Op deze pagina vindt u veelgestelde vragen en antwoorden over de uitvoering na een besluit over een Tozo-aanvraag. De vragen zijn genummerd. Om die reden vindt u de nieuwste vragen onderaan het onderwerp. Mocht er een nummer ontbreken, dan is deze vraag inmiddels vervallen.

Uitvoering besluit aanvraag

2. Wat zijn de gebruikte bronnen voor de gemeentelijke verdeelsleutel Tozo voor de verdeling van de bevoorschotting? 
De verdeling van de bevoorschotting is gebaseerd op het aantal zelfstandigen in gemeenten. De definitie van zelfstandigen is breed en betreft niet alleen zzp’ers. Deze maatstaf sluit goed aan op de doelgroep van de Tozo. Het uiteindelijke budget dat gemeenten ontvangen zal worden gebaseerd op het werkelijk verstrekte bedrag aan uitkeringen en bedrijfskapitaal. De uitvoeringskosten worden vergoed op basis van een vast bedrag per besluit op een aanvraag.

 

3. Eerder hebben wij meldingen van zelfstandigen die in het buitenland woonden of hun bedrijf hadden in het buitenland bewaard. Kunnen wij deze meldingen nu zien als aanvragen?

Het is belangrijk om deze zelfstandigen een aangepast aanvraagformulier toe te zenden met het verzoek dit formulier in te vullen en terug te sturen met de noodzakelijke bescheiden. Het aangepaste formulier is vanaf 8 mei 2020 hoogstwaarschijnlijk beschikbaar via uw leverancier. Het modelaanvraagformulier is tevens te vinden in de Toolkit Tozo voor gemeenten die zelf een formulier hebben gemaakt.

 

4. Zijn er modelbrieven beschikbaar die ik kan gebruiken?
Ja, in de Toolkit Tozo staat een aantal modelbrieven. De set bestaat onder andere uit een hersteltermijnbrief, een voorschotbeschikking voor de uitkering levensonderhoud en beschikkingen Tozo voor de uitkering levensonderhoud en de lening bedrijfskrediet. Er volgen nog modelbrieven en -beschikkingen gericht op de controle van de aanvraag achteraf en eventuele terugvordering.

 

5. Moeten gemeenten Tozo-aanvragers van sectoren die weer opengesteld zijn benaderen om te vragen of ze weer inkomsten genereren?
Bij de aanvraag stemt de ondernemer in met de inlichtingenplicht. Dit houdt in dat als zich wijzigingen voordoen in zijn situatie, inclusief het inkomen, de ondernemer dit zo spoedig mogelijk meldt. Tijdens de na-controle, waarover later meer informatie komt, blijkt of dit vertrouwen gerechtvaardigd was. Daarbij komt dat het niet gezegd is dat de netto-inkomsten van de ondernemers in de nabije toekomst dusdanig hoog zijn dat er geen recht meer is op een Tozo-uitkering. Er zitten beperkingen aan de openstelling en ondernemers moeten ook investeren in beschermende maatregelen. Voorlopig is het advies om de melding van de ondernemer af te wachten. Uiteraard kunnen gemeenten wel hiertoe oproepen via hun eigen communicatiekanalen.

Terug naar boven

Procesvragen

1. Mag Suwinet worden gebruikt voor de beoordeling van aanvragen?
Inmiddels is duidelijk dat Suwinet gebruikt mag worden voor het verstrekken van voorschotten en later, als de regeling bekend is, bij het afhandelen van aanvragen Tozo. De bevoegdheid voor gemeenten om dat middel te gebruiken (onder meer voor de Participatiewet en dus Tozo) vloeit voort uit art. 62 lid 2 Wet SUWI en blijft ongewijzigd. Uiteraard geldt hier wel bij dat alleen die gegevens mogen worden gebruikt dit nodig zijn voor de vaststelling van het recht (proportionaliteit). Voor zover nu duidelijk zijn dit de Suwinetpagina’s: GBA, Inkomstenverhouding (Polis) en SBR (voor KvK-inschrijving).

 

4. Op welke manier worden gemeenten gecompenseerd in de kosten van de uitvoering van de Tozo?

Gemeenten ontvangen per besluit op een aanvraag levensonderhoud een vergoeding van € 450 en per besluit op een aanvraag kapitaal een vergoeding van € 800. Dit bedrag geldt zowel voor toe- als afwijzingen. De gemaakte afspraak geldt zowel voor Tozo1 als Tozo2. Een Tozo2-besluit op een verlengingsaanvraag geldt als een besluit waarvoor de gemeente dus ook de vergoeding ontvangt. Het betreft een vaste inclusieve vergoeding voor alle uitvoeringskosten van gemeenten. Dus bijvoorbeeld ook inclusief alle afhandelingen in de komende jaren ten aanzien van rentebetalingen en terugbetalingen van de leningen. In de vergoeding is rekening gehouden met inspanningen van gemeenten ten aanzien van eventueel benodigde herstelacties in het kader van rechtmatigheid en het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik. De uitvoeringskosten zijn onderdeel van de specifieke uitkering. Het aantal besluiten op aanvragen wordt via SiSa verantwoord.

 

5. Veel gemeenten zijn al vroeg begonnen met het innemen van aanvragen voor Tozo en hebben geen handtekening van de partner gevraagd, omdat het inkomen van de partner niet meetelt. In het landelijke modelaanvraagformulier wordt die handtekening wel gevraagd. Wat kan de gemeente in dat geval doen?
Een handtekening van de partner is vereist om voor de Tozo in aanmerking te kunnen komen. Als de gemeente die handtekening niet heeft, moet ze die alsnog vragen. 

 

6. Veel gemeenten zijn al vroeg begonnen met het innemen van aanvragen voor Tozo en hebben geen de-minimis verklaring gevraagd. Wat kan de gemeente in dat geval doen?
Voor de lening bedrijfskapitaal aan zelfstandigen is de de-minimis verklaring noodzakelijk. Ofwel als formulier, ofwel als vraag/verklaring zoals deze letterlijk in het model aanvraagformulier staat opgenomen. Als de gemeente geen de-minimis verklaring heeft gekregen van de aanvrager, moet ze deze alsnog opvragen. Zonder deze verklaring kan een gemeente geen lening bedrijfskapitaal toekennen. 

 

7. Is bij Tozo sprake van staatssteun en zo ja, wat moet de gemeente doen?
Ja, er is inderdaad sprake van staatssteun, omdat de rente op de lening bedrijfskapitaal ver onder de marktconforme rente ligt. Daarom is in het modelaanvraagformulier de de-minimisverklaring opgenomen. In een de-minimisverklaring geeft de aanvrager aan dat hij de gemeente informeert over hoeveel steun hij van de overheid heeft gekregen in de 2 voorgaande belastingjaren en in het lopende belastingjaar. Het totaalbedrag van de steun moet onder het de-minimisplafond blijven (dit is afhankelijk van de sector, meestal gaat het om € 200.000).

Omdat Tozo een noodmaatregel is die snel uitgevoerd moet kunnen worden, is de de-minimisverklaring opgenomen als ‘reguliere vraag’. Dit is afgestemd tussen de ministeries van SZW en EZK. Alle gemeenten kunnen deze vraagstelling gebruiken. Als gemeenten dit doen, hoeven aanvragers het document op de website van de rvo niet in te vullen.

De gemeente mag de lening alleen verstrekken als de aanvrager daarmee onder het de-minimisplafond blijft. Verder moet de gemeente de de-minimisverklaring (en dus het hele aanvraagformulier) 10 jaar bewaren.

Terug naar boven