Laatst bijgewerkt: 22 december 2025

Het geheel aan mogelijkheden voor gemeenten om belastingen te heffen, noemt men ook wel het belastinggebied.

In tegenstelling tot bijvoorbeeld België, zijn Nederlandse gemeenten niet volledig vrij in de keuze van hun belastingen. Alleen belastingen die in de wet zijn genoemd, kunnen door gemeenten worden geheven. Dit wordt ook wel een gesloten belastingstelsel genoemd (artikel 132, lid 6, Grondwet).

Het Europees Handvest voor de lokale autonomie geeft decentrale overheden expliciet de mogelijkheid om eigen inkomsten te krijgen. In de Nederlandse Grondwet is vastgelegd dat gemeenten belasting mogen heffen om aan deze inkomsten te komen.

Gemeentelijke belastingen

Op grond van de Gemeentewet kunnen gemeenten de volgende belastingen heffen:

  • Onroerendezaakbelastingen
  • Belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten
  • Baatbelasting
  • Forensenbelasting
  • Toeristenbelasting
  • Parkeerbelastingen
  • Hondenbelasting
  • Reclamebelasting
  • Precariobelasting
  • Rioolheffing
  • Rechten, zoals reinigingsrechten, staangelden en marktgelden
  • Leges
  • Vermakelijkhedenretributie

Op grond van andere wetten kan worden geheven:

Opbrengst

De 3 omvangrijkste gemeentelijke heffingen zijn de onroerendezaakbelastingen (OZB), de riool- en de afvalstoffenheffing. De totale opbrengst uit gemeentelijke heffingen wordt door het CBS bijgehouden. 

Invloed van de gemeentelijke belastingen op de woonlasten

De gemeentelijke belastingen hebben vergeleken met de rijksbelastingen een zeer geringe omvang. De woonlasten zijn betalingen die huishoudens doen in verband met wonen. Algemene woonlasten kunnen worden onderverdeeld in de primaire woonlasten (huur, hypotheek) en de zogeheten bijkomende woonlasten (gas, water, licht, gemeentelijke belastingen, rijksheffingen zoals energiebelasting, enzovoorts). Onder gemeentelijke woonlasten wordt het gemiddelde bedrag verstaan dat een huishouden in een gemeente betaalt aan de OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing. 

Van de woonlasten is ±40% toe te rekenen aan de primaire woonlasten, ±20% komt voor rekening van gemeenten, ±10% voor de waterschappen en het rijk is met ±30% de grootste factor in de bijkomende woonlasten.

Atlas van de lokale lasten

Elk jaar stelt het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) de Atlas van de lokale lasten samen. Deze Atlas brengt de ontwikkelingen in de lokale lasten van alle gemeenten in kaart. Ook geeft de Atlas een overzicht van de gehanteerde tarieven en mutaties daarin. De VNG ziet de Atlas van de lokale lasten als de belangrijkste en betrouwbaarste databank omtrent woonlasten. 

Feiten, beeldvorming en gevoel

Belangengroeperingen doen ook regelmatig onderzoek naar de gemeentelijke lastendruk. De presentatie van deze resultaten kan gekleurd zijn: lastenstijgingen worden soms overbelicht waardoor inwoners een beeld krijgen dat ze jaarlijks een groot deel van hun inkomen kwijt zijn aan lokale lasten, dat deze lasten fors stijgen en zelfs inflatie aanjagen. Dit vertekende beeld kan worden genuanceerd door te verwijzen naar de Atlas van de lokale lasten. 

Tegelijkertijd is het belangrijk te onderkennen dat gemeentelijke belastingen emoties oproepen. Inwoners ervaren deze lasten vaak direct en zichtbaar, bijvoorbeeld via de jaarlijkse aanslag. Gemeenten kunnen hier op verschillende manieren mee omgaan, bijvoorbeeld door:

  • de wijze van heffing en betaling zo in te richten dat deze beter aansluit bij de draagkracht van inwoners, zoals het mogelijk maken van betaling in termijnen via een woonlastennota;
  • concreet te maken waaraan het geld wordt besteed, zodat inwoners zien welke voorzieningen, diensten en investeringen met hun bijdrage worden gefinancierd.