De belastingtarieven van gemeenten liggen geregeld onder vuur doordat belangenverenigingen en de media de tarieven van verschillende gemeenten vergelijken. Sommige gemeenten worden aan de schandpaal genageld omdat zij voor bepaalde diensten hogere tarieven vragen dan andere gemeenten. Zo’n gemeente krijgt dan het verwijt niet efficiënt te werken. Of dat zij de heffing gebruikt als melk-koe. U krijgt er als raadslid mogelijk vragen over van inwoners. Hoe komt het dat de tarieven voor dezelfde diensten per gemeente verschillen? Het tarief voor een vergunning voor het plaatsen van een dakkapel zou toch in iedere gemeente ongeveer gelijk moeten zijn?

Waarom kost een paspoort bij ons anderhalf keer zo veel als in de buurgemeente?

Bij de inrichting van de belastingverordening heeft een gemeente veel vrijheid, de belasting kan naar de wensen van de gemeente worden vormgegeven. In de Gemeentewet is alleen de beperking opgenomen dat de belasting niet afhankelijk mag zijn van het inkomen, de winst of het vermogen van de burger.

Gemeentelijke belastingen bestaan in twee vormen:

  • Algemene belastingen, zoals de OZB. De opbrengsten van deze belastingen gaan naar de algemene middelen.
  • Bestemmingsheffingen en retributies. Deze zijn bedoeld om gemeentelijke activiteiten te bekostigen. Inwoners betalen voor een dienst of product waar ze belang bij hebben. De gemeente mag er geen winst op maken, maar alleen de kosten in rekening brengen. Voorbeelden van bestemmingsheffingen zijn de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. De bekendste retributies zijn de begraafrechten en leges.

Waar komen de verschillen in tarieven tussen gemeenten vandaan?

Zelden hebben de verschillen tussen de tarieven in verschillende gemeenten te maken met kostenverschillen. Het ligt meestal aan de beleidskeuzes in de belastingverordening. Zo mogen gemeenten de maximale kosten voor een taak of dienst verhalen, maar dat hoeft niet. Dat is een keuze van de raad. Verder kan de raad bepalen welke activiteiten vanuit een bepaalde heffing worden betaald. Dergelijke keuzes kunnen tot grote verschillen tussen gemeenten leiden. De omstandigheden en specifieke kenmerken van een gemeente kunnen ook leiden tot tariefverschillen. In een groeigemeente komen bijvoorbeeld meer bouwaanvragen binnen dan in een krimpgemeente, waardoor de kosten over meer aanvragen worden verdeeld en dus per aanvrager lager zijn. Een gemeente met een historische binnenstad moet meer tijd steken in bouwaanvragen, omdat de voorwaarden die worden gesteld aan een dakkapel in een beschermd stadsgezicht veel strikter zijn dan die worden gesteld aan een dakkapel op een doorzonwoning. Kortom, de tariefverschillen laten zich niet verklaren door simpelweg naar de efficiëntie van een gemeente te kijken.

Voorbeeld

Twee gemeenten kiezen ervoor om de rioolheffing te baseren op de WOZ-waarde van woningen en niet-woningen. De gemeenten zijn identiek in kostenniveau en in het aantal percelen dat zij in de heffing betrekken. Het enige verschil tussen beide gemeenten zit in de tariefstelling.

Gemeente A kent een absoluut tariefmaximum dat wordt bereikt bij een WOZ-waarde van € 5 miljoen euro. Gemeente B kent geen tariefmaximum. In beide gemeenten zijn 20 percelen met een gemiddelde waarde van € 10 miljoen. Gemeente B heeft door het verschil in de tariefstelling bij deze 20 percelen een heffingsbasis die € 100 miljoen (20 x (10.000.000 – 5.000.000)) hoger is dan in gemeente A. Uitgaande van een gemiddelde woningwaarde van € 250.000 is dat gelijk aan de totale heffing van 400 woningen. De gemiddelde heffing voor een woning in gemeente B is vanwege de tariefstelling al enkele procenten lager dan in gemeente A.

Het belang van een heldere kostenonderbouwing

Inwoners willen weten waarvoor ze betalen, als raadslid wilt u dit vast ook goed kunnen toelichten. Daarom is het belangrijk om de kosten goed te onderbouwen. Wat doet de gemeente voor een product of dienst? Wat kost het en wat brengt de gemeente in rekening? Ook de belastingrechter beoordeelt de heffing op de kostenonderbouwing. Kan de gemeente de kosten en opbrengsten niet verantwoorden, dan vernietigt of verlaagt de rechter de aanslag. Per 1 januari 2017 zijn gemeenten verplicht om de kostenonderbouwingen op te nemen in de paragraaf lokale heffingen bij de begroting.

VNG-modellen hulpmiddel voor goede kostenonderbouwing

De VNG heeft een handreiking opgesteld om de onderbouwing voor de paragraaf lokale heffingen op te stellen. Op basis van de uniforme taakvelden is per heffing aangegeven wat potentieel kan worden meegenomen. Ook de toerekening van overhead en rente staat in de handleiding. Omdat er sprake is van een nieuwe verplichting zal de handreiking nog enige tijd een dynamisch document zijn.