Samenvatting

In de zich razendsnel ontwikkelende datawereld zijn ‘digital twins’ het gesprek van de dag. Een digital twin is een virtuele kopie van van een fysiek object of proces in de werkelijkheid. Daarin kan ook data vanuit die werkelijkheid worden ‘gevoed’. Door steeds real time data in te brengen verandert het model mee met de werkelijkheid en wordt het mogelijk niet alleen de werkelijkheid te laten zien, maar ook voorspellingen te doen. 

Deze technologie kan gemeenten helpen om maatschappelijke waarde te creëren. Door de Europese Commissie is de potentie van digital twins (h)erkend en zij zal de komende jaren flink hierin investeren. Het startschot is dan ook gegeven om met dit instrument aan de slag te gaan, waarbij er zowel naar financiering, wetgeving en nieuwe standaarden wordt gekeken.

Overheden zijn tot nu toe vooral in het fysiek domein aan de slag gegaan met digital twins. Gemeenten kunnen deze bijvoorbeeld inzetten voor specifieke vraagstukken binnen grote onderwerpen als de energietransitie en de woningopgave. Het nationale beleid stuurt daarbij vooral aan op het creëren van een federatief datalandschap, interbestuurlijke samenwerking, het verhogen van het kennisniveau en het borgen van publieke waarden.

De mogelijkheden van digital twins lijken bijna eindeloos, maar het is belangrijk om te waken voor te veel techno-optimisme. De kwaliteit van de data is in veel gevallen nog niet op orde en het wantrouwen ten opzichte van het gebruik van nieuwe technologieën door overheden groeit. Belangrijke aandachtspunten voor overheden zijn daarom om de transparantie en verantwoording over de inzet van digital twins goed te regelen, voorwaarden zoals privacy-by-design en security-by-design te stellen aan het gebruik van data, en afhankelijkheid van leveranciers te voorkomen. Er bestaan al gemeentelijke uitgangspunten en randvoorwaarden die hierbij kunnen helpen, zoals verwoord in de informatiekundige visie Common Ground. Kortom, de bestuurlijke uitdaging zit niet zozeer in de technologie, maar in het behouden van het vertrouwen van inwoners, het zorgvuldig omgaan met data en de samenwerking tussen alle overheden onderling.

Inleiding

De hoeveelheid data in de wereld is nog altijd groeiende. Ook gemeenten zijn een weg ingeslagen om een meer datagedreven organisatie te worden. In toenemende mate zien wij dat er daarbij wordt gesproken over de inzet van zogeheten digital twins.

Digital twin is een concept met verschillende interpretaties en terugkerende elementen. In elk geval is een digital twin een virtuele weergave van de werkelijkheid. Elke registratie is in feite een digital twin, dus je zou kunnen zeggen dat gemeenten al veel digital twins hebben. Het woord wordt in de gemeentelijke context vooral gebruikt voor een driedimensionale virtuele weergave van de (fysieke) wereld waarin meerdere databronnen worden gecombineerd en gevisualiseerd met een bepaald doel. Bijvoorbeeld om een vraag te beantwoorden, zoals ‘welke gebieden lopen naar verwachting onder water bij extreme regenval?’. Door de opkomst van nieuwe technologieën zoals virtual en augmented reality ontstaat er een versnelling in impact en de toepassing van digital twins voor gemeenten.

Nederland staat voor veel met elkaar verbonden maatschappelijke opgaven waardoor de samenleving en de rol van de overheid er in de komende jaren ingrijpend anders uit kan gaan zien. De energie- en klimaattransities, in combinatie met de woningopgave en de digitalisering van de buitenruimte (zie ook trendanalyse #2: drukte meten met digitale technologie) maken dat de openbare ruimte moet veranderen. Ook hebben deze ontwikkelingen een raakpunt in het sociaal domein, bijvoorbeeld op het gebied van de gezondheid van de leefomgeving of de bevolkingssamenstelling van de wijk. Deze vraagstukken verdienen een integrale aanpak.

In een digital twin kan allerlei (sensor)data gecombineerd en gevisualiseerd worden en zo wordt de complexiteit van maatschappelijke opgaven inzichtelijk gemaakt. Er ontstaat daarmee ook een gemeenschappelijke informatiebasis tussen samenwerkende organisaties. Op basis daarvan kunnen beslissingen worden gesimuleerd en geoptimaliseerd. Daarbij gaat het nadrukkelijk om specifieke vragen, zoals ‘welke woningen gaan we van het gas afhalen?’ of ‘welke woningen kunnen (eenvoudig) uitgerust worden met zonnepanelen?’. Het is helaas een utopie om te denken dat we een vraag als ‘hoe lossen we het klimaatvraagstuk op?’ in een ICT-systeem sturen en dat er vervolgens een coherente oplossing uitkomt of dat we met één digital twin alle vragen die spelen kunnen beantwoorden. Heldere vraagarticulatie als start van de ontwikkeling van een digital twin is dan ook bepalend voor de uiteindelijke toegevoegde waarde.

De inzet van digital twins voor simulaties lijkt op het eerste oog nog ver af te staan van de gemiddelde gemeentelijke praktijk, maar ook gemeenten maken steeds meer gebruik hiervan. In deze analyse wordt eerst ingegaan op het Europese beleid ten aanzien van digital twins. Hierin ligt vooral de focus op het DestinE-programma en de beschikbare Europese fondsen. Vervolgens wordt ingegaan op de Nederlandse initiatieven rondom digital twins. Dat begint bij de verschillende beleidskaders en vervolgens wordt ingegaan op verschillende (gemeentelijke) voorbeelden. De analyse sluit af met belangrijke aandachtspunten voor gemeenten om in ogenschouw te nemen wanneer zij met digital twins werken.

Analyse

Europa

De Europese Commissie (EC) is een belangrijke aanjager van het gebruik van digital twins. Vanwege de veelzijdigheid van digital twins ziet de EC daarin een belangrijk instrument om te helpen in het realiseren van grote maatschappelijke opgaven, zoals de European Green Deal. Hét grote EU-programma op het gebied van digital twins is Destination Earth (DestinE). Sinds de lente van 2021 werkt de EC samen met de ESA en een aantal Europese meteorologische instituten aan deze Europese digital twin.

Destination Earth (DestinE)

In Europa werkt men op basis van ‘missies’: grootse doelen die verbonden zijn aan een langlopende tijdlijn en grote budgetten (zie ook trendanalyse #4: Duurzaam digitaal). Voor het komend decennium heeft de EC vijf gebieden genoemd om missies voor op te zetten:

  1. Conquering Cancer: Mission Possible;
  2. A Climate Resilient Europe;
  3. Mission Starfish 2030: Restore our Ocean and Waters;
  4. 100 Climate-Neutral Cities by 2030;
  5. Caring for Soil is Caring for Life.

Het Destination Earth programma is verbonden aan missies 3 en 4. Het doel van dit programma is om een hoog-precisie digitale tweeling van de aarde te maken om natuurlijke fenomenen en daaraan gerelateerde menselijke activiteiten te monitoren en te simuleren. Op deze manier moet DestinE helpen om grote aantasting van het milieu en natuurrampen betrouwbaar te voorspellen. Enkele ambities betreffen:

  • In 2024 moet het kernplatform beschikbaar zijn voor extreme weerseffecten en adaptatie van klimaatverandering;
  • In 2027 moeten andere digital twins hierop worden aangehaakt, zoals digitale tweelingen van de oceanen;
  • In 2030 moet er een volwaarde replica van de aarde ontstaan door alle relevante digital twins bij elkaar te brengen.
Beoogde doelen van Destination Earth

Beoogde doelen van Destination Earth (DestinE) - Grafiek: Destination Earth

Doordat DestinE veel publieke datasets zal openen, speelt het programma ook een belangrijke rol in de Europese datastrategie. Met deze strategie neemt de EU het voortouw in de datagestuurde economie. Met een interne markt voor data kunnen gegevens binnen de hele EU en door alle sectoren heen vrij stromen. De Europese datastrategie bestaat uit meerdere hoofdelementen:

  • De Data Governance Act (DGA)
  • Een Data Act
  • De Open Data Directive (voorheen PSI Directive)

De toekomst van digital twins kun je in feite zien in verschillende lagen. Het programma DestinE beoogt een digitale tweeling van de aarde, waaronder bijvoorbeeld Nederland. En binnen Nederland bestaan er dan weer digital twins van de provincie, en vervolgens de gemeente, enzovoort. Bovendien kun je van één gebied meerdere digital twins maken. Bijvoorbeeld één die inzicht geeft in hoe het water wegstroomt of achterblijft bij extreme regenval, en in hetzelfde gebied een digital twin die inzicht biedt in de verkeersdrukte of kansen op ongevallen. Het programma DestinE is in die zin dus vooral een poging om via de ontsluiting van lokale datasets te werken aan het verbeteren van mondiale datasets, waaronder ook satellietdata.


Technologische ontwikkeling: Edge computing

Een belangrijke landingsbaan voor het gebruik van satellietdata is de ontwikkeling rondom edge computing. De datasets voor het programma DestinE moeten namelijk real-time verwerkt kunnen worden. De belofte is dat edge computing ervoor zal zorgen dat de dataverwerking direct op de hardware (bijvoorbeeld lantaarnpalen, telefoons, auto’s, etc.) kan plaatsvinden. Edge computing en dataverwerking wordt zo mogelijk dus direct onderdeel van de fysieke en digitale infrastructuur. Dit brengt ook strategische vraagstukken met zich mee over hoe we maatschappelijke belangen en publieke waarden kunnen borgen. Als we dat niet doen, gaat de markt gewoon zijn gang.


De EC jaagt de ontwikkeling van zulke lokale, regionale en nationale digital twins aan vanuit verschillende financieringsprogramma’s, zoals Horizon 2027 (€ 95,5 miljard), het Digital Europe Programme (7,5 miljard), waaronder ook DestinE valt, en de Recovery and Resilience Facility (RRF), waarvan € 5,6 miljard is gereserveerd voor Nederland. De toegang tot deze middelen verschilt, maar is in elk geval uitdagend en complex. Dit vraagt om gecoördineerde samenwerking. Via het Overheidsbreed Beleidsoverleg Digitale Overheid (OBDO) en het ministerie van BZK wordt gekeken naar de mogelijkheid van een bureau Europa dat kan helpen om de coördinatie te versterken.

Nationaal

Ook in Nederland is de lange termijnwaarde van investeren in digital twins herkend. De VNG werkt samen met Digicampus, Waterschapshuis, IPO en Geonovum aan een community waarin (semi)overheid, markt en kennisinstellingen samen komen. Het doel van de community is van elkaar leren, het op elkaar laten sluiten van projecten en ervaringen opdoen met onderlinge relaties. Want in een digital twin komen alle domeinen met elkaar in aanraking en ontstaan er nieuwe relaties tussen verschillende overheidsorganisaties. [1]

Een goed voorbeeld hiervan vinden we in de gemeente ’s-Hertogenbosch. In nauwe samenwerking met partners uit de City Deal ‘Een slimme stad, zo doe je dat’ maakten zij een digital twin om inzicht te bieden in de bezoekersstromen in de binnenstad. Dit dashboard ondersteunt de beslissingen die de gemeente moet nemen in het kader van de coronaversoepelingen en in de toekomst ook tijdens evenementen. De digital twin van de stad heeft voetgangersdata slim gekoppeld en gevisualiseerd en geeft zo real-time inzicht in de huidige bezoekersstromen in de stad. De tool beantwoordt vragen als: ‘hoe laat komen mensen de stad in?’ of ‘vanuit welke kant komen mensen de stad in?’.

Nationale Digitale Tweeling voor de Fysieke Leefomgeving

Een belangrijk initiatief om nationale samenwerking tot stand te brengen is het Investeringsvoorstel Nationale Digitale Tweeling voor de Fysieke Leefomgeving (DTFL). Dit investeringsvoorstel is een opdracht van het GI-beraad en is gericht op het aanspreken van (een deel van) de € 5,6 miljard uit het RRF. Met een breed consortium van overheden (waaronder de VNG en het IPO), bedrijven en kennisinstellingen wordt gewerkt aan het ontwikkelen van een Nationale DTFL als publiek instrument om te helpen in de aanpak van verschillende maatschappelijke opgaven, zoals klimaat, energie, woningen, infrastructuur van wegen en waterwegen, en de landbouw. Het doel van het investeringsvoorstel is te komen tot een gemeenschappelijke infrastructuur, aan de hand van use-cases in genoemde thema’s. In het Waterschap Vallei en Veluwe is de ambitie bijvoorbeeld om te meten en te simuleren waar grondwateronttrekking door burgers (bijvoorbeeld ingegeven door extreme droogte) plaatsvindt om zo de impact voor het gehele watersysteem beter te begrijpen.

In het Investeringsvoorstel voor een nationale DTFL wordt nadrukkelijk ingezet op het aanhaken bij de verschillend Europese initiatieven en strategieën, waaronder de relevante Europese dataspaces (zoals de Green Deal dataspace, mobiliteit, energie en overheid) en het programma DestinE. Het is essentieel dat de verschillende dataspaces interoperabel zijn. De activiteiten rondom een Nationale DTFL sorteren daar dan ook op voor.


Totaal Driedimensionaal

Het initiatief voor een nationale DTFL is nog slechts een voorstel, maar gemeenten en regio’s zijn al volop aan de slag met de inzet van digital twins. Eén voorbeeld is het programma Totaal Driedimensionaal (T3D).

Doel van T3D is om de geo-basisregistraties van 2D naar 3D te brengen. 3D informatie is in de wereld om ons heen vaak al de norm, maar bij de overheid wordt zulke informatie weer ‘platgeslagen’ tot 2D voor gebruik en registratie. Samen met de gemeenten Den Haag, Rotterdam en Amsterdam wordt gewerkt aan een ontwerp om structureel 3D-informatie in te winnen, te registeren en vervolgens te gebruiken.


Rode draden in het beleid

Het nationale beleid omtrent digital twins is voornamelijk terug te vinden in een drietal beleidsstukken: de Interbestuurlijke Datastrategie Nederland (IBDS), de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) en de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS). Deze beleidsstukken gaan niet specifiek over digital twins, maar bieden wel een basis voor aandachtspunten. Enkele rode draden die door deze beleidsstukken heen lopen:

  1. De maatschappelijke opgave staat voorop

De technologie van digital twins is een middel en niet een doel op zichzelf. De inzet van digital twins moet bijdragen aan de verschillende maatschappelijke opgaven, waaronder die uit de NOVI/Omgevingswet, zoals de energietransitie, klimaatadaptatie en de woningcrisis.

2. Werk samen: lokaal, regionaal, nationaal en Europees

Interbestuurlijke samenwerking en integraal werken heeft een belangrijke plek in alle drie de strategieën. Een digital twin creëert een gemeenschappelijke informatiebasis en brengt dus verschillende partijen bij elkaar. Dit alles biedt kansen om aan te sluiten bij bestaande initiatieven en gezamenlijk verder te komen.

3. Verhoog het kennisniveau

Met de NDS en de IBDS wordt geïnvesteerd in het kennisniveau van overheden op het gebied van digitalisering en specifiek datagedreven werken. De verbindende rol die digital twins kunnen spelen in maatschappelijke opgaven vraagt ook om multidisciplinaire perspectieven in de verschillende ambtelijke organisaties (en daarbuiten). Onder de IBDS wordt het kennisniveau van overheden bovendien verhoogd via use cases, dus door praktisch aan de slag te gaan. Vanuit deze use cases wordt ook gebouwd aan generieke systeemfuncties die kunnen worden opgeschaald, zoals een federatief datastelsel. Deze systeemfuncties voor datagedreven werken zullen een belangrijke rol spelen bij de ontwikkeling en inzet van digital twins.

4. Borg publieke waarden

Het is van groot belang om maatschappelijk verantwoord te innoveren. Dat betekent dat we de brede maatschappelijke impact van de inzet van digital twins aan de voorkant kennen en deze koppelen aan maatschappelijke en democratisch gelegitimeerde doelen.

Gemeenten: Visies, projecten en aandachtspunten

Het beleid van gemeenten haakt in op het nationale beleid en de publieke waardenvraagstukken. Overkoepelend is er de Digitale Agenda Gemeenten 2024, waarin zowel de basis op orde hebben, het benutten van de kansen van digitalisering, als het voeren van het waardengesprekken centraal staan. Ook hebben gemeenten visies en position papers vastgelegd omtrent data in het algemeen en de basisregistraties specifiek. In deze visies komen aandachtspunten naar voren voor het gebruik van en de governance rondom data. 

Aandachtspunten bij de (verdere) ontwikkeling van digital twins:

  • Gebruikers in de lead om te borgen dat daadwerkelijk opgavegericht/missie gedreven gewerkt wordt

Overheden die een verantwoordelijkheid dragen voor de genoemde opgaven (missies) hebben een sturende rol bij de ontwikkeling van digital twins. Het gaat dan om sturing vanuit de voor de maatschappelijk opgaven verantwoordelijke departementen en, naast gemeenten, andere (regionale) overheden (provincies en waterschappen). We kiezen voor een vraaggestuurde werkwijze waarin betrokken partijen vanuit een duidelijke rol participeren. Zo voorkomen we dat we aanbodgedreven te werk gaan (vanuit het (geo-)informatiedomein en/of IT-domein).

  • Verbinding van initiatieven, voorkom overlap, creëer toegevoegde waarde

Initiatieven worden scherp afgebakend en onderling afgestemd, zodat ze elkaar versterken. Als voorbeeld kan de doorontwikkeling van het geo-fundament (in de onderste datalaag) genoemd worden. Deze doorontwikkeling is randvoorwaardelijk voor het tot stand komen van digital twins. Het biedt de basisinformatie waarop in andere trajecten wordt voortgeborduurd door opgavegericht aanvullende bouwstenen, zoals specifieke databronnen en rekenmodellen voor de betreffende opgaven, eraan toe te voegen.

  • Voorbij de hype, voorbij het speeltje, oog voor implementatie en structureel beheer

Innovaties vormen de basis voor vooruitgang. We kunnen daarmee echter niet volstaan. Het inbedden en opschalen van oplossingen vanuit initiatieven is in het verleden misschien nog wel een grotere uitdaging gebleken dan de innovatie zelf. Implementatie bij de brede gemeentelijke achterban en het ondersteunen daarvan is belangrijk. Daarnaast moeten voor de beheerfase de randvoorwaarden, zoals financiering en governance, zijn geborgd. Het op voorhand maken van sluitende afspraken over de dekking van alle kosten in de keten (inclusief de kosten van bronhouders voor het actueel houden van de data) is hierbij een belangrijk aandachtspunt, zoals we weten vanuit de ervaringen bij de basisregistraties.

Specifiek om in te haken op de verschillende samenwerkingen die rondom digital twin worden opgezet, is het van belang dat gemeenten hun systemen zo inrichten dat ze interoperabel zijn en in lijn met de visie Common Ground. Deze visies worden het best zichtbaar in de praktijk. Steeds meer gemeenten zijn bezig met het beschikbaar maken van meer datasets, zodanig dat met digital twins ook simulaties kunnen worden uitgevoerd. Onder andere de gemeenten Den Haag, Eindhoven, Amsterdam en Rotterdam zijn koplopers in het veld. Via Samen Organiseren en de Gezamenlijke Gemeentelijke Uitvoering kunnen gemeenten leren van elkaars goede voorbeelden en experimenten.

Eén voorbeeld is te vinden in de gemeente Nijmegen. Daar is gestart met de inzet van een digital twin om de vergunningverlening voor evenementen beter te laten verlopen, bijvoorbeeld bezien vanuit drukte bij een groot evenement als de Nijmeegse Vierdaagse. Samen met partijen als de politie, de veiligheidsregio, het Kadaster, Geonovum, enkele lokale stichtingen en ICT-leveranciers testen ze wat het oplevert om mensen te tellen of simulaties te maken. Een heel praktisch voorbeeld is een simulatie van het plaatsen van een toiletcabine bij een evenement; hoe smal wordt de doorgang daardoor? Dit kunnen ze meenemen in de samenwerking rondom de veiligheid van een evenement. Een geleerde les daarbij is om aan te sluiten bij use-cases en bestaande samenwerkingen of projecten.

Vermijd techno-optimisme

Met de grootsheid van een Nationale DTFL of zelfs een digital twin van de aarde is het makkelijk om te vervallen in overdreven tech-optimisme. De ervaring leert dat de wereld enorm complex is en niet zomaar te reduceren valt tot een model of dashboard waarbij het openbaar bestuur gemakkelijk aan de knoppen zit. Het is allereerst belangrijk om te herinneren dat het functioneren van digital twins staat of valt met de kwaliteit van de gebruikte data en de interoperabiliteit van verschillende data-ecosystemen. In veel gevallen is de basis daarbij nog helemaal niet op orde en zijn de incidentele en structurele kosten die hiermee gepaard gaan groot en bestaat hiervoor veelal nog geen dekking. De VNG liet samen met het A&O-fonds het Ontwikkelmodel Datagedreven Gemeente ontwikkelen om gemeenten hierin te ondersteunen.

Verder zijn er enkele inherente risico’s aan de inzet van digital twins. Door de stapeling van datasets kunnen steeds nieuwe toepassingen ontstaan, maar het blijft altijd van belang om deze rechtmatig en doelmatig in te zetten. Wanneer hier geen bewuste afweging voor wordt gemaakt, ligt function creep op de loer – wanneer informatie wordt gebruikt voor een ander doel dan het originele. In combinatie met persuasive technology wordt ook het inzetten van nudges mogelijk: het beïnvloeden van onbewust denken en doen door inzet van data en technologie. Dit brengt uiteraard fundamentele vraagstukken met zich mee over privacy, autonomie, controle over technologie en de machtsverhoudingen tussen inwoner en overheid. De inzet van nudiging door de overheid is geen nieuw thema. Een van de aandachtspunten daarbij is de geboden transparantie over de inzet van een nudge. Doordat digitaliseringsprocessen vaak inherent opaak zijn, is transparantie daarbij extra belangrijk.

Daarnaast is van belang om te beseffen dat de besluiten die worden genomen over de leefomgeving van mensen democratisch gelegitimeerd moeten zijn. Digital twins zijn niet neutraal. In het gehele proces worden immers keuzes gemaakt, zoals hoe je datacategorieën definieert, welke data je meeneemt in het beslissingsmodel en welke niet, en welke onderzoeksvragen je probeert te beantwoorden met simulaties. Het afgenomen vertrouwen in de politiek en het algemene wantrouwen ten opzichte van technologie maken dat het organiseren van zeggenschap voor inwoners bij de inzet van digital twins van groot belang zijn. Met de handreiking Aan de slag met participatie ondersteunt de VNG gemeenten in algemene zin bij inwonerparticipatie.

Bovendien spelen allerlei verantwoordingsvraagstukken een belangrijke rol bij de inzet van digital twins. Een belangrijke meerwaarde van het instrument is dat het overheidslagen met elkaar verbindt rondom maatschappelijke vraagstukken en dat er wordt gehandeld op basis van een gemeenschappelijke informatiebasis. Echter, wie is verantwoordelijk voor de besluiten die worden genomen op basis van die informatie? Het is essentieel dat de besluitvorming ligt in onze democratische instituties, of dat nu in de Tweede Kamer, de Provinciale Staten, het algemeen bestuur van de waterschappen of de gemeenteraden is.

Tot slot is het bij het gebruik van digital twins van belang om zogeheten ‘vendor lock-ins’ te voorkomen. Instituten als de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid en de Raad voor het Openbaar Bestuur waarschuwen al langer voor situaties waarin overheden een te grote afhankelijkheid hebben van private partijen, zeker op het gebied van ICT. Deze instituten adviseren overheden om meer kennis in eigen huis te halen. Waar dat niet mogelijk is, adviseren zij om via inkoopvoorwaarden eisen te stellen aan gebruikte technologie om enerzijds publieke waarden te borgen en anderzijds een sterkere onderhandelingspositie voor overheden vast te leggen. Een voorbeeld van dat laatste kan zijn om afspraken te maken over het beheer van de verzamelde data, de gebruikte algoritmen of de interoperabiliteit van de gebruikte systemen. In de Visie Common Ground hebben gemeenten hier al afspraken over gemaakt.


Participatie: de kansen van digital twins

Hoewel digital twins complexe technologie zijn, bieden ze ook kansen om inwoners nauwer te betrekken bij de beleids- en besluitvorming. Digital twins maken het namelijk mogelijk om in 3D de effecten van besluiten te visualiseren. Of het nu gaat om het toekennen van de aanbouw van een dakkapel, of om de herinrichting van de straat, de drempel wordt voor inwoners aanzienlijk verlaagd om mee te denken door visualisaties.


Conclusie

In de zich razendsnel ontwikkelende datawereld zijn digital twins het gesprek van de dag. Digital twins, ook wel te omschrijven als real-time virtuele weergaven van de werkelijkheid met behulp waarvan gemeenten maatschappelijke waarden kunnen creëren. Door de Europese Commissie is de potentie van digital twins (h)erkend en zij zullen de komende jaren flink hierin investeren. Het startschot is dan ook gegeven om met dit instrument aan de slag te gaan, waarbij er zowel naar randvoorwaarden zoals financiering, en wetgeving, als inhoud zoals data en (nieuwe) standaarden wordt gekeken.

Overheden zijn tot nu toe vooral in het fysiek domein aan de slag gegaan met digital twins. Gemeenten kunnen deze bijvoorbeeld inzetten voor specifieke vraagstukken binnen grote onderwerpen als de energietransitie en de woningopgave. Het nationale beleid stuurt daarbij vooral aan op het creëren van een federatief datalandschap, interbestuurlijke samenwerking, het verhogen van het kennisniveau en het borgen van publieke waarden.

De mogelijkheden van digital twins lijken bijna eindeloos, maar het is belangrijk om te waken voor te veel techno-optimisme. De kwaliteit van de data is in veel gevallen nog niet beschikbaar of op orde en het wantrouwen ten opzichte van het gebruik van nieuwe technologieën door overheden groeit. Belangrijke aandachtspunten voor overheden zijn daarom om de transparantie en verantwoording over de inzet van digital twins goed te regelen, voorwaarden zoals privacy-by-design en security-by-design te stellen aan het gebruik van data, en afhankelijkheid van leveranciers te voorkomen. Er bestaan al gemeentelijke uitgangspunten en randvoorwaarden die hierbij kunnen helpen. zoals verwoord in de informatiekundige visie Common Ground. Kortom, de bestuurlijke uitdaging zit niet zozeer in de technologie, maar in het behouden van het vertrouwen van inwoners, het zorgvuldig omgaan met data en de samenwerking tussen alle overheden onderling.

 

[1] Wilt u meer weten over de community of u aanmelden? Dat kan met een mail naar: wouter.heijnen@vng.nl.