Raadgever Samenwerking op basis van de Wet gemeenschappelijke regelingen (WGR)

Gemeenten werken met elkaar samen op veel terreinen. Dat gaat meestal om taken die ze gezamenlijk effectiever of efficiënter kunnen uitvoeren. Soms is samenwerking wettelijk voorgeschreven, zoals bij de veiligheidsregio’s, de regionale GGD’en en de regionale uitvoeringsdiensten (RUD’s). Maar meestal is de samenwerking vrijwillig, bijvoorbeeld bij afvalverwerking, een gezamenlijke sociale dienst of belastingsamenwerking. Deze raadgever gaat over intergemeentelijke samenwerking in gemeenschappelijke regelingen. Het beeld is dat de gemeenteraad weinig invloed heeft op samenwerking binnen de WGR. In deze raadgever leest u hoe u er vanuit de raad wel op kunt sturen.

Rol van de gemeenteraad bij het aangaan van een regeling

De raad, het college of de burgemeester kunnen een gemeenschappelijke regeling aangaan, ieder voor zijn eigen taken. Bij een regeling waar raadstaken worden overgedragen, nemen de deelnemende raden afzonderlijk een gelijkluidend besluit voor het instellen van een gemeenschappelijke regeling. Als zo’n regeling louter college- of burgemeesterstaken bevat dan gaat het college de regeling aan. In dat geval moet de raad toestemming geven. De raad kan dat alleen weigeren als de regeling in strijd is met het algemeen belang.

Vormen van samenwerking

De meest voorkomende juridische vorm binnen de WGR is een openbaar lichaam. Andere vormen in de WGR zijn het gemeenschappelijk orgaan, bedrijfsvoeringorganisatie, de centrumgemeente of de regeling zonder meer. Van deze vormen hebben het openbaar lichaam en de bedrijfsvoeringorganisatie rechtspersoonlijkheid. Zo’n organisatie kan mensen in dienst hebben, contracten sluiten of een stichting oprichten. De verdere vormgeving staat gemeenten geheel vrij. Het is daarom raadzaam om als gemeenteraad op basis van bovenstaande aandachtspunten de inrichting van de gemeenschappelijke regeling goed te bepalen.

Wijziging WGR

De WGR is per 1 januari 2015 gewijzigd, mede op verzoek van gemeenteraden en colleges om beter grip en sturing te hebben op de samenwerking. Het gaat er bijvoorbeeld om dat de termijn voor de behandeling van de begroting van de gemeenschappelijke regeling wordt opgerekt. Zo ontstaat er ruimte voor een beter proces waarbij de raad kan sturen op zowel de kaders vooraf, als op de begroting zelf. De raad moet daar wel zelf op letten: spreek met het college af dat de begroting twee keer in de raad komt: een eerste ronde om aan te geven wat er in de zienswijze van de gemeente moet worden opgenomen. In de tweede vergadering stelt de raad vervolgens de inbreng van de gemeente vast. De griffie kan hierin een adviserende en ondersteunende rol spelen.

Aandachtspunten bij het aangaan van een gemeenschappelijke regeling

De gemeenteraad moet op een aantal punten letten bij het aangaan van een gemeenschappelijke regeling. Het gaat erom dat er duidelijk in de gemeenschappelijke regeling staat hoe en over welke onderwerpen de raad besluiten neemt. Dit betreft onderstaande acht punten.

Effecten voor de inwoners: niveau van dienstverlening

Is het duidelijk wat de gemeenschappelijke regeling levert en wat dat voor de inwoners betekent? Kan de raad zelf keuzes maken of bepaalt de meerderheid de dienstverlening voor alle deelnemende gemeenten? Het is de vraag of maatwerk per se beter is, dit kan ten koste gaan van de efficiencyvoordelen.

Stemverhoudingen

Hoe zijn de stemverhoudingen geregeld? Besluit men op basis van inwoneraantal? Welke effecten heeft dat voor de relatie tussen grote en kleine gemeenten? De WGR schrijft niet voor hoe de stemverhoudingen moeten zijn: dit moeten de partners in het samenwerkingsverband zelf afspreken.

Kosten/budgetrecht

De gemeenteraad heeft het budgetrecht, maar als de begroting al bij alle raden op tafel ligt, is het moeilijk om nog dingen te wijzigen. Om te sturen aan de voorkant, kunnen raden vragen om een kadernota voordat het samenwerkingsverband de begroting opstelt. Het is verstandig om als raad in elk geval te regelen dat bij uitbreiding van het takenpakket eerst een startnotitie naar de raden gaat.

Sturing, monitoring en informatie

Hoe en wanneer krijgen gemeenteraden informatie over de gemeenschappelijke regeling en informatie voor de eigen gemeente? De afspraak kan zijn dat de portefeuillehouders in elke gemeente de raad informeren. Maak dan afspraken met het college over hoe de voortgang wordt gerapporteerd, bijvoorbeeld in commissievergaderingen. Maak beleid, dat wordt uitgevoerd via gemeenschappelijke regelingen, beter zichtbaar in de jaarstukken dan alleen in de paragraaf verbonden partijen. Ook collectieve informatievoorziening is mogelijk, bijvoorbeeld met (start)notities, voortgangsrapportages, informatieavonden en een nieuwsbrief. Dit kan al in de gemeenschappelijke regeling vastgelegd worden.

Vertegenwoordiging en verantwoording

Wie vertegenwoordigt de gemeente in de gemeenschappelijke regeling? Hoe wordt die vertegenwoordiger gekozen? Hoe krijgt hij vanuit de gemeente een standpunt mee? Hoe verantwoordt hij zich voor zijn optreden in de gemeenschappelijke regeling? Het is verstandig om als raad vooraf na te denken over deze vragen. Bedenk dat meer sturing en verantwoording ten koste kunnen gaan van slagvaardigheid.

Evaluatiemomenten en uittredingsafspraken

Is afgesproken wanneer evaluatie plaatsvindt? Kunnen gemeenten dan nog uittreden tegen redelijke kosten? Afspraken vooraf over een evaluatiemoment(en) geven duidelijkheid. Ook is het goed om helder te hebben wanneer een gemeente zou kunnen uittreden en onder welke voorwaarden, maar makkelijk uittreden bevordert ook de vrijblijvendheid.

Inspreekrecht/cliëntenparticipatie/burgerparticipatie

Hoe kunnen inwoners en organisaties invloed uitoefenen op de gemeenschappelijke regeling? Worden zij betrokken bij de voorbereiding van beleid? Zijn de bestuursvergaderingen openbaar? Is er een inspreekmogelijkheid, net zoals in de raadsvergaderingen? Zijn er vormen van burgerparticipatie mogelijk?

Bevoegdheden rekenkamercommissie

De gemeentelijke rekenkamercommissie heeft wettelijk nog niet alle bevoegdheden om stukken in te zien van een gemeenschappelijke regeling. Deze bevoegdheid kan in de gemeenschappelijke regeling zelf opgenomen worden.