Over het geworstel met de veranderopgave van de Omgevingswet (febr 2018)

Blog Maarten Engelberts

De vorst beet diep in de zwarte ijsvloer, onze adem vormde wolkjes in de ochtendschemer. De eerste veertig kilometers van de Alternatieve Elfstedentocht Weissensee zaten erop. Achter de bergen kwam de zon op. Het felle oranje licht tilde me op, alles in me juichte. Ik ging dieper zitten om met meer kracht te kunnen afzetten en ging volledig op in het wondermooie landschap. ‘Hé Maarten’, hoorde ik roepen in de verte, ‘een tandje minder graag.’ Ik was de groep helemaal uit het oog verloren.

Als je in de wolken bent loop je al gauw te ver voor de troepen uit. Toen ik nog werkte op het ministerie van I en M was ik jarenlang betrokken bij het ontwikkelen van de Omgevingswet. De stapeling van sectorale regelgeving in het fysiek domein was fnuikend voor initiatieven, en voor de toen kwakkelende economie. We moesten naar een ander paradigma, van regels naar ruimte. Naar een wereld waarin ruimte en rechtszekerheid samen optrekken en niet tegenover elkaar staan. Zo ontstond de nieuwe wet met z’n instrumenten, z’n integrale benadering en z’n veel grotere afwegingsruimte voor gemeenten.

Maar hoe maak je in de praktijk de stap van de bestaande orde naar een volkomen nieuwe werkelijkheid? Hoe kom je van kaarsen naar gloeilampen? Ik ben nu lid van het Team Invoering Omgevingswet bij de VNG. Deze vraag houdt ons elke dag bezig. Het ligt in de rede dat gemeenten er even hard mee gaan worstelen.

De ontwikkeling van staalkaarten voor het omgevingsplan geeft een inkijkje in de dilemma’s waar we tegenaan lopen. Het idee van die staalkaarten is gemeenten te ondersteunen bij het maken van goede regels. De gemeentelijke ambities staan in de omgevingsvisie: wat voor gemeente willen we zijn? In het omgevingsplan worden de ambities vertaald in regels. In de oude situatie maakte de VNG modelverordeningen voor veel thema’s in het fysiek domein. Gemeenten passen zo’n model aan op de lokale situatie. De staalkaarten zijn ook zo bedoeld: als een soort Lego-instructieboekje. Maar dan niet met vaste uitkomsten, maar als aanzet om met een grote doos blokjes verschillende creaties te maken. Ook vrije creaties.

Hoe kom je in bepaalde situaties van een visie naar concrete regels in een omgevingsplan? Welke stappen ga je dan zetten? Stel dat je een binnenstad met leegstand in de winkelstraten, wilt revitaliseren. Dan kun je keuzes maken voor de functies van panden, overleggen met eigenaren, financiële instrumenten inzetten en uiteindelijk keuzes vertalen in regels. Regels die ruimte bieden voor de doelen die je wilt bereiken. Vervolgens ga je monitoren of het werkt en regels bijstellen waar nodig. In de huidige situatie hebben we nog vaak te maken met dichtgetimmerde bestemmingsplannen die werken als een krimpfolie, terwijl we ruimte willen om onze doelen te bereiken.

We werken nu aan staalkaarten voor het omgevingsplan voor vier thema’s, twee gebiedsgerichte: centrum-stedelijk en buiten centrum stedelijk. De andere twee zijn thematisch: energietransitie en bedrijfsmatige activiteiten. Eind vorig jaar hebben de bureaus die eraan werken hun eerste raamwerken gepresenteerd. Ik herkende daarin nog niet veel van de meeslepende nieuwe werkelijkheid en des te meer van de bestaande.

Hoe ontwikkel je van A naar B? Maak je A steeds wat kleiner tot er uiteindelijk een B ontstaat? Of doe je A weg en probeer je meteen een B te maken? Maar wat als die B totaal mislukt? Hoe word je van een kaarsenmaker een lampenmaker? Het is niet zo gek dat het raamwerk voor de staalkaarten nog veel lijkt op een bestemmingsplan oude stijl. We hebben de mensen uit de huidige praktijk gevraagd om iets heel anders te gaan doen. Er is een gat gevallen tussen hen en de nieuwlichters van het ministerie, aangestoken door de oranje ochtendzon. Misschien blijven de wilde ideeën van die lui voor een deel altijd wel dromen. Zal het lukken vernieuwing te krijgen als je traditioneel aanbesteedt of moet het anders? En ja, natuurlijk: de nieuwe omgevingsplannen moeten ook de mogelijkheid bieden om te conserveren wat van waarde is. De staalkaarten moeten het hele spectrum bedienen, van innoverend naar behoudend. Het gaat om een route naar goede en proportionele regels voor alle gevallen. Dat vraagt een team van lampenmakers en kaarsenmakers.

We worstelen met de veranderopgave, het is een ontdekkingstocht met hindernissen. De kopman heeft het licht gezien en is z’n ploeg verloren. Er zit een braam op je ijzer of een scheur in het ijs. Het gaat er niet om hoe vaak je valt, maar om hoe snel je opstaat of elkaar weer overeind helpt. Want zo is het met veranderen: het moet veilig genoeg zijn om het te durven!

 

Maarten Engelberts is jurist, gespecialiseerd in omgevingsrecht. Hij is lid van het VNG-team Invoering Omgevingswet.