Raadgever Gemeente, let op uw schuld

Investeringen betaalt een gemeente niet met reserves maar met geld. Als dat niet op de bank staat, moet de gemeente lenen. Daarmee stijgt de schuld. Als raadslid kijkt u in de begroting ongetwijfeld kritisch naar de schuldenlast. Wat zijn de kritische grenzen?

Als de netto schuld  groter is dan 130% van de inkomsten, is er sprake van een erg hoge schuld. Het licht staat dan op rood. Maar al bij een netto schuld die 100% van de inkomsten te boven gaat, springt het licht op oranje. Dit zijn grove maten. Voor een genuanceerd beeld moet u ook naar de voorraad bouwgronden en de voorraad uitgeleende gelden kijken. Bij een zeer grote portefeuille uitgeleend geld of voorraad grond, ligt de grens voor een erg hoge gemeenteschuld hoger.

Is er ruimte voor investeringen?

Kan een gemeente investeren als er voldoende reserves zijn? Dat lijkt waarschijnlijk, maar het is niet altijd zo. Eigen vermogen in de vorm van reserves is geen geld. Als gemeenten investeren, moet er geld op de rekening staan om de investeringen te financieren. Als er te weinig geld op de bank staat, moet het benodigde geld eerst worden geleend. Daarmee stijgt de schuld van de gemeente. De ruimte om nieuwe investeringen te doen, hangt dus af van hoeveel extra schuld een gemeente aankan. Het zogenaamd inzetten van reserves is synoniem met het aangaan van meer schuld.

Hoe zwaar drukken de schulden op de begroting?

Inkomsten bepalen hoeveel schuld een gemeente kan dragen. Het is goed te vergelijken met het afsluiten van een hypotheek. Hoeveel geld u kunt lenen, is afhankelijk van uw  loon. Dat principe geldt ook voor gemeenten. De hoogte van de schuld die een gemeente kan dragen, hangt af van de hoogte van de inkomsten.  Om een grove  indicatie te krijgen van de hoogte van de schuld, wordt de netto schuldquote berekend.

De berekening van de netto schuldquote gaat ongeveer zo. Trek de geldelijke bezittingen af van de schulden, het bedrag onderaan de streep is de netto schuld. Deel deze netto schuld vervolgens door de inkomsten. De uitkomst daarvan wordt uitgedrukt in procenten.

Normaal ligt de netto schuldquote van een gemeente tussen 0% en 100%. Als de netto schuldquote tussen 100% en 130% ligt, is de  gemeenteschuld hoog (oranje). Hij moet niet verder stijgen. Als de netto schuldquote boven de 130% uit komt, dan bevindt de gemeente zich in de gevarenzone (rood). Het bestuur moet er werk van maken om de schuld te verlagen.

Voorraden bouwgronden en uitgeleende gelden

De maten 100% en 130% zijn grove vuistregels. Voor een genuanceerder beeld van de schuldpositie moet u ook kijken naar de voorraad bouwgronden en de uitgeleende gelden.

Een gemeente heeft grondposities voor woningbouw of nieuwe bedrijventerreinen. Voor die gronden heeft de gemeenten schulden gemaakt. Normaal drukt de rente van deze schuld niet op de begroting. De rente wordt bijgeschreven op de voorraad grond. Bij verkoop van de grond wordt de rente weer goedgemaakt en met de verkoopopbrengst wordt de schuld ingelost. Een gemeente met veel grond heeft veel schulden, maar bij normale marktomstandigheden drukken niet al die schulden op de begroting. Maar als de markt tegenzit, gaat dit niet meer op. Een gemeente met veel grondvoorraden heeft dan een grondprobleem vanwege schulden die voor de aanschaf zijn aangegaan.

Uitgeleende gelden zijn gelden die de gemeente uitleent aan andere partijen. De schulden die hier tegenover staan, drukken niet op de begroting. De rente wordt doorberekend. Met de aflossingen op de uitgeleende gelden kan de gemeente de schulden aflossen. Schulden voor de financiering van uitgeleende gelden drukken per saldo niet op de begroting. Maar geld uitlenen is niet zonder risico. Als de lenende partij de lening niet kan terugbetalen, is de gemeente het uitgeleende geld kwijt en blijft zij zitten met de schuld die ertegenover staat.

Houdbaarheidstest

Als u een genuanceerd beeld wilt, dan moet de gemeente de VNG houdbaarheidstest gemeentefinanciën uitvoeren. Deze test kan jaarlijks worden opgenomen in de begroting voor het in beeld brengen van de financiële conditie van de gemeente (het weerstandsvermogen). De houdbaarheidstest brengt in beeld of de gemeenteschuld niet te hoog oploopt bij economisch zwaar weer en de inkomsten en uitgaven tegenvallen. De test is samen met de Invulinstructie houdbaarheidstest gemeentefinanciën van  de  website van de VNG te downloaden.

Het EMU-tekort

Europa let ook op de schuld van gemeenten, dat gebeurt via het EMU-tekort. Dit is de begrenzing van het bedrag waarmee de totale netto schuld van alle gemeenten in een jaar mag groeien. De bedoeling is dat het gezamenlijke tekort van de gemeenten onder het plafond voor het EMU-tekort blijft. Iedere gemeente heeft een individuele EMU-referentiewaarde, die is afgeleid van dat plafond. Bij het opstellen van de begroting luidt het advies: kijk niet naar de individuele EMU-referentiewaarde van de gemeente. Het ene jaar kan het EMU-saldo van een gemeente een tekort vertonen en het andere jaar een overschot. Dit komt door de schommelingen in de hoogte van de investeringen en het aan- en verkopen van bouwgronden. Alle plussen en minnen van gemeenten opgeteld geeft normaal geen probleem met het EMU-tekort. Pas als nationaal blijkt dat gemeenten het plafond van het EMU-tekort gaan overschrijden, kan van gemeenten worden gevraagd het individuele EMU-tekort van de lopende begroting te verminderen.

Meer informatie