VNG Magazine nummer 18, 20 november 2020

Tekst en beeld: Sanne van der Most

Werk voor de gemeente vindt niet alleen op het gemeentehuis plaats, maar ook buiten: op straat of bij de inwoners thuis. Vier ambtenaren vertellen.
 

Maarten Claassen, aanjager en verbinder koppelkansen in Amsterdam

Maarten Claassen

‘In de openbare ruimte gebeurt van alles, zowel boven als onder de grond. Kabels vervangen, leidingen repareren, stoeptegels rechttrekken en bomen goed bijhouden. Het is een klus om alles in stand te houden en een flinke uitdaging om al deze activiteiten te stroomlijnen en te integreren. En dan op een manier die ook nog eens duurzaam is én de stad leefbaar houdt. Daarbovenop komt een aantal grote stedelijke opgaven. Het weer wordt steeds extremer. We willen naar een circulaire economie. Er is een digitale transformatie gaande en we willen van het gas af. Als aanjager en verbinder koppelkansen kijk ik hoe we al die opgaven slim kunnen combineren. Integraal werken dus. En dat is best een uitdaging. Want iedereen kan het vanuit zijn eigen opgave wel duurzamer doen, maar vaak gaat het een ten koste van het ander.

Nu drink ik vooral veel virtuele kopjes koffie

Met het programma Koppelkansen proberen we dat juist volledig te combineren en zo uit te werken dat we het van de tekentafel tot aan het beheer kunnen integreren. Met innovatie, wetenschap en kennis als sleutel. Door nieuwe combinaties proberen we oplossingen te vinden en als versnellingsmotor te fungeren voor de stad. Kan niet, mag niet, lukt niet? Juist dát willen we doorbreken en kijken naar wat wél kan. Vlak voor de eerste lockdown begon ik met deze functie. Toen werd tegen me gezegd: jouw rol is om met zoveel mogelijk mensen kopjes koffie te drinken. Dat liep natuurlijk wel even anders. Nu drink ik vooral veel virtuele kopjes koffie. Dat werkt ook.’

Piet van Helsdingen, straatconciërge in utrecht

Piet van Helsdingen

‘Een vrijwilliger van het verzorgingstehuis was op stap met een demente oudere die de auto niet meer in durfde. De vrijwilliger was helemaal radeloos. Stond ze daar op de Javastraat met die meneer. Tot de dame van de bloemenwinkel zei: “Bel Piet dan. Dat is onze straatconciërge, hij kan vast wel helpen”. Ter plekke liet ik mijn pasje van de gemeente zien. “U kunt gerust instappen, meneer”, zei ik. “Alles is veilig.” En dat werkte wél.

Ik kom als straatconciërge de gekste dingen tegen

Als straatconciërge in Lombok kom ik de gekste dingen tegen. Toen ik met deze baan begon, ben ik gewoon alle winkels afgegaan om me voor te stellen en mijn visitekaartje te geven. ‘Als er iets is, bel je maar.’ Mijn functie was nieuw en de ondernemers waren het niet gewend. Ik ben contactpersoon tussen bewoners, middenstand, gemeente en politie. Ik ben geen BOA, maar ik ben er wel om het contact te vergemakkelijken en dat begint zijn vruchten af te werpen. De telefoontjes komen steeds vaker binnen. Soms kan ik helpen, soms ook niet. Dat zeg ik er wel eerlijk bij. De meneer van de dierenwinkel klaagde over hangjongeren op de paaltjes voor de deur. Die paaltjes heb ik laten vervangen door exemplaren die niet lekker zitten. Bewoners die last hadden van harde optrekkende auto’s kon ik helaas niet helpen. Na onderzoek bleek dat ze de geluidsnorm niet overschreden. Natuurlijk kan dat patsen en showen met die glimmende auto’s flink irritant zijn, maar sommige dingen horen er in de grote stad nu eenmaal bij.’

Gert Oosterom, vakspecialist begraven in Krimpenerwaard

Gert Oosterom

‘Iets kunnen betekenen voor mensen op een belangrijk moment in hun leven. Dat vind ik mooi. Een droevig moment dat desondanks mooi en vredig kan zijn. In mijn werk is het heel belangrijk dat je je aanpast en op de achtergrond blijft. Tegelijkertijd ben ik het aanspreekpunt voor mensen die daar behoefte aan hebben. Een luisterend oor. Ik stap nooit op mensen af, maar ze kunnen uiteraard altijd naar mij toe komen. Soms is het heftig. Laatst werd er een jong iemand begraven, een meisje van veertien dat door haar moeder ’s ochtend in bed werd gevonden. Daar moet je wel tegen kunnen. 

In mijn werk is het heel belangrijk dat je op de achtergrond blijft

Je moet het niet mee naar huis nemen, want dan red je het niet. De gemeente Krimpenerwaard heeft elf begraafplaatsen in beheer en ik zit op de locatie Lageweg. Als vakspecialist begraven beheer ik de locatie, regel ik de nieuwe graven, doe ik het groen en zorg ik dat de graven er netjes bij liggen. Tijdens begrafenissen ben ik gastheer. Ik zorg dat alles klaarstaat en als de dienst is afgelopen, loop ik met de uitvaartondernemer mee naar het graf. Zodra het teken wordt gegeven, laat ik de kist dalen. Ik blijf tot iedereen afscheid heeft genomen en dan verwijder ik me zodat de familie nog even alleen kan zijn. Ik heb een collega die me helpt, maar ik ben hier ook veel alleen. Dat vind ik geen enkel probleem. Eenzaam voel ik me nooit. De omgeving is prachtig en rustgevend. Ik vind het heerlijk om hier te zijn en ik ga nooit met tegenzin naar mijn werk.’

Mieke Bosch, armoedeambassadeur in Meierijstad

Mieke Bos

‘Op schulden rust een taboe. Mensen durven er vaak niet voor uit te komen dat ze problemen hebben. Ook bij mensen die er niet mee te maken hebben, heerst een soort onbegrip. Alsof mensen met schulden het er uiteindelijk bewust zelf naar gemaakt zullen hebben. Nou, ik kan je zeggen: in al die jaren dat ik schuldhulpverlener was, ben ik nog nooit iemand tegengekomen die zich doelbewust in de schulden werkte. Daar gaat altijd veel aan vooraf. Toen Meierijstad in 2017 als fusiegemeente verder ging, ontstond de behoefte om in kaart te brengen wat er allemaal al was op het gebied van armoedebestrijding. Zowel bij vrijwilligers als bij professionals. Als armoedeambassadeur ben ik met alle verschillende partijen om de tafel gaan zitten om in kaart te brengen wat zij allemaal doen. Met als doel ze bij elkaar brengen en als gemeente één gezamenlijke aanpak opzetten.

Ik richt me ook veel op hulpverleners die bij de mensen thuis komen

Ik richt me in mijn werk ook veel op hulpverleners die bij de mensen thuis komen. Zij zien de signalen als eerste. Zoals stapels post die al heel lang niet zijn geopend. In het kader van het project rond vroegsignalering krijg ik daarnaast ook signalen van energieleveranciers en woningcorporaties over mensen die niet betalen. Een klant heeft zich dan niet zelf bij ons aangemeld maar komt dan via een derde. Dat werkt heel goed als je die nauwe contacten hebt.
De eerste afspraak vindt vaak plaats in de eigen vertrouwde omgeving. Dat vinden mensen toch vaak prettig. De keer erop komen ze dan wel naar de gemeente.’