Op deze pagina vindt u veelgestelde vragen en antwoorden over onderstaande onderwerpen. De vragen zijn per onderwerp genummerd. Om die reden vindt u de nieuwste vragen onderaan het onderwerp. Mocht er een nummer ontbreken, dan is deze vraag inmiddels vervallen.

Aanvraagformulieren

1. We hebben onze eigen aanvraagformulieren al aangepast op basis van de Kamerbrief van 17 maart 2020 (dus geen partner- en/of vermogenstoets en geen levensvatbaarheidstoets). Waar moeten we verder op letten?
Met het oog op oneigenlijk gebruik/misbruik moet in ieder geval

1. een 'verklaring van de zelfstandige' over de noodzaak gevraagd worden
2. opgenomen worden dat er naar waarheid getekend moet worden, en daarbij moet de zelfstandige worden geïnformeerd

  • dat er een inlichtingenplicht geldt voor de ondernemers 
  • dat er achteraf gecontroleerd kan worden op de aangeleverde informatie
  • dat er teruggevorderd kan worden
  • dat de mogelijkheid bestaat een boete op te leggen bij doelbewust misbruik

3. een de-minimisverklaring (in de vorm van de vraag uit het model aanvraagformulier of als apart formulier) getekend worden door de zelfstandige in verband met staatssteun op de rente van de lening bedrijfskrediet (dit geldt dus alleen als een aanvraag voor de lening bedrijfskrediet wordt ingediend).

Let op: voor aanvragen vanaf 1 juni geldt – in verband met gewijzigde voorwaarden aan de Tozo-regeling – een ander aanvraagformulier: zie hiervoor de Toolkit Tozo vanaf 1 juni.

 

2. Wat houdt de ‘verklaring van de zelfstandige’ in? 
De zelfstandige verklaart 

  • dat zijn bedrijf of zelfstandig beroep wordt geraakt door de coronacrisis
  • (bij aanvraag bijstand voor levensonderhoud) dat hij/zij daardoor de komende 3 maanden onder het sociaal minimum verwacht te komen en welk inkomen hij/zij nog wel heeft gehad of verwacht te krijgen in de betreffende 3 maanden, en/of 
  • (bij aanvraag bijstand bedrijfskapitaal) dat hij/zij in liquiditeitsproblemen verkeert en waaruit de liquiditeitsproblemen bestaan én dat het bedrijfskapitaal niet gebruikt zal worden om reeds bestaande leningen te herfinancieren

Hiernaast wordt ook de de-minimis verklaring gevraagd.

 

2a. Wat is een de-minimis verklaring?
In een de-minimis verklaring geeft de aanvrager aan dat hij de gemeente informeert welke steun hij van de overheid heeft gekregen over de 2 voorgaande belastingjaren en in het lopende belastingjaar. In het modelaanvraagformulier is de de-minimisverklaring opgenomen als ‘reguliere vraag’. Dit is afgestemd tussen de ministeries van SZW en EZK. Alle gemeenten kunnen deze vraagstelling gebruiken. Als gemeenten dit doen, hoeven aanvragers het document op de website van de rvo niet in te vullen. De de-minimis verklaring kan worden gevraagd omdat de korting op de marktconforme rente op de lening voor bedrijfskapitaal die verstrekt wordt op grond van Tozo, een vorm van staatssteun is.

 

2b. Waarom moet de gemeente een ‘verklaring van de zelfstandige’ vragen?
Hierdoor hoeft de gemeente niet te toetsen of de behoefte aan bijstand voor levensonderhoud en/of bedrijfskapitaal ontstaan is door de corona-maatregelen (geen causaliteitsvereiste). Ook heeft het tot doel snelle besluitvorming mogelijk te maken. De gemeente kan bij de beoordeling van het recht op bijstand uitgaan van de door de zelfstandige opgegeven informatie en op basis daarvan bijstand toekennen. 

NB. Bij twijfel over de juistheid van de verklaring kan de gemeente besluiten nadere bewijsstukken op te vragen alvorens over te gaan tot toekenning. Daarnaast kan de gemeente achteraf (steekproefsgewijs) de juistheid van de verklaring onderzoeken.

 

3a. Wat doen gemeenten met aanvragen voor de Tozo van Nederlandse ondernemers die in het buitenland wonen?

Ook aan de ondernemer die die woonachtig is in België, Bulgarije, Cyprus, Denemarken, Duitsland, Estland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Ierland, IJsland, Italië, Kroatië, Letland, Liechtenstein, Litouwen, Luxemburg, Malta, Noorwegen, Oostenrijk, Polen, Portugal, Roemenië, Slovenië, Slowakije, Spanje, Tsjechië, het Verenigd Koninkrijk, Zweden en Zwitserland, maar die in Nederland zijn bedrijf heeft, kan onder voorwaarden een lening voor bedrijfskapitaal worden verstrekt. In de op vrijdag 1 mei verschenen Ministeriele regeling is bepaald dat deze ondernemers zich vanaf 18 mei 2020 mogen melden bij de gemeente Maastricht. Zie VNG-bericht: Doelgroep Tozo uitgebreid: nieuw modelaanvraagformulier (1 mei 2020).


3b. Wat doen gemeenten met aanvragen voor de Tozo van ondernemers die in Nederland woonachtig zijn maar die een bedrijf hebben in het buitenland?

Grensoverschrijdende zelfstandigen - die in Nederland wonen - maar die in België, Bulgarije, Cyprus, Denemarken, Duitsland, Estland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Ierland, IJsland, Italië, Kroatië, Letland, Liechtenstein, Litouwen, Luxemburg, Malta, Noorwegen, Oostenrijk, Polen, Portugal, Roemenië, Slovenië, Slowakije, Spanje, Tsjechië, het Verenigd Koninkrijk,  Zweden en Zwitserland een bedrijf voeren of een zelfstandig beroep  uitoefenen, komen onder de gestelde voorwaarden in aanmerking voor een overbrugging voor levensonderhoud. Net als de hier gevestigde ondernemers moeten ook deze ondernemers op 17 maart 2020 ingeschreven te staan in het handelsregister of een daarmee vergelijkbaar register, of – indien in het land waarin het bedrijf of zelfstandig beroep is gevestigd geen verplichting tot inschrijving bestaat – op andere wijze aan te tonen dat hij op 17 maart 2020 in eigen bedrijf of zelfstandig beroep werkzaam was. Vanaf 8 mei kunnen deze zelfstandigen een aanvraag indienen bij hun woongemeente.

 

4. Moet een echtgenoot of inwonende partner de aanvraag ook ondertekenen?
Ja. De partner moet zowel een aanvraag Tozo bijstand voor levensonderhoud als een aanvraag Tozo bijstand voor bedrijfskapitaal mede ondertekenen.  

 

5. Over welke rechten en plichten moet de gemeente de zelfstandige informeren?
De zelfstandige moet de aanvraag en de verklaringen volledig en naar waarheid invullen. De gemeente moet de zelfstandige laten weten dat hij of zij een inlichtingenplicht heeft en wat dit inhoudt. De zelfstandige moet wijzigingen in de situatie die het recht op de uitkering kunnen beïnvloeden doorgeven (zoals een verandering van gezinssamenstelling of woonplaats en eventuele toename van inkomsten). Ook moet de gemeente de aanvrager erop wijzen dat ze bij het verstrekken van onjuiste informatie een boete oplegt. Achteraf kan het gecontroleerd worden.

Verder moet de zelfstandige weten dat een medeondertekening door de partner ook inhoudt dat de uitkering voor levensonderhoud volgens de fiscale regels voor de helft aan de partner wordt toegekend. Dit moeten beiden ook als zodanig meenemen bij de aangifte over 2020. Bovendien telt de uitkering mee voor het verzamelinkomen voor de toeslagen.

 

6. Moet er een uittreksel van de KvK worden overlegd?
Het is niet nodig en ook onwenselijk om aan de ondernemer een uittreksel van de KvK te vragen. Dit is onnodig belastend. We vragen gemeenten wel om bij de beoordeling van de aanvraag te checken of de aanvrager (mede-)eigenaar is van de onderneming waarvan hij het KvK-nummer opgeeft. Dit doet u aan de hand van Suwinet-inkijk en de koppeling met het handelsregister KvK.

 

 

Terug naar boven

Doelgroep

1. Wie is precies de doelgroep?
Om in aanmerking te komen voor een uitkering op grond van de Tozo moet de zelfstandige aan een aantal voorwaarden voldoen. De zelfstandige komt in aanmerking als:

  • hij of zij als gevolg van de coronacrisis een inkomen onder het sociaal minimum heeft en/of een liquiditeitsprobleem waarvoor hij een bedrijfskrediet nodig heeft
  • hij of zij tussen de 18 jaar en AOW-gerechtigde leeftijd is
  • hij of zij Nederlander of daarmee gelijkgesteld is
  • hij of zij in Nederland woont. Ondernemers die buiten Nederland wonen, maar in Nederland hun bedrijf hebben, kunnen vanaf 18 mei 2020 Tozo bedrijfskapitaal aanvragen via de Gemeente Maastricht. Buiten Nederland wil zeggen woonachtig in één van de landen van de Europese Unie (EU), de Europese Economische Ruimte (EER) of in Zwitserland.
  • het bedrijf in Nederland is gevestigd. Voor ondernemers die in Nederland wonen, maar in het buitenland hun bedrijf hebben, geldt dat zij vanaf 8 mei 2020 in hun woongemeente een aanvraag kunnen indienen voor Tozo-levensonderhoud. In het buitenland wil zeggen in de landen van de Europese Unie (EU) of Europese Economische Ruimte (EER) of in Zwitserland.
  • hij of zij een bedrijf heeft dat nog economisch actief is, tenzij dit als gevolg van de coronacrisis niet mogelijk is
  • hij of zij voldoet aan wettelijke vereisten voor de uitoefening van het eigen bedrijf
  • hij of zij in bezit is van alle noodzakelijke vergunningen
  • hij of zij vóór 17 maart 2020 zijn onderneming is gestart en is ingeschreven bij de KvK
  • hij of zij voldoet aan het urencriterium, d.w.z. minimaal 1.225 uur per jaar of gemiddeld minimaal 23,5 uur per week werkzaam in het eigen bedrijf of zelfstandig beroep. Uren ten behoeve van administratie en acquisitie tellen ook mee

Voor een directeur-grootaandeelhouder (DGA) geldt daarbij nog dat

  • hij of zij alleen of samen met de andere in de BV werkzame directeuren, meer dan 50% van de aandelen bezit
  • de uitsluitingsgronden van de Participatiewet niet op hem of haar van toepassing zijn

 

2. Is in deze regeling geen onderscheid tussen starters en gevestigde zelfstandigen, zoals in het Bbz?
Nee, de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) is voor alle zelfstandigen die voor 17 maart 2020 zijn gestart en die vanwege omzetverlies door de coronacrisis een aanvullende inkomensondersteuning nodig hebben of een lening voor bedrijfskapitaal.

 

3. Staat de Tozo ook open voor werkenden met bijzondere dienstbetrekkingen?
Diverse beroepsgroepen hebben te maken met bijzondere dienstbetrekkingen waardoor deze niet als zelfstandig ondernemer, maar ook niet al werknemer in loondienst zijn aan te merken, bijvoorbeeld sekswerkers die via de opting in regeling werken. Deze groepen komen niet in aanmerking.

De Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) is alleen voor zelfstandigen, dus mensen die in normale omstandigheden voor eigen rekening en risico werken, bij de Kamer van Koophandel ingeschreven staan als zelfstandige en voldoen aan het zogeheten ‘urencriterium’ (zie daarvoor bij ‘Welke informatievragen blijven hetzelfde?’).

 

4. Komen aanvragers met een BV of VOF in aanmerking? Of directeur-grootaandeelhouders (DGA)?
Ja, de aanvrager kan een beroep doen op de Tozo als hij of zij als zelfstandige is aan te merken, dus voldoet aan onder andere het zogeheten ‘urencriterium’, inschrijving bij de KvK en het bezitten van de benodigde vergunningen voor uitoefening van het bedrijf. Ook een DGA van een besloten vennootschap kan in principe een beroep doen op de tijdelijke regeling, als deze voldoet aan de wettelijke eisen: de DGA bezit, alleen of samen met eventuele andere in de BV werkzame directeuren, meer dan 50% van de aandelen en werkt gemiddeld minimaal 23,5 uur per week in de onderneming. Voor de beoordeling geldt dezelfde definitie van een zelfstandige als in het Bbz 2004.

 

5. Is de Tozo alleen voor zzp’ers bedoeld?
Nee. Ook zelfstandige ondernemers met personeel kunnen een beroep doen op de regeling, als zij voldoen aan de criteria.

 

6. Stel dat zelfstandigen niet voldoen aan het urencriterium, maar toch in de problemen komen. Wat zijn dan de mogelijkheden?
Als zelfstandigen voor de coronacrisis niet aan het urencriterium voldeden, dan komen zij niet in aanmerking voor de Tozo. Zij kunnen wel een beroep doen op de ‘gewone’ bijstand, op grond van de Participatiewet. Anders dan in de Tozo laat de gemeente voor het bepalen van de hoogte van een bijstandsuitkering het inkomen van de partner niet buiten beschouwing en kijkt ze ook naar het vermogen van de aanvrager bij het bepalen of er recht is op een uitkering.

 

7. Kunnen ondernemers die ‘vrijwillig’ besluiten om tijdelijk te stoppen met werken ook in aanmerking komen?
Ja, als zij aan de eisen voldoen en het ‘vrijwillig’ stoppen een noodzakelijk gevolg is van de situatie rond het coronavirus.

 

8. Wat moet de gemeente doen als een aanvrager voor de coronacrisis minder verdiende dan het normbedrag waar diegene nu recht op heeft?
In dit geval is sprake van een (nog) niet-levensvatbaar bedrijf, want men kan niet voorzien in de kosten voor levensonderhoud. Maar omdat de Tozo geen levensvatbaarheidstoets kent, kunnen zelfstandig ondernemers in deze situatie aanspraak maken op de Tozo, mits zij aan de voorwaarden voldoen. Gemeenten wordt geadviseerd te controleren of deze persoon zelfstandige is (voldoet aan urencriterium etc.)

 

9. Hoe verhoudt het urencriterium van de Tozo zich met het urencriterium van de Belastingdienst in het geval dat de zelfstandige in 1 van de 5 jaren geen ondernemer was (art. 3.6 lid 1 onderdeel b Wet inkomensbelasting 2001)?
Voor het urencriterium geldt dat de zelfstandige gemiddeld minstens 23,5 uur per week in het eigen bedrijf actief is en dit (indien gevraagd) kan aantonen. Of hier wel of niet ondernemersaftrek voor is verleend doet niet ter zake.

 

10. Veel freelancers vallen buiten Tozo en TOGS, omdat zij niet zijn ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Kunnen zij een aanvraag voor het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz) indienen?
Freelancers die niet zijn ingeschreven bij de Kamer van Koophandel, maar die wel kunnen aantonen dat zij voldoen aan het urencriterium, kunnen een beroep doen op het Bbz. Echter, in veruit de meeste gevallen geldt ook daar dat een inschrijving in de KvK een vereiste is voor de uitoefening van het bedrijf of zelfstandig beroep. 

 

11. Kan een zelfstandige die ook een oproepcontract heeft bij een werkgever zowel gebruikmaken van de Tozo als van de Tijdelijke Overbruggingsregeling voor Flexibele Arbeidskrachten (TOFA)?
Dit kan alleen als de betreffende persoon aan de voorwaarden van beide regelingen voldoet. Let wel: er kan géén tegemoetkoming TOFA worden verkregen als de persoon over april 2020 Tozo (of een andere uitkering) ontving. Indien er in april géén sprake was van een dergelijke uitkering, en de persoon voldoet aan het urencriterium (en de andere voorwaarden van de Tozo) en de persoon is als flexwerker ook in loondienst, dan kan mogelijk tegelijkertijd aanspraak zijn op de Tozo en de TOFA.

De TOFA regeling bestaat uit een eenmalige tegemoetkoming voor de periode maart, april en mei 2020 van € 1.650 bruto. Dat is € 550 bruto per maand voor de periode maart, april en mei 2020. De tegemoetkoming wordt in 1 keer uitbetaald. Meer informatie over TOFA vindt u hier

 

12. Aanbieders Jeugdhulp/-zorg en Wmo: kunnen vrijgevestigden gebruik maken van de TOZO regeling?

Deze vraag wordt op de website van de rijksoverheid over de TOZO beantwoord. Financiering door een gemeente of door een zorgverzekeraar in het kader van een continuiteitsbijdrage is voorliggend. In sommige gevallen voldoet die financiering niet, bijvoorbeeld omdat een vrijgevestigde naast publiek gefinancierde inkomsten ook veel zorg heeft die door inwoners zelf wordt betaald. Op het moment dat dat wegvalt, kan een beroep worden gedaan op de TOZO regeling.
 

13. Kan een ondernemer met een stichting Tozo aanvragen?

In het modelaanvraagformulier voor de Tozo is een stichting uitgesloten als rechtsvorm om een Tozo aanvraag te doen. Dit is gedaan omdat een stichting in de Tozo-regelgeving weliswaar niet expliciet uitgesloten wordt, maar omdat het zeer zelden voorkomt dat een bestuurder van een stichting onder de doelgroep valt. Ondernemers met een stichting die menen toch in aanmerking te komen voor een Tozo-uitkering kunnen dit in de laatste vraag van het modelaanvraagformulier aangeven. De gemeente beoordeelt dan aan de hand van onderstaande kenmerken of de ondernemer recht heeft op Tozo.

Het gaat ook bij een bestuurder van de stichting om de vraag of die onder de definitie van een zelfstandige van de Tozo (of het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004) valt. Daarvoor moet de situatie feitelijk in economisch opzicht overeenkomen met die behorend bij een zelfstandig beroep of bedrijf. Er moet aan het urencriterium worden voldaan (op geld waardeerbare werkzaamheden verrichten) en er moet zeggenschap (beheer- en bestuursbevoegdheden) én financieel risico zijn (inbreng van vermogen, hoofdelijke aansprakelijkheid van leningen). Feitelijk zal iemand dan ook als ondernemer voor de IB worden aangemerkt. Als de ondernemer aantoonbaar aan deze (en de overige Tozo-)voorwaarden voldoet, komt de ondernemer in aanmerking voor de Tozo.

Terug naar boven