Raadgever Wegwijs in gemeentefinanciën

Nederlandse gemeenten hebben verschillende inkomstenbronnen waaruit zij hun vele taken kunnen betalen. Wat zijn deze inkomstenbronnen van gemeenten? Op welke heeft u als raad invloed en op welke niet? U staat als raadslid voor keuzes. Hoeveel ruimte u heeft, is grotendeels afhankelijk van de financiën. Er is eerder een tekort aan middelen dan een overschot. Daarom is het belangrijk te weten welke manieren een gemeente heeft om inkomsten te krijgen.

De verschillende inkomstenbronnen van gemeenten

De gemeenten zijn voor hun inkomsten grotendeels afhankelijk van het Rijk. De gemeentelijke belastingen vormen slechts een beperkt deel van de inkomsten.

De gemeenten hebben grofweg vier verschillende inkomstenbronnen:

  • Gemeentefonds
  • Specifieke Uitkeringen
  • Gemeentelijke belastingen
  • Overige Eigen Middelen (OEM)

Geldstromen vanuit het Rijk

Het gemeentefonds en de specifieke uitkeringen zijn geldstromen vanuit het Rijk naar gemeenten. Over de omvang hebben de gemeenten geen zeggenschap.

Gemeentefonds

Het gemeentefonds bestaat uit twee onderdelen, de algemene uitkering en de decentralisatie-uitkeringen. Iedere gemeente ontvangt een algemene uitkering. De algemene uitkering wordt verdeeld aan de hand van heel veel maatstaven. Het geld is niet geoormerkt en het hoort tot de algemene middelen van een gemeente. De omvang van de algemene uitkering loopt gelijk op met de uitgavenontwikkeling van de verschillende mi­nisteries. Als de uitgaven van de ministeries stijgen, groeit het gemeentefonds verhoudingsgewijs mee. Als de uitgaven van de ministeries dalen door bijvoorbeeld bezuinigingen, dan krimpt het gemeentefonds. Dit heet: 'samen de trap op, samen de trap af' en het wordt ook wel de normeringssystematiek genoemd.

Decentralisatie-uitkeringen kunnen binnen het gemeentefonds worden gebruikt als het tijdelijke middelen betreft, bijzondere indexatie-afspraken kent of als een goede verdeling niet lukt via de maatstaven van de algemene uitkering. Decentralisatie-uitkeringen worden met een bepaalde bestemming verstrekt, zonder strikt geoormerkt te zijn. Niet iedere gemeente ontvangt elke decentralisatie-uitkering. Gemeenten ontvangen de middelen voor het sociaal domein (jeugdhulp, participatie en Wmo) via een decentralisatie-uitkering. Het Rijk is van plan om deze vanaf 2019 ook via de algemene uitkering toe te kennen aan gemeenten.

Specifieke uitkeringen

Bij specifieke uitkeringen gaat het om geld dat gemeenten van het Rijk ontvangen en moeten besteden aan bepaalde taken (medebewindstaken). Het Rijk heeft het geld dus geoormerkt. Gemeenten moeten bij het Rijk verantwoorden hoe ze het geld hebben besteed. Als een gemeente de specifieke uitkering niet volledig uitgeeft, moet het restant terug naar het Rijk. Hierop zijn slechts enkele uitzonderingen. De grootste specifieke uitkering is voor de Bundeling Uitkeringen Inkomensvoorzieningen Gemeenten (BUIG = bijstandsbudget). Verder zijn er bijvoorbeeld specifieke uitkeringen voor de melding van schoolverlaters en het bestrijden van verkeerslawaai.

Eigen inkomsten van gemeenten

Gemeenten hebben ook eigen inkomsten. De gemeenteraad heeft binnen juridische kaders zeggenschap over de hoogte van de tarieven en prijzen.

Gemeentelijke belastingen

De gemeenteraad bepaalt welke belastingen worden geheven en hoe hoog de tarieven zijn. De gemeenteraad mag alleen belastingen vaststellen die in de wet worden genoemd. Algemene belastingen zijn vrij besteedbaar. Een voorbeeld van een algemene belasting is de onroerendezaakbelasting (OZB). Er zijn ook bestemmingshef­ fingen en retributies. De opbrengsten hiervan zijn bestemd voor specifieke taken of voorzieningen. Ook dit is wettelijk bepaald. De rioolheffing is een voorbeeld van een bestemmingsheffing. De prijs die een burger moet betalen voor de aanschaf van bijvoorbeeld een paspoort wordt retributie genoemd.

In vergelijking met de Rijksbelastingen zijn de gemeentelijke belastingen maar een klein onderdeel van de las­ ten voor burgers en bedrijven. Het Rijk int 95% van alle belastingen, gemeenten hebben een aandeel van maar 3%.

Overige Eigen Middelen (OEM)

OEM zijn de gemeentelijke inkomsten uit bezittingen (bijvoorbeeld aandelen en onroerende zaken) en opbrengsten uit verkopen (bijvoorbeeld bouwgrond of toegangskaartjes bij het  gemeentelijk  museum). Als raad heeft u invloed op deze inkomsten; u kunt bijvoorbeeld beslissen over de hoogte van de toegangsprijzen voor het gebruik van voorzieningen. Ook kunt u beslissen over de prijs waartegen u uw voorraden gronden