Veilige afstand

1. In een theaterzaal moet iedereen op 1,5 meter afstand van elkaar zitten. Geldt dat ook voor gezinnen?

Voor beheerders van publieke plaatsen of organisatoren van evenementen gelden geen absolute beperkingen meer van het aantal personen dat als publiek of deelnemer aanwezig mag zijn. 

De veilige afstand blijft wel van kracht. Dit betekent dat de maximale capaciteit van een ruimte of zaal in een publieke plaats of bij een evenement, feitelijk door die veilige afstand bepaald wordt op 100% van de capaciteit die met inachtneming van de anderhalve meter afstand benut kan worden.

De veilige afstand geldt nog steeds niet tussen personen die op hetzelfde adres woonachtig zijn (artikel 58f lid 3 onder a Wet publieke gezondheid). Dit betekent dat gezinnen in een publieke plaats of bij een evenement bij elkaar mogen zitten op minder dan 1,5 meter afstand van elkaar.

 

2. Voor doorstroomlocaties geldt de norm van 1 persoon per 5 m2. Wat zijn doorstroomlocaties?

In de toelichting op de regeling met de wijzigingen per 26 juni 2021 staat hierover het volgende. Doorstroomlocaties zijn publieke plaatsen die op een manier zijn ingericht die het rondlopen van publiek uitnodigt en waar dit ook daadwerkelijk gebeurt. Te denken valt aan detailhandel, markten, bibliotheken, musea, monumenten, presentatie-instellingen, dierentuinen, pretparken en daarmee vergelijkbare plaatsen, stations en perrons. 

De norm van 1 persoon per 5 m2 geldt echter niet voor een evenementen met coronatoegangsbewijzen, parkeergarage, fietsenstalling, luchthaven, station, halteplaats, of een andere bij het openbaar vervoer of ander bedrijfsmatig personenvervoer behorende voorziening en de daarbij behorende perrons, trappen, tunnels en liften (artikel 4.2 lid 2 Trm). Voor evenementen met coronatoegangsbewijzen geldt een maximum van tweederde van de reguliere capaciteit en is een vaste zitplaats verplicht (artikel 5.2 lid 5 Trm).

Verder volgt uit de begripsbepaling van doorstroomlocatie dat geen sprake mag zijn van personen die voor langere tijd in dezelfde ruimte aanwezig zijn. Dit betekent dat sauna’s, zwembaden, speel-, arcade- en gamehallen, bowlingzalen, snooker-, biljart- en darthallen, sport- en fitnesscholen, skibanen, ballenbakken, binnenspeeltuinen, bioscopen en drive-inbioscopen en andere gelegenheden waar mensen voor langere tijd in dezelfde ruimte plegen te zijn niet onder de doorstroomlocaties vallen. 

 

3. Geldt er een placeringsplicht voor spellocaties?

Alleen doorstroomlocaties en locaties voor sportbeoefening of kunst- en cultuurbeoefening (voor zover de aard van de beoefening zich tegen placeren verzet) zijn uitgezonderd van de placeringsplicht. Voor spellocaties geldt dus wel een placeringsplicht. Dit betekent dat de activiteit wel beoefend kan worden maar dan binnen de regels van placering. Onder placeren in de Trm wordt verstaan het toewijzen van een zitplaats of, wanneer de aard van de activiteit dit vergt, een vaste plaats waar de activiteit uitgevoerd mag worden.

 

4. Moeten toeschouwers op sportlocaties worden geplaceerd?

Alle sportwedstrijden zijn weer toegestaan. Ook zijn op sportlocaties weer toeschouwers welkom, voor zowel topsport- als amateursportbeoefening. Hierbij dient publiek geplaceerd te worden met een maximum van 100% van de capaciteit van de locatie met inachtneming van de veilige afstand. 

Onder placeren in de Trm wordt verstaan het toewijzen van een zitplaats of, wanneer de aard van de activiteit dit vergt, een vaste plaats waar de activiteit uitgevoerd mag worden. Bij sportwedstrijden moet het publiek in principe een vaste zitplaats worden toegewezen, maar indien de concrete situatie dit niet mogelijk maakt, kan dit ook een afgebakende plek zijn.

Naar boven

Eet- en drinkgelegenheden

1. Mag afhaal (door zelfbediening) in bijvoorbeeld bioscopen en bowlingcentra?

Bijvoorbeeld voor bioscopen geldt dat afhaal in een bioscoopbar voor gebruik in de filmzaal als toelaatbare afhaal wordt beschouwd. Verder is er geen verbod op zelfbediening. Dit is dus ook toegestaan.

 

2. Mag afhaal bij eet- en drinkgelegenheden na 00.00 uur?

Tijdens de nachtsluiting van eet- en drinkgelegenheden voor het publiek (tussen 00.00 en 06.00 uur) is afhaal voor gebruik anders dan in de eet- en drinkgelegenheid toegestaan, mits de duur van het verblijf van publiek in de inrichting zoveel mogelijk wordt beperkt.

 

3. Wat geldt er ten aanzien van horeca bij popconcerten?

Bij een eet- en drinkgelegenheid bij een poppodium is ook alleen afhaal mogelijk. In eet- en drinkgelegenheden mag namelijk geen entertainment worden aangeboden. Dit geldt voor binnen en op of rond het terras. Muziek met een hogere geluidsbelasting dan 60 decibel is niet toegestaan, evenals optredens, het plaatsen van beeldschermen of ander amusement dat aanleiding geeft tot toeloop van publiek.

 

4. Wanneer gelden de evenementenregels en wanneer de horecaregels? Waarin zit dan precies het verschil?

Voor het antwoord op deze vraag is het van belang waar de nadruk op ligt. Onder een evenement wordt verstaan: 'elke voor het publiek toegankelijke verrichting van vermaak, alsmede een herdenkingsplechtigheid, braderie, optocht op de weg, voorstelling of feest op een andere plaats dan in een woning of op een daarbij behorend erf of in een gebouw of op een plaats als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de Grondwet, wedstrijd, beurs of congres'. Als de verrichting van vermaak centraal staat dan zijn dus de regels voor evenementen van toepassing.

Voor een poppodium, concertzaal, bioscoop of comedyclub geldt dat het publiek komt voor het concert, de filmvertoning of het cabaret. In dat geval gelden de regels voor evenementen en de vertoning van kunst en cultuur. Dit is anders als het gaat om een eet- en drinkgelegenheid waar geregeld ook live muziek is of pubquizzes worden georganiseerd. De nadruk ligt in dat geval op de eet- en drinkgelegenheid en dus dat er bedrijfsmatig of anders dan om niet etenswaren of dranken worden verstrekt. In dat geval gelden alle regels voor eet- en drinkgelegenheden. Dit maakt dat evenementen in eet- en drinkgelegenheden op dit moment niet mogelijk zijn. Bovenstaande is ter beoordeling van de gemeente.

Naar boven

Evenementen

1. Wat is de definitie van een evenement?

De definitie van evenement uit de Twm: elke voor het publiek toegankelijke verrichting van vermaak, alsmede een herdenkingsplechtigheid, braderie, optocht op de weg, voorstelling of feest op een andere plaats dan in een woning of op een daarbij behorend erf of in een gebouw of op een plaats als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de Grondwet, wedstrijd, beurs of congres. Onder evenementen worden niet begrepen betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.

 

2. Welke voorwaarden gelden voor open evenementen? Moeten die met hekken worden afgezet?

Bij evenementen moet de organisator ervoor zorgen dat bij aankomst van de deelnemers een gezondheidscheck wordt uitgevoerd, dat deelnemers zich registreren, hygiënemaatregelen worden getroffen, stromen van publiek gescheiden worden, de daar aanwezige personen de bij of krachtens artikel 58f van de wet gestelde regels voor veilige afstand in acht kunnen nemen en deelnemers geplaceerd worden (artikel 4.1 en artikel 5.1 Trm). 

Voor evenementen in doorstroomlocaties (open evenementen) geldt dat de organisator hygiënemaatregelen treft, stromen van publiek scheidt en ervoor zorgt dat de daar aanwezige personen de veilige afstand in acht kunnen nemen, mits ten hoogste 1 deelnemer per 5 m² voor publiek toegankelijke oppervlakte wordt toegelaten (artikel 5.1 lid 3 Trm). Hier zijn een gezondheidscheck, registratie en placeren dus niet vereist.

Het is niet verplicht dat een evenement op een doorstroomlocatie met hekken wordt afgezet of dat een bepaald gebied wordt afgesloten. In de praktijk kan dit wel nodig blijken te zijn om te voldoen aan de verplichtingen in artikel 4.1 en artikel 5.1 Trm. De burgemeester kan voorschriften verbinden aan de evenementenvergunning om de gezondheid te waarborgen. Dat kunnen ook voorschriften zijn die specificeren hoe de coronamaatregelen nageleefd moeten worden (bijvoorbeeld: voorschriften over hygiënemaatregelen of over hoe de organisator de veilige afstand kan verzekeren).

 

3. Hoe kunnen gemeenten omgaan met de vergunningaanvragen voor evenementen? 

Hier kunnen verschillende situaties worden onderscheiden:

  • Er wordt een vergunning aangevraagd in de periode dat evenementen weer zijn toegestaan
  • Er wordt een vergunning aangevraagd in de periode dat evenementen weer zijn toegestaan en de gemeente wil hier strengere voorschriften aan verbinden dan in de Trm is geregeld
  • Er wordt een vergunning aangevraagd in de periode dat evenementen weer zijn toegestaan en de gemeente wil hier minder strenge voorschriften aan verbinden dan in de Trm is geregeld

Beoordeling als evenementen weer zijn toegestaan
De bevoegdheid van de burgemeester om een evenementenvergunning te verlenen, is een bevoegdheid die losstaat van de coronamaatregelen. Gemeenten zijn niet verplicht om bij een vergunningaanvraag de voorwaarden uit de Trm te toetsen. Ook is het niet per se nodig om de voorwaarden uit de Trm op te nemen in de evenementenvergunning, omdat die regels ongeacht het bestaan van een evenementenvergunning gelden en de burgemeester die regels ook kan handhaven. 

Wel kan de burgemeester voorschriften verbinden aan de evenementenvergunning om de gezondheid te waarborgen. Dat kunnen ook voorschriften zijn die specificeren hoe de coronamaatregelen nageleefd moeten worden (bijvoorbeeld: voorschriften over hygiënemaatregelen of over hoe de organisator de 1,5 meter afstand kan verzekeren). Bij de beoordeling van de aanvraag kan onder omstandigheden ook worden gevraagd om een plan of uitwerking van hoe de organisator de coronamaatregelen wil gaan handhaven. 

Strengere voorschriften aan de vergunning verbinden dan in de Trm geregeld
De bevoegdheid van de burgemeester om een evenementenvergunning te verlenen, is een losstaande bevoegdheid met losstaande weigeringsgronden. De burgemeester zal dus altijd moeten kijken of er op grond van de APV een grond is om de vergunningaanvraag te weigeren. Dat staat in zoverre los van de coronamaatregelen. In de meeste APV’s kan de burgemeester een evenementenvergunning weigeren indien dat in strijd zou komen met bijvoorbeeld de openbare orde, veiligheid of (volks)gezondheid. Ook kan de burgemeester om dergelijke redenen strengere voorwaarden stellen dan in de Trm is geregeld.

Minder strenge voorschriften aan de vergunning verbinden dan in de Trm geregeld 
Met de Trm kunnen evenementen worden aangewezen die slechts onder voorwaarden mogen worden georganiseerd. Tot de voorwaarden kan behoren dat ten hoogste een bij die regeling vast te stellen aantal personen aan het evenement mag deelnemen (artikel 58i Wet publieke gezondheid). De burgemeester kan van die voorwaarden ontheffing verlenen (artikel 58e lid 2 onder a Wet publieke gezondheid).  

Aan de besluitvorming over een dergelijke ontheffing zijn echter de volgende eisen verbonden: 

  • Er moet sprake zijn van bijzondere omstandigheden. Ontheffingen dienen als individuele uitzondering op de algemene regel en zijn dus niet bedoeld om nieuwe algemene uitzonderingen te maken (artikel 58e lid 2 onder a Wet publieke gezondheid).
  • De burgemeester heeft de GGD om advies gevraagd. Het gaat om een advies dat de burgemeester zwaar moet laten meewegen bij het nemen van de uiteindelijke beslissing (artikel 58e lid 3 Wet publieke gezondheid).
  • De burgemeester verleent geen ontheffing, indien het belang van de bestrijding van de epidemie zich daartegen naar zijn oordeel verzet. Bij de afweging van de betrokken belangen betrekt de burgemeester in ieder geval:
    a.    de aard van de plaats, de aard van de activiteit en het aantal personen waarop de te verlenen ontheffing betrekking heeft
    b.    de gevolgen die verlening van de ontheffing zou hebben voor de naleving van het bepaalde in artikel 58f, eerste lid, of van de krachtens artikel 58f, vierde of vijfde lid Wet publieke gezondheid, vastgestelde regels, in en buiten de plaats waarop de te verlenen ontheffing betrekking heeft (artikel 58e lid 4 Wet publieke gezondheid).

 

4. Welke horecaregels gelden bij evenementen?

Bij een eet- en drinkgelegenheid op een evenemententerrein is alleen afhaal mogelijk. In eet- en drinkgelegenheden mag namelijk geen entertainment worden aangeboden. Dit geldt voor binnen en op of rond het terras. Muziek met een hogere geluidsbelasting dan 60 decibel is niet toegestaan, evenals optredens, het plaatsen van beeldschermen of ander mogelijk tot toeloop van publiek aanleiding gevend amusement. Dit geldt ook voor eet- en drinkgelegenheden op een evenement.

Voor eet- en drinkgelegenheden die onderdeel uitmaken van een evenement, geldt dat tussen 00.00 en 06.00 uur eet- en drinkgelegenheden open blijven voor publiek waar uitsluitend sprake is van verkoop, aflevering of verstrekking van etenswaren of dranken voor gebruik anders dan in de eet- en drinkgelegenheid, mits de duur van het verblijf van publiek in de eet- en drinkgelegenheid zo veel mogelijk wordt beperkt.

 

5. Als bij evenementen alleen afhaal toegestaan is, kunnen foodtruckfestivals dan geen doorgang meer vinden?

Deze festivals kunnen wel plaatsvinden, maar het eten en drinken dient te worden verstrekt voor gebruik ergens anders. Het eten en drinken mag dus niet in de eet- en drinkgelegenheid of op het terras worden genuttigd.

 

6. Zijn evenementen in de horeca mogelijk als onderdeel van de reguliere exploitatie?

Evenementen in eet- en drinkgelegenheden kunnen geen doorgang vinden. In eet- en drinkgelegenheden en op of rond het terras is namelijk geen muziek met een hogere geluidsbelasting dan 60 decibel, optreden, beeldscherm of ander mogelijk tot toeloop van publiek aanleiding gevend amusement toegestaan.

 

7. Wanneer gelden de evenementenregels en wanneer de horecaregels? Waarin zit dan precies het verschil?

Voor het antwoord op deze vraag is het van belang waar de nadruk op ligt. Onder een evenement wordt verstaan: 'elke voor het publiek toegankelijke verrichting van vermaak, alsmede een herdenkingsplechtigheid, braderie, optocht op de weg, voorstelling of feest op een andere plaats dan in een woning of op een daarbij behorend erf of in een gebouw of op een plaats als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de Grondwet, wedstrijd, beurs of congres'. Als de verrichting van vermaak centraal staat dan zijn dus de regels voor evenementen van toepassing.

Voor een poppodium, concertzaal, bioscoop of comedyclub geldt dat het publiek komt voor het concert, de filmvertoning of het cabaret. In dat geval gelden de regels voor evenementen en de vertoning van kunst en cultuur. Dit is anders als het gaat om een eet- en drinkgelegenheid waar geregeld ook live muziek is of pubquizzes worden georganiseerd. De nadruk ligt in dat geval op de eet- en drinkgelegenheid en dus dat er bedrijfsmatig of anders dan om niet etenswaren of dranken worden verstrekt. In dat geval gelden alle regels voor eet- en drinkgelegenheden. Dit maakt dat evenementen in eet- en drinkgelegenheden op dit moment niet mogelijk zijn. Bovenstaande is ter beoordeling van de gemeente.

 

8. Geldt voor kleine evenementen (denk aan buurt bbq’s, straatfeesten) de eis van een afgesloten terrein? En de placering/zitplaats?

Op grond van artikel 5.2, eerste lid Trm geldt voor evenementen waarbij gebruik wordt gemaakt van coronatoegangsbewijzen dat er sprake moet zijn van een afgesloten terrein. Voor het overige geldt dat dit niet is voorgeschreven maar dat het een lokale afweging is of de voorwaarden die voor evenementen gelden ook kunnen worden aangehouden als er geen sprake is van een afgesloten terrein.

Alleen evenementen in doorstroomlocaties zijn uitgezonderd van de placeringsplicht. Er is sprake van doorstroom als personen kortstondig in dezelfde ruimte aanwezig zijn en er zich daadwerkelijk doorstroom voordoet. Doorstroomlocaties zijn namelijk publieke of openbare plaatsen die op een manier zijn ingericht die tot het rondlopen van publiek uitnodigt en waar dit ook daadwerkelijk gebeurt. Dit geldt niet voor een buurtbbq, straatfeest of trouwerij. Hier zullen mensen immers veelal voor langere tijd in dezelfde ruimte of op dezelfde plek zijn. Daarom is hier placering verplicht.

 

9. Kunnen evenementen met kinderactiviteiten plaatsvinden? Of geldt de placeringsplicht altijd?

Aan deelnemers van een evenement wordt een vaste zitplaats toegewezen, tenzij er sprake is van een evenement in een doorstroomlocatie. Op deze regels zijn geen uitzonderingen voor kinderen.

Als er geen sprake is van een evenement dan kan onder het begrip placeren ook het toewijzen van een vaste plaats worden verstaan waar de activiteit uitgevoerd mag worden. In de regel is er bij jeugdactiviteiten, zoals zeilkampen, geen sprake van een evenement. Deze activiteiten kunnen onder de huidige regels daarom doorgang vinden en de placeerplicht geldt hier niet.

 

10. Kunnen sportevenementen nog plaatsvinden gezien de placeerplicht?  

Aan deelnemers van een evenement wordt een vaste zitplaats toegewezen, tenzij er sprake is van een evenement in een doorstroomlocatie. Er is sprake van doorstroom als personen kortstondig in dezelfde ruimte aanwezig zijn en er zich daadwerkelijk doorstroom voordoet. Daar zal bij de deelnemers aan een hardloopwedstrijd sprake van zijn.

De toeschouwers moeten wel worden geplaceerd en de anderhalve meter in acht nemen. Bij de vorige regeling moest bij sportwedstrijden het publiek een vaste zitplaats worden toegewezen, tenzij de concrete situatie dit niet mogelijk maakte. In dat geval kon het ook een afgebakende plek zijn. In de huidige regeling is expliciet bepaald dat aan de deelnemers van een evenement een vaste zitplaats dient te worden toegewezen. Een afgebakende plek is dus niet voldoende.

Naar boven

Coronatoegangsbewijzen

2. Waar moeten organisatoren zich melden als ze mee willen doen?

Ondernemingen in de sectoren en organisatoren van activiteiten die doorlopend testcapaciteit nodig hebben, hoeven zich niet te melden bij Stichting Open Nederland (SON) voor testcapaciteit. Het gaat om horeca, casino’s, bioscopen, theaters, muziekpodia en evenementen die niet passen binnen de hierboven genoemde evenementen. Voor deze doorlopende activiteiten zijn inschattingen opgesteld van de benodigde testcapaciteit. Enkel de evenementen die zorgen voor een incidentele piek in de totaal vraag naar toegangstesten moeten zich aanmelden bij SON zodat hierop geanticipeerd kan worden voor een zo goed mogelijke inschatting van de totaal benodigde testcapaciteit.

 

3. Welke evenementen moeten zich melden bij het aanmeldportaal van SON?

Evenementen moeten worden aangemeld bij Stichting Open Nederland als:

  • voor de activiteit een eenmalige vergunning van de gemeente nodig is en hier minimaal 1.000 bezoekers aan deelnemen, of
  • het evenement plaatsvindt in een grote eventlocatie met een doorlopende vergunning en er hieraan tenminste 3.000 bezoekers deelnemen

Overige (kleinere) evenementen die in aanmerking komen voor Testen voor toegang hoeven zich niet apart aan te melden.

 

4. Wie bepaalt of een organisator mee mag doen?

In het openingsplan is aangegeven welke sectoren/voorzieningen in welke stap met coronatoegangsbewijzen mogen werken en welke voorwaarden er dan gelden. Het staat elke onderneming/instelling vrij om uiteindelijk wel of niet met  coronatoegangsbewijzen te werken en daarmee meer mogelijk te maken.

 

5. Hoe gaat de verdeelsystematiek tussen testaanbieders?

Het realiseren van testlocaties gebeurt op basis van regionale en landelijke spreiding. De testlocaties zijn verspreid over Nederland zodat iedereen in Nederland zich kan laten testen en er zo min mogelijk gereisd hoeft te worden voor het afnemen van een test (maximaal 30 minuten met de auto). De testaanbieders worden op basis van een verdeelmodel bevoorraad voor testen voor toegang. Op basis van de verwachte vraag kunnen testaanbieders meer of minder testen afnemen.

 

6. Waarom kan de overcapaciteit van de GGD’en niet gebruikt worden voor toegangstesten?

De primaire taak van de GGD’en is infectieziektebestrijding. Voor het testen van mensen met een verhoogd risico op corona moet er altijd genoeg capaciteit zijn, zodat besmettingen op tijd worden opgespoord. Omdat de precieze vraag naar testcapaciteit onzeker en afhankelijk van verschillende factoren is, moeten de GGD’en altijd voorbereid zijn op een stijgende vraag. De overcapaciteit kan dus niet zomaar voor andere doeleinden worden ingezet.
 

9. Welke voorwaarden gelden bij coronatoegangsbewijzen? 

Coronatoegangsbewijzen kunnen worden ingezet in locaties voor kunst- en cultuurbeoefening (artikel 4.9 Trm) en bij evenementen (artikel 5.2 Trm). Alleen bij de inzet van coronatoegangsbewijzen voor evenementen geldt een registratieplicht.

Kunst- en cultuur
Als coronatoegangsbewijzen worden ingezet in locaties voor kunst- en cultuurbeoefening dan moet de beheerder er zorg voor te dragen dat alleen publiek wordt toegelaten tot maximaal twee derde van de reguliere capaciteit van de locatie en placering plaatsvindt door het toewijzen van een vaste zitplaats. Voor doorstroomlocaties, zoals musea en bibliotheken, geldt dat met coronatoegangsbewijzen 100% van de reguliere capaciteit gebruikt kan worden.

Bezoekers hoeven niet de veilige afstand in acht te nemen. Registratie is evenmin verplicht. De overige voorwaarden in de Trm blijven onverkort gelden. Dit betekent dat de beheerder stromen van publiek moet scheiden, hygiënemaatregelen moet treffen en bij aankomst van het publiek een gezondheidscheck moet uitvoeren (artikel 4.1 en artikel 4.1b Trm).

Evenementen
Indien bij een evenement coronatoegangsbewijzen worden ingezet, dient de beheerder er zorg voor te dragen dat alleen publiek wordt toegelaten tot maximaal twee derde van de reguliere capaciteit van de locatie en placering plaatsvindt door het toewijzen van een vaste zitplaats. Bezoekers hoeven niet de veilige afstand in acht te nemen.

Bovendien moet de organisator nog steeds ervoor zorgen dat bij aankomst van de deelnemers een gezondheidscheck wordt uitgevoerd, de deelnemers zich kunnen registreren en hygiënemaatregelen worden getroffen (artikel 5.2 lid 1 jo. artikel 5.1 lid 1 Trm). Bovendien moet het evenement plaatsvinden op een afgesloten locatie (binnen of buiten) waardoor er sprake is van een gecontroleerde evenementlocatie (artikel 5.2 lid 1 Trm).

Verder moet het evenement plaats vinden op een afgesloten locatie (binnen of buiten) en moet het vereiste van een geldig coronatoegangsbewijs en geldig identiteitsdocument duidelijk zichtbaar en leesbaar voor het publiek en een toezichthouder zijn aangegeven bij de toegang tot het evenement (artikel 5.2 lid 6 Trm).

Daarnaast geldt een dringend advies aan medewerkers een zelftest af te nemen en een dringend advies aan deelnemers en medewerkers om achteraf bij (lichte) klachten zich te laten testen bij de gemeentelijke gezondheidsdienst (GGD).
 

10. Moeten coronatoegangsbewijzen gelden voor een hele locatie? Ook als er sprake is van een multifunctionele locatie of een locatie met verschillende ruimtes?

Indien op een locatie coronatoegangsbewijzen worden ingezet, geldt dit voor de gehele locatie (zowel binnen als buiten) en werkt een beheerder op dezelfde dag of wel of niet met toegangsbewijzen, zodat het regime niet steeds wisselt. Dit geldt ook voor een multifunctionele locatie of een locatie met verschillende ruimtes. Er kan niet worden gekozen om alleen in één ruimte gebruik te maken van toegangsbewijzen. 
 

11. Wie is verantwoordelijk voor de handhaving?

De organisator is verantwoordelijk voor de uitvoering en handhaving van de activiteit en heeft hierover contact met bevoegd gezag. Voor handhaving in de openbare ruimte is de gemeente verantwoordelijk.
 

12. Kan de inzet van coronatoegangsbewijzen stopgezet worden als het slecht gaat met de epidemiologische situatie?

Ja. De epidemiologische situatie blijft leidend.

 

13. Kunnen coronatoegangsbewijzen nog worden ingezet voor geplaceerde evenementen in de horeca?

Coronatoegangsbewijzen kunnen tot en met 13 augustus niet worden ingezet voor geplaceerde evenementen in een eet- of drinkgelegenheid. Het vijfde lid van artikel 4.7 vijfde lid Trm stelt namelijk het eerste lid buiten werking. Coronatoegangsbewijzen kunnen wel worden ingezet bij evenementen.

 

14. Mag een bruiloft met coronatoegangsbewijzen?

De vraag is waar en wat voor soort bruiloft er plaatsvindt. Generiek geldt dat de voorwaarden voor eet- en drinkgelegenheden en evenementen van belang zijn.

Eet- en drinkgelegenheden

In eet- en drinkgelegenheden en op of rond het terras is geen muziek met een hogere geluidsbelasting dan 60 decibel, optreden, beeldscherm of ander mogelijk tot toeloop van publiek aanleiding gevend amusement toegestaan. Tevens is het tot en met 13 augustus niet mogelijk om in de eet- en drinkgelegenheid coronatoegangsbewijzen in te zetten en gelden daarom onder meer de veiligeafstandsnorm en placeringsplicht onverkort. Ook dient de eet- en drinkgelegenheid tussen 00.00 en 06.00 uur gesloten te zijn.

Voor bruiloften betekent dit dat een diner in een eet- en drinkgelegenheid alleen is toegestaan als de aanwezigen zijn geplaceerd, op anderhalve meter afstand van elkaar zitten en de eet- en drinkgelegenheid om 0.00 uur sluit. Verder mag geen sprake zijn van optredens of andere vormen van amusement. Live muziek is dus niet toegestaan.

Evenementen

Voor evenementen, waartoe een bruiloftsfeest kan behoren, zijn de volgende voorwaarden gewijzigd:

  • Evenementen zonder coronatoegangsbewijzen: hier geldt de placeringsplicht en de veiligeafstandsnorm.
  • Evenementen met coronatoegangsbewijzen: de veiligeafstandsnorm mag hier worden losgelaten, maar het publiek dient geplaceerd te worden en er mag maximale twee derde van de reguliere capaciteit (geplaceerd) worden gebruikt.

Bruiloftsfeesten zijn dus niet mogelijk in een eet- en drinkgelegenheid, maar onder strenge voorwaarden kunnen ze wel mogelijk zijn op andere locaties in het kader van een evenement. In dat geval is live muziek toegestaan, maar moet het publiek wel worden geplaceerd. Ook als coronatoegangsbewijzen worden gebruikt. Dansen is dus niet toegestaan.

Naar boven

Quarantaineplicht

1. Hoe verloopt het proces vanaf het moment dat een handhavingscasus onderweg is? 

De quarantaineformulieren ten behoeve van handhaving worden dagelijks tussen 8.00 en 12.00 uur toegestuurd, ook in het weekend, in een verzegelde envelop. Omdat het veel gemeenten betreft in Nederland, is het niet mogelijk om iedere gemeente vooraf hierop te attenderen. E-mailverkeer is in verband met privacygevoelige gegevens helaas geen alternatief. 

Het is de bedoeling dat de envelop naar een vooraf opgegeven vast contactpersoon/adres wordt verstuurd. Meestal is dat een afdeling handhaving en toezicht; in elk geval een afdeling die in de regel 7 dagen per week bereikbaar en beschikbaar is om te handhaven. 

De handhavingsorganisatie of contactpersoon(/personen) dient de envelop wel in ontvangst te nemen. Dat kan ook via een baliemedewerker, als er maar een afleveradres en naam is opgegeven. 

Verder is het de bedoeling dat een handhavingsmedewerker zich zo snel mogelijk naar het quarantaineadres begeeft, bij voorkeur binnen 1 dag, omdat er feitelijk maar 2 dagen zijn om te handhaven: formulieren komen op dag 3 bij de gemeente binnen vanuit het belteam en op dag 5 mag de quarantaine, bij een negatieve PCR, worden beëindigd.

 

2. Als je als centrumgemeente het aanspreekpunt bent voor de handhaving van de quarantaineplicht, moet je in dit kader rekening houden met de AVG-regels?

Daar is met het opstellen van de handreiking en de procedure voor de verzending van de quarantaineformulieren rekening mee gehouden. Deze is AVG-proof en door experts goedgekeurd.

 

3. Moet een (eventuele) invorderingsprocedure (bestuurlijke boete) en een (eventuele) bezwaar- en beroepsprocedure ook door de centrumgemeente afgehandeld worden?

Indien er gekozen wordt voor mandatering (zie mandaatbesluit) dan kan de centrumgemeente de invordering namens alle regiogemeenten afhandelen. Zo niet, dan dient de centrumgemeente het signaal door te sturen naar betreffende gemeente en moet die gemeente het zelf afhandelen. Het is wel raadzaam om dit duidelijk te bespreken met de regiogemeenten.

Naar boven