Belastinggebied toegelicht

Voor de uitvoering van overheidstaken is geld nodig. Gemeenten krijgen dit geld voor een belangrijk deel van de Rijksoverheid. Maar gemeenten ontvangen ook zelf geld van burgers en bedrijven. Het geld dat burgers en bedrijven aan de gemeente moeten betalen zonder dat zij daar een aanwijsbare tegenprestatie voor ontvangen, noemt men belastingen. De landelijke opbrengst van deze belastingen, exclusief de belastingen waarvoor wel een aanwijsbare tegenprestatie wordt gevraagd, is voor 2017 begroot op € 5,3 miljard. Dat is ruim 55% van de gemeentelijke inkomsten uit heffingen en 9,3% van de gemeentelijke inkomsten.

Gesloten belastingstelsel

Het geheel aan mogelijkheden voor gemeenten om belastingen te heffen, noemt men ook wel het belastinggebied. In tegenstelling tot bijvoorbeeld België, zijn Nederlandse gemeenten niet volledig vrij in de keuze van hun belastingen. Alleen belastingen die in de wet zijn genoemd, kunnen door gemeenten worden geheven. Dit wordt ook wel een gesloten belastingstelsel genoemd (artikel 132, lid 6, Grondwet).

Erkenning gemeentelijk belastinggebied

Het Europees Handvest voor de lokale autonomie geeft decentrale overheden expliciet de mogelijkheid om eigen inkomsten te krijgen. In de Nederlandse Grondwet is vastgelegd dat gemeenten belasting mogen heffen om aan deze inkomsten te komen.

Op grond van de Gemeentewet kunnen gemeenten de volgende belastingen heffen:

  • Onroerendezaakbelastingen
  • Belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten
  • Baatbelasting
  • Forensenbelasting
  • Toeristenbelasting
  • Parkeerbelastingen
  • Hondenbelasting
  • Reclamebelasting
  • Precariobelasting
  • Rioolheffing
  • Rechten, zoals reinigingsrechten, staangelden en marktgelden
  • Leges
  • Vermakelijkhedenretributie

Op grond van andere wetten kunnen worden geheven:

Gemeenten krijgen zo'n 16% van hun inkomsten door het heffen van belastingen. Een kleine 70% van de inkomsten krijgen gemeenten van het Rijk. Al vele jaren bepleit de VNG, maar ook andere instellingen zoals Raad voor de financiële verhoudingen en de Raad van State, een uitbreiding van het gemeentelijk belastinggebied. Deze uitbreiding houdt in dat gemeenten meer inkomsten uit de eigen belastingheffing krijgen en tegelijkertijd minder uitkeringen van het Rijk ontvangen. Het gevolg hiervan zal zijn dat er meer verschillen tussen gemeenten ontstaan doordat de verschillende gemeenteraden lokaal andere afwegingen maken tussen inkomsten en uitgaven.

Per saldo hoeft een uitbreiding van het gemeentelijk belastinggebied niet tot stijging van de belastingdruk te leiden. Door de vermindering van de uitkeringen van het Rijk aan gemeenten heeft het Rijk minder uitgaven en kunnen de rijksbelastingen omlaag. De uitbreiding van het gemeentelijk belastinggebied zal wel leiden tot verschuiving van belastingdruk tussen individuele burgers en bedrijven. Gemeenten heffen de belastingen immers naar andere maatstaven dan het Rijk doet en de tarieven zullen per gemeente verschillen.

IBP

In het meest recente regeerakkoord (oktober 2017) is niets opgenomen over een uitbreiding van het lokaal belastinggebied. Op 14 februari 2018 ondertekenden het Rijk, gemeenten, provincies en waterschappen echter een interbestuurlijk programma (IBP) met bijbehorende gezamenlijke agenda. Over de fiscale thema’s zijn daarbij de volgende procesafspraken gemaakt:

  • Decentrale belastingstelsels hebben regulier onderhoud nodig om in goede staat te blijven en toekomstbestendig te zijn. Rijk en medeoverheden gaan aan dit onderhoud werken en verkennen daarnaast de mogelijkheden die decentrale belastingstelsels bieden om de realisatie van gezamenlijke ambities te faciliteren.
  • We spreken af om eventuele knelpunten in de fiscale regelgeving, op het niveau van zowel de rijksoverheid als de medeoverheden, te inventariseren die belangrijke doelstellingen van Rijk en medeoverheden  in de weg staan (bijvoorbeeld op het gebied van duurzaamheid en de circulaire economie). En of er oplossingen kunnen worden geboden, met inachtneming van bestaande wet- en regelgeving,.

Hiermee staat de deur naar een uitbreiding van het lokale belastinggebied toch weer voorzichtig op een kier.

Nieuwe belastingen

In de afgelopen 20 jaar zijn verschillende rapporten verschenen met voorstellen voor nieuwe gemeentelijke belastingen, zoals:

  • woonruimtebelasting
  • bouwsombelasting
  • gemeentelijke inkomstenbelasting
  • ondernemingsbelasting
  • energiebelasting
  • burger- of ingezetenenbelasting
  • infrastructuurbelasting

Functies belastinggebied

Het belangrijkste doel van belastingheffing is het bijeenbrengen van geld voor de uitvoering van gemeentelijke taken. Ook vormt de belastingheffing één van de pijlers van onze democratische rechtsstaat, want:

  • een gemeentelijk belastinggebied biedt de gemeenteraad de mogelijkheid om de verdeling tussen inkomsten en uitgaven af te stemmen op plaatselijke voorkeuren
  • een eigen belastinggebied geeft de gemeenteraad de mogelijkheid verantwoording af te leggen over financiële keuzes en een financiële buffer op te bouwen.

Daarnaast zal de verplichting om financieel bij te dragen aan de activiteiten van de gemeente, de betrokkenheid van burgers bij die gemeente vergroten.

Gemeenteraad spil bij belastinggebied

De gemeenteraad vervult een cruciale rol bij de omvang en inrichting van het belastinggebied in de gemeente:

  • de gemeenteraad stelt naast de begroting ook de belastingverordeningen vast. Daarmee maakt de gemeenteraad keuzes over de gewenste belastingopbrengsten, de te heffen belastingen en de uitwerking van die belastingen
  • de gemeenteraad speelt een rol bij de publieke voorlichting over de belastingheffing. Raadsleden kunnen aan burgers en bedrijven uitleggen waarom bepaalde keuzes in de gemeenteraad zijn gemaakt, of waaraan de gemeenteraad de belastingopbrengsten wil besteden
  • bij de tussentijdse rapportages en bij de jaarrekening heeft de gemeenteraad een controlerende rol. De gemeenteraad gaat dan na of de opbrengsten zijn gerealiseerd en de beoogde doelen zijn bereikt.

Gemeentelijke inkomsten

Gemeenten krijgen hun inkomsten vooral van de rijksoverheid in de vorm een algemene uitkering uit het gemeentefonds. Daarnaast krijgen gemeenten voor specifieke taken geld van de Rijksoverheid. Eigen inkomsten krijgen gemeenten uit belastingen en uit andere inkomstenbronnen zoals grondverkopen of uitkeringen van overheidsbedrijven.


Tabel herkomst gemeentelijke inkomsten

  2014 2015 2016 2017
Totaal bedrag € 59,4 miljard € 65,0 miljard € 56,9 miljard € 57,2 miljard
Gemeentefonds 31,46% 43,14% 47,87% 47,29%
Specifieke uitkeringen 15,80% 9,56% 11,00% 11,23%
OZB 5,96% 5,67% 6,95% 7,03%
Overige belastingen 1,85% 1,84% 2,08% 2,26%
Retributies 6,76% 6,34% 7,25% 7,42%
Bouwgrondexploitatie 9,14% 9,22% 6,94% 5,62%
Onttrekkingen reserves 11,85% 10,39% 5,68% 5,76%
Overige middelen 17,17% 13,84% 12,23% 13,37%

 

Gemeentelijke belastingopbrengsten

De totale opbrengst uit gemeentelijke belastingen en retributies (rechten en leges) is voor 2018 begroot op € 9,7 miljard (bron: CBS). De gemeentelijke belastingen vormen dus een cruciale inkomstenbron voor gemeenten.

In verhouding tot de totale opbrengsten uit belastingen, is de lastendruk van de gemeentelijke belastingen relatief klein. In 2017 werd in Nederland ruim € 180 miljard aan belastingen geheven. Hiervan ging ruim 94% naar het Rijk, 3% naar gemeenten en 2% naar provincies en waterschappen.