Flevoland | Gemeenten en aanbieders richten samen het regionale zorglandschap in


Gemeenten en aanbieders trekken in Flevoland op als partners. Die lijn werd in 2012 ingezet en daar wordt op voortgeborduurd. Ook in 2015 toen de gemeenten in Flevoland constateerden dat het zorglandschap van de jeugdzorg op slot zat. In een proces waarbij aanbieders een prominente rol kregen, is een visie geformuleerd om te komen tot een duurzaam zorglandschap waarin gezins- en vraaggericht werken centraal staat. Flevoland wordt in de derde jaarrapportage van de Transitie Autoriteit Jeugd genoemd als vernieuwend voorbeeld.

 

We spraken met Jan Pieter Kleijburg, projectleider invoering Jeugdwet bij gemeente Almere.

We kozen voor de optie, waarbij we nadrukkelijk de samenwerking met aanbieders verder intensiveerden. We hebben namelijk een gezamenlijk probleem: we hebben gewoon minder geld en geen van de partijen wil dat minder geld ten koste gaat van goede zorg.

Hard bezuinigen of samen zoeken naar een nieuw evenwicht

“Sinds 2012 zitten de gemeenten uit de jeugdregio met partners om tafel. Dat zijn de aan de regio verbonden partijen die cruciaal zijn voor het leveren van kwalitatief goede zorg. Met de afnemende budgetten hadden we twee opties: hard bezuinigen of vanuit inhoud op zoek gaan naar een nieuw evenwicht. We kozen voor de tweede optie, waarbij we nadrukkelijk de samenwerking met aanbieders verder intensiveerden. We hebben namelijk een gezamenlijk probleem: we hebben gewoon minder geld en geen van de partijen wil dat minder geld ten koste gaat van goede zorg.”

Medio 2016 deden we een rekenkundige exercitie, die inzicht gaf in wat het verbruik is binnen de specialistische jeugdhulp en waar de inzet uiteindelijk toe leidt. Al snel  bleek dat we aan de slag moesten op drie terreinen: crisisaanpak, uitstroom uit 24-uurszorg en het bepalen van een stip op de horizon

Op zoek naar cijfers

“Medio 2016 wensten we een rekenkundige exercitie uit te voeren die inzicht gaf in wat het verbruik is binnen de specialistische jeugdhulp en waar de inzet uiteindelijk toe leidt. Dit leidde tot onbetrouwbare en moeilijk vergelijkbare cijfers. Dat bevestigde wat we intuïtief al aanvoelden: we moeten inhoudelijk met elkaar aan de slag. We gingen aan de slag op drie terreinen: crisisaanpak, uitstroom uit 24-uurszorg en het bepalen van een stip op de horizon.”

Crisisaanpak

“Onze crisisaanpak was een acuut probleem: veel kinderen hadden een crisisplek nodig en er was maar een beperkt aantal groepen. Op korte termijn zijn een aantal crisisgroepen toegevoegd, maar een tekort aan crisisplekken is natuurlijk het signaal dat de keten onvolledig of de samenwerking in die keten onvoldoende is. Naar aanleiding daarvan is een crisiscoördinatiepunt ingericht waar aanbieders gezamenlijk zorgen voor passende crisiszorg. Zaak is om helder te definiëren wat de verschillende functies zijn in de keten, welke functies nodig zijn, wat op welk niveau wordt belegd en daarvan leiden we vervolgens onze inkoop af.”

Eén van de eerste bevindingen is dat bij de instroom vaak kinderen centraal worden gesteld, terwijl veelal niet de kinderen maar de gezinssituatie het probleem is

Uitstroom uit 24-uurszorg

“We huurden lokale Hogeschool Windesheim in die onderzoek deed naar de bevorderende en belemmerende factoren bij de instroom en doorstroom van jongeren in de 24-uurszorg. Dat doen ze via een aanpak van action learning. Dat betekent dat kennis wordt ontwikkeld door voortdurend de praktijk te toetsen aan bestaande wetenschappelijke kennis. Plan, do, check en act volgen elkaar dan steeds kort na elkaar op. Dat proces waarin steeds ervaringen worden uitgewisseld zorgt voor een steile leercurve. Eén van de eerste bevindingen is dat bij de instroom vaak kinderen centraal worden gesteld, terwijl vaak niet de kinderen maar de gezinssituatie het probleem is. Zodra een kind dan uit een gezin is geplaatst, dan is het gezin ook uit beeld. Dat zorgt ervoor dat er niet gewerkt wordt aan een blijvende oplossing, integendeel zelfs.”

Ons doel is niet alleen om elkaars expertise optimaal te benutten, maar ook om een bepaalde mate van zekerheid te geven aan de te contracteren partners. De afspraken moet je zó maken dat de partners zich geen zorgen hoeven te maken.

De stip op de horizon bepalen

“De gemeenten uit de regio zijn geconfronteerd met forse budgetkortingen. Natuurlijk willen we beleid goed uitvoeren, dus we moesten met elkaar op zoek naar een manier om budget anders in te zetten. Dit leidt tot forse omzetdalingen voor de aanbieders, met het risico dat er een chaotische afbouw van voorzieningen jeugdhulp ontstaat. Dus willen we met hen – als partners – een beeld opstellen over wat op lange termijn nodig is aan specialistische voorzieningen en hoe dat er dan uitziet.

Ons doel is niet alleen om elkaars expertise optimaal te benutten, maar ook om een bepaalde mate van zekerheid te geven voor de te contracteren partners. De afspraken moet je zo vormgeven dat de partners die naar die stip bewegen, zich geen zorgen hoeven te maken. Dat is de ambitie en er is volgens ons ook geen alternatief. Je moet met elkaar in gesprek en in die dynamiek is er geen goed of slecht. Vervolgens is het zaak om je doel te vertalen naar wat ervoor nodig is om dat doel te bereiken, bijvoorbeeld een andere bekostigings- en sturingsvariant. En om dat daarna te vertalen in concrete acties en afspraken op aanbiedersniveau.”

Lessen uit Flevoland:

  • Bespreek kansen en uitdagingen in partnerschap met aanbieders. Bespreek problemen en los ze samen op. Investeren in het goede gesprek is cruciaal om met elkaar de gewenste veranderingen te realiseren. Werk daarbij samen vanuit vertrouwen.
  • Als je ‘partnerschap’ roept, moet je daar ook naar handelen. Dat betekent voor ons dat we niet sturen op eenjarige contracten.
  • Betrek de wetenschap. De kennisinstituten met betrokken onderzoekers zijn er, gebruik ze.
  • Wees bescheiden. Er is geen absolute waarheid, dus zorg voor een korte feedbackcyclus (plan, do, check, act).