Door toenemende schaarste en een nieuwe volgorde van klantinpassing, komt het vaker voor dat woningbouwprojecten moeten wachten op netcapaciteit. Daarom is een werkwijze nodig waarin woningbouwprojecten en onderwijs eerder duidelijkheid krijgen of er ruimte is voor het project. Als deze ruimte er is, moet deze ook gecontracteerd kunnen worden, zodat het projecten zo veel mogelijk zekerheid krijgt over deze capaciteit.
Deze werkwijze noemen we ‘eerder aanvragen’. Dit is een fundamenteel andere werkwijze voor gemeenten. Het vraagt om een proactieve en strategische houding bij het aanvragen van netcapaciteit bij netbeheerders. Er moeten lokale keuzes worden gemaakt bij de aanvraag voor bouwplannen van woningen en scholen. Hiervoor is veel eerder in het proces interne en onderlinge afstemming nodig om een aanvraag in te dienen en de nodige informatie voor het prioriteringsverzoek te verzamelen.
Om de werkwijze uitvoerbaar en haalbaar te maken voor alle partijen, moet er nog een oplossing komen voor een aantal uitvoerings- en juridische vraagstukken. Dit gaat met name om de uitwerking van
- Eventuele voorfinanciering
- Contractvorm bij eerder aanvragen tussen gemeente en netbeheerder
- Coördinatie in het indienen van transportverzoeken tussen gemeenten
Aansluitingen en capaciteit op planniveau worden gecontracteerd tussen gemeente en netbeheerder met een raamovereenkomst. Bij grote woningbouwprojecten worden deze plannen per fase ingediend en gecontracteerd. Dit vraagt nog om een verdere concretisering.
Omdat de wachtlijsten straks samengevoegd worden tot 1 lijst, moet bijvoorbeeld de volgorde van indienen van aanvragen tussen gemeenten worden afgestemd. Zodat woningbouwprojecten die als eerste capaciteit nodig hebben ook eerder aan de beurt zijn. Hoe dit moet gebeuren wordt nog uitgewerkt.
De VNG is hierover in gesprek met de ministeries van KGG en VRO, ACM, Netbeheer Nederland en IPO om te bepalen hoe de nieuwe werkwijze uitvoerbaar kan worden richting de invoeringsdatum van 1 juli 2026. Daarbij ligt de focus op de praktische haalbaarheid voor gemeenten en het oplossen van de geconstateerde principiële bezwaren.
Vanaf 1 juli 2026 geven de netbeheerders per fase de resterende transportcapaciteit die eerder werd gereserveerd voor kleinverbruik, vrij aan de geprioriteerde partijen. We adviseren gemeenten in ieder geval de concrete bestaande bouwprojecten voor woningen en scholen voor 1 juli in te dienen bij de netbeheerder.
Vanaf 1 juli 2026
- 1 wachtrij voor grootverbruikers (GV) en kleinverbruikers (KV). Binnen die wachtrij kunnen projecten die vallen onder het prioriteringskader voorrang aanvragen als er sprake is van netcongestie.
- Overgebleven gereserveerde capaciteit wordt vastgesteld en geleidelijk vrijgegeven. Het ministerie van KGG, de ACM en netbeheerders werken uit hoe deze vrijgave wordt gedaan.
- Daarbij worden eerst de aanvragen met prioriteit geholpen.
Vanaf 1 oktober 2026
Gemeenten en provincies hebben de mogelijkheid om aanvragen voor transportcapaciteit bij woningbouw en scholen tot maximaal 10 jaar vooruit in het bouwproces in te dienen, zodat deze projecten niet onnodig vertragen. Het advies is om voor deze projecten zo snel mogelijk transportcapaciteit aan te vragen, zodat het project op de wachtlijst komt te staan.
Voor projecten die al voldoen aan onderstaande bewijslast, wordt geadviseerd ook prioriteit aan te vragen en de transportcapaciteit te contracteren. Omdat vanaf 1 januari 2027 de gereserveerde capaciteit ook voor niet-prioritaire partijen beschikbaar komt, is het voor woningbouwplannen verstandig om dit zoveel mogelijk voor die datum te doen.
Vanaf 1 januari 2027
Tot 1 januari 2027 wordt de gereserveerde capaciteit op basis van berekeningen op verschillende momenten en gebieden vrijgegeven door de netbeheerders. Als er op 1 januari 2027 nog netcapaciteit beschikbaar is, dan wordt deze ook vrijgegeven aan niet-geprioriteerde partijen.
De verwachting is dat in bepaalde gebieden deze zogenoemde restcapaciteit beperkt is. Netbeheerders zijn daarom druk met bouwen en uitbreiden van het stroomnet. Op die manier komt er nieuwe capaciteit bij. Ondertussen wordt ook capaciteit gecreëerd via congestiemanagement. De beschikbare capaciteit gaat naar de aansluitingen die in de wachtrij staan.
Aanvragen transportcapaciteit
Gemeenten kunnen tot maximaal 10 jaar vooruit transportcapaciteit (de hoeveelheid elektriciteit die via het elektriciteitsnet van de netbeheerder naar een aansluiting of gebied wordt vervoerd) aanvragen bij de netbeheerder. De aanvraag komt op basis van datum van indiening op de wachtlijst te staan. Voor het aanvragen van transportcapaciteit hebben netbeheerders in ieder geval de volgende informatie nodig:
- Type bouw: hoogbouw, laagbouw of mix (3 keuzes)
- Aantal en grootte (doorlaatwaarde) aansluitingen (bijvoorbeeld 100 aansluitingen van 3x 25A)
- Aansluitingen en grootte (doorlaatwaarde) voor collectieve voorzieningen en onlosmakelijk verbonden activiteiten (nader uit te werken)
- Wijze van verwarmen op planniveau (als meest bepalende factor in netbelasting)
- Gewenste datum definitieve aansluitingen (per fase en maximaal 10 jaar vooruit)
- Locatie van het project (polygoon)
Aanvragen prioriteit volgens het prioriteringskader
Bouwprojecten voor woningen of scholen die al beschikken over onderstaande informatie, kunnen prioriteit aanvragen om eerder in aanmerking te komen voor een aansluiting. Dit verzoek moet de gemeente dus naast de aanvraag voor transportcapaciteit doen. Wanneer de netbeheerder prioriteit toekent, schuift de aanvraag van dit project naar boven. Let op: hierbij geldt de indieningsdatum van het verzoek om transportcapaciteit (dus niet de datum van het verzoek om prioriteit).
In bijlage 22, tabel 4 uit het ACM prioriteringskader staat een opsomming van de bewijslast:
- Bestuursbesluit door of namens het college van burgemeester en wethouders
- Afschrift van de overeenkomst tussen de gemeente en de ontwikkelaar of initiatiefnemer waarin afspraken zijn vastgelegd over de te bouwen woonbehoefte en indien nodig aanpassing van het omgevingsplan
- Als deze overeenkomst niet beschikbaar is, een afschrift van het omgevingsplan waaruit blijkt dat op de specifieke locatie woonbehoefte is voorzien
- Ook voor primair, speciaal en voortgezet onderwijs is bewijslast voor overheden al vastgesteld in het codebesluit
Dit is verder uitgewerkt in de toelichting bewijslast - prioriteringskader ACM (pdf, 330 kB).
Wat moeten gemeenten doen richting 1 oktober?
Op 1 oktober start het eerder aanvragen voor woningbouw, collectieve woonvormen en onderwijshuisvesting. Als gemeente kunt u richting 1 oktober 2 dingen doen:
- Ervoor zorgen dat concrete projecten al vóór 1 juli op de wachtlijst komen te staan. In de huidige werkwijze van reserveren hanteren netbeheerders verschillende processen en definities voor het in behandeling nemen van aanvragen voor woningbouwprojecten.
Voor woningbouwprojecten die in aanloop naar 1 juli aan een aantal voorwaarden voldoen, en waarvoor al actieve gesprekken met de netbeheerder plaatsvinden maar nog geen formele aanvraag kan worden ingediend, werken de netbeheerders momenteel aan een specifieke aanpak. Naar verwachting bieden zij hierover eind mei duidelijkheid. Tot die tijd blijft het mogelijk om bij Enexis en Stedin aansluitingen aan te vragen voor woningbouwprojecten. - Voorbereiden op het indienen van aanvragen voor overige projecten vanaf 1 oktober, die nog niet concreet genoeg zijn om nu in te dienen en/of waarvan nog geen ontwikkelaar in beeld is. Door gebruik te maken van het eerder aanvragen komt het project vroegtijdig op de wachtlijst te staan en maakt het project meer kans om tijdig een aansluiting te krijgen.
Wat kan een gemeente nu al doen ter voorbereiding op het proces van eerder aanvragen?
We raden gemeenten sterk aan om nu te starten met voorbereidende werkzaamheden op de nieuwe werkwijze, omdat dit de meeste tijd vraagt. Dit kan door te starten met de volgende activiteiten:
- Maak een projectenlijst met de geplande woningbouw voor de komende 10 jaar, neem hierin ook de collectieve woonvormen en onderwijshuisvestingprojecten mee. Ga erachteraan voor welke van deze projecten al transportcapaciteit is aangevraagd of verkregen bij de netbeheerder. Welke mogelijkheden gemeenten hebben om projecten te prioriteren is nog onduidelijk.
2. Verzamel de benodigde informatie om een aanvraag te doen voor deze projecten ter voorbereiding op een aanvraag voor transportcapaciteit. Gebruik hiervoor de factsheet Benodigde informatie aanvragen aansluitingen en transportcapaciteit (pdf, 32 kB). Voor de kleinschalige onlosmakelijk verbonden activiteiten wordt gewerkt aan meer handvatten voor gemeenten.
3. Verzamel de benodigde bewijslast voor het aanvragen van prioriteit voor een project. Voor de bewijslast moet onderbouwd worden hoe de volgende gevraagde vereisten staan vastgesteld in officiële stukken:
- Concrete bindende afspraken over te bouwen woonbehoefte (inclusief collectieve voorzieningen/kleinschalige onlosmakelijke verbonden activiteiten) op een specifieke locatie,
- Als nodig, de geplande wijziging van het omgevingsplan en
- Afspraken waaruit blijkt dat het redelijkerwijs aannemelijk is dat het project start, bijvoorbeeld concrete afspraken over start bouw of oplevering. Het is aan de gemeente om dit aan te tonen.
Dit kan bijvoorbeeld door middel van een verstrekking van een rijkssubsidie (zie hieronder), prestatieafspraken met woningbouwcorporaties, of een college- of raadsbesluit met de gemeente als initiatiefnemer. Daarnaast geldt ook het omgevingsplan als bewijslast. In tabel 4 van de officiële publicatie van het ACM Netcode (www.overheid.nl) staat de complete uiteenzetting van de prioriteringscategorieën.
De rijkssubsidies die worden goedgekeurd als bewijslast zijn:
- Woningbouwimpuls (WBI)
- Woningbouw op Korte Termijn (WoKT)
- Gebiedsbudget
- Stimuleringsregeling Flex- en Transformatiewoningen (SFT)
- Stimuleringsregeling Zorggeschikte Woningen (SZGW)
- Stimuleringsregeling Ontmoetingsruimten in Ouderenhuisvesting (SOO)
- Regeling Huisvesting Aandachtsgroepen (RHA)
Wat moet een gemeente doen om juridische risico's van het prioriteren af te dekken?
Bij netcongestie moeten gemeenten de projecten voor woningbouw, collectieve woonvormen en onderwijshuisvesting prioriteren. Stel hiervoor beleidsregels op en laat deze vaststellen om juridisch te onderbouwen waarom de gemeente een bepaalde volgorde hanteert op de projectlijst voor woningbouw of onderwijs. In de beleidsregels staat welke objectieve en transparante criteria worden gebruikt, hoe projecten worden beoordeeld en hoe besluiten worden gemotiveerd.
Dat zorgt voor gelijke behandeling en minder juridische risico’s. Dit volgt uit het gelijkheidsbeginsel, het zorgvuldigheidsbeginsel en het Didam-arrest waaruit blijkt dat deze afweging eerlijk, zorgvuldig en uitlegbaar moet zijn. De VNG komt zo spoedig mogelijk met modelregels die gemeenten naar eigen inzicht verder kunnen invullen.
Hoeveel tijd kost dat?
Dat verschilt per gemeente en is afhankelijk van hoeveelheid en de fase van de projecten, maar berekeningen laten zien dat dit niet moet worden onderschat. We roepen gemeenten daarom op om nu te starten, hoewel nog niet het hele proces inzichtelijk is. Het coördineren van dit proces kost vaak al 1 fte, en daarnaast wordt er ook inzet van allerlei afdelingen gevraagd. Dit terwijl veel gemeenten gebrek aan zowel personeel als expertise hebben.
De VNG schat in dat het voor veel gemeenten minstens 4 maanden zal kosten om de projecten in kaart te brengen met de benodigde informatie en bewijslast. Het gemeentelijke proces om beleidsregels door het college te laten vaststellen kost ongeveer 3 maanden.
Hoe zie het proces er vanaf 1 oktober 2026 uit?
Op 1 oktober 2026 start het proces van eerder aanvragen. Vanaf dat moment is het mogelijk een aanvraag in te dienen voor projecten waarvoor nog geen gedetailleerd ontwerp of huisnummerbesluit beschikbaar is. Het proces van eerder aanvragen kent 4 stappen:
- Stap 1 - Aanvragen van aansluitingen en transportcapaciteit: Eerder aanvragen kan door gemeente of gemachtigde projectontwikkelaars worden gedaan. In gebieden met netcongestie komt de aanvraag op de wachtlijst terecht na een check van de netbeheerder op volledigheid van de informatie. Gebruik hiervoor de factsheet Benodigde informatie aanvragen aansluitingen en transportcapaciteit (pdf, 32 kB).
- Stap 2 - Aanvragen van prioriteit: Dit kan bij het eerder aanvragen door de gemeente worden gedaan, of door een gemachtigde ontwikkelaar. Op basis van de bewijslast voor woonbehoefte of onderwijs zoals omschreven in het prioriteringskader (pdf, 330 kB) kan prioriteit worden aangevraagd. Als prioriteit wordt toegekend, komt de aanvraag hoger op de wachtlijst terecht.
- Stap 3 - Capaciteit vastleggen: Zodra er capaciteit beschikbaar komt, stuurt de netbeheerder een aanbieding aan de aanvrager. Dat kan een ontwikkelaar zijn of de gemeente, afhankelijk van wie de aanvraag heeft gedaan. Door de aanbieding te accepteren wordt de gevraagde transportcapaciteit vastgelegd tussen netbeheerder en aanvrager. Op dat moment is er zekerheid dat er aansluitingen en transportcapaciteit beschikbaar zijn voor het project.
- Stap 4 - Detailaanvraag door ontwikkelaar: Zodra er een gedetailleerd ontwerp beschikbaar is, doet de ontwikkelaar een detailaanvraag. Deze stap is gelijk aan hoe dit nu gebeurt in het reguliere proces tussen ontwikkelaar en netbeheerder. Wanneer de gemeente de capaciteit heeft vastgelegd, kan de ontwikkelaar deze detailaanvraag doen op basis van de vastgelegde capaciteit door de gemeente.
Welke processtappen zijn nog onbekend?
Hoewel het gehele proces van ‘eerder aanvragen’ nog niet vaststaat, benadrukken we dat de voorbereidingen ‘no regret’ zijn en gemeenten hier zo snel mogelijk mee moeten starten. De volgende zaken staan nog niet vast:
- Het proces voor het eerder aanvragen wordt ingericht op www.mijnaansluiting.nl. Hoe het aanvraagproces in detail gaat verlopen wordt nog uitgewerkt.
- Capaciteit vastleggen: voor eerder aanvragen wordt een nieuw type overeenkomst ontwikkeld, waardoor de gecontracteerde capaciteit kan worden overgeheveld naar een ontwikkelaar zodra deze in beeld is. Er zal naar verwachting pas in mei duidelijkheid zijn over de details van deze overeenkomst. Een van de onduidelijkheden is bijvoorbeeld of er een aanbetaling nodig is bij het doen van een eerdere aanvraag.
- Regionale coördinatie: De wachtrij is ingericht per congestiegebied. Deze gebieden overstijgen meestal de gemeentegrenzen en omvatten meerdere gemeenten. Omdat de datum van indienen bepalend is voor de positie op de wachtrij, dreigt er een concurrentiestrijd te ontstaan tussen aanvragers zodra het loket opengaat. Gezien het maatschappelijk belang van woningbouw, collectieve woonvormen en onderwijshuisvesting is dit onwenselijk en is regionale coördinatie gewenst om te borgen dat de meest concrete projecten die op korte termijn gerealiseerd moeten worden, ook als eerste worden aangevraagd. Deze regionale coördinatie wordt nog verder uitgewerkt.
- Bij het aanvragen van transportcapaciteit voor woningbouw is het ook van belang om transportcapaciteit aan te vragen voor functies zoals straatverlichting en rioolgemalen. De manier waarop deze aanvragen gekoppeld worden in het aanvraagproces wordt nog verder uitgewerkt. Wel is het goed om bij grootschalige gebiedsontwikkeling af te stemmen met civieltechnische collega's.