaagd.

Hiermee kan worden voorkomen dat er naar een lager arbeidsongeschiktheidspercentage wordt uitbetaald.


Samenloop met WW

Raadsleden dienen hun inkomsten uit het raadslidmaatschap (met uitzondering van de onkostenvergoeding) op te geven bij het UWV.

Als er sprake is van 2 banen dan kijkt het UWV niet meer naar uren, maar naar het inkomen van de persoon tijdens de WW. Als er een tweede baan (bijv. de raadsvergoeding uit het raadslidmaatschap) wordt aangehouden, dan mag in de eerste twee maanden 25% van het loon worden behouden, en vervolgens na twee maanden 30% van het loon. Dit wordt niet verrekend. Daarboven is er wel sprake van verrekening, tenzij het om een specifieke uitkering gaat die UWV niet in de verrekening meeneemt (zoals bij een transitievergoeding etc). Het UWV berekent de verrekening als volgt met deze formule:

Bruto WW-uitkering is 0,7 (of 0,75) x (A – B x C/D), waarbij

A = dagloon WW x 21,75

B = inkomen per maand tijdens WW

C = max. dagloon

D = eigen dagloon

Meer informatie grondslag zie: uwv.nl


Verplichtingen uitkeringsinstantie

Raadsleden die een uitkering ontvangen moeten de uitkeringsinstantie volledig informeren over de inkomsten die worden genoten uit het raadslidmaatschap:

  • wie een uitkering ontvangt, moet bij zijn uitkeringsinstantie melden als hij raadslid wordt alsmede de inkomsten die hij als raadslid daaruit geniet
  • wie tijdens het raadslidmaatschap een uitkering aanvraagt, moet daarbij zijn raadslidmaatschap vermelden alsmede de inkomsten die hij als raadslid daaruit geniet.
  • wie een uitkering ontvangt, moet alle wijzigingen in het raadslidmaatschap doorgeven aan de uitkeringsinstantie. Dit kan het geval zijn als het raadslid fractievoorzitter wordt of in een vertrouwenscommissie wordt benoemd. Ook bij ziekte, zwangerschap of verhuizing dient de uitkeringsinstantie geïnformeerd te worden.
  • er is een mogelijkheid van bezwaar voor wie het niet eens is met een beslissing van de uitkeringsinstantie of de gemeente.

Meer informatie

Wet- en regelgeving via wetten.nl/zoeken

  • Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers (artikel 3.1.11)

De raadsvergoeding is voor de Belastingdienst inkomen. Het uitgangspunt is dat deze vergoedingen bruto worden uitbetaald. Bij dat uitgangspunt hoort dat raadsleden zelf de belasting over deze vergoedingen betalen.

Dat gebeurt middels de aangifte Inkomstenbelasting, maar het raadslid kan ook kiezen voor het ‘fictief werknemerschap’ in de loonbelasting. Dit hoort bij het uitgangspunt dat een raadslid niet in dienst is van de gemeente. In fiscale zin is het raadslidmaatschap een nevenbetrekking en inkomen uit overige werkzaamheden.


Werkkostenregeling voor onkostenvergoedingen

De werkkostenregeling is een andere fiscale behandeling van secundaire vergoedingen en verstrekkingen. Per 1 januari 2015 worden de meeste onkostenvergoedingen voor raadsleden die gebruik maken van de 'opting-in-regeling' in de gemeentelijke loonadministratie verplicht aangewezen als 'eindheffingsbestanddeel'.

Dan betaalt niet het raadslid loonbelasting, maar de gemeente betaalt een eindheffing over deze eindheffingsbestanddelen. De maandelijkse onkostenvergoeding is verplicht aangewezen als eindheffingsbestanddeel. Eventuele belastinggevolgen komen daarbij ten laste van de gemeente. De ambtstoelage kan niet gericht worden vrijgesteld, maar valt in de eindheffing. De vrije ruimte in de eindheffing bedraagt maximaal 1,2% van de totale fiscale loonsom. Indien de vrije ruimte wordt overschreden, zal de gemeente 80% eindheffing moeten betalen.


'Opting-in-regeling'

De loonbelasting kent een faciliteit om bij uitbetaling van vergoedingen belasting in te laten houden door de gemeente. Het raadslid kan dan samen met de gemeente een door de Belastingdienst vastgestelde verklaring invullen en ondertekenen. Dit wordt de 'opting-in-regeling' of 'fictief werknemerschap' genoemd. Hierdoor ontstaat geen gezagsverhouding tussen het raadslid en de gemeente. Er is geen sprake van een aanstelling of een arbeidsovereenkomst en er worden geen sociale lasten (WW, ZW, WAO) ingehouden.

Bij raadsleden die kiezen voor de 'opting-in-regeling' wordt over de bruto raadsvergoeding direct loonbelasting ingehouden. Raadsleden ontvangen dan een netto raadsvergoeding. Brutering van de onkostenvergoeding is onder de werkkostenregeling niet meer nodig. Voor raadsleden die kiezen voor de opting-in regeling, is de werkkostenregeling volledig van toepassing.


Inkomsten uit overige werkzaamheden

Kiest het raadslid niet voor de 'opting-in-regeling', dan ziet de Belastingdienst de raadsvergoeding en onkostenvergoeding van het raadslid als inkomsten uit overige werkzaamheden. Het raadslid krijgt de bruto raadsvergoeding en onkostenvergoeding uitbetaald. Het raadslid dient zelf inkomstenbelasting af te dragen over de raadsvergoeding en onkostenvergoeding.

Eventuele onkosten gemaakt voor de uitoefening van het raadslidmaatschap kunnen in mindering worden gebracht. Het raadslid dient hiervan een administratie bij te houden van de inkomsten en (on)kosten voortvloeiende uit het raadslidmaatschap. Voor raadsleden die niet kiezen voor de opting-in regeling, is de werkkostenregeling ook niet van toepassing.


Meer informatie

Wet- en regelgeving via wetten.nl/zoeken

  • Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers (artikel 3.3.8)
  • Wet op de Loonbelasting 1964 (artikel 31f)

Raadsleden kennen een aantal bijzondere toeslagen welke aanvullend vergoed worden bovenop de reguliere raadsvergoeding. De toeslagen zijn dwingend voorgeschreven in het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en gelden bij situaties, zoals:

  • het fractievoorzitterschap
  • de vertrouwenscommissie rondom de benoeming van een burgemeester
  • de waarneming van het voorzitterschap van de raad.

Fractievoorzitterschap

Fractievoorzitters (ook van een eenmansfractie) ontvangen naast de vergoeding voor het raadslidmaatschap een toelage per maand. Deze vergoeding is als volgt opgebouwd:

  • een vaste vergoeding bovenop de raadsvergoeding en
  • een variabel deel voor elk fractielid, met uitzondering van de fractievoorzitter. 

 

De toelage is in het Rechtspositiebesluit gemaximeerd.

Dit is een verplichte toelage. De burgemeester stelt hiervoor vast uit hoeveel leden een fractie bestaat en wat de duur van het fractievoorzitterschap is.


Lidmaatschap bijzondere commissie

Raadsleden die lid zijn van de vertrouwenscommissie dan wel de rekenkamerfunctie uitoefenen ontvangen voor de duur van het commissiewerk een vaste toelage. Raadsleden die lid zijn van een onderzoekscommissie ontvangen voor de duur van de activiteiten van die commissie een toelage die is gemaximeerd tot driemaal de maandelijkse raadsvergoeding op jaarbasis. Het betreft uitsluitend:

  • het lidmaatschap van de vertrouwenscommissie voor de vervulling van de burgemeestersvacature bedoeld in artikel 61, derde lid, van de Gemeentewet
  • het lidmaatschap van de rekenkamerfunctie bedoeld in artikel 81oa van de Gemeentewet of
  • het lidmaatschap van een onderzoekscommissie bedoeld in artikel 155a, derde lid, van de Gemeentewet

Voorzitter raadscommissies

De voorzitters van een raadscommissies ontvangen voor deze taak geen extra vergoeding. Dat is in strijd met de Gemeentewet, omdat er geen wettelijke grondslag is voor een dergelijke vergoeding van een voorzitter.


Waarneming voorzitterschap raad

Raadsleden die langer dan dertig dagen achter elkaar onafgebroken het voorzitterschap van de raad hebben moeten waarnemen wegens ziekte of afwezigheid van de burgemeester, ontvangen 8% over zowel de raadsvergoeding als de onkostenvergoeding en geldt voor de gehele vervangingsperiode.


Meer informatie

Wet- en regelgeving via wetten.nl/zoeken

  • Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers (artikel 3.1.2. t/m 3.1.5. en 3.1.12 )

  • Gemeentewet (artikel 61, 81oa, 155a)

Voor de gemeente is het op grond van de Kieswet relevant dat een inwoner van de gemeente is gekozen tot raadslid. Fiscaal gezien worden de raadsvergoeding en onkostenvergoeding toegerekend aan het raadslid en niet aan de politieke groepering.


Recht op vergoeding

Op grond van de Gemeentewet heeft betrokkene recht op een vergoeding voor zijn werkzaamheden en een raadsvergoeding. Het raadslid kan de vergoeding niet weigeren en de gemeente is verplicht de raadsvergoeding aan het raadslid over te maken op zijn of haar bankrekeningnummer. Het raadslid mag zelf mag (een deel) van de raadsvergoeding afdragen aan de politieke partij, maar is in beginsel juridisch niet verplicht mee te werken aan  een overdracht van (een deel) van zijn of haar raadsvergoeding. Een akte van cessie waarbij de raadsvergoeding direct aan een politieke groepering wordt overgemaakt is juridisch niet toegestaan. De reden hiervoor is dat het raadslid een onafhankelijke positie heeft en niet financieel afhankelijk mag zijn van de politieke groepering.


Fiscale aspecten vergoedingen

De gemeente doet altijd opgave bij de Belastingdienst over de uitgekeerde raads- en onkostenvergoedingen volgens het formulier IB-47. Voor raads- en commissieleden die gebruik maken van de standaardregeling, hoeft geen VAR-verklaring overlegd te worden. De reden hiervoor is dat het raads- en commissiewerk voortvloeit uit het Kiesrecht en persoonlijk wordt verricht. Van opdrachtgeverschap of fiscaal ondernemerschap is geen sprake.

Het raadslid blijft altijd zelf verantwoordelijk voor correcte opgave van de ontvangen inkomsten en daarmee gemoeide belastingafdracht.


Fiscale aspecten vrijwilligersvergoeding

In sommige gevallen kunnen commissievergoedingen onder de vrijwilligersregeling vallen. De Belastingdienst heeft hiervoor een aantal eisen gesteld. Het is aan het commissielid om desgevraagd aan de Belastingdienst aan te tonen of er sprake is van een vrijwilligersregeling.


Meer informatie

Wet- en regelgeving via wetten.nl/zoeken

  • Gemeentewet (artikel 95)

Belastingdienst

Het raadslidmaatschap kan op een aantal verschillende manieren eindigen:

  • Bij tussentijds ontslag op eigen verzoek
    Een raadslid dat op eigen verzoek ontslag heeft genomen blijft lid van de raad totdat de goedkeuring van de geloofsbrieven van de opvolger onherroepelijk is geworden of als het centraal stembureau heeft beslist dat zijn plaats niet wordt vervuld. Dat geldt ook als ontslag is genomen met ingang van een bepaald tijdstip. Als een raadslid eerder dan dit moment een met het raadslidmaatschap onverenigbare functie gaat vervullen of door verhuizing niet meer woont in de gemeente eindigt het raadslidmaatschap op dat moment. Dit kan dus eerder zijn dan het moment waarop de opvolger benoemd is.
  • Verkiezingen
    Bij de raadsverkiezingen treden alle raadsleden af met ingang van de donderdag waarop de nieuwe raad wordt beëdigd. Ook herkozen raadsleden treden dan af en worden op die donderdag opnieuw beëdigd.
  • Wanneer het raadslid niet langer over de vereisten voor het raadslidmaatschap beschikt
    Als een raadslid een onverenigbare functie gaat vervullen, door verhuizing niet meer woont in de gemeente of op een andere manier niet meer voldoet aan de vereisten voor het raadslidmaatschap, eindigt het raadslidmaatschap met onmiddellijke ingang zodra dat onherroepelijk is komen vast te staan.

Einde vergoedingen

Als het raadslidmaatschap eindigt, eindigen ook de aanspraken op de raadsvergoeding en onkostenvergoeding. Bij aan- of aftreden in de loop van een kalendermaand ontvangt het raadslid de raadsvergoeding en de onkostenvergoeding naar rato.


Meer informatie

Wet- en regelgeving via wetten.nl/zoeken

  • Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers (artikel 3.1.1.)

Pensioen en invaliditeitsuitkering

Gezien het karakter van het politieke ambt, is geen verplichte pensioenvoorziening of invaliditeitsuitkering opgenomen voor raadsleden.

De raad kan wel bij verordening bepalen dat raadsleden eenmaal per jaar een bedrag ontvangen waarmee voorzieningen kunnen worden getroffen ten aanzien van arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden.


Plaatsvervangende raadsleden

Een raadslid dat is benoemd in plaats die is opgevallen als gevolg van een tijdelijk ontslag van een raadslid wegens zwangerschap, bevalling of ziekte heeft geen recht op een bedrag om voorzieningen te treffen ten aanzien van arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden.


Overweging voorzieningen

Raadsleden zijn vaak een significant deel van de werkweek voor de gemeenteraad bezig en kunnen daardoor in hun hoofdfunctie minder pensioen opbouwen. Raadsleden hebben bovendien niet allemaal een hoofdfunctie in loondienst.


Extra pensioen

Bij de meeste pensioenregelingen is het mogelijk binnen de fiscale randvoorwaarden extra pensioen op te bouwen. Voordat een raad besluit tot een extra raadsledenpensioen moet ze een aantal afwegingen maken. Een daarvan is de vraag of de lasten voor rekening van de gemeente of van de raadsleden zelf komen en de organisatorische aspecten die daaraan zijn verbonden. Alle aspecten moeten zorgvuldig gewogen worden.


Meer informatie

Wet- en regelgeving via wetten.nl/zoeken

  • Kieswet (artikel X12)
  • Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers (art. 3.1.9)