Laatst bijgewerkt: 19 mei 2026

Het omgevingsplan is een van de kerninstrumenten van de Omgevingswet. Op deze pagina laten we op hoofdlijnen zien hoe gemeenten tussen nu en 2032 aan de slag kunnen en moeten met het omgevingsplan. We geven ook aan welke informatie en ondersteuning de VNG hierbij biedt.

In de figuur ‘Aan de slag met het omgevingsplan’ brengen we dit in beeld. Centraal staat wat de motieven/doelen kunnen zijn om het omgevingsplan te wijzigen en welke instrumenten gemeenten daarvoor ter beschikking hebben. Onderstaand lichten we het schema blok voor blok toe.

Download de figuur als interactieve pdf (234 kB)

Bij inwerkingtreding van de Omgevingswet hebben gemeenten een omgevingsplan van rechtswege gekregen. Dit bestaat onder meer uit de bestaande bestemmingsplannen en de bruidsschat. In 2032 moeten gemeenten het bestemmingsplan van rechtswege hebben omgezet in een integraal omgevingsplan zoals bedoeld in de Omgevingswet. De periode tussen inwerkingtreding en 2032 noemen we de transitieperiode.

In de transitieperiode zullen gemeenten om verschillende redenen het omgevingsplan gaan wijzigen:

  1. Het mogelijk maken van initiatieven. Dit zal vaak gaan om gebiedsontwikkeling.
  2. Nieuw beleid vertalen naar regels in het omgevingsplan. Voorbeelden zijn nieuw parkeerbeleid of de transitievisie warmte.
  3. Opbouwen van het omgevingsplan 2032. Dit kan zowel gebiedsgericht als thematisch.
  4. Beheren van het omgevingsplan. Bijvoorbeeld om het omgevingsplan in lijn te brengen met nieuwe instructieregels van het rijk of de provincie.

Afhankelijk van het motief van de wijziging hebben gemeenten een of meer instrumenten ter beschikking om de wijziging te realiseren. We vermelden ze hieronder, inclusief links naar verdiepende informatie van de VNG over het praktisch werken met het instrument.

Wijzigen van het omgevingsplan met de technische standaard STOP/TPOD van de Omgevingswet

Hiermee kan de gemeente initiatieven mogelijk maken en nieuw beleid doorvoeren in het omgevingsplan. Ook kan de gemeente hiermee het integrale omgevingsplan opbouwen en het omgevingsplan beheren. Lees meer over het wijzigen van het omgevingsplan

Wijzigen van het omgevingsplan met een tijdelijke alternatieve maatregel: TAM-IMRO (let op: gestopt per 1 januari 2026)

Dit houdt in dat de oude techniek voor planvorming wordt gebruikt onder de Omgevingswet. Deze TAM was primair bedoeld om urgente gebiedsontwikkeling mogelijk te maken. Lees meer over TAM-IMRO voor gemeenten

De vergunning voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)

Als de gemeente initiatieven mogelijk wil maken is de BOPA in veel gevallen een goed alternatief voor het wijzigen van het omgevingsplan. Zeker in de beginperiode. Bij de BOPA gaat het niet om het wijzigen van het omgevingsplan, maar om het afwijken ervan. Uiteindelijk moet de gemeente de BOPA wel verwerken in het omgevingsplan. Lees meer over de BOPA

De VNG biedt uiteenlopende informatie, tools en interactieve leer- en oefenmogelijkheden voor het werken met het omgevingsplan én de andere kerninstrumenten omgevingsvisie en programma. Op de overzichtpagina vng.nl/planketen vindt u alle VNG-informatie rondom onder meer opbouw, wijzigen en gebiedsontwikkeling, plus links naar handige informatie van onder meer IPLO en Geonovum.