Door Sander Mooij

Als er één indicator veel aandacht krijgt, dan is het wel de R. Iedereen kent de R, want die geeft het beste aan hoe het aantal COVID-19 besmettingen zich ontwikkelt. Als de R lager is dan 1, dan gaat het goed. De berekening van die R is een complexe aangelegenheid, die we overlaten aan de wetenschappers van het RIVM. En als zij de meest recente R melden, dan is dat een schatting met een bepaalde mate van onzekerheid. 

In gemeenteland is er ook een indicator R. Deze R geeft aan of een gemeente over genoeg vermogen beschikt om de risico’s te kunnen dekken: de R van Resistance. Ofwel, hoeveel geld is er voor de gemeente vrijelijk beschikbaar en dat delen we door de financiële omvang van de risico’s van de gemeente. Deze R is aanzienlijk gemakkelijker te berekenen dan reproductie-R. Een ander verschil is dat we deze R juist niet onder de 1 willen hebben!

In dit artikel/blog wil VNG Risicobeheer laten zien dat gemeenten hun R verschillend berekenen én dat hun R ook een schatting is. Het is aan te raden dat professionals, wethouders en gemeenteraadsleden zich verdiepen in de R van hun gemeenten. VNG Risicobeheer analyseerde in de afgelopen periode de berekening en de hoogte van de gemeentelijke R. De informatie is te vinden in de paragrafen Weerstandsvermogen en Risicobeheersing uit de begrotingen 2020 van gemeenten.

Laten we beginnen met de hoogte van de gemeentelijke R-’en. In nagenoeg elke gemeenten zien we dat de uitkomst van de deling van het beschikbaar weerstandsvermogen op het benodigd weerstandsvermogen boven de 1 is. Een goed teken; nagenoeg alle gemeenten kunnen hun risico’s dus dekken met hun vrije financiële ruimte. Het merendeel van de gemeenten heeft een waarde tussen de 1 en de 2, maar er zijn ook gemeenten met een uitkomst van 20.

Eenzelfde waarde van de gemeentelijke R zegt alleen iets over de verhouding tussen de teller (vrij besteedbare middelen) en de noemer (risico’s). De R zegt niets over de hoogte van de twee delen. We hebben daarom de opgevoerde bedragen ook per inwoner bekeken. Daaruit blijkt dat er gemeenten zijn die € 47 per inwoner kunnen inzetten om risico’s op te vangen, maar er zijn ook gemeenten waar dit bedrag boven de € 2.000 uitkomt.

Natuurlijk verschillen de ratio’s van gemeenten, want elke gemeente is uniek en maakt eigen keuzes binnen de mogelijkheden. Maar gemeenten blijken ook het benodigde weerstandsvermogen op uiteenlopende manieren te berekenen.

Voor het benodigd weerstandsvermogen nemen alle gemeenten de Algemene Reserve mee omdat dit echt vrij besteedbare middelen zijn, net als de post Onvoorzien. Maar of de Stille Reserves en/of de Reserves Grondexploitaties onderdeel zijn van de het benodigd weerstandsvermogen, verschilt per gemeente. Evenals als de niet-benutte belastingcapaciteit, die lang niet altijd wordt meegerekend. Zo ontstaan er verschillen in de hoogte van het beschikbaar weerstandsvermogen, en in hoe dit getal is op te vatten.

Eenzelfde diversiteit treffen we aan bij het benodigd weerstandsvermogen. Dat bedrag bestaat uit de financiële omvang van de risico’s die in de paragraaf is opgenomen. Soms wordt dit bedrag bepaald door alleen de grootste risico’s en soms juist door alle risico’s. Sommige gemeenten gaan uit van de maximale financiële omvang van de risico’s, terwijl anderen daar een gemiddeld bedrag voor hanteren. Verder zijn er gemeenten die de kans op een risico laten meewegen bij het te berekenen bedrag. Een risico met een financiële omvang van € 6 mln. en een kans van 10% wordt dan voor € 600k meegeteld, terwijl anderen juist blijven uitgaan van de financiële omvang van het risico en die € 6 mln. blijven hanteren. Een aantal gemeenten werkt na het berekenen van het totaal bedrag aan financiële risico’s met een zekerheidspercentage. Op basis van een zogenaamde Monte Carlo-simulatie berekenen ze het bedrag dat met een bepaalde mate van zekerheid voldoende zal zijn, aangezien niet alle risico’s zich voordoen. Maar niet alle gemeenten werken met zo’n zekerheidspercentage, en de gemeenten die dat wel doen hanteren weer verschillende zekerheidspercentages (70% - 95%).

Naast de technische verschillen vonden we ook diversiteit in het soort risico’s die gemeenten opvoeren in hun paragraaf. Logisch, want niet iedere gemeente heeft last van een slappe bodem, verzakkende kades of specifieke boomziektes. Maar er zijn wel degelijk gebeurtenissen of ontwikkelingen die in elke gemeente aan de orde kunnen zijn. Als een gemeente de uitval van het personeel door ziekte als een risico ziet, waarom zou dat risico zich niet in een andere gemeente voordoen? Misschien met een andere inschatting van het financiële risico of van de kans dat het zich voordoet, maar het kan wel gebeuren. De invoering van de Omgevingswet of het abonnementstarief Wmo is ook voor iedere gemeente relevant, evenals datalekken en het risico op boetes. Curieus is ook dat financiële risico’s van Gemeenschappelijke Regelingen in de begrotingen van de gemeenten die eraan meedoen, lang niet altijd op dezelfde wijze voorkomen in de gemeentelijke begrotingen.

De verschillen in de wijze waarop gemeenten hun weerstandsvermogen berekenen zijn groot. Is dat erg? Volgens de regels niet, er bestaan geen wetten of regels die uniformiteit voorschrijven. Maar het stemt wel tot nadenken hoe gemeenten rekenen en tot het inzicht komen dat er voldoende R is.

De berekening van weerstandsvermogen en risico’s is geen harde wetenschap. Gemeenten kunnen verschillende berekeningen maken en de (impact van) risico’s anders inschatten. De Monte Carlo-simulatie is wetenschappelijk onderbouwd, maar de inschattingen die eronder liggen zijn mensenwerk. Zo is de informatiewaarde van de R beperkt. Is er misschien veel meer geld vrij te besteden? Of is de R aan de krappe kant?

VNG Risicobeheer heeft een Quick Scan ontwikkeld voor gemeenten, waarmee de uitgangspunten en de keuzes bij het berekenen van de gemeentelijke R snel inzichtelijk worden gemaakt. Wilt u meer weten over deze Quick Scon, activiteiten van VNG Risicobeheer of van het Risico Platfom Overheden, neem dan contact met ons op.

Sander Mooij is adviseur bij VNG Risicobeheer