Afhankelijk van het motief van de wijziging hebben gemeenten een of meer instrumenten ter beschikking om de wijziging te realiseren. We vermelden ze hieronder, inclusief links naar verdiepende informatie van de VNG over het praktisch werken met het instrument.
Wijzigen van het omgevingsplan met de technische standaard STOP/TPOD van de Omgevingswet
Hiermee kan de gemeente initiatieven mogelijk maken en nieuw beleid doorvoeren in het omgevingsplan. Ook kan de gemeente hiermee het integrale omgevingsplan opbouwen en het omgevingsplan beheren. Lees meer over het wijzigen van het omgevingsplan
Wijzigen van het omgevingsplan met een tijdelijke alternatieve maatregel: TAM-IMRO (let op: gestopt per 1 januari 2026)
Dit houdt in dat de oude techniek voor planvorming wordt gebruikt onder de Omgevingswet. Deze TAM was primair bedoeld om urgente gebiedsontwikkeling mogelijk te maken. Lees meer over TAM-IMRO voor gemeenten
De vergunning voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)
Als de gemeente initiatieven mogelijk wil maken is de BOPA in veel gevallen een goed alternatief voor het wijzigen van het omgevingsplan. Zeker in de beginperiode. Bij de BOPA gaat het niet om het wijzigen van het omgevingsplan, maar om het afwijken ervan. Uiteindelijk moet de gemeente de BOPA wel verwerken in het omgevingsplan. Lees meer over de BOPA