Tijdelijk Fonds als aanjager van de transformatie in Holland Rijnland

In Holland Rijnland wordt gewerkt met een Tijdelijk Fonds. Het fonds heeft als doel om innovatie in de jeugdhulp te stimuleren. We spraken Erna Wieling (senior beleidsmedewerker jeugd, gemeente Noordwijk), Maria Brandsma (accountmanager, TWO Jeugdhulp Holland Rijnland) en Ria van der Plas (manager, Cardea).

Tijdelijk Fonds als compensatie voor budgetkortingen

Erna Wieling: “In 2016 spraken de inkooporganisatie TWO Jeugdhulp [Tijdelijke Werkorganisatie, red.] en de gemeenten de wens uit om transformatie in de jeugdhulp verder met elkaar vorm te geven en te stimuleren. Transformatie is als doelstelling opgenomen in de reguliere contracten, maar we merkten dat – om  het proces van transformatie te versnellen – er ook een financiële prikkel nodig was. De budgetten voor alle aanbieders zijn krap, waardoor er weinig ruimte was om te transformeren en dan helpt een transformatiebudget. Zo is het Tijdelijk Fonds ontstaan. Alle gemeenten hebben geld beschikbaar gesteld in het fonds.

Maria Brandsma: “Bij het opstellen van de begroting 2017 en de contractering voor 2017-2019 bleek een budgettair tekort. Een aantal zorgaanbieders heeft daarom, naast een tariefskorting, ook een budgetkorting gekregen van 8,5%. Om deze korting te verzachten mochten alleen aanbieders aan wie een korting is opgelegd plannen indienen voor de eerste ronde van het Tijdelijk Fonds. De ingediende plannen moesten voldoen aan de volgende criteria: 1) het plan wordt door ten minste twee organisaties ingediend en de zo gewenste samenwerking gaat de vrijblijvendheid voorbij; 2) het plan draagt aantoonbaar bij aan het realiseren van de gewenste inhoudelijke transformatie van jeugdhulp; en 3) het plan kost niet meer dan de 8,5% budgetkorting.”

Samenwerken als belangrijkste criterium

Erna Wieling: “Het belangrijkste criterium waarop werd beoordeeld is de mate van samenwerking. Voorstellen moeten altijd ingediend worden met minstens één andere partner, bijvoorbeeld de huisarts of het onderwijs. Daardoor zijn er, zij het min of meer gedwongen, hele leuke samenwerkingen tot stand gekomen. Een ander criterium was de wijze waarop de investeringen in de toekomst terug worden verdiend, het terugverdienmodel. Verder is van begin af aan duidelijk gesteld dat financiering vanuit het fonds enkel besteed mocht worden aan het daadwerkelijk leveren van zorg en dus niet aan niet-zorginhoudelijke uren, waarbij we ons ervan bewust zijn dat in dergelijke trajecten veel tijd wordt besteed aan noodzakelijk, maar niet-zorginhoudelijk overleg.”

Maria Brandsma: “Alle plannen zijn beoordeeld en van advies voorzien door de leden van AO jeugd en medewerkers TWO, twee adviesraden sociaal domein uit de regio, het Nederlands Jeugdinstituut en in het verlengde hiervan het Kenniscentrum Kinderen en Jeugd psychiatrie. Van de 23 aanbieders of organisaties hebben er in totaal 17 plannen ingediend, waarvan 11 plannen zijn toegekend.”

Intenties concretiseren in een korte tijdspanne

Ria van der Plas: “Voordat via het Tijdelijk Fonds de mogelijkheid werd geboden om een plan in te dienen, waren we reeds met aanbieders binnen Holland Rijnland – Curium, ’s Heeren Loo Horizon, Ipse de Bruggen, Parnassia en Cardea – in gesprek over vernieuwing van de 24-uurshulp. Welke beweging zouden we, gezien de tijdsgeest, met elkaar moeten maken? Met het Tijdelijk Fonds kwam alles in een stroomversnelling terecht: kernthema’s moesten worden bepaald en uitgewerkt, terwijl we eigenlijk nog met elkaar aan het inventariseren waren. In eerste instantie waren we niet blij met zo’n complexe opdracht die in korte tijd gerealiseerd moest worden, maar de gedwongen snelheid hielp om heel snel van alle partijen mandaat af te dwingen. We hebben met elkaar drie inhoudelijke thema’s bepaald: integrale en ‘first time right’ toegang tot 24-uurshulp, monitoring van capaciteit en gezamenlijk optrekken om vernieuwde hulpvormen te realiseren, bijvoorbeeld integraler GGZ-hulp die verankerd is in het normale leven en afschalen van zorg. Aan het eind van 2017 kunnen we tien concrete casussen voorleggen waarin de nieuwe werkwijze is gevolgd en is een eerste versie van de monitor beschikbaar.”

Samenwerken betekent samen aftasten en dan samen meters maken

Ria van der Plas: “Aanvankelijk heerste er bij een aantal van de partijen twijfel over de effectiviteit van samenwerking vormgeven met zes verschillende partijen. Hoe kan je echt vernieuwen en slagen maken als er steeds met zes partijen afgestemd moet worden? In de praktijk betekenden de eerste maanden voorzichtig handelen en aftasten, want het krachtenspel is best groot. Naarmate de tijd vordert wordt het makkelijker. Je hebt een gedeeld doel waar je allemaal achterstaat, dus je werkt met elkaar om dat doel te bereiken. Dat geeft vertrouwen en er ontstaat de wil om het ook écht samen te realiseren.”

Op weg naar 2018: verdere invulling van het Tijdelijk Fonds ligt nog open

Maria Brandsma: “De addenda voor de projecten in het kader van het Tijdelijk Fonds hebben een looptijd tot eind 2017. Op dit moment is nog onduidelijk of en op welke wijze het tijdelijk fonds volgend jaar een vervolg krijgt. Voor 2018 hebben de gemeenten wel geld voor het Tijdelijk Fonds vastgelegd, maar eerst moet gekeken in hoeverre er tekorten zijn wat het resterend beschikbare budget wordt. Eind van het jaar is daar meer duidelijkheid over.”

Ria van der Plas: “Voor ons, als samenwerkende aanbieders, is dat wel zoeken. In onze beleving zou het aanjagen van de transformatie via het Tijdelijk Fonds meerdere jaren moeten beslaan, omdat de weg naar een getransformeerd zorglandschap nu eenmaal een beweging is en dus tijd kost. Als de financiering voor volgend jaar niet doorgaat zou voor ons grote teleurstelling zijn.”

Erna Wieling: “We hebben een Tijdelijk fonds waarbij we enthousiast zijn over de projecten en samenwerkingen die tot stand komen, dus dat willen we ook graag behouden. Tezelfdertijd zijn er forse budgetkortingen vanuit het Rijk, waar we ook een antwoord op moeten hebben.”

Ook transformatie in bestaande gremia, zoals het trajectzorgberaad

Maria Brandsma: “Wij hebben een trajectzorgberaad, een inhoudelijk overleg waar zowel jeugd- en gezinsteams als andere organisaties casussen kunnen inbrengen waarmee ze niet verder komen. In het trajectzorgberaad  bezien een aantal zorgaanbieders voor specialistische (24uurs)zorg welke organisatie het betreffende kind het beste kan helpen Daarnaast is er een expertteam ingericht voor die situaties waarbij een bepaalde vorm van hulp die niet is ingekocht nodig blijkt te zijn. In dat geval wordt eerst samen met de aanbieders gekeken of dergelijk aanbod ontwikkeld kan worden. Als dat niet kan dan adviseert het expertteam aan het TWO om deze vorm van zorg,  alsnog ingekocht kan worden. Op die manier kan zorg zoveel als mogelijk dichtbij huis worden vormgegeven en is er een prikkel richting zorgaanbieders om met elkaar verantwoordelijkheid te nemen voor de ontwikkeling van het regionale zorglandschap. Het trajectzorgberaad is dus primair een inhoudelijk overleg, terwijl het expertteam  TWO jeugdhulp adviseert om  een specifieke vorm van hulpverlening, meestal buiten de regio, voor een bepaalde tijd voor een specifiek kind in te kopen. ”

Ria van der Plas: “We zijn nu volop bezig  het trajectzorgberaad  aan te vullen met een centrale toegang complexe zaken. Ook zullen we daar bijvoorbeeld bekijken of het waardevol is om vaker het gezin mee aan tafel uit te nodigen. we zullen ons in dit overleg niet zozeer richten op vastgelopen casuïstiek, maar  juist aandacht te hebben voor die casussen die nog niet zijn vastgelopen maar wel stroever verlopen. Daarbij  wordt ook bekeken of we bijvoorbeeld meer digitale tools kunnen inzetten waardoor we elkaar, als samenwerkende partijen, niet structureel vaker hoeven te zien maar wel vaker en makkelijker met elkaar kunnen schakelen.”

Transformatie is een ontwikkeling die al voor 2015 is ingezet

Ria van der Plas: “Cardea is al best lang aan de slag met het aanpassen van de 24-uurszorg en transformatie van de zorg. Dat is niet begonnen op 1 januari 2015. Organisaties willen werken op een manier die past in de tijdsgeest, dat wordt vaak onderschat. Transformatie is een proces, een zoektocht naar de beste wijze om een klant anno 2017 te helpen. Ook als het niet vanzelfsprekend is om met het hele gezin een traject te starten. En ook op het moment dat het eigen leven doorgaat, na afloop van de behandeling. Het probleem is dat we moesten krimpen én transformeren. Hoe realiseer je dan transformatie binnen hetzelfde vierkant van geld.”

Erna Wieling: “Als gemeente krijgen we steeds meer zicht op de maatschappelijke vragen. Die kennis moet je opbouwen als gemeente. Nu de maatschappelijke vraagstukken scherper zijn, kan het jeugdteam daar ook veel beter op worden ingericht, waarbij we ervoor willen waken dat ideeën primair vanuit de praktijk ontstaan. De kunst is dat wij in staat zijn om te prikkelen en te faciliteren en dus niet de inhoud gaan bepalen.”