Eet- en drinkgelegenheden

1. Is een coronatoegangsbewijs ook verplicht voor het horecagedeelte van publieke plaatsen met een andere functie?

Voor het horecagedeelte van publieke plaatsen met een andere functie is een coronatoegangsbewijs verplicht. Denk hierbij aan het horecagedeelte in sportkantines, winkels, speeltuinen, zwembaden, snackbars, ijssalons, zaalverhuur, buurtcentra, standplaatsen en rondvaartboten. Een coronatoegangsbewijs is niet verplicht voor de andere functie, het terras en de eventuele afhaalfunctie van zo’n publieke plaats, mits die functies zijn afgebakend van de horecafunctie binnen. 

 

2. Mag afhaal bij eet- en drinkgelegenheden na 00.00 uur?

Tijdens de nachtsluiting van eet- en drinkgelegenheden voor het publiek (tussen 00.00 en 06.00 uur) is afhaal voor gebruik anders dan in de eet- en drinkgelegenheid toegestaan, mits de duur van het verblijf van publiek in de inrichting zoveel mogelijk wordt beperkt.

Naar boven

Kunst en cultuur

1. Waar zijn bij de vertoning van kunst en cultuur coronatoegangsbewijzen wel en niet verplicht?

Coronatoegangsbewijzen zijn verplicht voor publiek in bijvoorbeeld bioscopen, theaters, concertzalen en poppodia.

Het is niet verplicht voor:

  • personen tot en met 12 jaar;
  • cultuurbeoefening;
  • werknemers, vrijwilligers en artiesten;
  • doorstroomlocaties (zoals musea en bibliotheken);
  • de vertoning van kunst en cultuur in het kader van onderwijsactiviteiten in het primair en voortgezet onderwijs;
  • de vertoning van kunst en cultuur behorende bij de reguliere exploitatie van bibliotheken.

Evenementen

1. Wat is de definitie van een evenement?

De definitie van evenement staat in artikel 58a van de Wet publieke gezondheid: elke voor het publiek toegankelijke verrichting van vermaak, alsmede een herdenkingsplechtigheid, braderie, optocht op de weg, voorstelling of feest op een andere plaats dan in een woning of op een daarbij behorend erf of in een gebouw of op een plaats als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de Grondwet, wedstrijd, beurs of congres. Onder evenementen worden niet begrepen betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.

 

2. Welke voorwaarden gelden voor evenementen? 

Bij de voorwaarden is er een onderscheid tussen:

  • Basisvoorwaarden voor evenementen buiten en binnen
  • Aanvullende voorwaarden voor ongeplaceerde evenementen binnen
  • Uitzondering voor evenementen in doorstroomlocaties

Stroomschema met regels voor evenementen vanaf 25 september 2021

Bij evenementen binnen en buiten hoeven deelnemers geen veilige afstand in acht te nemen. In plaats hiervan mogen alleen deelnemers met een geldig coronatoegangsbewijs worden toegelaten. Verder moet de organisator er (onder meer) zorg voor dragen dat het evenement plaatsvindt op een afgesloten locatie, een gezondheidscheck wordt uitgevoerd bij aankomst van een deelnemer en een gecontroleerde in- en uitstroom van publiek plaatsvindt (artikel 4.1, 4.1b en 5.1 Trm).

Voor evenementen buiten en geplaceerde evenementen binnen geldt geen maximumaantal bezoekers en ook geen verplichte sluitingstijd. Een geheel of gedeeltelijk ongeplaceerd evenement binnen waarbij geen sprake is van doorstroom van de deelnemers is alleen toegestaan als de organisator ervoor zorgt dat alleen deelnemers worden toegelaten tot maximaal 75% van de reguliere capaciteit van de locatie, de deelnemers worden gespreid en het evenement niet wordt georganiseerd tussen 00.00 uur en 06.00 uur (artikel 5.1 lid 4 Trm). 

Voor evenementen in doorstroomlocaties is geen coronatoegangsbewijs verplicht. Ook hoeft het evenement dan niet plaats te vinden op een afgesloten locatie, hoeft geen gezondheidscheck te worden uitgevoerd bij aankomst van een deelnemer en hoeft ook geen gecontroleerde in- en uitstroom van publiek plaats te vinden. Deze uitzondering geldt alleen voor zover er sprake is van doorstroom. Op plekken waar geen doorstroom is, gelden de normale voorwaarden voor evenementen inclusief coronatoegangsbewijs. Voor eet- en drinkgelegenheden bij evenementen in doorstroomlocaties is een coronatoegangsbewijs ook verplicht, tenzij er alleen sprake is van afhaal en een terras.

 

3. Kunnen gemeenten extra voorschriften verbinden aan een vergunning voor evenementen?

De bevoegdheid van de burgemeester om een evenementenvergunning te verlenen, is een bevoegdheid die losstaat van de coronamaatregelen. Gemeenten zijn niet verplicht om bij een vergunningaanvraag de voorwaarden uit de Trm te toetsen. Ook is het niet per se nodig om de voorwaarden uit de Trm op te nemen in de evenementenvergunning, omdat die regels ongeacht het bestaan van een evenementenvergunning gelden en de burgemeester die regels ook kan handhaven. 

Wel kan de burgemeester voorschriften verbinden aan de evenementenvergunning om de gezondheid te waarborgen. Dat kunnen ook voorschriften zijn die specificeren hoe de coronamaatregelen nageleefd moeten worden (bijvoorbeeld: voorschriften over hygiënemaatregelen). Bij de beoordeling van de aanvraag kan onder omstandigheden ook worden gevraagd om een plan of uitwerking van hoe de organisator de coronamaatregelen wil gaan handhaven. 

Strengere voorschriften aan de vergunning verbinden dan in de Trm geregeld
De bevoegdheid van de burgemeester om een evenementenvergunning te verlenen, is een losstaande bevoegdheid met losstaande weigeringsgronden. De burgemeester zal dus altijd moeten kijken of er op grond van de APV een grond is om de vergunningaanvraag te weigeren. Dat staat in zoverre los van de coronamaatregelen. In de meeste APV’s kan de burgemeester een evenementenvergunning weigeren indien dat in strijd zou komen met bijvoorbeeld de openbare orde, veiligheid of (volks)gezondheid. Ook kan de burgemeester om dergelijke redenen strengere voorwaarden stellen dan in de Trm is geregeld.

Minder strenge voorschriften aan de vergunning verbinden dan in de Trm geregeld 
Met de Trm kunnen evenementen worden aangewezen die slechts onder voorwaarden mogen worden georganiseerd. Tot de voorwaarden kan behoren dat ten hoogste een bij die regeling vast te stellen aantal personen aan het evenement mag deelnemen (artikel 58i Wet publieke gezondheid). De burgemeester kan van die voorwaarden ontheffing verlenen (artikel 58e lid 2 onder a Wet publieke gezondheid).  

Aan de besluitvorming over een dergelijke ontheffing zijn echter de volgende eisen verbonden: 

  • Er moet sprake zijn van bijzondere omstandigheden. Ontheffingen dienen als individuele uitzondering op de algemene regel en zijn dus niet bedoeld om nieuwe algemene uitzonderingen te maken (artikel 58e lid 2 onder a Wet publieke gezondheid).
  • De burgemeester heeft de GGD om advies gevraagd. Het gaat om een advies dat de burgemeester zwaar moet laten meewegen bij het nemen van de uiteindelijke beslissing (artikel 58e lid 3 Wet publieke gezondheid).
  • De burgemeester verleent geen ontheffing, indien het belang van de bestrijding van de epidemie zich daartegen naar zijn oordeel verzet. Bij de afweging van de betrokken belangen betrekt de burgemeester in ieder geval:
    a.    de aard van de plaats, de aard van de activiteit en het aantal personen waarop de te verlenen ontheffing betrekking heeft
    b.    de gevolgen die verlening van de ontheffing zou hebben voor de naleving van het bepaalde in artikel 58f, eerste lid, of van de krachtens artikel 58f, vierde of vijfde lid Wet publieke gezondheid, vastgestelde regels, in en buiten de plaats waarop de te verlenen ontheffing betrekking heeft (artikel 58e lid 4 Wet publieke gezondheid).

 

4. Welke horecaregels gelden bij evenementen?

Voor een eet- en drinkgelegenheid op een evenemententerrein is net als voor het evenement zelf een coronatoegangsbewijs verplicht met uitzondering van het terras. Bovendien gelden de overige voorwaarden als bedoeld in artikel 4.1, 4.1b en 4.2 Trm. Dit betekent dat de beheerder ervoor zorgt dat:

  • hygiënemaatregelen worden getroffen
  • degene die geplaceerd is, uitsluitend van de aangewezen plaats gebruikmaakt
  • bij aankomst van het publiek een gezondheidscheck wordt uitgevoerd
  • een gecontroleerde in- en uitstroom van publiek plaatsvindt

Een belangrijk verschil is dat eet- en drinkgelegenheden op een evenemententerrein tussen 00.00 uur en 06.00 uur niet opengesteld mogen zijn voor publiek, tenzij sprake is van afhaal (verkoop, aflevering of verstrekking van etenswaren of dranken voor gebruik anders dan in de eet- en drinkgelegenheid, mits de duur van het verblijf van publiek in de eet- en drinkgelegenheid zo veel mogelijk wordt beperkt). Voor ongeplaceerde evenementen binnen geldt ook de sluitingstijd tussen 00.00 uur en 06.00 uur. Evenementen buiten en geplaceerde evenementen binnen zijn niet gebonden aan een sluitingstijd.

 

8. Is voor kleine evenementen (buurt bbq’s, straatfeesten) een coronatoegangsbewijs verplicht? 

Op grond van artikel 5.2 Trm is ook voor kleine evenementen een coronatoegangsbewijs verplicht. Bovendien moet het evenement plaats vinden op een afgesloten locatie en gelden de overige voorwaarden in artikel 4.1, 4.1b en 5.2. De organisator moet er dan voor zorgen dat:

  • een gezondheidscheck wordt uitgevoerd bij aankomst van een deelnemer
  • gewerkt wordt met toegangskaarten die voor toelating worden verstrekt
  • hygiënemaatregelen worden getroffen
  • degene die geplaceerd is, uitsluitend van de aangewezen plaats gebruikmaakt
  • gecontroleerde in- en uitstroom van publiek plaatsvindt.

Alleen evenementen in doorstroomlocaties zijn uitgezonderd van het coronatoegangsbewijs. Er is sprake van doorstroom als personen kortstondig in dezelfde ruimte aanwezig zijn en er zich daadwerkelijk doorstroom voordoet. Doorstroomlocaties zijn namelijk publieke of openbare plaatsen die op een manier zijn ingericht die tot het rondlopen van publiek uitnodigt en waar dit ook daadwerkelijk gebeurt. Dit geldt doorgaans niet voor een buurt bbq of straatfeest. Hier zullen mensen immers veelal voor langere tijd in dezelfde ruimte of op dezelfde plek zijn. Daarom is hier het coronatoegangsbewijs verplicht.

 

9. Is een coronatoegangsbewijs ook verplicht voor evenementen op publieke plaatsen met een andere functie? 

Er kunnen ook evenementen zijn op publieke plaatsen met een andere functie. Denk hierbij aan evenementen in winkels, rondvaartboten, spellocaties, buurthuizen en bij zaalverhuur. In die situaties is een coronatoegangsbewijs ook verplicht. Bovendien moet het evenement plaatsvinden op een afgesloten locatie en gelden de overige voorwaarden in artikel 4.1, 4.1b en 5.2. De organisator moet er dan voor zorgen dat:

  • een gezondheidscheck wordt uitgevoerd bij aankomst van een deelnemer
  • gewerkt wordt met toegangskaarten die voor toelating worden verstrekt
  • hygiënemaatregelen worden getroffen
  • degene die geplaceerd is, uitsluitend van de aangewezen plaats gebruikmaakt
  • gecontroleerde in- en uitstroom van publiek plaatsvindt

 

10. Welke maatregelen gelden er rond de intocht van Sinterklaas?

Voor de intocht van Sinterklaas en de activiteiten daar omheen gelden de voorwaarden voor evenementen. De locatie is daarbij het uitgangspunt om te bepalen welke regels er gelden.

Als de intocht wordt vormgegeven als een evenement buiten met doorstroming van publiek, bijvoorbeeld een rijtoer door de stad, dan gelden alleen de algemene hygiënemaatregelen. coronatoegangsbewijzen zijn dan niet verplicht. Daar waar er in de rijtoer geen doorstroom is, bijvoorbeeld bij de aankomst in de stad en bij het einde van de rijtoer, dan gelden de normale voorwaarden voor evenementen, inclusief coronatoegangsbewijs (met uitzondering van jongeren tot en met 12 jaar).

Voor andere activiteiten binnen of buiten, geplaceerd en ongeplaceerd, zullen al snel de voorwaarden voor evenementen gelden (artikel 5.2 Trm). De organisator moet dan zorg dragen voor een afgesloten locatie, het gebruik van toegangskaarten en een gezondheidscheck. Voor bezoekers vanaf 13 jaar is het coronatoegangsbewijs dan verplicht.

Deze informatie kan nog wijzigen als de coronaregels voor evenementen begin november zouden worden aangepast.

Naar boven

Buurthuizen

1. Moeten bezoekers van buurthuizen een coronatoegangsbewijs laten zien?

In buurthuizen is een coronatoegangsbewijs (CTB) niet verplicht voor de georganiseerde dagbesteding voor kwetsbare groepen met horeca en voor evenementen die tot de reguliere exploitatie behoren. De horeca bij georganiseerde dagbesteding valt onder de uitzondering van het verplichte CTB voor eet- en drinkgelegenheden (artikel 4.2 Trm). De reguliere exploitatie van een buurthuis valt onder de uitzondering van het verplichte CTB voor evenementen (artikel 5.2 Trm).

De reguliere buurthuisfuncties zijn en blijven dus vrij toegankelijk voor iedereen. Dat betekent dat ontmoeting, inloop, repetities en kleinschalige activiteiten gewoon door kunnen gaan zonder dat bezoekers een CTB hoeven te laten zien. Het verstrekken van thee, koffie of lunch als onderdeel van de reguliere exploitatie is mogelijk zonder toegang met CTB zolang het eten en drinken niet centraal staan.

Een CTB voor toegang tot het buurthuis is wel verplicht voor voorstellingen van kunst en cultuur, evenementen die niet tot de reguliere exploitatie behoren en horeca anders dan voor de georganiseerde dagbesteding van kwetsbare groepen (artikel 4.2, 4.3 en 5.2 Trm). Wat wel en niet tot de reguliere exploitatie van een buurthuis behoort, is afhankelijk van de individuele situatie.

Raadsvergaderingen

1. Moeten raadsleden een coronatoegangsbewijs overleggen om toegang te krijgen tot de raadsvergadering?

Nee, raadsleden hoeven geen coronatoegangsbewijs te overleggen om toegang te krijgen tot de raadsvergadering. In artikel 58ra, eerste lid, Wet publieke gezondheid zijn sectoren opgenomen waarvoor bij ministeriële regeling regels kunnen worden gesteld met betrekking tot het beschikken over coronatoegangsbewijs. Volksvertegenwoordigende organen vallen hier niet onder. Vanwege hun mandaat hebben raadsleden toegang tot de vergadering, met inachtneming van de nog geldende maatregelen en het bezoekersreglement.

 

2. Moet een coronatoegangsbewijs worden overlegd om plaats te nemen op de publieke tribune tijdens een openbare raadsvergadering?

Nee. In de Trm is bepaald dat de inzet van coronatoegangsbewijzen verplicht wordt bij eet- en drinkgelegenheden, evenementen (waaronder ook de reguliere exploitatie) en locaties voor de vertoning van kunst en cultuur. Openbare bijeenkomsten die plaatsvinden in de raadszaal vallen niet onder één van deze categorieën. Daarvoor is de inzet van coronatoegangsbewijzen dus niet vereist. Dit geldt ook als er toeschouwers zijn. Wel blijft gelden – ook wanneer gebruik van coronatoegangsbewijzen niet vereist is - dat de beheerder van een publieke plaats er zorg voor dient te dragen dat hygiënemaatregelen worden genomen en dat degene die geplaceerd is, uitsluitend van de aangewezen plaats gebruikmaakt.

 

3. Moet er gedurende de openbare raadsvergadering 1,5 meter afstand worden bewaard op de publieke tribune?

Het staat gemeenten wel vrij de opstelling van de publieke tribune op anderhalve meter te handhaven. Wie zich daar niet aan houdt, kan daar dan echter niet op worden aangesproken. Eventueel mag de publieke tribune ook gesloten blijven, of met beperkte inschrijving opengesteld,  als de vergadering wordt uitgezonden in beeld en geluid.
 

4. Hoe verhoudt het beleid voor coronatoegangsbewijzen zich tot het houden van raadsvergaderingen in horecagelegenheden?

Voor de inzet van coronatoegangsbewijzen is de locatie van een activiteit of voorziening beslissend. Daarbij geldt bovendien het vereiste dat er sprake moet zijn van een gecontroleerde in- en uitstroom. Dit betekent dat als de gemeenteraad gebruik maakt van een zaal die volledig is afgescheiden van de eet- en drinkgelegenheid en er aparte voorzieningen voor die zaal zijn, zoals toiletten en garderobe, of als de eet- en drinkgelegenheid tijdens de raadsvergaderingen gesloten is, de zaal zonder inzet van coronatoegangsbewijzen voor de raadsvergadering kan worden gebruikt. Zodra dit niet het geval is en het publiek dat zonder inzet van coronatoegangsbewijzen is toegelaten, kan mengen met het publiek waarvoor wel een coronatoegangsbewijs vereist is, dan zal er voor de raadsvergaderingen een andere locatie moeten worden gezocht.
 

5. Is een coronatoegangsbewijs vereist voor toegang tot voorlichtingsbijeenkomsten en cursussen in het gemeentehuis?

Nee, het gemeentehuis is een publieke plaats en valt dus onder de uitzonderingen van de wet (artikel 58ra, eerste lid, Wpg). Een coronatoegangsbewijs is alleen toegestaan bij eet- en drinkgelegenheden, evenementen, (professionele) sportwedstrijden en de vertoning van kunst en cultuur.

Naar boven

Quarantaineplicht

1. Wordt er van te voren gebeld door de koerier wanneer er een envelop aan komt?

Deze afspraak is niet standaard te maken met de koerier, maar de praktijk leert dat dit vaak wel wordt gedaan. Zeker indien dit nadrukkelijk is verzocht door de gemeente.

 

2. Worden er ook in het weekend formulieren doorgestuurd ter handhaving?

Ja. Reizigers komen gedurende de gehele week naar Nederland. Vandaar dat ook het nabellen, doorsturen en de handhaving 7 dagen in de week doorgaan.

 

3. Wat zijn de sanctiestappen nadat geconstateerd is dat quarantaineplicht niet wordt nageleefd?

  • Wordt de persoon buiten aangetroffen, dan is er in beginsel wel een overtreding van de quarantaineplicht (behoudens bijvoorbeeld overmacht). Er is in beginsel ook sprake van een overtreding van de quarantaineplicht als iemand anders opendoet en aangeeft dat de betrokkene niet op het quarantaine-adres aanwezig is.
  • In de situatie dat er niemand opendoet, belt de toezichthouder de persoon op en vraagt om de deur voor hem open te doen. Doet de persoon de deur niet open, dan is dit een belangrijk vermoeden dat er sprake is van een overtreding van de quarantaineplicht. 
  • Wordt ook de telefoon niet opgenomen, dan is de betrokkene op dat moment onbereikbaar voor de toezichthouder. Afhankelijk van de omstandigheden van het geval (bijvoorbeeld een verklaring van een huisgenoot of buurman) kan ofwel aangenomen worden dat de quarantaineplicht is geschonden ofwel zal er een hercontrole plaatsvinden op een later moment.
  • Overtreding van de quarantaineplicht kan leiden tot een bestuurlijke boete van € 339 en eventueel aanvullend een last onder dwangsom. De last onder dwangsom kan worden ingezet als voorzienbaar is dat de enkele boete niet tot een gedragsverandering zal leiden. De hoogte van de dwangsom wordt bepaald door de burgemeester, maar moet voldoende prikkel bevatten om de quarantaineplicht na te leven.

 

4. Hoe vaak moet een adres worden gecontroleerd?

In principe is 1 controle voldoende. Immers, de reiziger hoort in quarantaine te zijn op het opgegeven adres. Wordt de reiziger niet aangetroffen, is in principe sprake van een overtreding. Indien een last onder dwangsom wordt opgelegd, is uiteraard een tweede controle noodzakelijk.

 

5. Op wat voor manier moeten de controles geregistreerd worden?

Er zijn handreikingen opgesteld voor documenten die gebruikt kunnen worden bij het opleggen van een bestuurlijke boete en/of last onder dwangsom, zie Wijziging van de Wet publieke gezondheid vanwege quarantaineplicht voor reizigers. Voor het aanleveren van gegevens over het aantal ontvangen quarantaineverklaringen, het aantal uitgevoerde controles en opgelegde sancties, is afgesproken dat deze wekelijks door de Veiligheidsregio’s worden opgevraagd bij de gemeenten en vervolgens worden aangeleverd bij het LOT-C. 

 

6. Hoe is de financiële verantwoording ingeregeld voor de ontvangen middelen?

Per veiligheidsregio wordt een vast bedrag van € 200.000 beschikbaar gesteld voor de handhaving van 100-150 casussen die landelijk per week worden doorgestuurd vanuit het belteam. Deze middelen zijn uitgekeerd via een doeluitkering. Hierover is geen verantwoording nodig. In de praktijk blijkt dat gemeenten hiermee ruimschoots uitkomen.

Daarnaast ontvangen gemeenten een vast bedrag van gemiddeld € 5.000 per casus waarbij sprake is van juridische kosten wegens bezwaar of beroep. Hiervoor worden aannames gedaan gebaseerd op ervaringscijfers, in overleg met een aantal vertegenwoordigers van gemeenten en de VNG. Deze middelen worden toegevoegd aan het gemeentefonds. Daarover is geen aparte verantwoording nodig. 

 

7. Als we als centrumgemeente het aanspreekpunt zijn voor de handhaving van de quarantaineplicht, moeten we dan in dit kader rekening houden met de AVG-regels?

Daar is met het opstellen van de handreiking en de procedure voor de verzending van de quarantaineformulieren rekening mee gehouden. Deze is AVG-proof en door experts goedgekeurd.

 

8. Moet een (eventuele) invorderingsprocedure (bestuurlijke boete) en een (eventuele) bezwaar- en beroepsprocedure ook door de centrumgemeente afgehandeld worden?

Als er gekozen wordt voor mandatering (zie mandaatbesluit) dan kan de centrumgemeente de invordering namens alle regiogemeenten afhandelen. Zo niet, dan moet de centrumgemeente het signaal doorsturen naar betreffende gemeente en moet die gemeente het zelf afhandelen. Het is wel raadzaam om dit duidelijk te bespreken met de regiogemeenten.

Naar boven