Hoewel de Wet WOZ geen taken of bevoegdheden toekent aan de gemeenteraad, kunt u als raadslid in aanraking komen met de Wet WOZ. Zo kunnen inwoners u vragen stellen over de totstandkoming van de WOZ-waarde of over de vaststelling van de OZB-tarieven (onroerendezaakbelastingen). Daarnaast hebt u voor uw controlerende rol recht op informatie over de uitvoering van de Wet WOZ door uw gemeente.

Wet waardering onroerende zaken

In de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) staat dat de gemeente jaarlijks de waarde moet vaststellen van alle onroerende zaken binnen de gemeente. De gemeente stuurt vóór eind februari een WOZ-beschikking aan eigenaren van woningen. Voor alle andere onroerende zaken stuurt de gemeente een beschikking aan eigenaren en gebruikers. De WOZ-beschikking is vaak niet meer dan één regel op het aanslagbiljet, waarop ook de OZB-aanslagen, rioolheffingen en afvalstoffenheffing staan vermeld.

Burgers en de WOZ-waarde

Ieder jaar leidt de vaststelling van de WOZ-waarde tot veel vragen of bezwaren van burgers. Die willen weten waarop de gemeente hun WOZ-waarde heeft gebaseerd. De WOZ-waarde is niet alleen een grondslag voor belastingen, maar wordt bijvoorbeeld ook door financieringsinstellingen gebruikt bij hypotheekverstrekking. Burgers die het niet eens zijn met de WOZ-beschikking kunnen daartegen bezwaar maken. Ook kunnen zij een taxatieverslag opvragen, waarin de door de gemeente verzamelde kenmerken van de onroerende zaak zijn vermeld. Hoe een taxatieverslag kan worden opgevraagd, staat vermeld in de bijsluiter bij de WOZ-beschikking. Als raadslid kunt u burgers adviseren een taxatieverslag op te vragen of www.wozwaardeloket.nl te bezoeken voor vergelijking met andere WOZ-waarden in de gemeente.

Eén keer waarderen, verschillende keren gebruiken

Om te voorkomen dat iedere overheid waarderingswerkzaamheden moet uitvoeren, is de Wet WOZ ingevoerd. De WOZ-waarden die gemeenten jaarlijks vaststellen, worden met waterschappen en het Rijk gedeeld voor verschillende doeleinden, zoals belastingheffing, fraudebestrijding en huurprijzenbeleid.

Modelmatige waardebepaling

De WOZ-waarde is de prijs die de meestbiedende koper wil betalen voor een onroerende zaak. Dat is dus de werkelijke marktwaarde. De gemeente stelt deze waarde ieder jaar voor elke onroerende zaak afzonderlijk vast. Het is voor gemeenten ondoenlijk om elk jaar alle onroerende zaken één voor één af te gaan om ze te waarderen. Gemeenten werken daarom met geautomatiseerde taxatiemodellen. Daarin zijn alle kenmerken van een onroerende zaak opgenomen die van invloed kunnen zijn op de waarde. Denk aan inhoud, oppervlakte, bouwtype, bouwjaar, onderhoud en omgevingsfactoren. Daarnaast bevatten de modellen gegevens als verkoopcijfers en huurcijfers. Door de waardebepalende kenmerken te vergelijken met de kenmerken van de verkochte en verhuurde onroerende zaken, kan de WOZ-waarde worden bepaald.

Waardepeildatum

Om ervoor te zorgen dat voor iedere onroerende zaak de waarde op een en hetzelfde moment wordt vastgesteld, kent de Wet WOZ een waardepeildatum. De waardepeildatum ligt altijd één jaar voor aanvang van het WOZ-jaar en geldt voor alle gemeenten in Nederland. Voor 2018 worden alle onroerende zaken dus gewaardeerd naar het waardeniveau op 1 januari 2017.

Relatie tussen de WOZ-waarde en de OZB

Jaarlijks stelt de gemeenteraad bij de begrotingsbehandeling vast wat de gewenste OZB-opbrengst is voor het uitvoeren van beleidsvoornemens. Deze opbrengst hangt af van zowel de totale WOZ-waarde binnen een gemeente als van de OZB-tarieven die de raad vaststelt. Dit betekent dat de jaarlijkse OZB-aanslag niet per se meebeweegt met de stijging of daling van de WOZ-waarde. De WOZ-waarde kan ook gebruikt worden als grondslag voor bijvoorbeeld de rioolheffing of reclamebelasting.

Voorbeeld

Stel dat de OZB-opbrengst gelijk moet blijven aan het voorgaande jaar. Bij een stijging van de gezamenlijke WOZ-waarden kunnen de OZB-tarieven in dat geval dus dalen. Maar bij een daling van de WOZ-waarden zullen de OZB-tarieven moeten stijgen om een gelijkblijvende opbrengst te garanderen.

Geheimhoudingsregels en informatieverstrekking

De Wob (Wet openbaarheid van bestuur) is niet van toepassing op belasting- en WOZ-gegevens, de verstrekking van deze gegevens valt onder een bijzondere regeling die de Wob uitsluit. WOZ-gegevens vallen onder de geheimhoudingsplicht van artikel 40 Wet WOZ en OZB-gegevens onder artikel 67 AWR (Algemene wet inzake rijksbelastingen).

De geheimhouding van deze artikelen geldt echter niet voor verstrekking aan raadsleden. De Gemeentewet gaat namelijk voor opdeze wetten. Op basis van artikel 169 geldt een inlichtingenplicht van het college aan de raad, tenzij het verstrekken van de gevraagde informatie in strijd is met het openbaar belang.

Let op: artikel 67, eerste lid AWR geldt wel voor raadsleden, zij mogen de gegevens niet openbaar maken. Het college moet dit bij de verstrekking van de gegevens melden.

Openbaar belang

Het college hoeft de gevraagde informatie dus niet aan de raad te verstrekken als dit in strijd is met het openbaar belang. Let op: dit kan het geval zijn met WOZ en OZB-gegevens. Het college moet dit per individueel geval bepalen en motiveren. Het college heeft hierbij de keuze: of de informatie onder oplegging van geheimhouding verstrekken, of de informatie weigeren op grond van strijd met het openbaar belang.

Bij de inlichtingenplicht is bewust gekozen voor het vage criterium ‘openbaar belang’. Alleen als er zwaarwegende belangen in het geding zijn, hoeft niet aan deze plicht te worden voldaan. Het college zal zich in dat geval nadrukkelijk moeten beroepen op strijd met het openbaar belang en de raad zal moeten beoordelen of hij dit beroep aanvaardt.

Gebruikmaking van het recht op inlichtingen door een individueel raadslid brengt overigens met zich mee dat de gevraagde informatie naar alle leden van de raad gaat en niet alleen naar het desbetreffende raadslid.

Informele aanpak

Steeds vaker kiezen gemeenten voor een informele aanpak bij het informeren van burgers over de totstandkoming van de WOZ-waarde. Zo geven zij telefonisch, aan de balie of op afspraak een toelichting op de verzonden WOZ-beschikkingen. Ook organiseren gemeenten voorlichtings-bijeenkomsten in de wijk, inloopspreekuren of flitsbezwaren. De ervaring leert dat deze informele aanpak leidt tot een daling van het aantal bezwaarschriften en een toenemende tevredenheid bij burgers en ambtenaren. Op de langere termijn kunnen zelfs de kosten van bezwaar en beroep verminderen.